Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634233 nr. 66

34 233 Wijziging van de Zorgverzekeringswet met het oog op het opnemen van regels betreffende een Zvw-pgb

Nr. 66 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 maart 2016

Bij gelegenheid van de stemmingen over de moties ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel ter verankering van het persoonsgebonden budget in de Zorgverzekeringswet (Kamerstuk 34 233, nr. 2) heeft het Kamerlid Dik-Faber verzocht een brief te sturen over de uitvoering op de motie met stuknummer 48. Met deze brief reageer ik op dat verzoek.

De motie verzoekt de regering om de algemene maatregel voor bestuur (AMvB) bij het wetsvoorstel voor de zomer naar de Kamer te sturen, waarbij nadrukkelijk de brede wens van de Kamer wordt meegenomen om bepalingen voor het Zvw-pgb en het pgb in de Wet langdurige zorg (Wlz) zoveel mogelijk gelijk te trekken.

Zoals in het debat gewisseld naar aanleiding van de aangenomen amendementen en moties, zal ik mijn uiterste best doen om de «moet-AMvB», die betrekking heeft op de voorwaarden die aan de verzekerde of zijn vertegenwoordiger worden gesteld, voor de zomer bij de Tweede Kamer voor te hangen. Daarbij zal ik, zoals de hier voorliggende motie vraagt, waar mogelijk de voorwaarden in de Wlz als uitgangspunt nemen. Ten aanzien van de voorwaarden aan de inhoud van de zorg kan, zoals besproken, een AMvB aan de orde zijn, als daar op basis van de monitor en de signalen van de NZa aanleiding toe is.

Op dit moment werk ik aan de «moet-AMvB». De planning daarbij is dat de concept-AMvB in de komende maand wordt geconsulteerd bij ZN en Per Saldo, waarna de AMvB ruim voor de zomer bij de Tweede en Eerste Kamer kan worden voorgehangen.

Vervolgens zal advies aan de Raad van State worden gevraagd. Afhankelijk van het verloop van de voorhang bij het parlement en de advisering door de Raad zou de AMvB dan nog op tijd bekend kunnen worden gemaakt om mee te nemen in de verzekeringspolissen voor 2017. Bij een voorspoedig verloop van deze procedures kan de AMvB, zoals het gewijzigde wetsvoorstel verlangt, uiterlijk op 1 januari 2017 in werking treden.

In de AMvB zullen de volgende onderwerpen worden meegenomen:

  • Regels over de voorwaarden die aan de verzekerde of diens vertegenwoordiger worden gesteld om in aanmerking te komen voor een Zvw-pgb en gronden waarop het pgb moet worden geweigerd.

  • Dit is in lijn met het amendement Potters/Van Dijk1 dat voorschrijft dat regels over dit onderwerp worden gesteld. In lijn met de motie Bruins Slot c.s.2 zullen deze regels bovendien limitatief zijn. Uitgangspunt hierbij is dat, waar mogelijk, wordt aangesloten bij de wijze waarop deze punten onder de Wlz zijn vastgelegd,

  • Een nadere afbakening van de zorg waarvoor een Zvw-pgb kan worden verstrekt. Kraamzorg wordt uitgezonderd van het Zvw-pgb en het Zvw-pgb wordt uitbreid voor bepaalde vormen van zorg die bij intensieve kindzorg horen. De noodzaak om dit in de AMvB vast te leggen is toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag3. Daarbij gaat het enerzijds om het feit dat, om wetstechnische reden, zonder deze AMvB ook kraamzorg onder het Zvw-pgb zou vallen. Dat is echter nooit de bedoeling geweest. Anderzijds is het wel de bedoeling dat ook kortdurend verblijf in het kader van intensieve kindzorg met een pgb kan worden ingekocht.

  • Een delegatiebepaling om bij ministeriële regeling de uurvergoeding vast te stellen voor zorgverleners die niet onder de tariefsbepalingen van de Wmg vallen. Hiermee wordt beoogd om, zoals aangekondigd, de vergoeding voor informele zorg vast te leggen. Ik heb u met mijn brief van 13 november jl.4 geïnformeerd over mijn inzet op dat vlak en de gesprekken die ik daar met ZN en Per Saldo over voer.

Tot slot

Eerder in deze brief heb ik gerefereerd aan de monitor, die op grond van de bestuurlijke afspraken met ZN en Per Saldo wordt uitgevoerd over de jaren 2015 en 2016. De eerste monitor, over 2015, wordt momenteel door een onafhankelijk onderzoeksbureau uitgevoerd. Mede naar aanleiding van de plenaire behandeling van het wetsvoorstel en de inbreng van de fracties, heb ik in overleg met Per Saldo en ZN besloten om ook de indicatiestelling door de wijkverpleegkundigen, de serviceverlening door zorgverzekeraars en de ervaringen van de zorgverzekeraars met de uitvoering van het Zvw-pgb aan het onderzoek toe te voegen. Vanwege deze uitbreiding zal de monitor in twee delen worden opgeleverd. Ik verwacht deze delen in april en juni van dit jaar aan uw Kamer te kunnen aanbieden.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Kamerstuk 34 233, nr. 41.

X Noot
2

Kamerstuk 34 233, nr. 64.

X Noot
3

Kamerstuk 34 233, nr. 6.

X Noot
4

Kamerstuk 25 657, nr. 222.