Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634359 nr. 17

34 359 Tijdelijke regels inzake het opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen aan personen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of die voornemens zijn zich aan te sluiten bij terroristische strijdgroepen en inzake het weigeren en intrekken van beschikkingen bij ernstig gevaar voor gebruik ervan voor terroristische activiteiten (Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding)

Nr. 17 AMENDEMENT VAN HET LID KUZU

Ontvangen 28 april 2016

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Aan artikel 2 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur worden omschrijvingen gegeven van de gedragingen die kunnen leiden tot het opleggen van een maatregel, bedoeld in het eerste lid.

  • 4. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is voorgelegd, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.

Toelichting

De indiener van dit amendement steunt alle redelijke, rechtstatelijke en proportionele maatregelen die genomen worden in het kader van de bestrijding van terrorisme. Het voorliggende wetsvoorstel kan in de huidige tijden van dreiging een dergelijke maatregel zijn, maar dan moet er naar de mening van de indiener wel tegemoet gekomen worden aan een bezwaar.

De interpretatievrijheid die naar de mening van de indiener van het wetsvoorstel gepaard dient te gaan met de formulering «op grond van zijn gedragingen in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan» uit artikel 2 van het voorliggende wetsvoorstel, loopt naar de mening van de indiener van dit amendement te veel risico om te leiden tot willekeur in de uitvoering.

De indiener van dit amendement beoogt daarom, mede op grond van het advies van de afdeling Advisering van de Raad van State, door middel van een algemene maatregel van bestuur door de regering nader te laten omschrijven voor welke gedragingen een bestuurlijke maatregel kan worden opgelegd. Voor deze algemene maatregel van bestuur wordt tevens een zware voorhang geregeld. Dit betekent dat het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur naar de Kamers moet worden gestuurd en dat dertig leden kunnen vragen om een wet wanneer zij het niet eens zijn met de algemene maatregel van bestuur.

Kuzu