Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2015-201634300-V nr. D

34 300 V Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2016

D VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 26 januari 2016

Tijdens het beleidsdebat van 24 maart 2015 over de internationale veiligheidsstrategie deed de Minister van Buitenlandse Zaken naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Schrijver (PvdA) en Kox (SP), de toezegging de Eerste Kamer te informeren over de ontwikkelingen in het proces van erkenning van de Palestijnse staat door de Nederlandse regering. Dit deed hij met de brief van 18 september 2015 in reactie op het halfjaarlijks rappel toezeggingen (EK 34 300 V, A). De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking1 heeft de toezegging daarmee als voldaan beschouwd. Toch hebben de leden van de fracties van de VVD, D66, SP, PvdA en GroenLinks nog enkele vragen gesteld aan de Minister op 8 december 2015.

De Minister heeft op 25 januari 2016 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Gradenwitz

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Minister van Buitenlandse Zaken

Den Haag, 8 december 2015

Tijdens het beleidsdebat over de internationale veiligheidsstrategie, gehouden op 24 maart 2015 in de Eerste Kamer, deed u naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Schrijver (PvdA) en Kox (SP), de toezegging de Eerste Kamer te informeren over de ontwikkelingen in het proces van erkenning van de Palestijnse staat door de Nederlandse regering. Dit deed u met de brief van 18 september 2015 in reactie op het halfjaarlijks rappel toezeggingen (EK 34 300 V, A). De commissie heeft de toezegging daarmee als voldaan beschouwd. Toch hebben de leden van de fracties van de VVD, D66, SP, PvdA en GroenLinks nog enkele vragen die zij u graag schriftelijk voorleggen.

In uw brief schetst u met name het standpunt van de Nederlandse regering waar het gaat om het moment van erkenning van de Palestijnse Staat. De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) zouden graag een meer algemene toelichting krijgen van de regering over de specifieke inzet van de regering en de activiteiten die zij onderneemt ten aanzien van het proces van erkenning. Kunt u een uitgebreidere toelichting geven op de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan ten aanzien van het proces van erkenning van de Palestijnse staat, zowel bilateraal als in EU-verband?

De leden van bovengenoemde fracties kijken met belangstelling uit naar de beantwoording van hun vragen en verzoeken u binnen vier weken na dagtekening van deze brief te antwoorden.

Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, N.J. Schrijver

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 januari 2016

Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) van 8 december 2015 met kenmerk 158394u inzake Toezegging T02114 over de erkenning van de Palestijnse Staat.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

Antwoord van de Minister van Buitenlandse Zaken aan de leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) zouden graag een meer algemene toelichting krijgen van de regering over de specifieke inzet van de regering en de activiteiten die zij onderneemt ten aanzien van het proces van erkenning. Kunt u een uitgebreidere toelichting geven op de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan ten aanzien van het proces van erkenning van de Palestijnse staat, zowel bilateraal als in EU-verband?

Ontwikkelingen ten aanzien van erkenning

Het Palestijnse leiderschap blijft internationaal aandringen op erkenning door zoveel mogelijk landen. Deze oproep wordt zowel in bilaterale contacten gedaan als via oproepen aan de internationale gemeenschap middels toespraken en persverklaringen.

De belangrijkste ontwikkeling sinds de brief aan uw Kamer van 18 september 2015 met kenmerk 2015.8598 is de stemming in het Griekse parlement dat op 22 december een niet-verbindende resolutie heeft aangenomen waarin de Griekse regering wordt opgeroepen de noodzakelijke stappen te nemen voor erkenning van een Palestijnse staat en alle mogelijke diplomatieke inspanningen te plegen voor de hervatting van de onderhandelingen.

Inzet kabinet en activiteiten

Zoals bekend wil het kabinet overgaan tot erkenning op een strategisch moment als het effectief, reëel en opportuun is in het kader van de onderhandelingen. Erkenning is uiteraard effectiever indien ertoe wordt overgegaan door zoveel mogelijk EU-lidstaten. Dit is ook besproken met de Palestijnse Autoriteit in bilaterale gesprekken. De PA waardeert dat deze positie meer flexibiliteit biedt, maar dringt desondanks aan op daadwerkelijke erkenning.

Met diverse Europese landen is het afgelopen jaar gesproken over een mogelijke erkenning, waarbij de meeste een soortgelijke positie als Nederland innemen. Het Zweedse voorbeeld is niet gevolgd door andere landen en heeft ook niet geleid tot een Palestijnse staat.


X Noot
1

Samenstelling:

Kox (SP) (vice-voorzitter), Elzinga (SP), Ten Hoeve (OSF), Van Kappen (VVD), Kuiper (CU), Schaap (VVD) (vice-voorzitter), Strik (GL), Knip (VVD), Barth (PvdA), Faber-van de Klashorst (PVV), De Graaf (D66), De Grave (VVD), Hoekstra (CDA), Martens (CDA), Schrijver (PvdA) (voorzitter), Van Apeldoorn (SP), Van Dijk (SGP), Lintmeijer (GL), Knapen (CDA), Markuszower (PVV), Van Rij (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Schaper (D66), Stienen (D66), Teunissen (PvdD), Vreeman (PvdA), Van Weerdenburg (PVV)