II
In artikel I, onderdeel A, vervalt in het voorgestelde artikel 57, tweede lid «en
mag – voor zover het gevangenisstraf of hechtenis betreft – niet meer dan de helft
boven het hoogste maximum uitgaan».
IV
In artikel I, onderdeel C, komt het voorgestelde artikel 60, onderdeel c, te luiden:
Dit amendement regelt in de onderdelen I tot en met III dat het strafplafond bij meerdaadse
samenloop – dat met het wetsvoorstel wordt verhoogd van een derde boven het hoogste
strafmaximum tot de helft boven het hoogste strafmaximum – komt te vervallen.
Het huidige artikel 57 lid 2 wetboek van strafrecht gaat uit van onbeperkte cumulatie,
maar maakt een uitzondering voor vrijheidsstraffen en hechtenis. Hiervoor geldt gematigde
cumulatie, ofwel een zogenoemd strafplafond.
In de periode 2012–2013 is onderzoek uitgevoerd door de Universiteit Leiden. Uit het
daarop gebaseerde onderzoeksrapport «Meerdaadse samenloop in het strafrecht» blijkt
dat ook bij de minder ernstige misdrijven de straffen bij meerdaadse samenloop zuiver
worden gecumuleerd. Dit betekent dat ook hier geen sprake is van een zogenoemd strafplafond.
Dit betekent dat het strafplafond alleen in zicht komt waar het berechting van meerdere,
ernstige misdrijven betreft. Alleen in die situaties kan het huidige strafplafond
van 1/3 van het strafmaximum een probleem opleveren bij de straftoemeting. Indiener
vindt dit onjuist en ook zeer onwenselijk.
Indiener wil het huidige strafplafond, ofwel de huidige uitzondering voor ernstige
misdrijven uit het wetboek van strafrecht halen. Indiener meent dat alleen op die
manier recht wordt gedaan aan berechting en bestraffing in situaties waarin sprake
is van meerdere ernstige strafbare feiten. Indiener is van mening dat de rechterlijke
macht voldoende in staat is om in dergelijke gevallen zelf te bepalen hoe hoog de
op te leggen straf behoort te zijn en er geen sprake zal zijn van disproportionele
straffen. Het uitgangspunt van proportionaliteit in bestraffing komt dan ook niet
in gevaar.
In de onderdelen IV en V wordt geregeld dat bij meerdaadse samenloop de vervangende
vrijheidsstraffen voor misdrijven en overtredingen of overtredingen gezamenlijk en
de vervangende vrijheidsstraffen voor de verbeurdverklaring en de maatregel, bedoeld
in artikel 36f Wetboek van Strafrecht, afzonderlijk en zonder vermindering worden
opgelegd. In onderdeel VI vervalt artikel 63. Omdat het amendement regelt dat bij
gelijktijdige berechting van meerdere feiten voor elk van die feiten de hoogste straf
kan worden opgelegd, is er geen reden meer om te regelen dat de meerdaadse samenloopregeling
van toepassing bij ongelijktijdige berechting. Tot slot vervalt in onderdeel VII artikel
II en de daarmee samenhangende invoeging van artikel 570c aan het Wetboek van strafvordering.