Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 maart 2016
Bij gelegenheid van de stemmingen over de moties ingediend bij de behandeling van
het wetsvoorstel ter verankering van het persoonsgebonden budget in de Zorgverzekeringswet
(Kamerstuk 34 233, nr. 2) heeft het Kamerlid Dik-Faber verzocht een brief te sturen over de uitvoering op
de motie met stuknummer 48. Met deze brief reageer ik op dat verzoek.
De motie verzoekt de regering om de algemene maatregel voor bestuur (AMvB) bij het
wetsvoorstel voor de zomer naar de Kamer te sturen, waarbij nadrukkelijk de brede
wens van de Kamer wordt meegenomen om bepalingen voor het Zvw-pgb en het pgb in de
Wet langdurige zorg (Wlz) zoveel mogelijk gelijk te trekken.
Zoals in het debat gewisseld naar aanleiding van de aangenomen amendementen en moties,
zal ik mijn uiterste best doen om de «moet-AMvB», die betrekking heeft op de voorwaarden die aan de verzekerde of zijn vertegenwoordiger
worden gesteld, voor de zomer bij de Tweede Kamer voor te hangen. Daarbij zal ik,
zoals de hier voorliggende motie vraagt, waar mogelijk de voorwaarden in de Wlz als
uitgangspunt nemen. Ten aanzien van de voorwaarden aan de inhoud van de zorg kan, zoals besproken, een AMvB aan de orde zijn, als daar op basis van de monitor en
de signalen van de NZa aanleiding toe is.
Op dit moment werk ik aan de «moet-AMvB». De planning daarbij is dat de concept-AMvB
in de komende maand wordt geconsulteerd bij ZN en Per Saldo, waarna de AMvB ruim voor
de zomer bij de Tweede en Eerste Kamer kan worden voorgehangen.
Vervolgens zal advies aan de Raad van State worden gevraagd. Afhankelijk van het verloop
van de voorhang bij het parlement en de advisering door de Raad zou de AMvB dan nog
op tijd bekend kunnen worden gemaakt om mee te nemen in de verzekeringspolissen voor
2017. Bij een voorspoedig verloop van deze procedures kan de AMvB, zoals het gewijzigde
wetsvoorstel verlangt, uiterlijk op 1 januari 2017 in werking treden.
In de AMvB zullen de volgende onderwerpen worden meegenomen:
-
– Regels over de voorwaarden die aan de verzekerde of diens vertegenwoordiger worden
gesteld om in aanmerking te komen voor een Zvw-pgb en gronden waarop het pgb moet
worden geweigerd.
-
– Dit is in lijn met het amendement Potters/Van Dijk1 dat voorschrijft dat regels over dit onderwerp worden gesteld. In lijn met de motie Bruins Slot c.s.2 zullen deze regels bovendien limitatief zijn. Uitgangspunt hierbij is dat, waar mogelijk,
wordt aangesloten bij de wijze waarop deze punten onder de Wlz zijn vastgelegd,
-
– Een nadere afbakening van de zorg waarvoor een Zvw-pgb kan worden verstrekt. Kraamzorg
wordt uitgezonderd van het Zvw-pgb en het Zvw-pgb wordt uitbreid voor bepaalde vormen
van zorg die bij intensieve kindzorg horen. De noodzaak om dit in de AMvB vast te
leggen is toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag3. Daarbij gaat het enerzijds om het feit dat, om wetstechnische reden, zonder deze
AMvB ook kraamzorg onder het Zvw-pgb zou vallen. Dat is echter nooit de bedoeling
geweest. Anderzijds is het wel de bedoeling dat ook kortdurend verblijf in het kader
van intensieve kindzorg met een pgb kan worden ingekocht.
-
– Een delegatiebepaling om bij ministeriële regeling de uurvergoeding vast te stellen
voor zorgverleners die niet onder de tariefsbepalingen van de Wmg vallen. Hiermee
wordt beoogd om, zoals aangekondigd, de vergoeding voor informele zorg vast te leggen.
Ik heb u met mijn brief van 13 november jl.4 geïnformeerd over mijn inzet op dat vlak en de gesprekken die ik daar met ZN en Per
Saldo over voer.
Tot slot
Eerder in deze brief heb ik gerefereerd aan de monitor, die op grond van de bestuurlijke
afspraken met ZN en Per Saldo wordt uitgevoerd over de jaren 2015 en 2016. De eerste
monitor, over 2015, wordt momenteel door een onafhankelijk onderzoeksbureau uitgevoerd.
Mede naar aanleiding van de plenaire behandeling van het wetsvoorstel en de inbreng
van de fracties, heb ik in overleg met Per Saldo en ZN besloten om ook de indicatiestelling
door de wijkverpleegkundigen, de serviceverlening door zorgverzekeraars en de ervaringen
van de zorgverzekeraars met de uitvoering van het Zvw-pgb aan het onderzoek toe te
voegen. Vanwege deze uitbreiding zal de monitor in twee delen worden opgeleverd. Ik
verwacht deze delen in april en juni van dit jaar aan uw Kamer te kunnen aanbieden.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn