34 331 Aanpassing van onder meer de Wet studiefinanciering BES met het oog op codificatie van de ontstane uitvoeringspraktijk van de studiefinanciering BES, verruiming van het toepassingsbereik van de studiefinanciering BES naar Canada en doorvoering van diverse technische verbeteringen en kleine beleidsmatige wijzigingen (Aanpassingswet studiefinanciering BES)

Nr. 4 NADER RAPPORT1

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt/uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de Raad van State).

Hieronder is opgenomen het nader rapport d.d. 22 oktober 2015, aangeboden aan de Koning door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 8 juli 2015, nr. 2015001219, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen.

Dit advies, gedateerd 29 juli 2015, nr. W05.15.0226/l, bied ik U hierbij aan.

Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om twee kleine beleidsmatige wijzigingen en een technische verbetering toe te voegen aan het wetsvoorstel. Deze voorstellen passen thematisch (studiefinanciering) of territoriaal (Caribisch Nederland) bij dit wetsvoorstel zijn om de hierna genoemde redenen bij deze gelegenheid toegevoegd aan dit wetsvoorstel. Het gaat om de volgende drie onderwerpen, die zijn toegelicht in het algemeen deel en het artikelsgewijze deel van de memorie van toelichting.

  • 1. Verlenging overgangsbepaling onderwijshuisvesting Caribisch Nederland; zie de artikelen II, III en IV, van het wetsvoorstel en paragraaf 3.1 van de memorie van toelichting. Door de wijziging ruim tevoren door te voeren, wordt gezorgd dat de wetgeving tijdig in overeenstemming wordt gebracht met de actuele planning van de nog lopende bouwprojecten.

  • 2. Verhoging boete voor onterecht bezit reisproduct in de Wet studiefinanciering 2000; zie artikel V, onderdelen A en C, van het wetsvoorstel en paragraaf 3.2 van de memorie van toelichting. Recente gegevens over de aantallen personen en de duur van hun onterecht kaartbezit leidt tot de conclusie dat de verbetering van de communicatie onvoldoende helpt om het onterecht bezit van het reisproduct terug te dringen. Er moet daarom snel op een andere manier worden ingegrepen. Door de voorgestelde verhoging ruim voor de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2017 in de wet te verankeren kunnen studenten er tijdig op anticiperen, kan DUO er uitgebreid over communiceren en heeft de maatregel de maximale ruimte om preventief te werken.

  • 3. Technische verbetering van artikel 5.2 van de Wet studiefinanciering 2000; zie artikel V, onderdeel B, van het wetsvoorstel en paragraaf 3.2 van de memorie van toelichting. Omdat deze wijziging wordt voorgesteld met terugwerkende kracht, is snelle inwerkingtreding geboden.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker


X Noot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven