Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 maart 2024
Op 11 april 2023 was er een mondeling overleg2 met uw commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving over het instrument
milieueffectrapportage (mer). Daar zijn onder andere vragen gesteld over het inzetten
van een bestuurlijk overleg om ook onder bestuurders het belang van mer op het netvlies
te krijgen. Ik heb toegezegd het instrument mer te agenderen in het bestuurlijk overleg
Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT), het bestuurlijk overleg
Leefomgeving (BO Leefomgeving) en een bestuurlijk overleg over Mobiliteit (BO over
Mobiliteit). Daarnaast is toegezegd om het onderwerp mer structureel bij het Bestuurlijk
Omgevingsberaad te agenderen (BOb).3
Deze overleggen hebben het afgelopen jaar plaatsgevonden. Onderstaand vindt u een
samenvatting van de bestuurlijke overleggen waar het instrument mer aan bod is geweest.
1. Bestuurlijk Omgevingsberaad
Mer stond op de agenda van het BOb van 29 maart 2023. Het BOb vindt minimaal drie
keer, maar soms ook vier keer, per jaar plaats. Vaste deelnemers van het BOb zijn
de bestuurlijke vertegenwoordigers van het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging
Nederlandse Gemeenten (VNG), de Unie van Waterschappen (UvW), het Openbaar Ministerie
(OM), en de bewindspersonen van de Ministeries Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(BZK), Justitie en Veiligheid (JenV), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Infrastructuur
en Waterstaat (IenW). Het doel van de agendering was om aandacht te vragen voor het
instrument mer. Hierbinnen zijn drie hoofdonderwerpen behandeld: bespreking jaarlijkse
registratie mer, uitwisseling best practices en lessons learned en beschikbare kennis
en informatie. Daarnaast zijn de deelnemers van het BOb gewezen op de toepassing van
mer bij de nieuwe instrumenten omgevingsvisies en omgevingsplannen, en zijn ze opgeroepen
om eventuele behoeftes aan kennis en informatie over mer aan het Ministerie van IenW
kenbaar te maken. De jaarlijkse agendering van mer wordt gekoppeld aan de monitorrapportage.
2. Bestuurlijke Overleggen MIRT
In de BO’s MIRT van 6, 7 en 9 november 2023, met de vijf MIRT-regio’s en de goederenvervoercorridors4, is het onderwerp mer geagendeerd.
Deze agendering van mer is terug te vinden in de Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen
MIRT 20235, die als bijlage bij de MIRT-brief is meegestuurd aan de Tweede Kamer:
-
• Conform de toezegging aan de Eerste Kamer, is het instrument mer geagendeerd in de
BO’s MIRT 2023.
-
• Rijk, waterschappen en regio onderschrijven het belang van de mer als waardevol instrument
in de besluitvorming over ruimtelijke projecten.
-
• Informatiebehoefte op het gebied van mer kan worden ingebracht bij IenW.
3. Bestuurlijk Overleg Leefomgeving
Het BO Leefomgeving heeft op 13, 15, 16 en 22 juni 2023 plaatsgevonden.6 Tijdens deze overleggen hebben de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
de Minister van Economische Zaken, de Minister voor Natuur en Stikstof, de Minister
van IenW, en ik gesproken met vertegenwoordigers van de verschillende regio’s. Het
onderwerp mer is meegenomen op de agenda en genoemd tijdens het BO. De kern van de
agendering was het zo breed mogelijk duidelijk maken dat er mer-plichten zijn én dat
het Ministerie van IenW aanbiedt om extra ondersteuning te geven als dat gewenst is.
4. Bestuurlijk Overleg over Mobiliteit
Eén à twee keer per jaar wordt een niet besluitvormend bestuurlijk gesprek met de
koepels georganiseerd. De meest recente heeft op 10 januari 2024 plaatsgevonden. Deelnemers
aan dit gesprek waren IPO, VNG, Vervoersregio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam
Den Haag, de Minister van IenW en ik. Het onderwerp mer is aan bod geweest om aandacht
te vragen voor een goede toepassing van het instrument mer en voor de verbinding met
de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Er is gevraagd of er behoefte is aan ondersteuning
bij de toepassing van dit instrument. De aanwezigen gaven aan dat over de mer voldoende
kennis en ervaring binnen de organisatie beschikbaar is.
Met deze brief beschouw ik de toezeggingen T03577 en T03277 als afgehandeld.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen