Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634359 nr. 10

34 359 Tijdelijke regels inzake het opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen aan personen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of die voornemens zijn zich aan te sluiten bij terroristische strijdgroepen en inzake het weigeren en intrekken van beschikkingen bij ernstig gevaar voor gebruik ervan voor terroristische activiteiten (Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding)

Nr. 10 AMENDEMENT VAN HET LID VAN TOORENBURG

Ontvangen 26 april 2016

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Na artikel 2a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2b

  • 1. In gevallen waarin met het oog op de lokale veiligheid en handhaving van de openbare orde een beslissing van Onze Minister niet kan worden afgewacht, kan de burgemeester een maatregel als bedoeld in artikel 2 opleggen, met dien verstande dat de burgemeester in de plaats treedt van Onze Minister in artikel 2, tweede lid, onder a.

  • 2. De burgemeester meldt een besluit als bedoeld in het eerste lid onverwijld aan Onze Minister.

  • 3. Artikel 2a, eerste tot en met derde lid, en 7, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

II

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «2 en 3» vervangen door: 2, 2b en 3.

2. In het eerste, tweede, derde en vijfde lid wordt na «Onze Minister» telkens ingevoegd: of de burgemeester.

III

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «2 en 3» vervangen door: 2, 2b en 3.

2. In het tweede lid wordt na «Onze Minister» ingevoegd: of de burgemeester.

IV

In artikel 8, eerste lid, wordt na «2, eerste lid,» ingevoegd: 2b, eerste lid,.

Toelichting

Onderhavig wetsvoorstel legt de beslissingsbevoegdheid inzake bestuurlijke maatregelen in de strijd tegen terrorisme en het voorkomen van aanslagen bij de Minister van Veiligheid en Justitie. Ten aanzien van de maatregelen omtrent het gebiedsverbod, meldplicht en contactverbod (artikel 2) betekent dat een trendbreuk ten aanzien van de huidige praktijk. In goed bestuurlijk overleg met het OM en de politie wordt thans besloten tot toepassing van deze middelen.

Ten aanzien van de «Nederlandse terreurbestrijding» wordt veelal geroemd de lokale samenwerking om radicalisering en gewelddadig jihadisme te bestrijden. Door het College van pg’s is in de consultatieronde terecht aangegeven dat lokaal veel informatie beschikbaar is en in veel regio’s een multidisciplinair netwerk is opgebouwd, bestaande uit onder andere Reclassering Nederland, de Raad voor Kinderbescherming, Jeugdbescherming, de gemeente, politie en het OM. Deze zijn aldus in staat om in de praktijk de vaak diffuse informatie op de juiste waarde te schatten en te beoordelen of en, zo ja, welke maatregel moet worden genomen.

Indiener stelt in dit amendement voor om in acute noodsituaties, waarbij een beslissing en overleg met de Minister of diens diensten niet kan worden afgewacht, de burgemeester de bevoegdheid te geven om, uiteraard na overleg met de lokale driehoek, de bestuurlijke maatregelen genoemd in het voorgestelde artikel 2 van de wet, toe te passen. Dit geldt eveneens voor het nemen van een besluit over de toepassing van een technisch hulpmiddel met het oog op de naleving van het verbod zoals voorgesteld in dit amendement. Indiener neemt daarmee de voorgestelde beslissingsbevoegdheid niet volledig weg maar creëert een uitzonderingsclausule, zoals deze overigens ook wettelijk is voorgesteld voor de Minister van Veiligheid en Justitie door hem in spoedeisende situaties zonder overleg met het lokaal gezag een van de voorgestelde maatregelen te laten nemen (artikel 7 lid 1).

Evenals deze situatie zich klaarblijkelijk ook voor de Minister en zijn veiligheids- en inlichtingendiensten kan voordoen, wil indiener koste wat kost voorkomen dat door de voorgestelde overlegstructuur in crisissituaties tijd verloren gaat waardoor tegen een persoon tegen wie nog onvoldoende strafrechtelijke verdenkingen bestaan maar desalniettemin dreiging uitgaat voor de lokale veiligheid en openbare orde, niet bestuurlijk kan worden opgetreden. Het amendement geeft daarmee ruimte aan de lokale deskundigheid om in crisissituaties handelend op te treden.

Te denken valt informatie die het lokaal gezag en de justitiële autoriteiten ontvangt over de aanwezigheid van een persoon die op zeer korte termijn een (openbare) bijeenkomst zal verstoren, verbaal of fysiek en/of een al eerder opgelegd contact of gebiedsverbod zal overtreden met mogelijk ernstige gevolgen.

Van Toorenburg