Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534217 nr. 3

34 217 Wijziging van de Metrologiewet en de Waarborgwet 1986 houdende aanpassingen in het toezicht

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING1

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de Raad van State)

I. ALGEMEEN

1. Doel en aanleiding

Op het punt van het toezicht op de naleving van de Metrologiewet en de Waarborgwet 1986 zijn wijzigingen gewenst, met name met betrekking tot de positionering van het toezicht, het doorberekenen van de kosten daarvan en de mogelijkheid van periodieke herkeuring.

1.1. Positionering van het toezicht

Op grond van de Metrologiewet worden regels gesteld voor meetinstrumenten onder meer betreffende de eisen waaraan deze moeten voldoen, en de conformiteitsbeoordelingen van deze instrumenten. De eisen volgen voornamelijk uit Europese richtlijnen inzake meetinstrumenten. Het doel is om een correct meetresultaat zo veel mogelijk te waarborgen. De Minister van Economische Zaken wijst een rechtspersoon aan die tot taak heeft zorg te dragen voor de uitoefening van het toezicht op de naleving. Er wordt toezicht gehouden op meetinstrumenten, zowel in de fase van in de handel brengen en in gebruik nemen, als in de gebruiksfase.

Op grond van de Waarborgwet 1986 worden regels gesteld over de gehalten van platina, gouden en zilveren werken, de verplichting tot waarborgen en keurmerken. Het doel is de ondernemer te beschermen tegen oneerlijke concurrentie en de consument te beschermen tegen bedrog.

Op grond van deze wet wijst de Minister van Economische Zaken een rechtspersoon aan waarvan de werknemers worden belast met het toezicht op de naleving.

Verispect BV is door de Minister van Economische Zaken aangewezen als rechtspersoon op grond van de Metrologiewet en de Waarborgwet 1986. In dit kader houdt Verispect toezicht op weeginstrumenten in winkels en bij bedrijven, op benzine- en LPG-pompen, op vloeistofmeetsystemen in de industrie, op nutsmeetinstrumenten (kilowattuurmeters, gasmeters en warmtemeters) en op de verkoop van edelmetalen. Verispect BV is een zelfstandig bestuursorgaan. Naast taken op grond van de Metrologiewet en de Waarborgwet voert Verispect BV het toezicht op de naleving van de registratie- en legitimatieplicht voor de inkoop en verkoop van metalen (met name koper) op grond van artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht uit. Verispect BV voert deze taak tijdelijk uit op grond van een opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (V&J). Daarnaast voert Verispect BV het toezicht op de naleving uit van leeftijdsgrenzen voor films en games op grond van artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht, ook in een tijdelijke opdracht van het Ministerie van V&J. In het verleden hield Verispect BV toezicht op de naleving van de Wet op de Kansspelen. Deze taak is door de Kansspelautoriteit overgenomen.

Dit wetsvoorstel brengt het toezicht op de naleving van de Metrologiewet en de Waarborgwet 1986 terug in publieke handen met het oog op het kabinetsbeleid dat erop gericht is om publieke taken van de centrale overheid zoveel mogelijk onder volledige ministeriële verantwoordelijkheid te laten uitvoeren. Dit komt onder andere tot uitdrukking in de beperkingen die de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen stelt aan het oprichten van een zelfstandig bestuursorgaan. Recent is op dit punt nog een doorlichting uitgevoerd (Kamerstukken II, 2013/14, 25 268, nr. 83). Het voornemen om het toezicht terug te brengen in publieke handen is eerder aangekondigd in de brief aan uw Kamer van 3 maart 2015 (Kamerstukken II, 2014/15, 25 268, nr. 109).

Verispect BV was oorspronkelijk een onderdeel van de dienst van het IJkwezen en maakte deel uit van de rijksoverheid. Het IJkwezen is in 1989 verzelfstandigd tot een holding genaamd Nederlands Meetinstituut NV, later Holland Metrology NV. Het eigendom was volledig in handen van de Staat. In 2001 is deze holding verkocht aan TNO, waarmee ook de privatisering van het toezicht een feit was. De aandelen van Verispect zijn op dit moment in handen van TNO-Bedrijven BV.

Eind 2013 heeft een reductie plaatsgevonden in taken van Verispect BV, met name door het beëindigen van de taak op grond van de Wet op de Kansspelen, waardoor het personeelsbestand is gekrompen tot 30 fte. Uitbreiding van het private domein waarin Verispect BV werkzaam kan zijn, blijkt niet mogelijk of moeilijk verenigbaar met de zbo-status. Daarnaast wordt als gevolg van budgetkortingen op basis van het regeerakkoord een verdere krimp in het takenpakket van Verispect BV voorzien in de nabije toekomst. Hierdoor komt de doelmatige uitvoering van het toezicht door Verispect BV op de Metrologiewet en de Waarborgwet 1986 in gevaar. Om goede uitvoering van het toezicht op de Metrologiewet en Waarborgwet 1986 te kunnen garanderen en aan te sluiten bij het ingezette kabinetsbeleid ten aanzien van zbo’s, is het overhevelen van toezicht van Verispect BV naar het Rijk derhalve noodzakelijk.

Op grond van artikel 6 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is de Minister voor Wonen en Rijksdienst medeondertekenaar van dit wetsvoorstel. De toelichting wordt dan ook mede namens de Minister voor Wonen en Rijksdienst gegeven.

Agentschap Telecom

Het Agentschap Telecom (AT) is, als onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken, onder andere belast met het bestuursrechtelijke toezicht op de naleving van de Telecommunicatiewet, de Wet informatievoorziening ondergrondse netten en de Ruimtevaartwet.

Bepaalde onderdelen van het toezicht van AT vertonen inhoudelijke gelijkenis met het toezicht op de Metrologiewet en de Waarborgwet 1986. Zo onderzoekt AT al allerlei soorten instrumenten, bijvoorbeeld op hun gevoeligheid voor storingen ten gevolge van elektromagnetische straling. AT heeft ruime ervaring met het uitvoeren van vergelijkbaar toezicht, namelijk fysiek en technisch toezicht op instrumenten. Naar verwachting zullen de overeenkomsten in de aard van het toezicht door een steeds verdergaande integratie van meetinstrumenten met internet alleen maar toenemen. Het onderbrengen bij AT past in het kabinetsbeleid om geen nieuwe toezichthouders op te richten, maar toezichtstaken zo mogelijk onder te brengen bij bestaande toezichthouders.

Handhaving

De Metrologiewet en Waarborgwet 1986 worden strafrechtelijk gehandhaafd. De Metrologiewet wordt daarnaast ook bestuursrechtelijk gehandhaafd. Als bestuursrechtelijk handhavingsinstrument is bijvoorbeeld de bevoegdheid opgenomen tot het aanbrengen van een afkeurmerk op een meetinstrument. Daarnaast vallen overtredingen van beide wetten onder de Wet op de economische delicten. Een aantal werknemers van Verispect BV is belast met de opsporing van strafbare feiten. Beoogd wordt deze bevoegdheden met het overhevelen van het toezicht naar AT te behouden.

Overeenkomst

Het deel van de passiva en activa van Verispect BV die voor het toezicht relevant zijn, zullen door middel van een overeenkomst worden overgedragen aan de Staat. De medewerkers van Verispect BV zullen als ambtenaar in dienst worden genomen bij het Rijk met een in totaliteit ten minste gelijkwaardige rechtspositie. Daarover worden momenteel afspraken gemaakt, in goed overleg met de medewerkers. Indien het wetsvoorstel wordt aanvaard en in werking treedt zal de daadwerkelijke overheveling van het toezicht hierdoor naar verwachting voortvarend kunnen worden geëffectueerd.

Vanzelfsprekend zal in de afspraken worden vastgelegd dat deze uitsluitend van kracht zullen worden indien dit wetsvoorstel wordt aanvaard.

1.2. De mogelijkheid van doorberekening van kosten

Algemeen uitgangspunt van het kabinetsbeleid is dat handhaving van wet- en regelgeving in beginsel uit de algemene middelen wordt gefinancierd omdat deze activiteiten plaatsvinden in het algemeen belang (Herziening Maat houden, Kamerstukken II, 2013/14, 24 036, nr. 407).

Een uitzondering op dit algemene uitgangspunt is mogelijk indien individuele (rechts-)personen of groepen van (rechts-) personen op basis van specifieke onderscheidende criteria aanwijsbaar zijn die profijt hebben bij toezicht en handhaving door de overheid (het profijtbeginsel) of indien die personen de overheid aantoonbaar noodzaken tot meer dan regulier toezicht en handhaving (het «veroorzaker betaalt» beginsel). Tot deze categorie hoort bijvoorbeeld een bedrijf waarbij tijdens een eerste controlebezoek onregelmatigheden zijn geconstateerd en dat daarmee aanleiding geeft tot hercontroles.

Bij het toezicht op meetinstrumenten is dit aan de orde. De kosten van de hercontrole zijn toe te rekenen aan de eigenaar of marktdeelnemer van het meetinstrument. In artikel 23, eerste lid, van de Metrologiewet wordt het verboden een meetinstrument te gebruiken of in de handel te brengen dat niet aan de wettelijke voorschriften voldoet. Het is vaste handhavingspraktijk onder de Metrologiewet bij een incidentele constatering dat een meetinstrument niet aan de gestelde eisen voldoet en er geen verzwarende omstandigheden zijn, te volstaan met een aankondiging van een hercontrole waarbij het euvel moet zijn verholpen. Dergelijke hercontroles worden derhalve altijd aangekondigd aan de desbetreffende bedrijven. Het is redelijk om de kosten die voortvloeien uit deze hercontroles te laten betalen door degenen die voor de tekortkoming verantwoordelijk is en dit niet ten laste te laten komen van de algemene middelen.

Met dit voorstel wordt differentiatie aangebracht in de kosten die bedrijven moeten betalen in die zin dat bedrijven die extra toezicht behoeven daarvoor moeten betalen. Dit zal voor eigenaren van meetinstrumenten een prikkel opleveren om hun meetinstrumenten goed te onderhouden: de eigenaar heeft er immers financieel belang bij dat zijn meetinstrument voldoet. Evenzo zal het voor marktdeelnemers een extra prikkel opleveren om enkel meetinstrumenten in de handel te brengen die voldoen aan alle eisen. Deze maatregel heeft dus als positief neveneffect dat er in de toekomst minder tekortkomingen zullen zijn, hetgeen gunstig is voor zowel consumenten als het bedrijfsleven. Derhalve wordt voorgesteld in artikel 29 van de Metrologiewet de mogelijkheid te creëren om de kosten van bepaalde werkzaamheden ter uitvoering van het toezicht op de naleving door te berekenen aan degene ten behoeve van wie deze werkzaamheden worden verricht. In de algemene maatregel van bestuur zal gespecificeerd worden welke kosten voor welke werkzaamheden zullen worden doorberekend. Gedacht kan worden aan hercontroles en laboratoriumonderzoeken in het kader van het markttoezicht. Het betreft aangekondigde bezoeken en onderzoeken.

In de ministeriële regeling zullen de tarieven in euro’s worden vastgesteld. Doorberekening zal plaatsvinden per keer dat wordt geconstateerd dat een instrument niet aan de eisen voldoet. De door te berekenen kosten zullen gebaseerd zijn op de werkelijke kosten in direct verband met de activiteit.

Invulling van de wijze van doorberekening zal geschieden met inachtneming van het kabinetsbeleid zoals dat is neergelegd in «Maat houden». Dat betekent dat voldaan moet worden aan een aantal randvoorwaarden.

1.3 Invoeren mogelijkheid periodieke herkeuring Metrologiewet

Bij de voorbereiding van het wetsvoorstel Metrologiewet heeft het onderzoeksbureau Lysias in 2004 een onderzoek gedaan naar het zelfregulerend vermogen van de marktpartijen. Naast het feit dat uit het eindrapport Regels geven en nemen bleek dat regelgeving voor de meeste meetinstrumenten ook in de toekomst gewenst was, kwam uit het onderzoek eveneens naar voren dat een verplichte periodieke herkeuring niet meer noodzakelijk was (Kamerstukken II, 2004/2005, 30 208, nr. 3, blz. 9). Tot deze categorie behoren ook de gewichten. Dit was gebaseerd op het feit dat uit het bovengenoemde onderzoek naar voren kwam dat het gebruik van gewichten voor handelsdoeleinden beperkt was en de komende jaren qua omvang zou afnemen. Vanuit het economische belang van het meetmiddel werd metrologische regelgeving niet meer noodzakelijk geacht. De periodieke herkeuring was voor gewichten en taxameters verplicht gesteld. Voor gewichten kon die dus vervallen. Voor de taxameter was het de gedachte dat een keuring op verzoek van de eigenaar van het meetinstrument zou volstaan. Niet voorzien werd dat na inwerkingtreding van de Metrologiewet voor taxameters en voor de vloeistofmeetinstallatie van rijdende melkontvangsten wel een periodieke herkeuring wenselijk zou worden. Aangezien de Metrologiewet deze mogelijkheid niet meer bood, is deze periodieke herkeuring nu geregeld in andere wetgeving. Dit is niet wenselijk omdat daardoor de situatie ontstaat dat de gebruiker van een meetinstrument in de ene regeling kan vinden wanneer er een herkeuring plaats moet vinden terwijl in andere regelgeving gevonden moet worden tegen welke eisen er gekeurd moet worden. De behoefte aan een periodieke herkeuring zou ook bij het gebruik van andere meetinstrumenten kunnen ontstaan. Voor de duidelijkheid van de gebruikers, maar ook voor de toezichthouders wordt daarom voorgesteld de mogelijkheid periodieke herkeuring verplicht te stellen weer in deze wet op te nemen.

2. Toetsen en consultatie

Uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidsaspecten

Het toezicht op de Metrologiewet en de Waarborgwet 1986 wordt na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel neergelegd bij Agentschap Telecom (AT). Er is in nauw overleg met AT gekeken naar de uitvoering- en handhavingsaspecten van dit wetsvoorstel en daarbij zijn geen bijzondere problemen of risico’s geconstateerd.

Consultatie

De bij dit proces direct betrokken partijen, Verispect BV, TNO-Bedrijven en AT, zijn intensief betrokken in het gehele traject.

Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer heeft aangegeven dat over dit wetsvoorstel geen formeel overleg nodig is.

3. Bedrijfseffecten en regeldruk

Dit wetsvoorstel heeft geen effect op de regeldruk. Het wetsvoorstel bevat geen informatieverplichtingen voor bedrijven. De overheveling van toezichtstaken van Verispect BV naar het Agentschap Telecom heeft ook geen effect op de toezichtslasten voor de onder toezicht gestelde bedrijven. Het toezicht zelf is immers staande praktijk. Bovendien worden door het wetsvoorstel de onderliggende materiele normen voor het toezicht niet aangepast of uitgebreid.

De introductie van een nieuwe wettelijke grondslag voor het kunnen doorbelasten van kosten die AT maakt aan marktdeelnemers voor bepaalde werkzaamheden ter uitvoering van het toezicht op de naleving heeft geen effecten op de regeldruk. Het betreft hier financiële kosten in de vorm van retributies, dat wil zeggen betalingen aan de overheid waar een individueel aanwijsbare tegenprestatie van die overheid tegenover staat. Deze kosten zijn dus niet gerelateerd aan een informatiebehoefte van de overheid.

Het invoeren van de mogelijkheid tot periodieke herkeuring op grond van de Metrologiewet heeft geen effect op de regeldruk omdat het gaat om overheveling van bestaande regelgeving.

II. ARTIKELEN

Artikel I, onderdeel A

In artikel 1 komt de begripsbepaling van toezichthoudende instantie te vervallen aangezien deze instantie in de wet wordt vervangen door Onze Minister (AT).

Artikel I, onderdeel B

In artikel 7 van de wet is bepaald dat een in gebruik genomen geregeld meetinstrument een conformiteitsbeoordeling ondergaat na schending van de merktekens, na reparatie of een verandering die van invloed kan zijn op de meetfunctie of op verzoek van de eigenaar of gebruiker (onderdelen a tot en met c). Daaraan wordt met dit wijzigingsartikel de periodieke herkeuring toegevoegd (onderdeel d). Zoals in het algemene deel onder punt 1.3 al is aangegeven is deze periodieke herkeuring bij de inwerkingtreding van de Metrologiewet komen te vervallen. Het tijdvak waarbinnen een herkeuring dient plaats te vinden zal worden vastgesteld in een ministeriële regeling waarin ook de overige regels voor het gebruik van de desbetreffende meetinstrumenten zijn vastgesteld.

Er kan sprake zijn van samenloop tussen de onderdelen, bijvoorbeeld onderdeel a (reparatie), en de herkeuring na een bepaalde periode. Hoe met een mogelijke samenloop wordt omgegaan, wordt uitgewerkt in de ministeriële regeling.

Artikel I, onderdeel C

In hoofdstuk 6. Toezicht en maatregelen, Paragraaf 1. Toezichthoudende instantie, komen de artikelen inzake de toezichthoudende instantie te vervallen. Het opschrift van paragraaf 1 wordt gewijzigd in: Toezicht.

Artikel 27 (nieuw)

Omdat het toezicht wordt overgeheveld naar AT is in het nieuwe artikel 27 een grondslag opgenomen voor de aanwijzing van ambtenaren die toezicht uitoefenen op de desbetreffende bepalingen van de Metrologiewet. Het oude artikel 29 waarin is bepaald dat de toezichthoudende instantie werknemers aanwijst, komt daarmee te vervalen.

Op grond van het oude artikel 28 kon Onze Minister andere instellingen belasten met de zorg voor een of meer onderdelen van het toezicht. Op grond van dit artikel is het Staatstoezicht op de Mijnen (Sodm) belast met het toezicht op mijnbouwinstallaties en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op medische apparatuur. Het Sodm is een dienstonderdeel van het Ministerie van Economische Zaken en het IGZ is een inspectie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het zijn in strikte zin dus geen instellingen. Het Sodm en het IGZ zijn belast met dit toezicht omdat zij reeds uit anderen hoofde op de plaatsen komen waar deze meetinstrumenten zich bevinden en dan deze controles meteen kunnen uitvoeren. In het nieuwe tweede lid van artikel 27 is nu bepaald dat als toezichthoudende ambtenaren kunnen worden aangewezen ambtenaren van andere ministeries. Met Sodm, IGZ en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zullen afspraken worden gemaakt over het aanwijzen van de toezichthoudende ambtenaren.

Artikel 28 (nieuw)

Het nieuwe artikel 28 bevat dezelfde bepalingen als het oude artikel 30, waarin twee specifieke bevoegdheden zijn opgenomen voor toezichthouders die aanvullend zijn op de bevoegdheden van toezichthouders op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Het enige verschil is dat de werknemers van de toezichthoudende instantie worden vervangen door de toezichthoudende ambtenaren. De toezichthoudende ambtenaren van AT krijgen dus deze bestaande aanvullende bevoegdheden. Het gaat om het zo nodig uitoefenen van de in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde bevoegdheden zaken te onderzoeken en monsters te nemen met behulp van de sterke arm (eerste lid) en het bij het toezicht in het oordeel mogen betrekken van de bevindingen van specifieke deskundigen (tweede lid).

Artikel 29 (nieuw)

In het nieuwe artikel 29 wordt de basis opgenomen om kosten voor toezicht door te kunnen berekenen aan degenen ten behoeve van wie deze werkzaamheden wordt verricht. Dit is toegelicht in het algemeen deel.

De artikelen 31 en 33 (oud) komen te vervallen. De Minister hoeft de toezichthoudende instantie niet meer op te dragen gebruik te maken van haar bevoegdheden om de naleving van de wet af te dwingen aangezien AT een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken is.

Het is ook niet meer nodig bij ministeriële regeling regels te stellen omtrent de gegevensverstrekking door de toezichthoudende instantie aan aangewezen instanties en instanties van andere lidstaten.

Artikel I, onderdeel D

Door aanwijzing van een andere toezichthouder wordt de term aangewezen werknemers van de toezichthoudende instantie in artikel 34, eerste lid, vervangen door: aangewezen ambtenaren.

Artikel I, onderdeel E

Op grond van artikel 35, eerste lid is de toezichthoudende instantie bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang in het kader van de handhaving. De toezichthouder heeft ingevolge titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid om door feitelijk handelen op te treden tegen overtredingen, een termijn te stellen waarbinnen de overtreder zelf de overtreding ongedaan kan maken en gebouwen te verzegelen en zaken mee te nemen en op te slaan. Met dit wijzigingsartikel wordt de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang in het kader van de handhaving overgeheveld van de toezichthoudende instantie naar de Minister.

In artikel 35, derde lid (nieuw), is opgenomen de bevoegdheid tot uitvaardiging van een dwangbevel. Deze bevoegdheid wordt uitgeoefend overeenkomstig paragraaf 4.4.4.2. van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van artikel 4:115 van de Algemene wet bestuursrecht moet deze bevoegdheid bij wet worden toegekend. Aan deze bevoegdheid bestaat behoefte omdat daarmee de incasso van verbeurde dwangsommen aanzienlijk zal vergemakkelijken en het voeren van gerechtelijke procedures voor het innen van de dwangsom niet meer noodzakelijk is. In de Telecommunicatiewet is een dergelijke bevoegdheid ook opgenomen.

Artikel I, onderdeel F

In het tweede lid van artikel 36 is bepaald dat de toezichthoudende instantie Onze Minister onverwijld in kennis stelt van overtredingen van enkele verboden in de Metrologiewet. Zij vermeldt daarbij tevens welke maatregelen zij heeft genomen of voornemens is te nemen ter voorkoming van verdere overtredingen. Dit lid vervalt omdat de toezichthoudende instantie wordt vervangen door door de Minister aangewezen ambtenaren.

Artikel I, onderdeel G

Op grond van artikel 40, eerste lid, zendt Onze Minister elke vier jaar een verslag aan de beide Kamers over de doeltreffendheid van het functioneren van de aangewezen instanties en in voorkomend geval ook van een krachtens artikel 28 aangewezen instelling. Aangezien laatstgenoemde instellingen vervallen, vervalt hier ook de betreffende zinsnede.

In het tweede lid van artikel 40 is bepaald Onze Minister elke vier jaar een verslag aan de beide Kamers der Staten-Generaal stuurt ten behoeve van de beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van de toezichthoudende instantie. Omdat de toezichthoudende instantie komt te vervallen, en de nieuwe toezichthouder een onderdeel is van het Ministerie, komt dit artikellid te vervallen.

Artikel II, onderdeel A

Op grond van artikel 46, eerste lid, van de Waarborgwet 1986 wordt aangifte gedaan van het houden van een openbare verkoping waarin platina, gouden en zilveren werken voorkomen bij de krachtens artikel 52 aangewezen rechtspersoon. De aangewezen rechtspersoon wordt door deze wijziging vervangen door Onze Minister.

Artikel II, onderdeel B

Met dit artikel wordt artikel 52 van de Waarborgwet 1986 zodanig gewijzigd dat de Minister niet meer werknemers van een aangewezen rechtspersoon (Verispect) belast met het toezicht op de naleving van deze wet maar aangewezen ambtenaren (AT). Ter verduidelijking zijn de relevante hoofdstukken aangegeven. Het tweede lid kan vervallen omdat daardoor niet meer de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing is.

Artikel II, onderdeel C

Deze artikelen kunnen vervallen omdat deze verband houden met de aanwijzing van rechtspersonen. Zo is het niet meer nodig is om eisen te stellen aan aan te wijzen rechtspersonen (artikel 52a, eerste lid) of aan de intrekking van de aanwijzing van de rechtspersoon (tweede lid), dan wel van de aanwijzing van de werknemer (artikel 52b, tweede lid). Ook is het niet meer nodig dat een besluit tot aanwijzing van een werknemer wordt medegedeeld en in de Staatscourant geplaatst (artikel 52b, eerste lid).

Artikel II, onderdeel D

Door aanwijzing van een andere toezichthouder wordt de term aangewezen werknemers van de toezichthoudende instantie in de desbetreffende artikelen vervangen door: aangewezen ambtenaren.

Artikel III

In dit artikel zijn enkele overgangsrechtelijke bepalingen opgenomen voor aanvragen, klachten en bezwaarschriften die bij Verispect BV zijn ingediend en voor eventuele rechtsgedingen waar Verispect BV partij bij is.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer