Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202034352 nr. 191

34 352 Uitvoering en evaluatie Participatiewet

Nr. 191 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2019

Op 28 juni 2019 heb ik u geïnformeerd over de bestuurlijke afspraken die ik op 11 april 2019 samen met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media heb gemaakt met de overheids- en onderwijssectoren.1

In dit akkoord hebben de sectoren uitgesproken dat zij hun verantwoordelijkheid nemen voor hun aandeel in het behalen van de Banenafspraak en hebben zij afgesproken elk een werkagenda op te stellen met concrete acties om banen te realiseren. Het bestuursakkoord vraagt de sectoren en werkgevers ook om doelstellingen en resultaten te laten zien.

Het bestuurlijk akkoord en de werkagenda’s zijn een goede en belangrijke stap bij de implementatie van de Banenafspraak. De overheids- en onderwijssectoren benadrukken hiermee dat zij het belangrijk vinden om mensen met een arbeidsbeperking werk te bieden in hun organisaties en zo volwaardig mee te laten doen in de maatschappij.

Het is positief om te zien dat de werkgevers voortvarend aan de slag zijn gegaan met hun werkagenda’s. Zij hebben deze op het bestuurlijk niveau van de sector vastgesteld en eind juni gepubliceerd op de site van het Verbond Sectorwerkgevers Overheid. Het akkoord en de werkagenda’s maken het ook beter mogelijk voor regionale en sectorale stakeholders om hierover in gesprek te gaan met «hun» werkgevers en sectoren en goede voorbeelden te verspreiden.

Ik ben zeer verheugd over deze werkplannen. Zij zijn een mooie eerste stap. Dit neemt niet weg dat er nog veel werk te verzetten is. Het komt nu aan op uitvoering van de plannen en realisatie van de banen.

In deze brief wil ik u nader informeren over de inhoud van de werkagenda’s en de vervolgstappen. In de bijlage2 bij deze brief treft u een overzicht aan van de meest in het oog springende acties en innovatieve projecten die de sectoren thans uitvoeren.

Werkagenda’s

De werkagenda’s zijn toegesneden op de eigen aard van en mogelijkheden en kansen binnen de sector. Acties die in het primair onderwijs bijvoorbeeld passend en effectief zijn, zijn dat niet vanzelfsprekend ook in de sector Defensie of Unie van Waterschappen. Zoals afgesproken in het bestuurlijk akkoord zijn waar mogelijk prognoses van de realisatie opgenomen. Dit maakt dat de werkagenda’s van elkaar verschillen.

Er komt ook een gemeenschappelijk beeld uit de werkagenda’s naar voren.

Zo staat de Banenafspraak periodiek op de agenda op bestuurlijk en/of managementniveau van elke sector. Dit is goed voor het draagvlak voor de banenafspraak binnen de sectoren. Alle sectoren hebben daarnaast een projectleider of dossierhouder aangesteld. Deze komen vier à vijf keer per jaar bijeen om kennis uit te wisselen of specifieke thema’s te bespreken. Door de vereenvoudiging van de banenafspraak wordt samenwerking tussen en binnen de sectoren mogelijk. De projectleiders bespreken ook welke samenwerkingsmogelijkheden verder verkend of uitgediept kunnen worden om meer banen te realiseren. Overal is er een centraal aanspreekpunt of helpdesk ingericht. Verder zijn in alle sectoren (gecertificeerde) jobcoaches beschikbaar.

Veel aandacht wordt besteed aan kennisuitwisseling en het delen van best practices in leernetwerken, op intranetten en in nieuwsbrieven. Ook worden regelmatig workshops en congressen georganiseerd en zijn er steeds meer bijeenkomsten in de arbeidsmarktregio’s om kennis te delen en afspraken te maken over concrete samenwerkingsprojecten. Tot slot zijn alle sectoren bezig een monitor in te richten om, zoals afgesproken in het Bestuurlijk Akkoord, jaarlijks verantwoording te kunnen afleggen over de activiteiten en resultaten.

Wat alle sectoren gemeenschappelijk hebben in de realisatie van banen is dat zij door middel van jobcarving en functiecreatie mensen met een arbeidsbeperking op individuele werkplekken van de organisatie inzetten. Dit houdt in dat delen van reguliere functies worden losgeknipt en samengevoegd tot een nieuw geschikt werkpakket. Waar dat effectief is, wordt ook gebruik gemaakt van plaatsingen in teamverband. Voorts zijn alle sectoren, anticiperend op de nieuwe wetgeving voor de aangekondigde vereenvoudiging van de banenafspraak, bezig om zich te oriënteren op de mogelijkheden om samen met de marktsector banen te realiseren. Sommige sectoren, te weten de ministeries, provincies, hogescholen, universiteiten en de Nationale Politie, zijn hier al verder mee gevorderd.

Parallelle trajecten

Hieronder volgt een aantal andere initiatieven die ik samen met mijn collega’s van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in gang heb gezet.

Samenwerking met de markt

Om de samenwerking tussen opdrachtgevers uit de overheid en hun leveranciers te stimuleren en faciliteren heb ik samen met De Normaalste Zaak eind september jongstleden een handreiking met stappenplan uitgebracht: Partnership en inkoopkracht. De handreiking is een resultaat van het project Partnerships voor meer banen, waarin in 15 proeftuinen vanuit bestaande contracten is gekeken hoe partnership kan bijdragen aan het realiseren van meer banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Het project wordt vanaf september 2019 uitgebreid om, zowel vanuit de overheid als vanuit de markt, meer partijen te stimuleren samen te werken.

125.000 banen

Ik ben blij te kunnen melden, in vervolg op de brief over de vereenvoudiging banenafspraak en quotumregeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 juli 20193, dat de heer Aart van der Gaag met ingang van september als boegbeeld en inspirator aan de slag is gegaan voor de overheid en het onderwijs. Zijn team maakt momenteel een ronde langs de sectoren met het aanbod aan producten en diensten.

Het is belangrijk dat de nieuwe mogelijkheden die de vereenvoudigde banenafspraak biedt, door werkgevers benut gaan worden. Door het opheffen van het onderscheid tussen markt en overheid en het stoppen van de focus op tellen, komt het belang van het creëren van banen voorop te staan. Het project van de heer Van der Gaag zal derhalve de focus leggen op drie verschillende onderdelen. Als eerste het actief motiveren van werkgevers. Dit houdt zowel het verder motiveren en ondersteunen van werkgevers die zich al bezighouden met de banenafspraak in als ook het inspireren en motiveren van werkgevers die nog geen ervaring hebben met de banenafspraak. Ten tweede het faciliteren van regionale samenwerking tussen alle betrokkenen en ten derde het verder uitwerken en onderzoeken van de mogelijkheden tot samenwerking tussen overheid en markt.

Overheidsbrede Kennisalliantie

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft uw Kamer in haar brief van 4 juli 2019 eveneens bericht dat ik een Kennisalliantie heb ontwikkeld. Deze Kennisalliantie is per 1 april 2019 voor de duur van twee jaar ingesteld als centraal punt waaruit overheidswerkgevers actief worden geïnformeerd over de banenafspraak. De Kennisalliantie werkt nauw samen met de hierboven genoemde inspirator.

Vervolg

De implementatie van de banenafspraak blijft onverminderd complex en intensief. Wel heeft het bestuursakkoord in combinatie met de voorstellen voor de vereenvoudiging van de banenafspraak een nieuw elan gebracht bij overheidssectoren en overheidswerkgevers. Ik ben blij om te zien dat de overheids- en onderwijssectoren voortvarend met het bestuursakkoord aan de slag zijn gegaan.

Ik hoop van harte dat het de ongeveer 2.500 werkgevers in de overheid en het onderwijs gaat lukken om in 2025 de afgesproken 25.000 extra banen te realiseren en er zo voor kunnen zorgen dat vele mensen met een arbeidsbeperking een goede werkplek vinden en behouden. De werkagenda’s en het pakket aan ondersteuning en instrumenten zijn hiervoor een goede basis. De werkagenda’s zijn voor de sectoren ook basis om in de komende jaren vanaf 2020 hun acties te actualiseren en steeds verder aan te scherpen. In mijn gebruikelijke bestuurlijke overleggen met de verschillende sectoren zal ik de werkagenda’s aan de orde blijven stellen.

Ik zie met belangstelling uit naar de jaarrapportages van de sectoren en zal uw Kamer daarover op de hoogte houden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops


X Noot
1

Kamerstuk 34 352, nr. 165

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Kamerstuk 34 352, nr. 168