Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834511 nr. 20

34 511 Initiatiefnota van de leden Ypma en Mohandis: «Gelijke onderwijskansen voor alle kinderen, ongeacht hun achtergrond, afkomst of het opleidingsniveau van hun ouders»

Nr. 20 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 maart 2018

Elke leerling in Nederland kan kosteloos naar school. De wet is daarover heel duidelijk. Scholen mogen aan ouders wel een bijdrage vragen. Die bijdrage is altijd vrijwillig. De keuze om deze bijdrage wel of niet te betalen mag geen consequenties hebben voor deelname aan het reguliere onderwijsprogramma. Ook daarover is de wet duidelijk. Desondanks zijn er signalen dat de omgang met de ouderbijdragen in de praktijk tot problemen leidt.

Leden van uw Kamer hebben – mede naar aanleiding van berichten in de media – hun zorgen geuit over de ouderbijdrage. Kamerleden maken zich zorgen over berichten waaruit blijkt dat ouders onvoldoende op de hoogte zijn van het gegeven dat de bijdrage vrijwillig is.1 Ook reageerden Kamerleden geschokt op berichten dat leerlingen niet mochten deelnemen aan het kerstdiner, omdat hun ouders de ouderbijdrage niet hadden betaald.2 De zorgen om de ouderbijdrage hebben geleid tot een oproep de wet aan te passen. De gewijzigde motie van de leden Vermue (PvdA) en Jasper van Dijk (SP)3 verzoekt de regering, in overleg met alle relevante actoren in het primair en voortgezet onderwijs een limiet te stellen aan de vrijwillige ouderbijdrage en te zorgen dat ouders voor het begin van het schooljaar geïnformeerd zijn over het totaalbedrag van de vrijwillige ouderbijdrage voor het gehele schooljaar.

Ik deel de hierboven genoemde zorgen. Verhalen over leerlingen die niet mogen deelnemen aan activiteiten als het kerstdiner of een feestelijke diploma-uitreiking, gaan mij aan het hart. Ik acht het van groot belang dat ouders goed op de hoogte zijn van hun rechten, en dat scholen transparant zijn over hun beleid ten aanzien van de ouderbijdrage. Centraal daarbij staat het belang van de leerling. Elke leerling moet het onderwijs krijgen waar hij of zij recht op heeft, en geen enkele leerling mag worden buitengesloten.

Onderzoek naar alternatieve scenario’s4

Naar aanleiding van de gewijzigde motie van Vermue en Jasper van Dijk heeft mijn ambtsvoorganger Staatssecretaris Dekker nader onderzoek laten doen naar alternatieven voor de regelgeving voor de vrijwillige ouderbijdrage5 in het primair en voortgezet onderwijs. In deze brief bericht ik over de belangrijkste bevindingen van dit onderzoek, en hoe ik in dat licht met de gewijzigde motie van de leden Vermue en Jasper van Dijk omga. Ik kondig op basis van deze bevindingen maatregelen aan die moeten resulteren in helderheid over de regels ten aanzien van de ouderbijdrage. Deze regels moeten leiden tot een situatie waarin alle ouders en scholen tevreden zijn over de uitwerking hiervan in de praktijk.

Resultaten en conclusies onderzoek Regioplan

Naar aanleiding van de genoemde gewijzigde motie heeft Regioplan in opdracht van OCW onderzoek gedaan in het primair en voortgezet onderwijs. De opdracht aan Regioplan was om te onderzoeken welke alternatieve scenario’s er zijn voor de vrijwillige ouderbijdrage, wat de voor- en nadelen van deze scenario’s zijn, wat het draagvlak van deze alternatieven is bij relevante stakeholders en wat de consequenties van deze alternatieven zijn. Het eindrapport is als bijlage bij deze brief toegevoegd.

De onderzoekers hebben gesproken met vertegenwoordigers van de belangrijkste stakeholders, waaronder leerlingen en ouders (LAKS, Ouders & Onderwijs, Kinderombudsman Amsterdam), scholen, schoolleiders en besturen (PO-Raad, VO-raad, iScholen, AVS) en de Inspectie van het Onderwijs. Met al deze partijen is gesproken over de huidige situatie en over vier mogelijke alternatieven voor de huidige regelgeving. De volgende alternatieven zijn onderzocht:

  • maximering van de ouderbijdrage (voorstel gewijzigde motie);

  • ouderbijdrage wordt inkomensafhankelijk;

  • ouders bepalen zelf hoeveel ze willen bijdragen en waaraan dit wordt besteed;

  • afschaffing van de mogelijkheid een vrijwillige ouderbijdrage te vragen.

Bij het in kaart brengen van de vier alternatieve scenario’s zijn de onderzoekers tot de conclusie gekomen dat de verschillende partijen een aantal belangrijke uitgangspunten delen.

  • Een ouderbijdrage is in alle gevallen vrijwillig en de school moet hierover duidelijk communiceren.

  • De toegankelijkheid van het onderwijs mag nooit in het geding zijn.

  • Een verzoek tot een bijdrage mag nooit als drempel voor aanmelding worden ervaren.

  • Uitsluiting van leerlingen is in geen enkel geval gewenst.

  • De mogelijkheid tot het vragen van een ouderbijdrage hoort bij de autonomie van de school en de extra middelen bieden ruimte voor extra aanbod.

De onderzoekers concluderen ook dat de genoemde alternatieven belangrijke bezwaren kennen. Zo leidt afschaffing van de ouderbijdrage mogelijk tot een verschraling van het aanbod, kent een inkomensafhankelijke vorm veel problemen in de uitvoering en kan het door ouders, via de MR, zelf bepaalde bedrag hoger liggen dan sommige ouders kunnen of willen betalen. Belangrijkste zorg bij maximering is dat het maximum in de praktijk het normbedrag wordt.

De onderzoekers concluderen op basis van alle gesprekken dat de huidige regelgeving het beste tegemoetkomt aan de vijf centrale uitgangspunten. Ze concluderen dat er breed draagvlak is voor behoud van het huidige systeem voor de vrijwillige ouderbijdrage, mits de huidige regels goed worden nageleefd door scholen en er géén leerlingen worden uitgesloten van activiteiten.

Naar een goede praktijk voor de vrijwillige ouderbijdrage

De wet schrijft op dit moment al voor dat een ouderbijdrage altijd vrijwillig is en dat hierover duidelijk moet worden gecommuniceerd. De toegankelijkheid van het onderwijs mag dus niet in het geding zijn. De huidige regelgeving biedt tegelijkertijd ook ruimte aan scholen om op basis van extra middelen hun aanbod te verruimen.

In het begin van deze brief heb ik aangegeven dat er terechte zorgen zijn ten aanzien van de ouderbijdrage. Op basis van het onderzoek van Regioplan concludeer ik dat de oplossing voor het wegnemen van de zorgen zit in het nemen van maatregelen die leiden tot een praktijk die in lijn is met de regelgeving. Deze maatregelen moeten ook leiden tot een praktijk waarin kinderen niet meer worden uitgesloten. Op deze manier wil ik de verantwoordelijken eerst zelf de kans geven de praktijk op orde te brengen. Ik ga hier op de volgende manier voor zorgen:

  • Alle ouders moeten op de hoogte zijn van het vrijwillige karakter van de ouderbijdrage en alle scholen moeten helder communiceren over dit vrijwillige karakter. In de wet is al vastgelegd dat scholen het vrijwillige karakter duidelijk moeten communiceren. Ik ga dit extra benadrukken bij de scholen, onder andere in mijn nieuwsbrieven en in gesprekken met de sectorraden. Ook ga ik Ouders & Onderwijs vragen om extra aandacht te schenken aan communicatie richting ouders over de ouderbijdrage. De inspectie neemt in 2018 de ouderbijdrage mee bij het programmatisch handhaven. Dit betekent dat schoolkosten en ouderbijdragen bij elk onderzoek op een school worden betrokken. Ten slotte roep ik alle betrokken partijen op om signalen te melden, wanneer het vermoeden bestaat dat de regelgeving niet wordt nageleefd. Op basis van die signalen zal de inspectie gericht actie ondernemen.

  • Daar waar scholen een bijdrage vragen voor extra activiteiten die buiten het voorgeschreven onderwijsprogramma vallen, kunnen ouders kiezen of hun kind hier wel of niet aan deelneemt, en of zij dus wel of niet de hiervoor gevraagde bijdrage betalen. Uit het onderzoek van Regioplan blijkt dat geen enkele partij het wenselijk vindt dat kinderen worden buitengesloten van deze extra activiteiten. Ook ik vind dit onacceptabel. Ik wil dat er duidelijke, transparante gedragsregels komen om dit soort praktijken uit te sluiten. Het is onacceptabel dat er nog steeds berichten zijn dat leerlingen worden buitengesloten van schoolreisjes, diploma-uitreikingen en gezamenlijke vieringen, zoals het kerstdiner. Ik vind het een taak van de schoolbesturen om dergelijke uitsluitingen te voorkomen. Zij zijn wat mij betreft dan ook aan zet om deze situaties te voorkomen. Samen met de PO-Raad, de VO-raad, LAKS en Ouders & Onderwijs wil ik duidelijke en doelgerichte afspraken maken, die leiden tot een situatie waarin alle scholen zich houden aan de wet. Ook moeten de afspraken ertoe leiden dat leerlingen niet meer worden buitengesloten. Alle partijen onderschrijven de urgentie hiervan. Ik heb met de PO-Raad en de VO-raad besproken ernaar te streven deze afspraken aan het begin van het schooljaar gereed te hebben, zodat scholen deze afspraken met ouders/verzorgers kunnen communiceren. Mochten er geen of onbevredigende afspraken komen, dan zal ik bezien of het nodig is de wet aan te passen.

Tot slot

Heel veel scholen gaan samen met de ouders al goed om met de huidige regels rond de vrijwillige ouderbijdragen. Zij houden zich aan de gevraagde transparantie en gestelde randvoorwaarden. Deze scholen organiseren met de inkomsten van de vrijwillige ouderbijdragen leuke en nuttige extra activiteiten voor alle leerlingen, die zonder deze bijdragen niet kunnen worden gedaan. Daar waar ouders niet willen of kunnen betalen, leidt dit op deze scholen nooit tot problemen. Ik heb het vertrouwen dat de hiervoor genoemde maatregelen ertoe zullen leiden dat dit vanaf komend schooljaar voor alle leerlingen op alle scholen in Nederland het geval is.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 1355.

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 1354.

X Noot
3

Kamerstuk 34 511, nr. 16.

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
5

Met de «vrijwillige ouderbijdrage» wordt de geldelijke bijdrage bedoeld zoals genoemd in de WPO artikel 40 lid 1 en WVO artikel 27 lid 2.