Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534196 nr. 2

34 196 Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten in verband met een regeling voor het elektronische berichtenverkeer (Wet elektronisch berichtenverkeer belastingdienst)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele wijzigingen aan te brengen in de formele belastingwetgeving om een wettelijk kader te scheppen voor het verplichten van elektronisch berichtenverkeer in het contact met de Belastingdienst en dat het wenselijk is een regeling te treffen voor de technische voorzieningen ten behoeve van dit berichtenverkeer;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

  • 1. In afwijking van artikel 2:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt in het verkeer tussen belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen en de inspecteur of het bestuur van ’s Rijks belastingen een bericht uitsluitend elektronisch verzonden.

  • 2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze het elektronische berichtenverkeer plaatsvindt.

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen berichten en groepen van belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen worden aangewezen waarvoor, alsmede omstandigheden worden aangewezen waaronder, het berichtenverkeer kan plaatsvinden anders dan langs elektronische weg.

B

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot tweede tot en met vierde lid.

2. Het zesde lid vervalt.

ARTIKEL II

De Invorderingswet 1990 wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 7b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7c

  • 1. In afwijking van artikel 2:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt in het verkeer tussen belastingschuldigen en de directeur, de ontvanger of de belastingdeurwaarder een bericht uitsluitend elektronisch verzonden.

  • 2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze het elektronische berichtenverkeer plaatsvindt.

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen berichten en groepen van belastingschuldigen worden aangewezen waarvoor, alsmede omstandigheden worden aangewezen waaronder, het berichtenverkeer kan plaatsvinden anders dan langs elektronische weg.

B

Artikel 8, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De ontvanger maakt de belastingaanslag bekend door verzending of uitreiking van het door de inspecteur voor de belastingschuldige opgemaakte aanslagbiljet.

ARTIKEL III

In de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt in de eerste paragraaf van hoofdstuk 2 vóór artikel 14 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 13

  • 1. In afwijking van artikel 2:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt in het verkeer tussen belanghebbenden en de Belastingdienst/Toeslagen een bericht uitsluitend elektronisch verzonden.

  • 2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze het elektronische berichtenverkeer plaatsvindt.

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen berichten en groepen van belanghebbenden worden aangewezen waarvoor, alsmede omstandigheden worden aangewezen waaronder, het berichtenverkeer kan plaatsvinden anders dan langs elektronische weg.

ARTIKEL IV

In de Wet belasting zware motorrijtuigen wordt in artikel 11, vierde lid, «artikel 8, derde lid, van die wet» vervangen door: artikel 8, tweede lid, van die wet.

ARTIKEL V

In de Wet bereikbaarheid en mobiliteit wordt in artikel 6, vijfde lid, «is, met uitzondering van artikel 8, tweede lid, niet van toepassing» vervangen door: is niet van toepassing.

ARTIKEL VI

De Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 236, eerste lid, wordt «3, 37» vervangen door: 3, 3a, 37.

B

In artikel 249 wordt «5, 20» vervangen door: 5, 7c, 20.

ARTIKEL VII

De Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 236, eerste lid, wordt «3, 3a, 37» vervangen door: 3, 37.

B

In artikel 249 wordt «5, 7c, 20» vervangen door: 5, 20.

ARTIKEL VIII

De Waterschapswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 126 wordt «3, 37» vervangen door: 3, 3a, 37.

B

In artikel 138, eerste lid, wordt «5, 20» vervangen door: 5, 7c, 20.

ARTIKEL IX

De Waterschapswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 126 wordt «3, 3a, 37» vervangen door: 3, 37.

B

In artikel 138, eerste lid, wordt «5, 7c, 20» vervangen door: 5, 20.

ARTIKEL X

  • 1. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt zorg voor de inrichting, beschikbaarstelling, instandhouding, werking, beveiliging en betrouwbaarheid van voorzieningen voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing alsmede van voorzieningen voor elektronische authenticatie en elektronische registratie van machtigingen.

  • 2. Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden regels gesteld met betrekking tot de werking, beveiliging en betrouwbaarheid van de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwerkt persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, voor zover dit noodzakelijk is voor de goede vervulling van de taak, bedoeld in het eerste lid. Bij algemene maatregel van bestuur wordt nader bepaald welke persoonsgegevens worden verwerkt, aan wie deze worden verstrekt en hoe lang deze worden bewaard.

ARTIKEL XI

  • 1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

  • 2. Bij de bepaling van het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, kan op grond van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum worden afgeweken van de artikelen 8 en 9 van die wet.

  • 3. Artikel X vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL XII

Deze wet wordt aangehaald als: Wet elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Financiën,

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,