34 408 Regeling van de arbeidsvoorwaarden van gedetacheerde werknemers in verband met de implementatie van Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van de detacheringsrichtlijn en tot wijziging van de IMI-verordening over de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie)

Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID SCHOUTEN C.S.

Ontvangen 26 april 2016

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In hoofdstuk V wordt na artikel 18a een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 18b

Aan artikel 668a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek worden twee leden, waarvan de nummering aansluit op het laatste lid van dat artikel, toegevoegd, luidende:

  • #. Lid 1 is niet van toepassing op functies voor het geven van onderwijs, bij instellingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, voor zover het tijdelijk bedoelde arbeidsovereenkomsten betreft, ter voorziening in een tijdelijke vacature dan wel bij vervanging van een tijdelijk afwezige werknemer. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over onder andere de aantallen en de duur van de deze tijdelijk bedoelde arbeidsovereenkomsten.

  • ##. De voordracht voor het krachtens het #-de lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is voorgelegd.

Toelichting

Dit amendement regelt dat invalmeesters en -juffen in het primair onderwijs en het speciaal onderwijs worden uitgezonderd van de ketenbepaling (art. 7:668a lid 1 BW) uit de Wet Werk en Zekerheid.

Met de tweede nota van wijziging bij dit wetsvoorstel is een extra uitzonderingsgrond geformuleerd, zodat seizoenarbeiders van de ketenbepaling kunnen worden uitgezonderd onder bepaalde voorwaarden. Omdat ook rond invalkrachten veel problemen worden verwacht met de ketenbepaling, vindt de indiener het voor de hand liggen het wetsvoorstel ook met een bepaling over invalkrachten aan te vullen.

In Boek 7:668a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek wordt geregeld dat arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die elkaar binnen zes maanden opvolgen na 24 maanden gelden als aangegaan voor onbepaalde tijd. Lid 8 maakt een uitzondering mogelijk voor bij ministeriële regeling aangewezen groepen via collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door een bevoegd bestuursorgaan. Het is de indiener van het amendement gebleken dat in het primair en speciaal onderwijs invalkrachten behoefte hebben aan een uitzondering van de ketenbepaling. De indieners menen echter dat deze uitzondering niet bij ministeriële regeling zou moeten plaatsvinden en evenmin afhankelijk zou moeten zijn van afspraken tussen sociale partners, zoals wel het geval is bij de uitzonderingsmogelijkheid in lid 8, omdat de problemen raken aan het functioneren van het bijzonder primair onderwijs en speciaal onderwijs. Eerder is overwogen dat scholen voor invalkrachten zouden kunnen werken met pools van leerkrachten in vaste dienst die voor een regio invalwerk zouden kunnen doen. Maar voor met name basisscholen van een betrekkelijk kleine richting en voor het speciaal onderwijs zijn de kosten van zo’n pool moeilijk te dragen. Het is bovendien onwenselijk dat op dit punt een verschil ontstaat met het openbaar onderwijs, dat niet onder de strekking van de Wet Werk en Zekerheid valt. Dat rechtvaardigt volgens de indiener een uitzondering in de wet, in plaats van een uitzondering bij ministeriële regeling en via een collectieve arbeidsovereenkomst.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien wenselijk in overleg met de sociale partners, nadere voorwaarden worden gesteld aan de uitzondering voor invalkrachten om misbruik van de bepaling te voorkomen.

Mocht initiatiefvoorstel 32.550, wet normalisering rechtspositie ambtenaren, door de Eerste Kamer worden aangenomen en in werking treden, dan vallen ook invalkrachten in het openbaar onderwijs onder de in dit amendement beoogde uitzondering.

Schouten Pieter Heerma Van Weyenberg

Naar boven