De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel G, worden aan artikel 8.1.1c, derde lid, onder het vervallen
van «of» aan het slot van onderdeel a en het vervangen van de punt aan het slot van
onderdeel b door «; of» een onderdeel toegevoegd, luidende:
II
In artikel I, onderdeel G, wordt in artikel 8.1.1c, vierde lid, na «artikel 8.2.2a
gestelde eisen,» ingevoegd «of, indien paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969 op hem
van toepassing is, omdat hij niet voldoet aan de in het derde lid, onderdeel c, onder
1° en 2° genoemde voorwaarden,», en vervalt: andere.
III
In artikel IV, onderdeel D, wordt aan artikel 8.1.1b, derde lid, onder het vervallen
van «of» aan het slot van onderdeel a en het vervangen van de punt aan het slot van
onderdeel b door «; of» een onderdeel toegevoegd, luidende:
IV
In artikel IV, onderdeel D, wordt in artikel 8.1.1b, vierde lid, na «artikel 8.2.2a
gestelde eisen,» ingevoegd «of, indien paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969 op hem
van toepassing is, omdat hij niet voldoet aan de in het derde lid onderdeel c onder
1° en 2° genoemde voorwaarden,», en vervalt: andere.
Toelichting
De indiener is van mening dat rechten en plichten voor de student in evenwicht dienen
te zijn. Middels dit amendement wordt daarom geregeld dat niet-kwalificatieplichtige
zich alleen kan beroepen op het toelatingsrecht, indien hij of zij zich heeft aangemeld
voor of op de wettelijke aanmelddatum. Het vervallen van het recht op toelating betekent
niet dat de instelling de inschrijving moet weigeren, maar dat de instelling dit wel
mag doen. Omdat de indiener elke kwalificatieplichtige wel de kans wil geven om aan
een opleiding te starten vervalt voor deze groep het toelatingsrecht niet, maar kan
de instelling wel een andere opleiding toewijzen dan de eerste voorkeur van de kwalificatieplichtige
wanneer hij of zij zich na de aanmelddatum heeft aangemeld.Voorts is de indiener de
mening toegedaan dat het niet deelnemen aan een intakeactiviteit, wanneer de instelling
deelname verplicht heeft gesteld, er toe leidt dat een niet-kwalificatieplichtige
het recht op toelating verliest. Ook hier stelt de indiener voor dat de instelling
de niet-kwalificatieplichtige mag weigeren, maar de instelling hiertoe niet verplicht
wordt. Eveneens geldt dat een kwalificatieplichtige niet zijn of haar toelatingsrecht
verliest, maar de instelling hem of haar een andere opleiding kan toewijzen dan de
eerste keuze.De indiener beoogt met deze wijzigingen het wetsvoorstel meer in balans
te brengen en alle aspirant-studenten te stimuleren om zich goed en tijdig te verdiepen
in hun vervolgopleiding.
Duisenberg