Ontvangen ter Griffie van de Tweede Kamer op 29 juni 2015.
De aanwijzing treedt ingevolge artikel 25a, vijfde lid, van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen in werking vier weken na toezending ervan aan de Tweede Kamer. De
aanwijzing vervalt indien de Tweede Kamer uiterlijk op 27 juli 2015 besluit dat zij
zich niet kan verenigen met de aanwijzing.
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2015
Hierbij bied ik u aan mijn besluit van 26 juni 2015, kenmerk BLKB2015/903M1. Het besluit betreft een aanwijzing als massaal bezwaar, gebaseerd op artikel 25a
van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Op grond van het vijfde lid van
dat artikel vervalt de aanwijzing indien uw Kamer binnen vier weken besluit zich niet
met de aanwijzing als massaal bezwaar te kunnen verenigen. De aanwijzing als massaal
bezwaar licht ik hierna toe.
De desbetreffende bezwaarschriften zien op de vraag of de vermogensrendementsheffing
zoals vastgelegd in artikel 5.2, eerste lid van de Wet IB 2001, op spaarsaldi naar
haar aard in strijd is met artikel 1, eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot
bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Naar de mening van het kabinet is die strijdigheid er niet. Dat staat overigens los
van de voornemens van het kabinet om te komen tot een herziening van het belastingstelsel.
De vermogensrendementsheffing in box 3 maakt daarvan uitdrukkelijk deel uit.2
In mijn antwoord van 13 november 2014 op Kamervragen van het lid Bashir3 over de bezwaarschriften tegen het fictieve rendement van de vermogensrendementsheffing,
heb ik onder meer aangegeven dat de inspecteur zou proberen om in gevallen waarin
geen sprake was van enige individuele grief overeenkomstig het daartoe strekkende
beleid van de Belastingdienst, een afspraak te maken om de beslissing op bezwaar aan
te houden totdat de belastingrechter in een andere zaak over hetzelfde geschilpunt
uitspraak zou hebben gedaan.
Inmiddels is het aantal bezwaarschriften aanzienlijk toegenomen, en ik verwacht een
verdere toename aangezien momenteel de aanslagen inkomstenbelasting 2014, waarin dezelfde
problematiek zich onveranderd voordoet, zijn / worden opgelegd.
Bovendien dienen inmiddels verschillende belastingadvieskantoren bezwaarschriften
met betrekking tot de vermogensrendementsheffing in.
Deze omstandigheden hebben mij doen besluiten om de regeling voor massaal bezwaar,
zoals bedoeld in artikel 25a van de AWR toe te passen.
De regeling van artikel 25a van de AWR houdt in dat de daarvoor in aanmerking komende
bezwaren worden aangehouden in afwachting van de uitkomst van een beperkt aantal gerechtelijke
procedures. Om de procedures te kunnen voeren zal ik in overleg met een representatieve
vertegenwoordiging van de betrokken fiscaal intermediairs een klein aantal bezwaarschriften
afzonderen. Zodra over deze bezwaarschriften een gerechtelijke procedure loopt, zal
ik de betreffende rolnummers bekendmaken. Hiermee wordt enerzijds de privacy van betrokkenen
gewaarborgd, terwijl anderzijds derden het verloop van de procedures kunnen volgen.
Als de belastingrechter (in principe de Hoge Raad) de Belastingdienst geheel in het
gelijk stelt, dan zal de daartoe in het besluit aangewezen inspecteur de als massaal
bezwaar aangewezen bezwaren binnen zes weken na het onherroepelijk worden van de gerechtelijke
uitspraak gezamenlijk afwijzen. Deze inspecteur doet hiertoe een collectieve uitspraak.
Deze wordt in de Staatscourant en op de website van de Belastingdienst bekendgemaakt.
Tegen deze collectieve uitspraak staat geen beroep open. Wel kan de individuele belanghebbende
die het niet eens is met de collectieve uitspraak, bij zijn «eigen» inspecteur binnen
een redelijke termijn een individuele uitspraak op bezwaar aanvragen. Tegen die individuele
uitspraak kan hij, alleen met betrekking tot de rechtsvraag, beroep instellen bij
de rechtbank.
De aanwijzing als massaal bezwaar treedt in werking vier weken na toezending van bijgaand
afschrift van mijn besluit aan uw Kamer, tenzij uw Kamer binnen die termijn besluit
zich niet met deze aanwijzing te kunnen verenigen. De inwerkingtreding van het besluit
heeft terugwerkende kracht tot en met de dagtekening van het besluit. De inspecteur
doet gedurende die vier weken geen uitspraak op de bezwaren waarvoor de regeling voor
massaal bezwaar wordt voorgesteld. Indien de aanwijzing door een besluit van Uw Kamer
vervalt, wordt de termijn voor het doen van uitspraak op de desbetreffende bezwaarschriften
verlengd met vier weken.
De Staatssecretaris van Financiën,
E.D. Wiebes