34 453 Wijziging van de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Burgerlijk Wetboek in verband met de invoering van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en de versterking van de positie van de bouwconsument (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen)

36 725 XXII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

BD1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 januari 2026

In de bijlage bij deze brief beantwoord ik de concrete schriftelijke vragen van het lid Kemperman (FVD) inzake belangenverstrengeling kwaliteitsborging bouwen. De vragen zijn ingezonden op 4 december 2025.

Maar allereerst wil ik van de gelegenheid gebruik maken om nader in te gaan op de motie van het lid Kemperman c.s., die uw Kamer op 16 december 2025 heeft aangenomen.2 In de motie vraagt uw Kamer om de werking van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) niet verder uit te breiden en om uiterlijk in maart van dit jaar een evaluatie aan uw Kamer toe te sturen.

Zoals vóór inwerkingtreding van de Wkb met uw Kamer afgesproken stuur ik u nog vóór de zomer de (tussen)evaluatie over de jaren 2024 en 2025 toe, die op dit moment door Arcadis wordt uitgevoerd. Ik hecht eraan om u een zo volledig en betrouwbaar mogelijk tussenbeeld te geven van werking van het stelsel. De dataverzameling onder opdrachtgevers, aannemers en gemeenten loopt tot begin maart door én de informatie van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (de toezichthouder op het stelsel, hierna: TloKB) is pas medio maart beschikbaar. Hierna worden de gegevens van de schriftelijke enquête door de onderzoeker gebundeld en gevalideerd in diverse ervaringssessies met betrokken partijen. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten vastgelegd in een monitorings-rapportage, die wordt besproken met de Begeleidingsgroep Monitoring en Evaluatie Wkb onder leiding van een onafhankelijke voorzitter, waarna mogelijk aanpassingen benodigd zijn om de rapportage af te ronden. Gezien de doorlooptijd van deze processen is het niet mogelijk u de evaluatie eerder dan mei te doen toekomen.

Uitbreiding van de werking van de Wkb naar verbouwactiviteiten is, zoals eerder aangegeven, op dit moment niet aan orde.3 Met de VNG is afgesproken dat eventuele verdere uitbreiding naar gevolgklassen 2 en 3 niet eerder zal plaatsvinden dan 5 jaar na inwerkingtreding. Hiervoor zal de formele wetsevaluatie in 2027 de inhoudelijke basis moeten vormen.

Tot slot wil ik benadrukken dat er niet alleen negatieve signalen over de wkb zijn. Zo heeft de Toelatingsorganisatie afgelopen najaar via regiotour praktijkervaring heeft opgehaald. Deelnemers aan de regiotour gaven aan, naast de veranderingen in werkwijzen en processen, bouwen onder kwaliteitsborging ook als positief te ervaren.

De steun voor het stelsel blijkt uit de brief die de coalitie «Bouwen met vertrouwen», bestaande uit onder andere de Vereniging Kwaliteitsborging Nederland, WoningbouwersNL, Woningborg en de Aannemersfederatie Nederland en gesteund door de Stichting Waarborgfonds Koopwoningen, vorige week aan de informateur en formerende partijen hebben gestuurd. In de brief benoemen de auteurs een aantal verbeteringen die zij als gevolg van de Wkb constateren; een stijgende bouwkwaliteit, een voorspelbaarder bouwproces, vermindering van faalkosten, het ontlasten van gemeenten en het sneller opleveren van projecten. De ondertekenaars geven aan dat de Wkb daarmee – mits goed toegepast – een versneller van de woningbouw is.

Deze ervaringen bieden inzicht in de ervaringen met de Wkb, maar zijn geen finaal oordeel over de werking van het stelsel. Dit volgt uit de wetsevaluatie in 2027. De resultaten van de tussenevaluatie worden met alle betrokken partijen besproken, waarbij zowel de positieve als de negatieve inhoudelijk onderbouwde ervaringen worden meegenomen. Op basis daarvan worden de benodigde vervolgstappen ingezet. Het nieuwe kabinet zal de uitkomsten hiervan terugkoppelen in een begeleidende brief bij de rapportage.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. Keijzer

Antwoorden op Kamervragen van het Lid Kemperman

De Kamervragen zijn gebaseerd op een signaal van een betrokkene in het Wkb-stelsel. Het is van belang om allereerst kort in te gaan op de rolverdeling van partijen in het stelsel.

Bij de inrichting van het stelsel is aangesloten bij het kabinetsstandpunt certificatie en accreditatie in het kader van overheidsbeleid.4 In overeenstemming met het kabinetsstandpunt is bij de uitwerking van het stelsel gekozen voor een wettelijk verankerde conformiteitsbeoordeling van bouwwerken door een onafhankelijke en deskundige instantie. In het stelsel van kwaliteitsborging wordt deze rol uitgevoerd door de instrumentaanbieders. Zij ontwikkelen een toetsingsmethodiek – een instrument voor kwaliteitsborging – waarmee kan worden aangetoond dat bouwwerken in gevolgklasse 1 voldoen aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Zij doen dit binnen de in het Besluit kwaliteit leefomgeving vastgelegde regels. Alvorens een instrument voor kwaliteitsborging mag worden toegepast beoordeelt de TloKB of aan alle wettelijke vereisten is voldaan. Hierbij wordt ook beoordeeld op welke wijze de instrumentaanbieder toeziet op de naleving van het instrument door de kwaliteitsborger. De TloKB is ook de toezichthouder op het stelsel en is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving, eventuele bestuursrechtelijke interventies, en daarmee het bewaken van publieke belangen.

Door het stelsel getrapt in te richten met de TloKB als publiekrechtelijk «slot op de deur» wordt dubbel werk voorkomen en is sprake van een heldere taakverdeling. De wijze van inrichting van het Wkb-stelsel is daarmee qua toezichtstructuur vergelijkbaar met bijvoorbeeld met de Algemene Periodieke Keuring voor motorvoertuigen, waar de RDW keurmeesters aanwijst en daar op zelf toezicht op houdt.

Vraag 1:

Bent u bekend met deze brief, waarin de schrijver zorgen uit over de (mogelijke) schijn van belangenverstrengeling inzake de Wkb?

Antwoord 1:

Ja.

Vraag 2:

Bent u voornemens hier serieus aandacht aan te schenken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke acties onderneemt u naar aanleiding van deze brief?

Antwoord 2:

Ik herken niet het beeld, dat er sprake is van (schijn van) belangverstrengeling bij enkele ambtenaren, die betrokken zijn bij (de totstandkoming en monitoring) van de Wkb.

Uiteraard schenk ik serieus aandacht aan alle onderbouwde signalen over de Wkb die ik van partijen en deelnemers ontvang. Vanuit het Wkb-overleg, het maandelijkse overleg op landelijk niveau tussen de bouwsector, kwaliteitsborgers, het bevoegd gezag, de TloKB en mijn ministerie, wordt ook nadrukkelijk opgeroepen om specifieke signalen door te geven ter nadere beschouwing. Partijen weten elkaar daar te vinden. Daarbij is het wel steeds van belang vast te stellen, dat het gaat om concreet onderbouwde signalen en casussen, zodat deze adequaat te onderzoeken en te verifiëren zijn. Meningen of standpunten zonder onderbouwing over het wettelijke stelsel moeten hiermee niet worden vermengd.

Het stelsel is, zoals hiervoor toegelicht, getrapt ingericht: het publieke toezicht op de kwaliteitsborging vindt plaats door de TloKB op de instrumentaanbieder en vervolgens door de instrumentaanbieder op de kwaliteitsborger. In aanvulling hierop ziet de TloKB toe op de werking van het stelsel in brede zin door bij 5% van de projecten op de bouwplaats de kwaliteit te verifiëren.

Vraag 3:

Op welke termijn onderneemt u deze acties?

Vraag 4:

Kunt u de Kamer van uw acties op de hoogte stellen en haar informeren over uw bevindingen?

Vraag 5:

Wanneer uw bevindingen, naar aanleiding van een onderzoek naar de (schijn van) belangenverstrengeling, aanleiding geven tot zorgen of twijfel over eerdere berichtgeving over de werking van de Wkb door deze ambtenaar of ambtenaren, kunt u dan aangeven wat uw verdere acties zijn ten aanzien van de werking van deze wet?

Antwoorden 3 t/m 5:

Zoals aangegeven in mijn antwoord op uw tweede vraag herken ik de (schijn van) belangenverstrengeling niet. Daarom zie ik dit moment geen redenen om hiernaar nader of extra onderzoek te doen. Ik vertrouw op de professionaliteit, deskundigheid en integriteit van TloKB. Daarnaast begrijp ik uit contact met de TloKB dat instrumentaanbieders ook nadrukkelijk op hun taak en rol worden aangesproken. Het stelsel krijgt daarmee, ook wat betreft toezicht en handhaving, de robuuste vorm die beoogd is.

Tot slot is het toezicht een nadrukkelijk onderdeel van de monitoring en evaluatie van het stelsel. In het eerste kwartaal van dit jaar zal de TloKB haar jaarverslag zal publiceren, met daarin het jaaroverzicht de werking van het stelsel. Mochten hieruit of uit de bredere monitoring en (tussen)evaluatie door Arcadis lacunes in het stelsel aan het licht komen dan zal ik deze samen met de andere partijen in het stelsel adresseren en zo nodig voorbereidingen treffen om de regelgeving hierop aan te passen.

Vraag 6:

Kunt u, vanwege het belang van het onderwerp, deze vragen met voorrang beantwoorden?

Antwoord 6:

Ja.


X Noot
1

De letters BD hebben alleen betrekking op 34 453.

X Noot
2

Kamerstukken I, 2025–26, 36 725 XXII, D

X Noot
3

Kamerstukken I, 2023/24, 34 453 AX


X Noot
1

De letters BD hebben alleen betrekking op 34 453.

X Noot
2

Kamerstukken I, 2025–26, 36 725 XXII, D

X Noot
3

Kamerstukken I, 2023/24, 34 453 AX

Naar boven