Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
1. In artikel I, onderdeel K, wordt in artikel 56a, vijfde lid, «in artikelen» vervangen
door: in de artikelen.
2. Na artikel I, onderdeel T, wordt een onderdeel toegevoegd, dat luidt:
Ta
Artikel 473, derde lid, komt te luiden:
3. Indien tegen de gewezen verdachte een bevel tot gevangenhouding als bedoeld in
het eerste lid is uitgevaardigd, en deze geen raadsman heeft, wordt voor hem op last
van de voorzitter van het gerechtshof door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand
een raadsman aangewezen.
3. Na artikel I, onderdeel CC, wordt een onderdeel toegevoegd dat luidt:
CCa
Artikel 509r, eerste lid, komt te luiden:
1. Indien de ter beschikking gestelde die van overheidswege wordt verpleegd, geen
raadsman heeft, geeft het openbaar Ministerie van de in artikel 509o bedoelde vordering
kennis aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, dat voor de ter beschikking
gestelde een raadsman aanwijst.
4. In artikel III wordt in artikel 13, vijfde lid, «artikel 42» vervangen door «artikel
43» en wordt «artikel 43» vervangen door: artikel 44.
5. In artikel VII, onderdeel D, wordt in artikel 43a, eerste lid, na «28a,» ingevoegd:
28c, tweede lid,.
6. In artikel IX, onderdeel D, wordt na «49» een komma ingevoegd.
7. Artikel XI, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:
a. Aan het in het eerste lid voorgestelde artikel 43, eerste lid, wordt een volzin
toegevoegd die luidt: De eerste volzin is niet van toepassing op de bijstand die door
een aangewezen raadsman wordt verleend tijdens het in artikel 28d van het Wetboek
van Strafvordering bedoelde verhoor van een verdachte van een strafbaar feit waarvoor
geen voorlopige hechtenis is toegelaten.
b. Onder verlettering van de onderdelen a tot en met c tot onderdelen b tot en met
d wordt in het tweede lid een onderdeel ingevoegd, dat luidt:
a. In de aanhef wordt na «eerste lid» toegevoegd: , eerste volzin,.
Toelichting
Deze nota van wijziging bevat enkele technische verbeteringen.
Onderdelen 2 en 3
Bij de in paragraaf 2 van de memorie van toelichting toegelichte terminologische verandering
van de (ambtshalve) toevoeging in een aanwijzing is een tweetal artikelen uit het
Wetboek van Strafvordering abusievelijk over het hoofd gezien die in deze onderdelen
worden aangepast aan de in het wetsvoorstel voorgestelde nieuwe terminologie.
Onderdeel 5
De nota van wijziging bij het implementatiewetsvoorstel (wetsvoorstel 34 157) bewerkstelligt dat kwetsbare personen niet alleen in strafprocedures maar ook in
overleveringsprocedures pas afstand van hun recht op bijstand van een raadsman kunnen
doen nadat zij over de gevolgen daarvan door een raadsman zijn ingelicht. Die wijziging
moet ook in dit wetsvoorstel worden doorgevoerd. De reden daarvan is dat het desbetreffende
artikel dat door het implementatiewetsvoorstel in de Overleveringswet wordt ingevoerd,
in dit wetsvoorstel wordt gewijzigd. Voor een toelichting op de inhoud van deze wijziging
verwijs ik naar de toelichting op die nota van wijziging.
Onderdeel 7
Het implementatiewetsvoorstel voorziet erin dat voor aangehouden volwassen verdachten
van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, voorafgaand aan het
verhoor een raadsman wordt aangewezen (zie het in dat wetsvoorstel voorgestelde artikel
28b, eerste en tweede lid, Sv). Voor aangehouden kwetsbare verdachten, waaronder begrepen
jeugdige verdachten, wordt een raadsman aangewezen ongeacht de ernst van het strafbaar
feit waarvan zij worden verdacht (zie het in dat wetsvoorstel voorgestelde artikel
28b, eerste lid, Sv). De rechtsbijstand die wordt verleend door een van overheidswege
aangewezen raadsman is voor de verdachte kosteloos. Maar om redenen die in de memorie
van toelichting en de nota naar aanleiding van het verslag bij het implementatiewetsvoorstel
zijn aangegeven wordt met betrekking tot aangehouden kwetsbare verdachten, waaronder
jeugdige verdachten, van strafbare feiten waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten
– lichtere strafbare feiten, dus – alleen de consultatiebijstand vergoed. Dat is in
lijn met de omstandigheid dat deze verdachten volgens het implementatiewetsvoorstel
geen afstand kunnen doen van een voorafgaand overleg met een raadsman. De verhoorbijstand
met betrekking tot deze lichtere strafbare feiten is, in lijn met het geldende recht
zoals neergelegd in de Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor, voor eigen rekening.
Bij de voorbereiding van de nota naar aanleiding van het verslag is gebleken dat deze
in het geldende recht voorziene uitzondering op de hoofdregel dat een van overheidswege
opgeroepen raadsman voor de verdachte kosteloos is, onbedoeld niet in de tekst van
het wetsvoorstel tot uitdrukking komt. Dit onderdeel van de nota van wijziging strekt
ertoe de tekst van het wetsvoorstel in overeenstemming te brengen met het geldende
recht op dit punt.
De Minister van Veiligheid en Justitie,
G.A. van der Steur