Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201934352 nr. 130

34 352 Uitvoering en evaluatie Participatiewet

Nr. 130 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 oktober 2018

Uw Kamer heeft mij verzocht om aan te geven wat de gevolgen zijn van het opheffen van het onderscheid tussen markt en overheid voor de arbeidskansen bij overheidswerkgevers van mensen met een arbeidsbeperking, zoals de motie van Nijkerken-de Haan c.s.1 voorstelt. Met deze brief kom ik daar, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), aan tegemoet.

Wat de effecten van het opheffen van het onderscheid zijn, moet in het licht gezien worden van mijn brief van 7 september jongstleden2 over het brede offensief. In die brief schets ik de ambities van dit kabinet om meer mensen die een arbeidsbeperking hebben, kans te geven om aan het werk te komen. Werk hebben betekent namelijk veel in het leven van mensen en nu staan er te veel mensen ongewild langs de kant. Het brede offensief bestaat dan ook uit verschillende maatregelen die er voor moeten zorgen dat werkgevers meer mensen met een arbeidsbeperking aan nemen en die werken voor mensen met een arbeidsbeperking lonender maakt. Een zeer belangrijk onderdeel hiervan, die ook in de brief benoemd staat, is het verbeteren van de banenafspraak.

Ik wil naar een eenvoudiger systeem waarin werkgevers meer mogelijkheden krijgen om extra banen te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking en waarin we tegelijkertijd hun administratieve lasten verminderen. Ook wil ik het mogelijk maken dat banen via inkoop van diensten meetellen bij de inkopende werkgever.3 Verder wil ik dat de inleenadministratie overbodig wordt.

Het afschaffen van het onderscheid tussen overheid en markt past binnen dit streven. Het zal naar verwachting leiden tot meer mogelijkheden voor werkgevers, zowel binnen de markt als binnen de overheid, om banen te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit is hard nodig, want meer dan 90% van de werkgevers heeft nog niemand met een arbeidsbeperking in dienst. Ik heb om deze redenen de motie «oordeel Kamer» meegegeven met de uitdrukkelijke voorwaarde dat de afspraak voor de 125.000 banen overeind blijft. Aan deze afspraak wordt niet getornd.

Zoals ook de motie van Nijkerken-de Haan c.s. constateert, tellen in het huidige systeem banen die gerealiseerd worden via inkoop van diensten niet mee bij de inkopende werkgever. Overheidswerkgevers besteden veel diensten uit aan de markt. Deze banen die overheidswerkgevers via inkoop realiseren, tellen nu dus niet mee bij de overheid, maar bij de marktsector. Er bereiken mij signalen dat dit tot gevolg heeft dat werkgevers vooral bezig zijn met hoe en waar de banen meetellen. Sommige overheidswerkgevers gaan zelfs over tot inbesteding om de banen toch bij zichzelf mee te kunnen tellen. Het effect hiervan is juist dat er geen éxtra banen bijkomen. De discussies over waar een baan meetelt, staan het realiseren van extra banen dus in de weg voor mensen die niet vanzelf aan werk komen. En dit gebeurt terwijl mensen met een arbeidsbeperking vaak al op achterstand staan op de arbeidsmarkt.

Dat dit knelpunt in het huidige systeem zich voordoet en dat banen hierdoor niet gerealiseerd worden, is al langer bekend. In en buiten de Tweede Kamer is eerder al de wens uitgesproken om iets aan deze problematiek te doen. Er bestaat een brede wens om banen mee te laten tellen bij de inkopende werkgever. Verschillende onderzoeken hebben echter uitgewezen dat dit uitvoeringstechnisch te ingewikkeld is om te realiseren in het huidige systeem. Tegelijkertijd blijkt uit een verkenning in opdracht van het Ministerie van BZK4 hoe groot de potentie van het kunnen inzetten van de inkoopkracht van de sector overheid is om banen te realiseren. Met name schoonmaak en catering zijn veelbelovende sectoren, maar ook andere type werkzaamheden komen in aanmerking.

Tijdens het AO participatiewet op 12 september jongstleden (Kamerstuk 34 352, nr. 129) en ook tijdens het VAO Participatiewet op 26 september jongstleden (Handelingen II 2018/19, nr. 5) heeft uw Kamer haar zorg geuit over de resultaten van de overheid. Aan de prestaties van overheidswerkgevers besteedt het Kabinet al langere tijd aandacht. Ik ben mij terdege bewust van het feit dat de overheid de afgesproken aantallen voor de banenafspraak niet heeft gehaald. De resultaten van de overheidswerkgevers in 2017 laten een stijgende lijn zien, maar het vergt nog extra inspanningen om de inhaalslag te maken. Het Kabinet hecht er grote waarde aan dat deze inspanningen worden gedaan. Zo heb ik in mijn brief van 2 juli 20185 mede namens de Minister van BZK en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media uw Kamer geïnformeerd over de resultaten van het brede onderzoek naar de knelpunten en mogelijkheden voor de banenafspraak bij de overheid. Uit dit onderzoek blijkt onder andere dat er bij overheidswerkgevers veel goede wil bestaat om van de banenafspraak een succes te maken. Tegelijkertijd maakt het onderzoek duidelijk dat er bij overheidswerkgevers nog onbenut potentieel is om banen voor mensen met een arbeidsbeperking te realiseren. Naar aanleiding van dit onderzoek hebben wij de verantwoordelijke collega-ministers opgeroepen om de komende maanden te gebruiken om afspraken en acties uit te werken die dit potentieel benutten, onder meer door beter gebruik te maken van de mogelijkheden om in de eigen organisaties mensen met een arbeidsbeperking aan de slag te laten gaan. Er is toegezegd uw Kamer voor het einde van het jaar over deze acties en afspraken te informeren.

In aanvulling op deze reeds aangekondigde brief met afspraken en acties die opgestart zijn op basis van de uitkomsten van het brede onderzoek, heb ik, zoals u toegezegd in het debat op 26 september, contact opgenomen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Wij delen beiden uw opvatting dat overheidswerkgevers verantwoordelijk zijn voor het realiseren van hun aandeel in de banenafspraak. De wijzigingen in het systeem hebben tot doel om het voor alle werkgevers, dus ook die van de overheid, makkelijker te maken om extra banen re realiseren. Deze wijzigingen ontslaan overheidswerkgevers zeker niet van hun verantwoordelijkheden. Wij hebben daarom in ons overleg naar aanleiding van het VAO afgesproken dat we bestuurlijke afspraken willen maken met overheidswerkgevers. Deze afspraken moeten neerslaan in een concrete werkagenda waarvoor overheidswerkgevers verantwoordelijkheid nemen. Deze werkagenda bevat de activiteiten om te stimuleren en mogelijk te maken dat de extra banen er komen. Ook staat in de werkagenda de manier waarop overheidswerkgevers verder inzichtelijk zullen maken wat hun inspanningen en resultaten op de banenafspraak zijn.

Ik vind het van het grootste belang dat de 125.000 extra banen er komen. Banen bij reguliere werkgevers voor mensen met een arbeidsbeperking. Het kabinet heeft aangekondigd belemmeringen weg te nemen die het halen van deze afspraak in de weg staan. Zoals hiervoor al opgemerkt is het onderscheid tussen overheid en markt een van die belemmeringen. Het wegnemen van deze belemmering zal de mogelijkheden voor werkgevers om banen te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking vergroten. Dat laat onverlet dat ik samen met de Minister van BZK van overheidswerkgevers verwacht dat zij hun verantwoordelijkheid nemen, en dat zij alles in het werk stellen zodat mensen met een arbeidsbeperking hun kwaliteiten ook kunnen inzetten bij hen.

De Minister van BZK en ik rekenen er daarom op dat de extra mogelijkheden die worden gecreëerd door het opheffen van het onderscheid tussen overheid en markt, overheidswerkgevers zal stimuleren om samen met marktpartijen de verschillende nieuwe mogelijkheden zullen toepassen. Ik denk daarbij aan het creëren van banen door de inkoop van diensten of andere (nieuwe) vormen van samenwerking.

Veel mensen met een beperking wachten nog op een kans op de arbeidsmarkt. Met het brede offensief ga ik samen met alle partners hun kansen vergroten. Uw Kamer ontvangt de komende periode twee brieven. De Minister van BZK informeert uw Kamer naar verwachting in het laatste kwartaal van 2018 over de resultaten van de acties om het potentieel bij overheidswerkgevers te benutten. Verder ontvangt u nog voor de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een uitwerking van de voorstellen van het brede offensief, en daarbij ook de nadere uitwerking van de nieuwe werkwijze voor de Banenafspraak.

Mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark


X Noot
1

Kamerstuk 34 352, nr. 126.

X Noot
2

Kamerstuk 34 352, nr. 115.

X Noot
3

Bij inkoop van diensten koopt een werkgever diensten in bij een andere werkgever, bijvoorbeeld schoonmaak of catering. De banen die via inkoop van diensten worden gerealiseerd tellen in het huidige systeem mee bij de werkgever die de diensten aanbiedt en niet bij de werkgever die de diensten inkoopt.

X Noot
4

Kamerstuk 34 352, nr. 112.

X Noot
5

Kamerstuk 34 352, nr. 113.