Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634279 nr. 21

34 279 Wijziging van de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Zorgverzekeringswet

Nr. 21 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN BERGKAMP EN VAN WEYENBERG TER VERVANGING VAN NR. 14

Ontvangen 29 maart 2016

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel C, wordt artikel 3.3.6 gewijzigd als volgt:

1. Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2a. Indien de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, is verstreken en er zicht op is dat binnen afzienbare tijd na het aflopen van die termijn zorg geboden kan worden in de instelling van de voorkeur van de verzekerde, kan de Wlz-uitvoerder of het zorgkantoor na overleg met de verzekerde de termijn verlengen tot het moment dat de verzekerde zijn recht op zorg met verblijf in die instelling tot gelding kan brengen.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder toepassing kan worden gegeven aan dit artikel.

Toelichting

De zorgplicht van het zorgkantoor houdt in dat cliënten binnen een redelijke termijn en binnen een redelijke afstand van waar zij wonen in een instelling kunnen gaan verblijven. Hieraan wordt een grens gesteld van maximaal dertien weken. De initiatiefnemers delen de opvatting dat er binnen deze dertien weken een alternatief geboden moeten worden door het zorgkantoor, dat voldoet aan de voorwaarden die in de wet worden gesteld. De indieners zijn echter van mening dat de termijn van 13 weken moet kunnen

worden verlengd indien er zicht op is dat er binnen afzienbare tijd na het aflopen van die termijn een plek vrijkomt in de instelling die de voorkeur heeft van de cliënt. De inschatting of er binnen een afzienbare tijd een plek vrijkomt in de voorkeursinstelling is aan het zorgkantoor en de zorginstelling om te maken. In overleg met de cliënt kan dan bepaald worden of de overbruggingsperiode wordt voortgezet totdat de plek in de voorkeursinstelling is vrijgekomen. Dit amendement geeft cliënten dus niet het recht op een plek in hun voorkeursinstelling, maar creëert wel de mogelijkheid om in gezamenlijk overleg de overbruggingszorg te verlengen, wanneer binnen afzienbare tijd een plek vrijkomt in de voorkeursinstelling. Indien na het verstrijken van de al dan niet verlengde termijn voor de overbruggingszorg de verzekerde besluit niet in te gaan op het aanbod dat het zorgkantoor hem heeft gedaan, krijgt de verzekerde zorg thuis geleverd via een regulier mpt of vpt waarop de voorwaarden van verantwoorde en doelmatige zorg van toepassing zijn. De 13 weken grens is dus geen harde grens meer. Dit amendement geeft daarmee zowel het zorgkantoor als de cliënt meer flexibiliteit, en een beslissing wordt genomen op basis van overleg. Dit amendement beoogt niet om afbreuk te doen aan de inspanningen van het zorgkantoor bij het vinden van een adequaat zorgarrangement dat past bij de behoefte van de cliënt.

Ter waarborging van de zorgplicht van de zorgkantoren is in het vierde lid de mogelijkheid opgenomen om onder meer ten aanzien van de verlengingsbevoegdheid van de Wlz-uitvoerder of het zorgkantoor nadere regels te stellen bij ministeriële regeling.

Bergkamp Van Weyenberg