34 475 IIA Jaarverslag en slotwet Staten-Generaal 2015

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN DE STATEN-GENERAAL (IIA)

Aangeboden 18 mei 2016

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over de beleidsartikelen (bedragen x € 1.000)

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over de beleidsartikelen (bedragen x € 1.000)

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over de beleidsartikelen (bedragen x € 1.000)

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over de beleidsartikelen (bedragen x € 1.000)

Inhoudsopgave

A.

Algemeen

4

 

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

4

 

2.

Leeswijzer

6

       

B.

Beleidsverslag

7

 

1.

Beleidsartikelen

7

   

Artikel 1. Wetgeving en controle Eerste Kamer

7

   

Artikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer, alsmede leden van het Europees Parlement

11

   

Artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer

13

   

Artikel 4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

18

 

2.

Niet-beleidsartikel

19

   

Artikel 10. Nominaal en onvoorzien

19

 

3.

Bedrijfsvoeringparagraaf

20

       

C.

Jaarrekening

25

 

1.

De verantwoordingsstaat

25

 

2.

De saldibalans

26

 

3.

WNT verantwoording 2015 – Staten Generaal

30

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik het jaarverslag met betrekking tot de begroting van de Staten-Generaal (IIA) over het jaar 2015 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2015 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

  • a. het gevoerde financieel beheer en materieel beheer;

  • b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

  • c. de financiële informatie in het jaarverslag;

  • d. de betrokken saldibalans;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2015;

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2015 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2015, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2015 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

Opbouw Jaarverslag 2015

Het jaarverslag over 2015 bestaat conform de regelgeving uit de volgende delen:

  • A. Algemeen

  • B. Beleidsverslag

  • C. Jaarrekening

De paragraafindeling van de artikelen is als volgt:

  • A. Algemene doelstelling

  • B. Rol en verantwoordelijkheid

  • C. Beleidsconclusies

  • D. Budgettaire gevolgen van beleid

  • E. Toelichting artikelonderdeel

Bij de begrotingen HIIA en HIIB wordt vermeld dat er sprake is van een afwijkend regime voor het centrale apparaatsartikel. Dit betekent dat geen apart centraal apparaatsartikel hoeft te worden opgenomen. Vaak bestaan deze begrotingen uit één artikel. In de toelichting per artikelonderdeel is een uitsplitsing opgenomen van de apparaatsuitgaven.

De bedrijfsvoeringsparagraaf is onder een aparte paragraaf opgenomen.

Wat betreft de budgettaire gevolgen van beleid is alleen een inhoudelijke toelichting gegeven bij opmerkelijke verschillen (boven € 0,5 mln.) tussen de oorspronkelijke vastgestelde begroting 2015 en de realisatie 2015.

Rechtmatigheid

In 2015 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid op hoofdstukniveau niet overschreden en is er sprake van een getrouw beeld. Een toelichting op de rechtmatigheid per College is te vinden in de bedrijfsvoeringsparagraaf.

Groeiparagraaf

Er zijn dit jaar geen nieuwe ontwikkelingen voor de groeiparagraaf te melden.

B. BELEIDSVERSLAG

1. Beleidsartikelen

Artikel 1. Wetgeving en controle Eerste Kamer

A. Algemene doelstelling

De Eerste Kamer vormt samen met de Tweede Kamer de Staten-Generaal. De voorzitter van de Eerste Kamer is tevens voorzitter van de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal.

De kerntaken van de Eerste Kamer liggen in het, als sluitstuk van de wetgevingsketen, toetsen van voorgenomen wetgeving en het controleren van de regering. De Eerste Kamer besteedt daarbij bijzondere aandacht aan de beoordeling van de wetgevingskwaliteit. Voorts heeft de Eerste Kamer taken op het terrein van de Europese wetgeving en het Europese beleid. Deze zijn door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in omvang en intensiteit toegenomen.

De algemene doelstellingen van de Eerste Kamer liggen op het terrein van een adequate wetgeving en controle, hetgeen verder is te operationaliseren naar een adequate toetsing van de kwaliteit van wet- en regelgeving, een adequate controle van het regeringsbeleid, transparantie over de taken en de uitvoering daarvan, en toereikende voorzieningen in een effectieve en efficiënte organisatie.

Voorts participeert de Eerste Kamer in het kader van internationale samenwerking en parlementaire diplomatie in parlementaire assemblees van internationale organisaties en onderhoudt zij contacten met parlementen en regeringen van andere staten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.1 De rol van de Minister is het financieren van de activiteiten van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Eerste Kamer vormt de voorlaatste schakel in de keten van het wetgevingsproces. Mede-actoren in het proces zijn, voorafgaand aan de bekrachtiging van een aanvaard wetsvoorstel door het Staatshoofd, respectievelijk de ministerraad, de Raad van State en de Tweede Kamer. De controle op het regeringsbeleid voltrekt zich in interactie met de regering. Uit hoofde van het Verdrag van Lissabon is de Eerste Kamer betrokken bij de voorbereiding van Europese wetgevings- en beleidsvoorstellen. De taken van de Eerste- en Tweede Kamer op dit terrein zijn gelijk. Binnen de nationale context voert de Eerste Kamer overleg met de regering over de regeringsinzet bij de voorbereiding van Europese wetgeving.

Omdat de Eerste Kamer in het wetgevingsproces de laatste schakel in de keten van het parlementaire wetgevingsproces vormt, is haar taakuitvoering afhankelijk van het aanbod van wetsvoorstellen, en van de kwaliteit van het werk dat door de voorafgaande actoren is verricht.

C. Beleidsconclusies

Met ingang van 2013 gelden voor Nederland Europese verplichtingen met betrekking tot de voorbereiding van de nationale begroting. Uit Europese afspraken vloeit de verplichting de begrotingsbehandelingen in beginsel vóór 1 januari van het desbetreffende begrotingsjaar te hebben afgerond. Het voorschrift vergt een strakke planning van de Eerste Kamer die als parttime parlementair huis in beginsel alleen op dinsdagen kan vergaderen. De Eerste Kamer zal nadere besluiten nemen over de behandeling van de ontwerpbegrotingsvoorstellen tijdens het «Europees semester» en de behandeling van de op Prinsjesdag bij de Staten-Generaal ingediende begrotingsvoorstellen vóór 1 januari van het begrotingsjaar. Voor 2015 en verdere jaren is, binnen de bestaande begroting, extra budget gereserveerd om de hierdoor ontstane druk op de personele organisatie van de Eerste Kamer te kunnen opvangen.

Voor wat betreft de uitvoering en beoogde resultaten deden zich geen bijzonderheden voor.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2011

2012

2013

2014

Realisatie 2015

Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2015

Verschil 2015

Verplichtingen:

11.017

11.632

11.844

9.915

11.047

11.670

– 623

                 

Uitgaven:

11.026

11.701

11.807

9.938

11.017

11.670

– 653

                 

1.1

Apparaat Eerste Kamer

6.878

7.504

6.530

6.528

7.086

8.099

– 1.013

                 

1.2

Vergoeding voorzitter/leden Eerste Kamer

4.144

4.149

3.304

3.346

3.368

3.498

– 130

                 

1.3

Verenigde vergadering

4

48

1.973

64

563

73

490

                 

Ontvangsten:

139

93

204

101

213

79

134

                 
E. Toelichting artikelonderdeel
Specificatie apparaatsuitgaven
(bedragen x € 1.000)

Apparaat

2015

Personeel

 

Eigen personeel

3.329

Externe inhuur

183

Overig personeel

120

Materieel

 

Overig materieel

3.454

Totaal apparaat

7.086

Personeel

In 2015 heeft er aanvankelijk een personeelsuitbreiding plaatsgevonden met 3,5 fte, desondanks is er aanzienlijk minder uitgeput dan eerder begroot, doordat er tussentijds weer personeel vertrokken is. Daarnaast is de werkkostenregeling (WKR) over jaar 2014 Rijksbreed ingepast en in jaar 2015 niet behoeft te worden betaald (geen overschrijding).

Materieel

In tegenstelling tot de verwachting is er in 2015 minder uitgeput dan eerder begroot, de reden voor de onderuitputting is de werkkostenregeling (WKR) en bij het organiseren van de conferentie voor de Europese Senaat.

Europese samenwerking

Op Europees vlak vindt intensieve samenwerking plaats op het niveau van de Speakers Conference (voorzitters van nationale parlementen van het Europees parlement), de Interparlementaire Conferentie die toezicht houdt op het Gemeenschappelijke Buitenlands en Veiligheidsbeleid en – Defensiebeleid (GBVB/GVDB) van de Europese Unie, de interparlementaire samenwerking in het kader van het Verdrag inzake Stabiliteit, Coördinatie en Bestuur in de Economische en Monetaire Unie, de COSAC en in interparlementaire samenwerking en uitwisseling van informatie en velerlei beleidsterreinen. Dit uit zich in 2015 ook in de buitenlandse reizen.

Verdere ontwikkeling digitaal parlement

De Eerste Kamer is het eerste parlementaire huis ter wereld dat agenda’s en vergaderstukken in beginsel uitsluitend digitaal (via de «Eerste Kamer App») aan haar Leden aanbiedt. In het content management systeem en de websites van de Kamer zijn belangrijke wijzigingen doorgevoerd. De digitalisering van de stukkenstroom is, ook buiten het kader van het vergadercircuit, in 2015 verder verfijnd.

Beheer gebouwen

Voor het gehele gebouw van de Eerste Kamer (inclusief het deel dat van de Raad van State is overgenomen) blijft een grootscheepse renovatie (met name ook installatietechnisch) op termijn noodzakelijk. In 2015 heeft overleg met de Rijksgebouwendienst plaatsgevonden om nader te bezien wat er aan technische aanpassingen aan het gebouw noodzakelijk en mogelijk is. De verhuizing wordt voorbereid ook om de verbouwing ordentelijk te kunnen laten verlopen.

Viering 200 jaar Koninkrijk en 200 jaar Staten-Generaal/Eerste Kamer

De jaren 2013 tot en met 2015 stonden in Nederland mede in het teken van de viering van 200 jaar onafhankelijk Koninkrijk en 200 jaar parlementaire democratie. In 2015 bestond de Staten-Generaal 200 jaar als bicameraal parlement. Daar is passende aandacht aan geschonken.

EU voorzitterschap 1e helft jaar 2016

Van 1 januari 2016 tot en met 30 juni 2016 vervult Nederland voor de twaalfde keer het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie (EU). Prioriteiten zijn: een strategische agenda voor de EU in tijden van verandering, banen scheppen door innovatieve groei en verbinding zoeken met maatschappelijke actoren.

Voor wat betreft de parlementaire dimensie van het EU-Voorzitterschap heeft de Eerste Kamer samen met de Tweede Kamer in 2015 voorbereidingen gestart. Hiertoe is ambtelijk een gezamenlijke projectorganisatie ingesteld.

Artikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer, alsmede leden van het Europees Parlement

A. Algemene doelstelling

Onder dit artikel worden rechtspositionele uitgaven aan leden en oud-leden van de Tweede Kamer, alsmede hun nagelaten betrekkingen, evenals de schadeloosstelling aan de Nederlandse leden van het Europees Parlement geraamd.

Activiteiten

Zorg dragen voor uitbetalingen in verband met wettelijke regelingen

De Tweede Kamer draagt ingevolge de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer (Stb. 1997, 250), de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Stb. 1969, 594) en de Wet schadeloosstelling leden Europees Parlement (Stb. 1979, 379) zorg voor de uitgaven uit hoofde van:

  • schadeloosstelling leden Tweede Kamer (artikel 2.1);

  • reis- en overige kostenvergoedingen leden Tweede Kamer (artikel 2.1);

  • wachtgelden oud-leden Tweede Kamer (artikel 2.2);

  • pensioenen oud-leden en hun nabestaanden (artikel 2.2);

  • schadeloosstelling Nederlandse leden van het Europees Parlement (die niet door het Europees Parlement betaald worden) (artikel 2.3).

Aan deze activiteiten zijn de volgende kengetallen (aantallen gerechtigden) verbonden.

Tabel 2.1 Aantallen deelgerechtigden
 

2012

2013

2014

2015

Pensioenen oud-leden

433

452

455

460

Wachtgelden oud-leden

89

66

55

36

Totaal

522

518

510

496

In onderstaand overzicht zijn als achtergrondinformatie de gerealiseerde uitgaven en gemiddelden van de artikelonderdelen 2.1, 2.2 en 2.3 opgenomen voor de jaren 2011–2013 en prognoses voor 2014 en 2015.

Tabel 2.2
 

2011

2012

2013

2014

2015

2.1 schadeloosstelling

22. 166

22.107

18.700

18.801

19.305

gemiddeld per lid TK

148

147

125

125

129

2. 2 pensioenen en wachtgelden

10. 071

11. 683

10.999

8.859

8.775

– totaal 1 en 2

32.237

33.790

29.699

27.660

28.080

gemiddeld per lid TK

215

225

198

184

187

2.3 schadeloosstelling leden Europarlement

194

192

191

144

99

Gemiddeld per lid EP1

97

96

96

96

99

X Noot
1

Vanaf de nieuwe zittingsperiode in het voorjaar van 2009 wordt de schadeloosstelling voor het overgrote deel van de leden betaald door het Europarlement (en vanaf de verkiezingen in 2014 niet meer door de Tweede Kamer). Een lid is echter in mei 2014 herkozen en blijft daarom door de Tweede Kamer betaald worden.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenaamde beheersafspraken) tussen de Minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.3

C. Beleidsconclusies

Vanaf de verkiezingen voor het Europees Parlement in mei 2014 worden er geen Europarlementariërs meer betaald door de Tweede Kamer, met uitzondering van een herkozen lid. Deze blijft tot de volgende Europese Verkiezingen op de begroting van de Tweede Kamer drukken, tenzij dit lid wederom herkozen wordt.

Voor wat betreft de uitvoering en beoogde resultaten deden zich geen bijzonderheden voor.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2011

2012

2013

2014

Realisatie 2015

Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2015

Verschil 2015

Verplichtingen:

32.425

33.982

29.890

27.804

28.227

29.232

– 1.005

                 

Uitgaven:

32.431

33.982

29.890

27.804

28.178

29.232

– 1.054

                 

2.1

Schadeloosstelling

22.166

22.107

18.700

18.801

19.304

19.571

– 267

                 

2.2

Pensioenen en wachtgelden

10.071

11.683

10.999

8.859

8.775

9.661

– 886

                 

2.3

Schadeloosstelling Europarlementariers incl tegemoetkoming ziektekosten

194

192

191

144

99

0

99

                 

Ontvangsten:

51

62

86

34

51

86

– 35

E. Toelichting artikelonderdeel
2.1 Schadeloosstelling

De artikelonderdelen voor de leden schadeloosstelling en reis- en overige kosten kennen een relatief geringe onderuitputting. De hoogte van de reiskosten is afhankelijk van de afstand tussen de woonplaats van het betreffende lid en het Binnenhof en kan hier niet precies genoemd worden.

2.2 Pensioenen en wachtgelden

De onderuitputting op dit artikelonderdeel is gelegen in het lagere aantal wachtgeldgerechtigden. De uitgaven aan pensioenen zijn vrij constant, de uitgaven aan wachtgelden is afhankelijk van het feit of een oud-lid nog een beroep kan doen op de regeling. Het al dan niet stoppen van het wachtgeld als gevolg van het vinden van werk is moeilijk voorspelbaar. In de periode november 2014 – november 2015 is het aantal wachtgeldgerechtigde oud-leden afgenomen van 55 naar 36.

Artikel 3: Wetgeving en controle Tweede Kamer

A. Algemene doelstelling

Als volksvertegenwoordiging heeft de Tweede Kamer twee hoofdtaken: het controleren van de regering en (mede)wetgeving. Deze taken vloeien voort uit de grondwetsartikelen 50 (vertegenwoordiging van het gehele Nederlandse volk), 65 tot en met 72 (werkwijze), 81 tot en met 87 (wetgeving), 105 (begrotingen), 137 en 138 (Grondwetgeving) en enkele andere grondwet- en wetsartikelen.

De ambtelijke diensten

De ambtelijke organisatie van de Tweede Kamer heeft als missie het ondersteunen van het constitutioneel proces. De ambtelijke organisatie wil dit verder versterken door middel van het bieden van een politiek neutrale, adequate en innovatieve ondersteuning van de Kamerleden en de fractie organisatie in alle facetten van het werk als volksvertegenwoordiger. De politieke prioriteit, zoals door de Kamer bepaald, is daarbij leidend voor de ambtelijke organisatie.

In onderstaand overzicht zijn in meerjarig perspectief (2012 – 2015) de uitgaven per artikelonderdeel binnen dit artikel als totaal en als gemiddelde per Kamerzetel opgenomen.

Tabel 3.1
Gemiddelde uitgaven per Kamerzetel
 

2012

2013

2014

2015

– apparaatskosten

69.926

64.281

61.760

68.292

– kennis en onderzoek

281

927

719

180

– publicatie officiële documenten

3.689

2.432

1.768

1.512

– fractiekosten

25.597

27.077

25.730

27.431

– uitzending leden

334

186

333

298

– enquêtes

673

526

2.215

1.230

– bijdrage ProDemos

1.672

totaal artikel 3

100.501

95.429

92.524

100.615

gemiddeld per zetel

670

636

617

671

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenaamde beheersafspraken) tussen de en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie. 4

C. Beleidsconclusies

Aandachtspunten 2015

Als aandachtspunten voor 2015 koos het presidium de volgende onderwerpen:

  • voorzitterschap EU;

  • 200 jaar Staten-Generaal;

  • opslag beeldmateriaal;

  • samenwerking ProDemos;

  • digitalisering primair proces.

Voorzitterschap EU

In het eerste halfjaar van 2016 bekleedt Nederland het roulerende Voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. Als voorzitter van de onderhandelingen van alle Raden en ambtelijke werkgroepen zal de regering van 1 januari tot 1 juli 2016 de taak hebben om de Europese onderhandelingen in goede banen te leiden.

De inhoudelijke en logistieke organisatie vergt een substantiële voorbereidingstijd, hiermee zijn aanzienlijke kosten gemoeid. De uitgaven in 2015 zijn gedekt uit de eigen begroting van 2015. Het merendeel van de uitgaven komt ten laste van 2016.

200 jaar Staten-Generaal

In 2015 hebben diverse activiteiten plaatsgevonden in het kader van 200 jaar Staten-Generaal. Hiervoor is bij de Tweede Kamer een projectbudget toegekend van € 0,5 mln. Hiervan is in 2015 € 0,42 mln. uitgegeven.

Opslag beeldmateriaal

In 2015 is ingezet op het opslaan, ontsluiten en archiveren van het beeld en geluid dat wordt gegenereerd vanuit de plenaire- en de commissievergaderingen. De instroom van beelden van plenaire vergaderingen in de catalogus van het Nationaal Instituut Beeld en Geluid, tegelijk met de VLOS XML is verlengd tot september 2016.

Samenwerking ProDemos

In 2015 heeft de Tweede Kamer € 1,672 mln. verstrekt aan ProDemos. Dit bedrag is onder meer bedoeld bij te dragen aan het realiseren van de doelstelling om alle jongeren onder de 18 ten minste één keer een bezoek te laten brengen aan de Tweede Kamer. In overleg met ProDemos zal worden bekeken hoe deze en andere activiteiten worden ingevuld. De afspraken over de voorwaarden over de inhoud en de kwaliteit van de dienstverlening worden jaarlijks in een overeenkomst vastgelegd. Een visitatiecommissie beoordeelt het functioneren van ProDemos. Mede op basis van de uitkomsten kan van jaar tot jaar bekeken worden of taken weer in eigen beheer door de Tweede Kamer moeten worden uitgevoerd. De verantwoording van ProDemos is nog niet door de Tweede Kamer ontvangen.

Digitalisering primair proces

In 2015 is de aanleg van het 4G communicatienetwerk in de Kamergebouwen afgerond.

Bij het project Second Screen/Debat Direct is fase 1 in gebruik bij de beta gebruikers. Via de Tweede Kamer website kan men zich aanmelden voor de app. De aanpassingen in Vlos zijn gerealiseerd en live gezet in voorbereiding op fase 2.

D Budgettaire gevolgen van beleid
Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2011

2012

2013

2014

Realisatie 2015

Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2015

Verschil 2015

Verplichtingen:

104.889

98.521

97.690

99.047

100.320

96.115

4.205

                 

Uitgaven:

99.801

100.501

95.429

92.524

100.615

96.115

4.500

                 

3.1

Apparaat Tweede Kamer

66.862

69.926

64.281

61.759

68.292

65.380

2.912

                 

3.2

Onderzoeksbudget

677

281

927

719

180

2.490

– 2.310

                 

3.3

Drukwerk

3.042

3.689

2.432

1.768

1.512

2.201

– 689

                 

3.4

Fractiekosten

27.959

25.597

27.077

25.730

27.431

23.675

3.756

                 

3.5

Uitzending leden

176

334

186

333

298

435

– 137

                 

3.6

Parlementaire enquetes

1.085

673

526

2.215

1.230

0

1.230

                 

3.7

Bijdrage ProDemos

0

0

0

0

1.672

1.934

– 262

                 

Ontvangsten:

4.740

6.749

4.766

4.385

5.845

4.966

879

                 
E Toelichting artikelonderdeel
3.1. Apparaat

Dit artikelonderdeel is zowel bij de 1e suppletoire als bij de 2e suppletoire begroting bijgesteld. In de desbetreffende suppletoire begrotingen is de reden van begrotingsaanpassing nader beschreven. Onderstaande toelichting verklaart het verschil tussen de stand na de 2e suppletoire begroting en de realisatie. Dit geldt voor alle zeven categorieën die onderdeel uitmaken van het artikelonderdeel.

Het artikelonderdeel bestaat uit personele en materiële componenten voor exploitatie en beheer van de Tweede Kamer. Per saldo is hier een onderuitputting van € 1,2 mln. Een groot deel hiervan heeft betrekking op niet-formatief personeel (€ 0,8 mln.). De ruimte is het gevolg van het niet tijdig ontvangen van facturen, hierdoor vindt de betaling in 2016 plaats. Het betreft diverse soorten inhuur: ambtelijke detacheringen, inhuur uitzendkrachten en inhuur voor projecten en vervangingen.

Bij de algemene uitgaven is sprake van een overschrijding van € 0,3 mln. Dit zijn de uitgaven aan exploitatie, vervangingsinvesteringen en innovatie. Het project 4 G is eerder dan gepland afgerond. Dit heeft geleidt dat uitgaven die gepland stonden voor 2016 in 2015 zijn gedaan. Ook het project second screen (debat direct) verloopt voorspoedig. Wel zijn er nog enkele technische problemen met de doorgifte van de signalen naar de diverse applicaties. Afronding vindt plaats in 2016.

Op het onderdeel vorming en opleiding is een positief saldo van € 0,2 mln. ontstaan. Er zijn minder opleidingen gevolgd dan gepland.

Op het onderdeel Pensioenen en wachtgelden is een positief saldo ontstaan van € 0,4 mln. De naamgeving van dit onderdeel dekt de lading niet meer, het betreft voornamelijk uitgaven aan suppletieregelingen voor oud-medewerkers. Als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving is er nagenoeg geen sprake meer van verantwoording van ambtelijke pensioenen of wachtgeleden.

Apparaat

2015

Personeel

 

Eigen personeel

35.718

Externe inhuur

6.200

Overig personeel

961

Materieel

 

Overig materieel

25.413

Totaal apparaat

68.292

3.2 Kennis en onderzoek

De uitgaven aan Kennis en Onderzoek blijven structureel achter ten opzichte van het beschikbare begrotingsbedrag. Ten opzichte van de (bijgestelde) begroting van € 2,5 mln. is € 0,2 mln. uitgegeven. In 2015 zijn twee parlementaire enquêtes uitgevoerd. Hierdoor hebben minder parlementaire onderzoeken plaatsgevonden. Dit hangt samen met de gedeeltelijke bestaffing van enquêtes met formatief personeel van de Tweede Kamer.

3.3 Publicatie officiële documenten

De Griffie Plenair heeft de afgelopen jaren een aantal efficiencymaatregelen ingesteld. Dit was ook de aanleiding om de omschrijving van het artikel te wijzigen van Drukwerk Kamerstukken naar Publicatie officiële documenten. Hierdoor is er sprake van een onderuitputting van € 0,3 mln. ten opzichte van de bijgestelde begroting (verlaging van € 0,4 mln.). Op dit moment wordt geanalyseerd voor welk deel de gerealiseerde besparingen incidenteel, dan wel structureel zijn.

3.4 Fractiekosten

De fractiekostenregeling is met ingang van 2014 gewijzigd. Het budget was gebaseerd op 90% bevoorschotting, terwijl in de nieuwe regeling 100% aan de fracties wordt overgemaakt. Dit heeft in 2015 geleid tot een overschrijding op de fractiekosten met € 1,6 mln. Daarnaast heeft een aantal fracties beroep gedaan op de trekkingsrechten € 1,8 mln. (opgebouwd reserves over eerdere jaren). In totaal is het artikel met € 3,4 mln. overschreden.

3.5 Uitzending Leden

Op dit artikel is een positief saldo ontstaan van € 0,1 mln. In 2015 hebben de verschillende commissies minder gebruik gemaakt van de mogelijkheid om werkbezoeken aan het buitenland te doen.

3.6 Parlementaire enquêtes

In 2015 zijn twee parlementaire enquêtes afgerond: woningbouwcorporaties en de Fyra. De verantwoording van de enquêtes vindt plaats. Voor de afronding van de enquête woningcorporaties is in 2015 nog € 0,073 mln. betaald. De overige uitgaven hebben betrekking op de Fyra. Getotaliseerd ontstaat bovenstaand beeld, een onderuitputting van € 0,22 mln.

Ontvangsten

Toelichting op de ontvangsten

In totaal is € 0,9 mln. meer ontvangen dan geraamd. De ontvangsten bestaan uit diverse posten. De omzet van het Restaurantbedrijf, doorbelastingen aan derden en inhoudingen op lonen en salaris en ontvangsten voor zwangerschap- en bevallingsuitkeringen. Door de 100% bevoorschotting aan de fracties met ingang van 2014 is er geen sprake meer van afrekeningen over 2014. In 2015 heeft een drietal fracties de eindafrekening over 2013 ingediend. Dit heeft geleid tot ontvangsten van € 1,7 mln.

De hoogte van deze ontvangsten verschilt van jaar tot jaar. De ontvangstenraming is gebaseerd op een gemiddelde over de jaren heen.

Artikel 4: Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

A. Algemene doelstelling

Het onder dit artikel opgenomen budget ten behoeve van wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer betreft de kosten van interparlementaire activiteiten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenaamde beheersafspraken) tussen de Minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.5

C. Beleidsconclusies

Er zijn in 2015 geen beleidswijzigingen. Voor wat betreft de uitvoering en beoogde resultaten deden zich geen bijzonderheden voor.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2011

2012

2013

2014

Realisatie

2015

Oorspronkelijk

vastgestelde

begroting

2015

Verschil

2015

Verplichtingen:

1.067

2.219

1.285

1.589

944

1.493

– 549

                 

Uitgaven:

1.067

1.029

1.384

1.799

1.357

1.493

– 136

                 

4.3

Interparlementaire betrekkingen

1.067

1.029

1.384

1.799

1.357

1.493

– 136

                 

Ontvangsten:

0

0

0

0

0

23

– 23

E. Toelichting artikelonderdeel

Artikel 4 Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer kent één artikelonderdeel, namelijk «interparlementaire betrekkingen». Dit artikelonderdeel kent een vijftal subcategorieën. Twee daarvan hebben betrekking op contributies aan internationale organisaties en één op de ontvangst van buitenlandse parlementaire delegaties en vertegenwoordigers van internationale organisaties. De twee overige categorieën betreffen reizen naar de Overzeese gebiedsdelen en het reizen naar internationale organisaties. De onderuitputting bevindt zich voor het overgrote deel op het onderdeel reizen naar internationale organisaties.

2. Niet-beleidsartikel

Artikel 10. Nominaal en onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2011

2012

2013

2014

Realisatie 2015

Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2015

Verschil 2015

Verplichtingen:

0

0

0

0

0

– 1.573

1.573

                 

Uitgaven:

0

0

0

0

0

– 1.573

1.573

                 

10.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

                 

10.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

                 

10.3

Onvoorzien

0

0

0

0

0

– 1.573

1.573

Artikel 10.3 Onvoorzien

Dit bedrag heeft betrekking op dat deel van de ombuigingstaakstelling dat door de Tweede Kamer niet is geaccepteerd omdat het hier gaat om niet beïnvloedbare uitgaven (schadeloosstelling, pensioenen en wachtgelden aan de oud-leden).

3. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Artikel 1. Eerste Kamer

1. Rechtmatigheid

In 2015 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is sprake van een getrouwe weergave.

2. Totstandkoming beleidsinformatie

Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan. De Eerste Kamer heeft voor de totstandkoming van de niet-financiële informatie de procedure gevolgd.

3. Financieel- en materieelbeheer

Er wordt gewerkt met het financieel systeem «Oracle». Alle documenten, van zowel P&O, Salaris als Financiën en Inkoop worden beoordeeld vanuit minstens het vier-ogenprincipe. Dit om fraude en omissies te voorkomen.

Prestatie-indicator: ordentelijk financieel en materieel beheer.

Streefniveau 2015: een positief oordeel van de accountant in diens goedkeurende verklaring.

4. Overige aspecten van bedrijfsvoering

Het faciliteren van Kamerleden

In het bijzonder zal aandacht worden besteed aan de verbetering van huisvesting, ICT- ondersteuning en digitalisering van de stukkenstroom.

Prestatie-indicator: flexibele werkplekken in de Mauritstoren.

Administratie

Er is een beschrijving van de AO op financieel administratief terrein, waaronder valt de financiële-, de salaris- en de personeelsadministratie. In 2015 is dit verder uitgebouwd in Visio.

Doorontwikkelen van de Managementrapportage in samenhang met het financiële systeem «Oracle».

De contracten worden beheerd door de financiële administratie en bijgehouden in een apart Excel bestand.

De Werkkostenregeling (WKR) is ingevoerd per 1 januari 2013.

Aanbestedingswet

Artikel 1.4 van de Aanbestedingswet (AW) stelt dat aanbestedende diensten bij meervoudig en enkelvoudig onderhandse aanbestedingen (onder de Europese drempel) de ondernemers die zij uitnodigen op basis van objectieve criteria kiezen.

Bovendien moeten zij op verzoek van een ondernemer de motivering van die keuze verstrekken. Voor het verantwoordingsjaar 2015 bestond onduidelijkheid over de vraag of en zo ja welke documentatievereisten werden gesteld aan deze keuze.

Voor het verantwoordingsjaar 2015 heeft de Algemene Rekenkamer aangekondigd dat in afwachting van nadere kaders voor het controlejaar 2015 de motivering van de objectieve leverancierskeuze voor alle inkopen tussen de nul en € 33.000,– niet in het rechtmatigheidsoordeel wordt betrokken. Bevindingen op dit punt bij inkopen boven deze grens kunnen leiden tot onzekerheden in de inkoopstroom.

Voor 2016 en volgende jaren wordt een nader kader opgesteld dat kan rekenen op draagvlak bij alle betrokken partijen (regelgevers, kaderstellers, uitvoerders en controleurs).

Overig

Het betaalgedrag is zodanig, dat in 2015 minstens 95% van de facturen binnen 30 dagen is betaald.

Er is een inventarisatie aanwezig van alle in het gebouw zijnde Kunst, Schilderijen, etc. de Keuken inventaris, TV’s, ICT Hardware met procesverbalen, Meubiliair en Apparatuur voor live uitzenden.

De abonnementen van leden en ambtenaren worden bijgehouden door de afdeling Inhoudelijke Ondersteuning, specifiek het CIP. Dit zal blijvend worden geactualiseerd.

Streefniveau punt 4 2015: kwalificatie «goed».

Artikel 2, 3 en 4. Tweede Kamer

Het jaar 2015 heeft in het teken gestaan van de het uitwerken van de aanbevelingen van het ABD rapport, het voorbereiden van de wijziging van de topstructuur, het invoeren van de mobiliteitskaart en het verder uitbreiden van de samenwerking met de Hoge Colleges voor wat betreft de financiële administratie en ondersteunende financiële systemen.

1. Rechtmatigheid

In 2015 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is sprake van een getrouwe weergave. Het rapport van de Auditdienst Rijk geeft geen aanleiding tot opmerkingen.

2. Totstandkoming beleidsinformatie

Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan. De Tweede Kamer heeft voor de totstandkoming van de niet-financiële informatie de procedure gevolgd.

3. Financieel en materieelbeheer

Het financieel beheer voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid en wordt zo doelmatig mogelijk ingericht.

De Tweede Kamer hecht belang aan het rechtmatig en doelmatig aanbesteden van goederen en diensten waarbij naast de vigerende wet- en regelgeving ook de interne procedures strikt worden gehanteerd. De keuze voor een aanbestedingsprocedure of een leverancier vindt op een zorgvuldige en objectieve wijze plaats. Met ingang van juli 2015 wordt die keuze systematisch vastgelegd in de dossiers. Overigens wordt daarbij de grens van € 33.000,– gehanteerd zoals geadviseerd door de Algemene Rekenkamer.

De door de Auditdienst Rijk genoemde financiële beheerfout (onzekerheid) betreft één aanbesteding en valt binnen de toleranties.

De kwaliteit van het financieel beheer wordt mede bepaald door degene die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van de prestatieverklaring, het controleren van de factuur (prijs * hoeveelheid) en het goedkeuren van de factuur voor betaling. Door de instroom, doorstroom of uitstroom van medewerkers is gebleken dat die verantwoordelijkheid opnieuw onder de aandacht moet worden gebracht. De Tweede Kamer stelt een instructie op waarin per rol de verantwoordelijkheden en bevoegdheden wordt uitgeschreven en zal deze met alle betrokken functionarissen binnen de financiële functie bespreken.

In de relatie tussen de Tweede Kamer en de andere Hoge Colleges is een onderscheid aan te brengen tussen de samenwerking voor wat betreft het gebruik van de ondersteunende financiële systemen door alle Colleges en de pilot waarbij medewerkers van de financiële administratie van de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman zijn gedetacheerd bij de financiële administratie van de Tweede Kamer.

In het kader van de samenwerking is begin 2016 een aanvang gemaakt met het periodiek (gebruikers) overleg waarin diverse thema's, waaronder het delen van best practices aan bod komt.

In het kader van de pilot met de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman wordt gewerkt aan het uniformeren en standaardiseren van werkwijzen en inrichting van de applicaties en de managementinformatie, waardoor de inzetbaarheid van de medewerkers binnen de verschillende financiële administraties eenvoudiger is te realiseren.

De Tweede Kamer hanteert de eigen procedure voor wat betreft het verstrekken van gratificaties nauwgezet. In de door de Auditdienst Rijk vermelde situatie betreft het een uitzondering die door de Griffier als hoogste ambtelijke leiding is geautoriseerd.

De Tweede Kamer zal in de beschrijving van de processen en de werkinstructies de functie van de checklist opnemen zodat voor een ieder duidelijk en zichtbaar is wie en waarvoor is geparafeerd.

Hoewel de Tweede Kamer de opmerking over de ISAE-3402 verklaring begrijpt, is vaker aangegeven dat Centric kiest voor deze werkwijze en dat de Tweede Kamer voldoende zekerheid heeft binnen het totale stelsel van controlemaatregelen om de juistheid van de uitbetaalde salarissen vast te stellen.

4. Overige aspecten van bedrijfsvoering

Audit Committee

Het Audit Committee heeft in maart de evaluatie over het eigen functioneren besproken. Vanwege het vertrek van zowel de Griffier als de beide directeuren in 2015, is besloten om in 2016 een kennismakingsbijeenkomst te plannen tussen de nieuwe MT leden en de externe leden van het Audit Committee.

De Tweede Kamer streeft ernaar om op alle fronten compliant te zijn, zo ook voor wat betreft de informatiebeveiliging van het financiële systeem Oracle. Het informatiebeveiligingsbeleid van de Tweede Kamer en de vastgestelde beheersmaatregelen vormen daarbij de leidraad. In 2016 zullen de aanbevelingen van de Auditdienst Rijk ten aanzien van de application en general IT controls worden ingevoerd.

De Tweede Kamer heeft in verband met de invoering van de meldplicht datalekken een quick scan uitgevoerd die de basis vormt voor te nemen maatregelen om de informatiebeveiliging te optimaliseren. In dat kader is ook een conceptprocedure opgesteld die momenteel onderwerp van gesprek is. De Tweede Kamer verwacht dat de procedure eind maart is ingevoerd.

Aanbestedingswet

Artikel 1.4 van de Aanbestedingswet (AW) stelt dat aanbestedende diensten bij meervoudig en enkelvoudig onderhandse aanbestedingen (onder de Europese drempel) de ondernemers die zij uitnodigen op basis van objectieve criteria kiezen.

Bovendien moeten zij op verzoek van een ondernemer de motivering van die keuze verstrekken. Voor het verantwoordingsjaar 2015 bestond onduidelijkheid over de vraag of en zo ja welke documentatievereisten werden gesteld aan deze keuze.

Voor het verantwoordingsjaar 2015 heeft de Algemene Rekenkamer aangekondigd dat in afwachting van nadere kaders voor het controlejaar 2015 de motivering van de objectieve leverancierskeuze voor alle inkopen tussen de nul en € 33.000,– niet in het rechtmatigheidsoordeel wordt betrokken. Bevindingen op dit punt bij inkopen boven deze grens kunnen leiden tot onzekerheden in de inkoopstroom.

Voor 2016 en volgende jaren wordt een nader kader opgesteld dat kan rekenen op draagvlak bij alle betrokken partijen (regelgevers, kaderstellers, uitvoerders en controleurs).

C. JAARREKENING

1. De verantwoordingsstaat 2015 van de Staten-Generaal (IIA)

   

-1-

-2-

3=(2–1)

Art.

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Totaal

136.937

136.937

5.154

140.538

141.167

6.109

3.601

4.230

955

                     

Beleidsartikelen

                 

1

Wetgeving en controle EK

11.670

11.670

79

11.047

11.017

213

– 623

– 653

134

2

Uitgaven tbv van (oud) leden Tweede Kamer en leden EP

29.232

29.232

86

28.227

28.178

51

– 1.005

– 1.054

– 35

3

Wetgeving/controle TK

96.115

96.115

4.966

100.320

100.615

5.845

4.205

4.500

879

4

Wetgeving/controle EK en TK

1.493

1.493

23

944

1.357

0

– 549

– 136

– 23

                     

Niet beleidsartikelen

                 

10

Nominaal en onvoorzien

– 1.573

– 1.573

0

0

0

0

1.573

1.573

0

2. Saldibalans per 31 december 2015 van de Staten-Generaal (IIA)

(Bedragen x € 1.000,–)

Activa

31–12-’15

31–12-’14

 

Passiva

31–12-’15

31–12-’14

1)

Uitgaven ten laste van de begroting 2015

141.167

132.065

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2015

6.109

4.520

                 

3)

Liquide middelen

14

20

         
                 

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

0

 

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

133.146

125.054

                 

5)

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

0

 

5a)

Begrotingsreserves

0

0

                 
                 

6)

Uitgaven buiten begrotingsverband (=intra-comptabele vorderingen)

238

190

 

7)

Ontvangsten buiten begrotingsverband (=intra-comptabele schulden)

2.164

2.701

                 

8)

Kas-transverschillen

0

0

         
 

subtotaal

141.419

132.275

   

subtotaal

141.419

132.275

9)

Openstaande rechten

0

0

 

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

0

                 

10)

Extra-comptabele vorderingen

0

14

 

10a)

Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

0

14

                 

11a)

Tegenrekening extra-comptabele schulden

0

0

 

11)

Extra-comptabele schulden

0

0

                 

12)

Voorschotten

71.830

62.573

 

12a)

Tegenrekening voorschotten

71.830

62.573

                 

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

10.077

10.618

 

13)

Garantieverplichtingen

10.077

10.618

                 

14a)

Tegenrekening openstaande verplichtingen

10.394

11.493

 

14)

Openstaande verplichtingen

10.394

11.493

                 

15)

Deelnemingen

0

0

 

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

0

                 
 

TOTAAL

233.720

216.973

   

TOTAAL

233.720

216.973

TOELICHTING OP DE SALDIBALANS per 31 december 2015 van de Staten Generaal (IIA)

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten 2015

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2015 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders.

Het totaalbedrag is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

a) Eerste Kamer

946

b) Tweede Kamer

13.020

Totaal

13.966

Ad 4a. Rekening-courant RHB

Op de Rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften en het saldobiljet. De volgende Rekening-courantverhouding is opgenomen in de balans:

(Bedragen in €)

Rekening-courant FIN/RHB

133.145.947

Totaal

133.145.947

Ad 6. Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)

Het bedrag aan uitgaven buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

a) Eerste Kamer

65.097

b) Tweede Kamer

172.586

Totaal

237.683

Ad a) Eerste Kamer

De vorderingen van de Eerste Kamer bestaan voornamelijk uit reguliere debiteuren (€ 10.543) en uit verstrekte voorschotten in het kader van buitenlandse dienstreizen (€ 54.554).

Ad b) Tweede Kamer

De vorderingen van de Tweede Kamer bestaan voornamelijk uit reguliere debiteuren (€ 48.533) en uit verstrekte voorschotten in het kader van buitenlandse dienstreizen (€ 110.746).

Ad 7. Ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele schulden)

Het bedrag aan ontvangsten buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

a) Eerste Kamer

177.052

b) Tweede Kamer

1.986.235

Totaal

2.163.287

Ad a) Eerste Kamer

De schulden van de Eerste Kamer bestaan voornamelijk uit de in de maand december ingehouden loonheffing en sociale premies (€ 177.031) die in de maand januari 2016 zijn afgedragen.

Ad b) Tweede Kamer

De schulden van de Tweede Kamer bestaan voornamelijk uit de ingehouden loonheffing, sociale premies en pensioenpremies (€ 1.985.766) die in het eerste kwartaal van 2016 zijn afgedragen.

Ad 12. Voorschotten

Ad 12a. Tegenrekening voorschotten

De saldi van de per 31 december 2015 openstaande voorschotten kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Stand openstaande voorschotten per 31 december 2015:

(Bedragen in €)

a) Eerste Kamer

832.211

b) Tweede Kamer

70.997.582

Totaal

71.829.793

Ad a) Eerste Kamer

Het saldo van de Eerste Kamer bestaat voornamelijk uit verstrekte voorschotten aan de fractie-ondersteuning (€ 492.796) en aan Loyalis (€ 266.815).

Ad b) Tweede Kamer

Het saldo van de Tweede Kamer bestaat voornamelijk uit verstrekte voorschotten aan de fracties (€ 51.758.208) en aan Loyalis (€ 17.552.866).

Specificatie afgerekende voorschotten in 2015:

(Bedragen in €)

a) Eerste Kamer

504.532

b) Tweede Kamer

28.270.988

Totaal

28.775.520

Ad 13. Garantieverplichtingen

Ad 13a. Tegenrekening garantieverplichtingen

Het bedrag aan openstaande garantieverplichtingen is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

 

10.617.231

 

Aangegane verplichtingen in 2015

 

0

+/+

   

10.617.231

 
       

Tot betaling gekomen in 2015

0

   

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

540.982

   

 

540.982

–/–

       

Garantieverplichtingen Binnen Begrotingsverband

 

10.076.249

 

De garanties van de Tweede Kamer vloeien voort uit het gestelde in de regeling «Tegemoetkoming in de kosten van de fracties».

Ad 14. Openstaande verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening openstaande verplichtingen

Het bedrag aan openstaande verplichtingen is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

 

11.492.654

 

Aangegane verplichtingen in 2015

 

140.537.437

+/+

   

152.030.091

 
       

Tot betaling gekomen in 2015

141.166.074

   

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

470.631

   
 

141.636.705

–/–

       

Verplichtingen Binnen Begrotingsverband

 

10.393.386

 

3. WNT-verantwoording 2015 - Staten-Generaal

Inleiding

De Wet topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen – al dan niet fictieve – dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging en/of eventuele ontslaguitkeringen (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk maximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstbetrekking echter vallen buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het wettelijk bezoldigingsmaximum bedraagt in 2015 € 178.000. Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldt de norm uit 2014, namelijk € 230.474.

In artikel 10b van de Beleidsregels WNT 2016 (Staatscourant 2016, nr. 13373) is bepaald dat er geen toezicht of handhaving zal plaatsvinden op de naleving van de publicatieplicht van uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan niet-topfunctionarissen voortvloeiend uit contractovername door een mobiliteitsbureau. In 2016 is namelijk gebleken dat voor deze categorie de volledige uitvoering van de wettelijke bepalingen bij een aantal instellingen op korte termijn niet mogelijk is. Accountants hoeven in dat geval op dit onderdeel van de financiële verslagen ook geen controle uit te voeren (niet op volledigheid en niet op juistheid). Het inventariseren van de contractovernames en de daarmee gemoeide uitkeringen aan niet-topfunctionarissen in 2015 is om die reden achterwege gelaten.

Bezoldiging van (gewezen) topfunctionarissen

Naam instelling

Naam (gewezen) topfunctionaris

Functie

Datum aanvang dienstverband (indien van toepassing)

Datum einde dienstverband (indien van toepassing)

Omvang dienstverband (fte)

Op externe inhuur-basis (nee; ≤ 6 mnd; > 6 mnd)

Beloning

Onkosten-vergoedingen (belast)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn

Totale bezoldiging in 2015

Individueel WNT- maximum

Motivering (indien overschrijding)

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Dhr. G.J.A. Hamilton

Griffier

   

1

nee

131.533

6.458

11.709

149.700

178.000

 

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Mevr. J.E. Biesheuvel-Vermeijden

Griffier

 

1-9-2015

1

nee

97.327

4.305

7.491

109.123

118.504

 

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Mevr. R.G.K. Voss

Griffier

1-9-2015

 

1

nee

49.272

2.153

3.903

55.328

59.496

 

Gewezen topfunctionarissen zijn gemarkeerd met *)

Wanneer op een topfunctionaris een vordering is ingesteld vanwege een onverschuldigde betaling is dit gemarkeerd in de kolom Motivering met **).

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen andere functionarissen die in 2015 een bezoldiging boven het toepasselijke WNT-maximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsvinden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2015 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.

Bezoldiging van niet-topfunctionarissen boven het WNT-maximum

Naam instelling

Functie

Datum aanvang dienstverband (indien van toepassing)

Datum einde dienst- verband

(indien van toepassing)

Omvang dienstverband in fte

(+ tussen haakjes omvang in 2014)

Beloning

(+ tussen haakjes omvang in 2014)

Onkostenvergoedingen (belast)

(+ tussen haakjes omvang in 2014)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn

(+ tussen haakjes omvang in 2014)

Totale bezoldiging

in 2015

(+ tussen haakjes omvang in 2014)

Individueel WNT-maximum

Motivering

                     
Uitkeringen aan (gewezen) topfunctionarissen wegens beëindiging dienstverband

Naam instelling

Naam (gewezen) topfunctionaris

Laatste functie

Eerdere functie(s)

Datum beëindiging dienstverband

Op externe inhuur-basis (nee; ≤ 6 mnd; > 6 mnd)

Betaalde uitkeringen in 2015

Individueel WNT-maximum

Motivering (indien overschrijding)

                 

Gewezen topfunctionarissen zijn gemarkeerd met *)

Wanneer op een topfunctionaris een vordering is ingesteld vanwege een onverschuldigde betaling is dit gemarkeerd in de kolom Motivering met **)

Uitkeringen boven het WNT-maximum aan niet-topfunctionarissen wegens beëindiging dienstverband

Naam instelling

Laatste functie

Eerdere functie(s)

Datum beëindiging dienstverband

Betaalde uitkeringen in 2015

Individueel WNT-maximum

Motivering

             

X Noot
1

Comptabiliteitswet 2001, artikel 19.

X Noot
3

Comptabiliteitswet artikel 19.

X Noot
4

Comptabiliteitswet artikel 19.

X Noot
5

Comptabiliteitswet artikel 19.

Naar boven