Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634352 nr. 17

34 352 Uitvoering en evaluatie Participatiewet

Nr. 17 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 mei 2016

In mijn brief1 van 29 april jl. heb ik aangegeven u graag verder te informeren over de stand van zaken van de experimenten met de Participatiewet na mijn overleg met de wethouders van de 4 initiatiefgemeenten (Groningen, Utrecht, Tilburg en Wageningen). Het doel van experimenten op basis van de Participatie-wet is het onderzoeken van mogelijkheden om de wet doeltreffender uit te voeren (artikel 83). Experimenten zijn van meerwaarde als ze leiden tot wetenschappelijke kennis die uiteindelijk in de (beleids)praktijk toegepast kan worden.

De wethouders en ik zijn in ons recente overleg van 20 mei jl. overeengekomen dat de wetenschappelijke borging van de experimenten van groot belang is. We kijken nu samen hoe ZonMw – als onafhankelijke partij – met de universiteiten, die betrokken zijn bij de voorstellen van de 4 gemeenten, dat wetenschappelijk kader kan inrichten. ZonMw voert momenteel al het kennisprogramma Vakkundig aan het werk uit. Ook daarin staat onderzoek centraal naar wat werkt wat betreft interventies in het gemeentelijk domein van werk en inkomen2. Het wetenschappelijk kader dient onder meer te leiden tot wetenschappelijke standaarden van de experimenten met de Participatiewet, tot experimenten die beleidsmatig relevante informatie opleveren over de bevordering van uitstroom naar werk en tot vergelijkbaarheid van (uitkomsten van) verschillende experimenten.

Aangezien de resultaten van de experimenten pas over een aantal jaren beschikbaar zijn, vind ik het van belang om een breed politiek draagvlak te creëren en zorgvuldig de randvoorwaarden ook wetenschappelijk vorm te geven. Het wetenschappelijk kader is een belangrijke bouwsteen voor de AMvB, op basis waarvan de experimenten gestalte krijgen.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma


X Noot
1

Kamerstuk 34 352, nr. 15

X Noot
2

Zie Kamerstuk 28 719, nr. 94