Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634166 nr. 45

34 166 Staat van de Europese Unie 2015

Nr. 45 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 25 april 2016

De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 1 maart 2016 inzake transparantie van de Europese Unie (Kamerstuk 34 166, nr. 44).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 22 april 2016. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Azmani

De griffier van de commissie, Van Keulen

Vraag 1

Kunt u de begroting van het voorzitterschap nu publiceren, d.w.z. de oorspronkelijke begroting zoals die op 1 januari 2016 gold, gezien het feit dat de begroting pas na afloop is gepubliceerd?

Antwoord

In de bijlage treft u de verantwoording van de geraamde uitgaven van de centrale projectorganisatie voor het voorzitterschap1.

Vraag 2, 6 en 7

  • Deelt de Nederlandse regering de mening dat de Raadsstukken de positieve ontwikkelingen van individuele lidstaten moet vermelden? Is dat te bewerkstelligen?

  • Op welke wijze wil de Nederlandse regering het arrest «Access Info Europe» implementeren?

  • Wat is de uiterste termijn waarop het arrest «Access Info Europe» geïmplementeerd dient te worden?

Antwoord

Het Europese Hof van Justitie heeft op 17 oktober 2013 een uitspraak gedaan in de zaak Access Info Europe (C-280/11). Deze uitspraak betreft specifiek de openbaarmaking van individuele standpunten van lidstaten in lopende Europese wetgevingsdossiers naar aanleiding van een verzoek tot toegang tot documenten. Het kabinet hecht aan een zo groot mogelijke transparantie ten aanzien van Europese wetgevings- en besluitvormingsprocessen en ziet de uitspraak van het Hof als een bevestiging daarvan (Kamerstuk 22 112, nr. 1830). Naar aanleiding van deze Hofuitspraak hebben de lidstaten gesproken over hoe in het vervolg om te gaan met het weergeven van de namen van delegaties in Raadsdocumenten (zie document 8622/14 en Kamerstuk 22 112, nr. 1861). Nederland heeft in alle fasen van de besprekingen actief gepleit voor de meest transparante uitkomst. De lidstaten zijn overeengekomen dat:

  • doorgegaan wordt met het vermelden van de namen van lidstaten in documenten in verband met lopende wetgevingsprocedures indien dit passend wordt geacht;

  • de bestaande praktijk, de impact op de efficiëntie van de besluitvorming, het belang van het kunnen volgen van ontwikkelingen in de besluitvorming en de gevoeligheid van het dossier bij de afweging worden meegenomen;

  • en dat deze overeengekomen werkwijze na een jaar zou worden geëvalueerd (zie document 8622/1/14).

De genoemde evaluatie is nog niet uitgevoerd. Nederland heeft bij het Raadssecretariaat navraag gedaan naar de stand van zaken, en de wijze waarop deze evaluatie zal worden uitgevoerd (zie ook: Kamerstuk 34 139). Op verzoek van het Nederlands voorzitterschap is de evaluatie van de overeengekomen werkwijze naar aanleiding van de Hofuitspraak inmiddels geagendeerd. Een bespreking is voorzien tijdens het Nederlands voorzitterschap in de raadswerkgroep informatie (Working Party on Information – WPI).

Vraag 3

Vindt de regering dat de burger voldoende inzicht heeft in de positie die de regering inneemt in de Raad?

Antwoord

Ja. De positie van de regering op Europese voorstellen wordt verwoord in een BNC-fiche (Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen) en gestuurd aan de Eerste Kamer en Tweede Kamer. De positie in het fiche vormt de basis voor de onderhandelingen in de Raad. Deze documenten zijn openbaar. Daarnaast wordt de inzet van de regering voor iedere specifieke Raad beschreven in de geannoteerde agenda en besproken in algemeen overleggen ter voorbereiding op de desbetreffende Raden. Ook deze documenten en overleggen zijn openbaar, net zoals de verslagen die naar aanleiding van de Raad worden gemaakt. Tot slot is er een livestream verbinding in de Raad, hetgeen wil zeggen dat iedereen de besprekingen in de Raad kan volgen voor wat betreft de wetgevende dossiers.

Vraag 4

Wanneer zou de EU de «Council of Europe Convention on Access to Official Documents (205)» ondertekenen, zoals meerdere keren bepleit in de Raad van Europa?

Antwoord

Als internationale organisatie kan de EU tot het verdrag toetreden op uitnodiging van de partijen. Dit kan echter pas na de inwerkingtreding van het verdrag. Het verdrag treedt in werking na de tiende ratificatie. Momenteel zijn er acht ratificaties. Het verdrag is dus nog niet in werking, en er is nog geen uitnodiging naar de EU of een andere derde partij gegaan.

Vraag 5

Op welke wijze kan het parlement kennisnemen van documenten met een hoger niveau dan Limite? En op welke wijze kan zij vervolgens inzage krijgen?

Antwoord

In de limité-database van het EU-extranet, waartoe uw Kamer rechtstreekse toegang heeft, kunt u zien welke documenten de classificatie «restreint» dragen. Op verzoek kunnen deze documenten vertrouwelijk ter inzage worden gelegd bij de griffie.2

Vraag 8, 9 en 11

  • Op welke wijze zal er transparantie zijn tijdens de trilogen? Of wordt alleen het resultaat bekend gemaakt?

  • Op welke wijze wordt de reactie van de commissie Europese Zaken op de openbare raadpleging van de Europese Ombudsman inzake de transparantie van trilogen meegenomen in de initiatieven die onder het Nederlands Voorzitterschap ontplooid worden?

  • Wanneer kan de terugkoppeling van de drie Europese instellingen die betrokken zijn bij de trilogen over het afronden van onderhandelingen worden verwacht?

Antwoord

Er dient altijd een zorgvuldige afweging te worden gemaakt tussen het belang van openbaarheid en de effectiviteit en ruimte voor onderhandelingen, hetgeen noodzakelijk is voor het komen tot gemeenschappelijke besluitvorming. Deze afweging luistert voor trilogen, een informele overlegstructuur tussen de EU instellingen, zeer nauw. In deze afweging neemt het Kabinet ook de visie mee van de commissie Europese Zaken op de openbare raadpleging van de Europese Ombudsman inzake de transparantie van trilogen.

In juni 2015 is uw Kamer, middels een non-paper (bijlage bij Kamerstuk 21 501-02, nr. 1512), geïnformeerd over de inzet van het kabinet gericht op de verbetering van de transparantie van het proces rondom trilogen. Deze inzet richt zich ten eerste op de verbetering van de terugkoppeling van de behaalde resultaten in trilogen. Op dit moment wordt de terugkoppeling afzonderlijk door de Europese instellingen gegeven. Aan de kant van de Raad wordt door het roulerend voorzitterschap van de Raad een eerste terugkoppeling geven in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (Coreper) alvorens de uitkomsten publiekelijk worden gemaakt. Dit kan een verschil in het moment van publiekelijke terugkoppeling met zich meebrengen ten opzichte van het Europees parlement of de Europese Commissie. Een gezamenlijke terugkoppeling door de drie EU instellingen zou een verbetering zijn ten opzichte van de bestaande praktijk. Daarnaast kan er mogelijk meer duidelijkheid worden gegeven over de data waarop trilogen plaatsvinden, bijvoorbeeld als onderdeel van een gezamenlijke Europese database (one-stop-shop IT portal). Het bereiken van deze verbeterpunten blijft echter sterk afhankelijk van het draagvlak onder de lidstaten.

Vraag 10

Op welke wijze wordt onder het Nederlands Voorzitterschap gevolg gegeven aan de oproep van de EU Ombudsman Emily O’Reilly aan de voorzitter van de Eurogroep om een meer gedetailleerde uitwerking te geven van zijn voorstellen om de Eurogroep transparanter te maken?

Antwoord

De voorzitter van de Eurogroep heeft een aantal initiatieven genomen om de transparantie van de Eurogroep te vergroten. De drie aanpassingen zijn het publiceren van de geannoteerde Eurogroep agenda vooraf, het publiceren van een samenvattende brief achteraf, en waar mogelijk het openbaar maken van documenten. De Ombudsman heeft op 14 maart jl. een brief aan de voorzitter van de Eurogroep gestuurd. In deze brief geeft zij aan de ontwikkelingen te verwelkomen en suggereert zij verdere stappen. Deze suggesties zullen worden onderzocht, waarbij opgemerkt moet worden dat verschillende lidstaten in de Eurogroep hebben aangegeven eerst het nieuwe regime te willen laten werken. Aangezien de brief van de Ombudsman de Eurogroep betreft, is hier geen rol voor het Nederlandse EU-voorzitterschap. Er wordt momenteel door de voorzitter van de Eurogroep een reactie op de brief van EU Ombudsman O’Reilly voorbereid. Een afschrift van de brief zal te zijner tijd aan de Tweede Kamer worden verzonden.

Vraag 12

Hoe kan de transparantie van (de totstandkoming van) Europese handelsakkoorden en de onderhandelingen daaromtrent verder worden verbeterd?

Antwoord

Het kabinet is voorstander van zoveel mogelijk transparantie voor, tijdens, en na de onderhandelingen van handelsakkoorden, met inachtneming van het feit dat iedere vorm van onderhandeling gepaard gaat met enige mate van vertrouwelijkheid gedurende het proces. Zo worden er bij de onderhandelingen over het EU-VS handelsakkoord (TTIP) alle EU-tekstvoorstellen gepubliceerd, nadat een eerste versie met de VS is gedeeld. Ook is er voor ieder hoofdstuk een toelichting van de inhoud en inzet van de EU, en zijn er verschillende factsheets met verdere verdieping. Verder is een leesruimte ingericht bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken waar leden van het nationale parlement en ambtenaren de vertrouwelijke onderhandelingsdocumenten kunnen inzien tussen de EU en de VS over TTIP. Hier hebben al meerdere Kamerleden gebruik van gemaakt. Ook bij andere handelsakkoorden is meer transparantie gekomen, zoals bij het afgeronde EU-Canada handelsakkoord en de onderhandelingen over een plurilateraal dienstenakkoord. In de afgelopen jaren heeft het kabinet hier bij de Europese Commissie met succes op aangedrongen en is de praktijk al sterk verbeterd. Hiermee zijn belangrijke eerste stappen gezet.

Vraag 13

Hoe verhoudt de richtlijn aangaande de bescherming van «trade secrets» zich tot de ambitie van de EU om transparantie te bevorderen?

Antwoord

De Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen (2013/813) is geen initiatief in het kader van transparantie van het EU besluitvormingsproces. De richtlijn beoogt de bescherming van vertrouwelijke bedrijfsinformatie binnen de EU te harmoniseren. De richtlijn geeft aan wat onder deze vertrouwelijkheid wordt verstaan, tegen welke vormen van inbreuk kan worden opgetreden, en welke maatregelen, procedures en rechtsmiddelen daarvoor kunnen worden ingezet. De richtlijn doet geen afbreuk aan de fundamentele vrijheden van meningsuiting, informatie en de pers (o.a. door de in de richtlijn opgenomen uitzonderingen voor journalisten en klokkenluiders).

Vraag 14

Welke doelen stelt het Nederlands Voorzitterschap zich als het gaat om het vergroten van transparantie als wapen tegen belastingontwijking?

Antwoord

Zoals in diverse brieven is aangegeven wil Nederland voorop lopen bij het vergroten van transparantie als wapen tegen belastingontwijking3. Tijdens de Ecofin Raad van 8 maart jl. is er (binnen twee maanden na publicatie door de Commissie) een akkoord bereikt over Country-by-Country reporting tussen belastingdiensten. Verder is er tijdens dezelfde Ecofin Raad een akkoord bereikt over transparantie in de context van de EU-Gedragscodegroep. Bovendien zal eind april onder het Nederlandse Voorzitterschap de discussie aanvangen over het voorstel van de Commissie voor publieke Country-by-Country reporting.

Vraag 15

Waarom duurt het tot eind 2017 eer het register voor gedelegeerde handelingen kan worden gerealiseerd?

Antwoord

In 2017 dient het register operationeel te zijn. Dit betekent dat zowel de vormgeving van het register als de techniek gereed moet zijn. De Europese Commissie, leidend in dit proces, verwacht gezien de technische aspecten hier tot eind 2017 voor nodig te hebben. Nederland zal zich ervoor inzetten dat dit register eind 2017 ook daadwerkelijk operationeel is.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken, Kamerstuk 22 112, nr. 1548 en Kamerstuk 22 112, nr. 1985.

X Noot
3

Op 2 juni 2015 (Kamerstuk 25 087, nr. 102) en op 27 november 2015 (Kamerstuk 25 087, nr. 113, p. 4)