Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202134352 nr. 208

34 352 Uitvoering en evaluatie Participatiewet

Nr. 208 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 maart 2021

Op 25 februari jl. is het rapport «Als verrekenen een beperking is» aangeboden aan de Landelijke Cliëntenraad, UWV, Divosa en aan SZW1. Gezien de uitkomsten van het onderzoek, hecht ik eraan u te laten weten dat ik samen met genoemde partijen opvolging ga geven aan de aanbevelingen, zodat ook mensen met een arbeidsbeperking met zo min mogelijk zorgen aan de slag kunnen.

Op voorspraak van de Landelijke Cliëntenraad heeft UWV subsidie beschikbaar gesteld om onderzoek te laten doen naar de aard en omvang van de problemen die mensen met een arbeidsbeperking ervaren bij de verrekening van inkomen uit werk met een uitkering. Het gaat daarbij om mensen met een uitkering op grond van de Wajong, WIA en WAO, die UWV uitvoert, en op grond van de Participatiewet, die gemeenten uitvoeren. De inkomstenverrekening gaat gelukkig in veel gevallen goed, met name bij mensen met een stabiel inkomen. Maar helaas ervaren te veel uitkeringsgerechtigden serieuze problemen.

Vooral kwetsbare groepen met wisselende inkomsten ondervinden financiële problemen, zo blijkt uit het onderzoek. Zij ervaren verrekening vaak als erg ingewikkeld, bijvoorbeeld bij het wisselen van baan of het uitbetaald krijgen van een dertiende maand. Daarnaast ontstaan problemen wanneer een werkgever loon per week of per vier weken uitbetaalt, terwijl de uitkering op maandbasis wordt berekend. Verder wordt ook het overschrijden van de jaargrens genoemd als complicerende factor bij de verrekening van de door UWV uitgevoerde regelingen. Dan blijkt vaak doorwerking naar toeslagen het geval. Deze inkomenseffecten zijn vaak niet meteen helder voor mensen, waardoor zij voor hen onverwacht met een inkomensverandering te maken hebben.

De onzekerheid over de hoogte van het besteedbaar inkomen (uit werk, uitkering en toeslagen) leidt bij een deel van de uitkeringsgerechtigden tot dusdanige stress dat zij aangeven niet bereid te zijn (meer uren) te gaan werken, of aangeven zelfs te (willen) stoppen met hun werk. Deze situaties staan op gespannen voet met wat we met elkaar willen bereiken: inkomensondersteuning en maximale participatie. Ik vind het daarom goed dat dit rapport op tafel ligt.

Gemeenten en UWV doen al veel om mensen te ondersteunen. Zo belt UWV mensen als er onvoldoende informatie voorhanden is om de hoogte van de inkomsten te kunnen beoordelen. Ook belt UWV wanneer een terugvordering nodig is, om te vragen of een betalingsregeling is gewenst. Vanuit het programma Simpel Switchen werken gemeenten samen met Divosa en SZW aan verbeteringen bij de uitvoering van de Participatiewet. Er zijn verschillende producten ontwikkeld, gericht op meer inkomenszekerheid voor mensen die te maken hebben met wisselende inkomstenbronnen uit werk en de bijstandsuitkering. Zo zijn er de Toolkit Snelle Aanvraag, Snel Besluit en de Toolkit Parttime werk ontwikkeld, gericht op inkomenszekerheid voor burgers. Daarnaast is er een Experience game opgezet waarmee gemeentelijke politiek, management en uitvoering in de huid kruipen van mensen die te maken krijgen met de overgang van werk naar uitkering en weer terug. Tot slot is er een online rekentool ontwikkeld door het Nibud, de «van uitkering naar werk berekenaar». Hiermee krijgen mensen meer inzicht in hun toekomstige inkomenspositie. Voor meer informatie verwijs ik u naar de brief over Simpel Switchen van 9 november 2020.2

Daarnaast zijn met de vereenvoudiging van de Wajong de onderliggende rekenregels geharmoniseerd en vereenvoudigd. Door het wegnemen van onder andere de zogenoemde «zaagtand» in de Wajong is deze problematiek met ingang van 2021 voor een belangrijk deel geëlimineerd.

Dit rapport maakt evenwel duidelijk dat er meer nodig is. De onderzoekers doen concrete aanbevelingen die kunnen helpen. Met dit rapport in de hand ga ik samen met UWV, Divosa, gemeenten, Landelijke Cliëntenraad en uitkeringsgerechtigden op zoek naar oplossingen, al zal het niet eenvoudig zijn. Inkomensverrekening blijft een complex vraagstuk, waarin wetten, de uitvoering ervan en het doen-vermogen van de uitkeringsgerechtigde in elkaar grijpen.

Verbeteringen zijn te vinden in de dienstverlening en de communicatie. UWV ziet in het rapport belangrijke aanknopingspunten om tot verbetering van de eigen dienstverlening te komen. UWV gaat bezien welke gerichte acties mogelijk zijn om deze groepen meer persoonlijk ondersteuning te bieden, beter te informeren en betrokkenen verder te «ontzorgen». De uitkomsten van dit onderzoek worden betrokken bij Simpel Switchen, waarbij vele partijen samenwerken om de overgang van uitkering naar werk te versoepelen. Dit zal worden besproken aan de aangekondigde ronde tafels en het bijbehorende whitepaper over mogelijkheden tot maatwerk in de Participatiewet.

Daarnaast zal voor elk van de regelingen de onderliggende systematiek worden heroverwogen, inclusief bijvoorbeeld de «zaagtand» die in WAO nog bestaat. Bij deze heroverweging zal het burgerperspectief nadrukkelijk worden betrokken, bijvoorbeeld door het uitvoeren van klantreizen. Ik wil daarbij wel benadrukken dat de onderliggende oorzaken niet van vandaag op morgen zijn opgelost. Mede vanwege de financiële prikkels die onderdeel uitmaken van de rekenregels, vraagt dit om fundamentele keuzes. Binnen de urgentie die ik voel om hiermee aan de slag te gaan, staat zorgvuldigheid voorop om recht te doen aan het rapport.

Uiterlijk in de maand mei kunt u mijn brief verwachten waarmee ik u verder zal informeren over de aanpak en voortgang van de acties die al op korte termijn worden genomen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 34 352, nr. 198