Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734453 nr. 12

34 453 Wijziging van de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Burgerlijk Wetboek in verband met de invoering van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en de versterking van de positie van de bouwconsument (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen)

Nr. 12 AMENDEMENT VAN HET LID ALBERT DE VRIES

Ontvangen 18 januari 2017

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel A, wordt in artikel 7ac, derde lid, onder vervanging van de punt in onderdeel i door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • j. op welke wijze rekening dient te worden gehouden met voorschriften van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.22, tweede lid, onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

II

In artikel II wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

A1

Aan artikel 2.22, tweede lid, wordt onder vervanging van de punt in onderdeel e door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f. voorschriften met betrekking tot een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.10, derde lid, onder a, inhoudende verplichtingen om:

    • 1°. in ieder geval de door het bevoegd gezag aangewezen onderdelen van de bouwactiviteit uitdrukkelijk te beoordelen in het kader van de toepassing van het instrument voor kwaliteitsborging;

    • 2°. ten aanzien van door het bevoegd gezag aangewezen onderdelen van de bouwactiviteit rekening te houden met andere kwaliteitsborgingssystemen.

Toelichting

Gemeenten blijven, ook met het systeem van kwaliteitsborgers, het bevoegd gezag om te handhaven dat een bouwwerk voldoet aan de wettelijke bouweisen. Om die taak efficiënt uit te voeren is het voor gemeenten belangrijk om te weten waar de risicovolle onderdelen in een bouwwerk zitten. Daarbij kan de vergunningverlener op basis van dit amendement aanwijzingen geven over het gebruik van kwaliteitsborgingssystemen ten behoeve van specifieke risicovolle elementen van de bouw.

Om deze taak uit te voeren zou de vergunningaanvrager een risicoanalyse van het bouwplan op moeten laten stellen en dit bij de aanvraag toevoegen. Op basis hiervan kan door het bevoegd gezag een inspectieplan opgesteld worden. Dit is juist bedoeld om de inzet van deze kwaliteitssystemen gericht in te zetten waar nodig. Ook zou het gebruik van erkende technische oplossingen en standaardisering in de bouw aangejaagd moeten worden, doordat er ook aangegeven wordt welke elementen uit de bouw zo gemeengoed zijn dat de toetsing zich daar niet op hoeft te concentreren. De kennis en specialismen van de aannemer kunnen hierbij meegewogen worden.

Albert de Vries