Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
Aan hoofdstuk V wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 18a
Aan artikel 668a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt een lid toegevoegd, luidende:
13. Bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe
bevoegd bestuursorgaan kunnen de tussenpozen, bedoeld in lid 1, onderdelen a en b,
worden verkort tot ten hoogste drie maanden, voor bij die overeenkomst of regeling
aangewezen functies, die als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden
gedurende een periode van ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend
en niet aansluitend door dezelfde werknemer kunnen worden uitgeoefend gedurende een
periode van meer dan negen maanden per jaar.
Toelichting
In deze nota van wijziging wordt voorgesteld te komen tot een wijziging van de ketenbepaling
zoals opgenomen in artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek. De voorgestelde wijziging
houdt in dat de zogenoemde tussenpoos van ten hoogste zes maanden bij cao kan worden
teruggebracht naar ten hoogste drie maanden voor functies waarin de werkzaamheden
als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden seizoensgebonden zijn
en gedurende ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden verricht. Door de mogelijkheid
de tussenpoos te verkorten van ten hoogste zes naar ten hoogste drie maanden kan voor
deze functies de tussenpoos van drie maanden uit de ketenbepaling zoals die luidde
voor 1 juli 2015 weer worden toegepast. Dit wordt gerechtvaardigd geacht, enerzijds
gelet op de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering die wordt bepaald door de hiervoor
genoemde omstandigheden, anderzijds nu het functies betreft waarbinnen de werkzaamheden
(als gevolg daarvan) slechts gedurende een gedeelte van het jaar kunnen worden verricht
en het mettertijd (moeten) aangaan van een contract voor onbepaalde tijd niet in de
rede ligt. Die verplichting zal er uiteindelijk toe leiden dat de arbeidsrelatie wordt
beëindigd wat uiteraard niet in het belang is van de werknemers die het betreft, noch
in het belang van werkgevers.
Het kabinet hecht eraan dat cao-partijen zelf kunnen besluiten over het verkorten
van de hiervoor genoemde tussenpoos. Zij zijn immers het beste in staat om te beoordelen
welke functies hiervoor in aanmerking komen, zoals onlangs ook is gebleken bij het
sluiten van het akkoord voor de land- en tuinbouwsector. Anders dan nu het geval zijn
partijen door deze aanpassing voor het realiseren van dergelijke afspraken niet langer
afhankelijk van de mogelijkheid die de wet biedt om bij ministeriele regeling de ketenbepaling
voor daarbij te bepalen functies buiten toepassing te verklaren. Zij kunnen zelf bepalen
voor welke functies afwijking van de hoofdregel noodzakelijk is en hieraan zo nodig
voorwaarden verbinden. Het kabinet meent dat er wel een beperking moet worden aangebracht
ten aanzien van de functies waarvoor de tussenpoos van de ketenbepaling kan worden
verkort. Deze mogelijkheid zal niet gelden wanneer het functies betreft die aansluitend
door dezelfde werknemer kunnen worden vervuld waarmee een aaneengesloten periode van
negen maanden wordt overschreden. In een dergelijke situatie ligt het immers meer
voor de hand om een langer durend (al dan niet tijdelijk) dienstverband aan te gaan
in plaats van telkens kortdurende tijdelijke contracten. Voor functies waarin de werkzaamheden
in de regel gedurende langer dan negen maanden per jaar worden verricht, kan gebruik
worden gemaakt van de reeds bestaande mogelijkheid om de ketenbepaling bij cao te
verruimen tot maximaal 6 contracten in een periode van ten hoogste 4 jaar als dat
noodzakelijk wordt geoordeeld.
Met de formulering wordt bereikt dat de regeling bijvoorbeeld van toepassing is op
seizoensarbeid in de land en tuinbouw sector, de horeca (bijvoorbeeld strandtenten)
en recreatiesector (bijvoorbeeld campings die niet gedurende het hele jaar open zijn),
de amateursport (voor zover als gevolg van genoemde omstandigheden gedurende een deel
van het jaar beoefend) en het begeleiden bij gehandicaptenvakanties als dat gedurende
slechts een deel van het jaar kan door een werknemer omdat het werkzaamheden betreft
die specifieke vaardigheden van de begeleiders vereisen (bijvoorbeeld: begeleiden
bij skivakanties vereist andere vaardigheden dan het begeleiden bij zomeractiviteiten).
De regeling geldt uiteraard ook voor andere sectoren die functies kennen die aan de
vereisten voor het maken van een uitzondering voldoen. Het is aan cao-partijen om
te beoordelen of dat het geval is waarbij het ook aan hen is om in functies te differentiëren
naar perioden waarin die kunnen worden uitgeoefend als dat gelet op de intrinsieke
aard van de bedrijfsvoering noodzakelijk is. In dit verband wordt als voorbeeld genoemd
de functie van receptionist. Receptionisten zijn soms wel en soms niet het hele jaar
door nodig, bijvoorbeeld omdat er in het winterseizoen minder gasten zijn dan in het
zomerseizoen. De oplossing is dan in de cao twee functies te definiëren: de functie
van receptionist die het hele jaar door kan worden vervuld en een aparte functie voor
receptionist tijdens het zomerseizoen.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L.F. Asscher