Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634359 nr. 15

34 359 Tijdelijke regels inzake het opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen aan personen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of die voornemens zijn zich aan te sluiten bij terroristische strijdgroepen en inzake het weigeren en intrekken van beschikkingen bij ernstig gevaar voor gebruik ervan voor terroristische activiteiten (Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding)

Nr. 15 AMENDEMENT VAN DE LEDEN DE GRAAF EN HELDER

Ontvangen 28 april 2016

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Na artikel 2a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2b

  • 1. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan, indien dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid, aan een persoon die op grond van zijn gedragingen in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan een vrijheidsontnemende maatregel opleggen.

  • 2. Een vrijheidsontnemende maatregel wordt opgelegd voor een periode van ten hoogste zes maanden, maar niet langer dan strikt noodzakelijk is voor de bescherming van de nationale veiligheid. De maatregel kan worden verlengd met een telkens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen periode van ten hoogste zes maanden.

  • 3. Een vrijheidsontnemende maatregel wordt ingetrokken zodra deze niet langer noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid.

  • 4. Indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit omtrent een vrijheidsontnemende maatregel, doet de rechtbank uitspraak binnen zeven dagen na instelling van het beroep.

  • 5. De rechtbank houdt bij de beoordeling van de het beroep rekening met feiten en omstandigheden die na het nemen van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel zijn opgekomen, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd. De rechtbank verzoekt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de wederpartij en de rechtbank te laten weten of de ingeroepen feiten en omstandigheden aanleiding zijn voor handhaving, wijziging of intrekking van het besluit.

  • 6. Indien de situatie dermate spoedeisend is dat Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de beslissing tot het opleggen of wijzigen van een vrijheidsontnemende maatregel niet tevoren op schrift kan stellen, maakt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de beslissing op een door hem te bepalen wijze aan de betrokkene bekend. In dat geval zorgt hij alsnog onverwijld voor de opschriftstelling en voor de bekendmaking aan belanghebbende overeenkomstig artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht.

Toelichting

Met dit amendement wordt administratieve detentie wettelijk mogelijk gemaakt. Iedereen die op grond van zijn of haar gedragingen in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten vormt een bedreiging voor de nationale veiligheid. Dit blijkt ook uit het Nationaal Dreigingsbeeld Terrorisme (DTN). In navolging van Israël moet Nederland een persoon die op grond van zijn gedragingen in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan daarom preventief kunnen vastzetten ter bescherming van de nationale veiligheid. Op voordracht van de AIVD of de MIVD, al dan niet in samenspraak met het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie, wordt een potentiële terrorist bij de Minister van Binnenlandse Zaken voor administratieve detentie voorgedragen. De Minister beslist of de betreffende persoon al dan niet preventief wordt vastgezet. Elk half jaar kan de Minister besluiten de administratieve detentie te verlengen met een half jaar. Doordat de betrokkene rechtstreeks tegen het besluit in beroep kan gaan bij de rechtbank, is een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke toetsing gewaarborgd. Om geen kostbare tijd te verspillen en in het kader van de veiligheid heeft het ingestelde beroep, conform het huidige artikel 6:16 van de Algemene Wet Bestuursrecht, geen opschortende werking.

De Graaf Helder