Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734108 nr. 28

34 108 Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten ter verbetering van de naleving en handhaving van arbeidsrechtelijke wetgeving in verband met de aanpak van schijnconstructies door werkgevers (Wet aanpak schijnconstructies)

Nr. 28 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2016

Op 1 juli 2015 en 1 januari 2016 zijn delen van de Wet aanpak schijnconstructies (Was) (Kamerstuk 34 108) in werking getreden. De Was beoogt een bijdrage te leveren aan het creëren van een gelijk speelveld op de arbeidsmarkt, het voorkomen van oneerlijke concurrentie tussen bedrijven, het versterken van de rechtspositie van werknemers en het waarborgen van een juist beloning voor werknemers (conform wet- en regelgeving, cao of afspraken bij individuele arbeidsovereenkomst). Over deze doelen bestaat, gezien de steun die de wet in zowel de Tweede als de Eerste Kamer kreeg, brede overeenstemming.

In deze eerste monitor Wet aanpak schijnconstructies zijn de eerste ervaringen met de wet samengevat1. Hiervoor zijn de partijen die het meest betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de wet bevraagd. Deze monitor behandelt onderdelen van de Was die op 1 juli 2015 en 1 januari 2016 in werking zijn getreden. Het aantal «harde» en kwantitatieve gegevens over de Was is op dit moment nog beperkt. Het gaat vooral over eerste ervaringen. De informatie die is verzameld in deze monitor is onderdeel van de input die verzameld wordt met het oog op de evaluatie van de wet eind 2018.

Alle bevraagde partijen geven aan dat de ervaringen met de wet nog beperkt zijn. Tegelijkertijd benadrukken zij de preventieve werking van de wet. Dit geldt zowel voor werknemers- als werkgeversorganisaties. Er wordt meer gesproken over de juiste beloning van werknemers, overal in de keten. Dat stemt optimistisch. Het is belangrijk hierover blijvend het gesprek te voeren en ervaringen uit te wisselen.

Per 1 januari 2017 treedt het artikel van de Was in werking dat verrekeningen met en inhoudingen op het wettelijk minimumloon niet langer toestaat. Tegelijkertijd treedt er een algemene maatregel van bestuur in werking waardoor er een uitzondering wordt gemaakt voor huisvestingskosten en de kosten voor een zorgverzekering. Voor arbeidsbeperkte werknemers gelden er ook enkele uitzonderingen. De Inspectie SZW zal hierop gaan handhaven. Ook zal vanaf 1 januari 2017 de ketenaansprakelijkheid gaan gelden voor de vervoersovereenkomsten met betrekking tot goederenvervoer over de weg. Dit is geregeld in een afzonderlijke wet: Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de uitbreiding van de aansprakelijkheid voor de voldoening van het verschuldigde loon aan de werknemer die arbeid verricht ter uitvoering van een overeenkomst van goederenvervoer over de weg of een overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen over de weg (Kamerstuk 34 461).

Vanaf die datum zijn alle maatregelen uit de wet in werking getreden. De tweede monitor Wet aanpak schijnconstructies is voorzien voor eind 2017. Hierin zal over alle maatregelen uit de wet worden gerapporteerd.

Van deze brief maak ik gebruik voor het volgende. Per 1 januari 2017 treedt het gewijzigde Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag in werking. Het is dan mogelijk om onder voorwaarden een bedrag voor huisvestingskosten in te houden op het minimumloon. Eén van die voorwaarden is dat de huisvesting is gecertificeerd door een geaccrediteerde certificerende instelling. Dit accreditatieproces zal pas in de loop van 2017 zijn voltooid. Omdat de betrokken instellingen nu reeds de certificering verrichten heb ik de Inspectie SZW verzocht geen boeterapport op te maken als de overtreding enkel bestaat uit het feit dat de certificering door een van deze instellingen is verricht voordat de accreditatie was afgerond. De geldigheidsduur van de voor de accreditatie afgegeven certificaten zal worden gerespecteerd.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl