Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534109 nr. 35

34 109 Bundeling en aanpassing van regels op het terrein van cultureel erfgoed (Erfgoedwet)

Nr. 35 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN PECHTOLD EN MONASCH TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 16

Ontvangen 8 juni 2015

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In paragraaf 4.2 wordt na het opschrift een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.16a. Bekendmaking voornemen tot vervreemding

  • 1. Een voorgenomen besluit tot vervreemding van een cultuurgoed of een verzameling wordt door Onze Minister, gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders bekendgemaakt op een door Onze Minister aangewezen wijze.

  • 2. De bekendmaking bevat in elk geval een beschrijving van het cultuurgoed of de verzameling, een motivering van de voorgenomen vervreemding en een mededeling of advies wordt gevraagd als bedoeld in artikel 4.17.

  • 3. Voor zover geen advies wordt gevraagd als bedoeld in artikel 4.17, kan een ieder gedurende zes weken na de dag van bekendmaking van het voornemen bij Onze Minister, gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders zienswijzen indienen over de vraag of het cultuurgoed of de verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis is en onvervangbaar en onmisbaar voor het Nederlands cultuurbezit.

  • 4. Gedurende de termijn, bedoeld in het derde lid, wordt niet overgegaan tot vervreemding van het cultuurgoed of de verzameling. Na deze termijn worden ingediende zienswijzen door Onze Minister, gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders beoordeeld en wordt zo nodig alsnog advies gevraagd als bedoeld in artikel 4.17.

Toelichting

De Erfgoedwet moet waarborgen dat op het moment dat er een voornemen is tot vervreemding van cultuurgoederen of (deel)collecties die mogelijk van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis en onvervangbaar en onmisbaar voor het Nederlands cultuurbezit zijn, er een advies wordt gevraagd aan een deskundigencommissie. Het is aan de overheid die het voornemen tot vervreemding heeft om te besluiten of het advies van een deskundigencommissie nodig is. Ook is het vervolgens aan die overheid om de deskundigencommissie samen te stellen. De indieners zijn van mening dat deze procedure nog onvoldoende bescherming voor ons erfgoed biedt. Het is immers mogelijk dat de betreffende overheid de te vervreemden kunst onvoldoende op waarde weet te schatten en daarom (ten onrechte) geen deskundigenadvies inwint. De indieners willen om die reden graag dat het voornemen tot vervreemding bekendgemaakt wordt. De bekendmaking bevat in elk geval een beschrijving van het cultuurgoed of de verzameling, een motivering van de voorgenomen vervreemding en een mededeling of advies wordt gevraagd als bedoeld in artikel 4.17. Wanneer de betreffende overheid het voornemen heeft om geen advies te vragen aan een deskundigencommissie, worden derden gedurende zes weken in de gelegenheid gesteld om op het voornemen tot vervreemding te reageren. Zij kun zienswijzen indienen over de vraag of het cultuurgoed of de verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis is en onvervangbaar en onmisbaar voor het Nederlands cultuurbezit. Op deze manier is de procedure rondom vervreemding van een cultuurgoed transparant. Het is vervolgens aan de overheid om de reacties te wegen en te bepalen of het deskundigenadvies alsnog moet worden ingewonnen.

Pechtold Monasch