34 104 Langdurige zorg

AD BRIEF VAN MINISTER VOOR LANGDURIGE ZORG EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juli 2022

Hierbij stuur ik u een afschrift van de voorlopige kaderbrief Wlz 2023. Hiermee informeer ik de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over het verhoogde budgettaire kader voor de wet langdurige zorg in 2022 en stel ik het voorlopige budgettaire kader voor de wet langdurige zorg in 2023 (verder: Wlz-kader) vast.

Het definitieve budgettaire kader voor 2023 zal ik na politieke besluitvorming in het parlement over de begroting 2023 vaststellen. Hierover zal ik u informeren via de definitieve kaderbrief Wlz 2023.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, C. Helder

BRIEF VAN MINISTER VOOR LANGDURIGE ZORG EN SPORT

Aan de Nederlandse Zorgautoriteit

Den Haag, 7 juli 2022

Op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Minister voor Langdurige Zorg en Sport voor ieder kalenderjaar het bedrag vast dat in dat kalenderjaar beschikbaar is voor op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) verzekerde zorg.

Via deze brief informeer ik u over een aantal bijstellingen van het budgettaire kader in 2022, het voorlopige budgettair kader voor de Wlz in 2023 en een aantal andere financiële onderwerpen in de Wlz.

Deze brief is onder voorbehoud van de politieke besluitvorming over de begroting 2023 die op Prinsjesdag aan het parlement gepresenteerd wordt. Kort na Prinsjesdag zal ik het definitieve kader voor de Wlz in 2023 bekendmaken bij de Eerste en Tweede Kamer. U ontvangt hiervan een afschrift.

I Actualisering budgettair kader Wlz 2022

1. Wlz-kader 2022, stand na reactie op februaribrief NZa

In de reactie op de februaribrief1 is in totaal € 29.856 miljoen beschikbaar gesteld voor het Wlz-kader 2022.

2. Regionaal stimuleringsbudget Wlz

Bij de voorjaarsbesluitvorming zijn voor de periode 2022–2026 tijdelijke extra middelen vrijgemaakt van € 150 miljoen (€ 30 miljoen per jaar) ten behoeve van een regionaal stimuleringsbudget voor de ouderenzorg en gehandicaptenzorg binnen de Wlz.

Ik verzoek u met ingang van 2022 gedurende vijf jaar een bedrag van € 30 miljoen toe te voegen aan de contracteerruimte.

Ik heb met Zorgverzekeraars Nederland (ZN), namens de zorgkantoren, afspraken gemaakt over de inzet en verantwoording over deze middelen.

Het stimuleringsbudget is bedoeld om de regionale samenwerking te versterken, opdat zorgkantoren en zorgaanbieders gezamenlijk de toekomstige uitdagingen op verschillende terreinen aan kunnen gaan (arbeidsmarkt, innovatie en capaciteitsontwikkeling). Daaronder vallen ook het stimuleren van modern werkgeverschap en de (opschaling van) bewezen effectieve technologie en innovatie. Het stimuleringsbudget ondersteunt op die manier de omslag die zorgaanbieders moeten maken in het licht van een toekomstbestendige Wlz-zorg.

Zorgkantoren kunnen hier waar mogelijk gebruik maken van de goed werkende structuur rond de transitiemiddelen verpleeghuiszorg in de periode 2018–2021 (Waardigheid & Trots in de regio).

Jaarlijks, uiterlijk op 1 juni, informeert Zorgverzekeraars Nederland mij over de inzet van de bovengenoemde middelen in het voorafgaande jaar.

3. Regiobudgetten scheiden wonen en zorg (SWZ)

Het kabinet investeert in de huidige kabinetsperiode extra om op de lange termijn de houdbaarheid van de zorg te verbeteren, onder andere via het scheiden van wonen en zorg. De transitie die zorgaanbieders moeten maken om zorg in toenemende mate zonder verblijf te organiseren, mag niet worden onderschat. Het vergt aanpassingen in onder andere de bedrijfsvoering, infrastructuur, samenwerkingsrelaties en zorgverlening om de 24-uurs zorg in de nabijheid te kunnen blijven waarmaken, wanneer deze zonder verblijf wordt geleverd. Daarnaast moeten zorgaanbieders aan de slag met het anders organiseren en leveren van zorg.

In het coalitieakkoord is voor de jaren 2022 t/m 2026 in totaal € 1,0 miljard beschikbaar gesteld om de transitie scheiden wonen en zorg op gang te brengen. Hiervan wordt nu € 200 miljoen beschikbaar gesteld (€ 40 miljoen per jaar in de periode 2022–2026) ten behoeve van de zogenoemde regiobudgetten scheiden wonen en zorg (SWZ). Deze middelen zijn alleen voor de V&V beschikbaar.

Ik verzoek u in dit kader met ingang van 2022 gedurende vijf jaar een bedrag van € 40 miljoen toe te voegen aan de contracteerruimte. Op een later moment wordt besloten hoe de resterende transitiemiddelen op een doelmatige en doeltreffende manier worden ingezet om de beweging scheiden wonen en zorg te ondersteunen en stimuleren.

Ik heb met ZN afspraken gemaakt over de inzet en verantwoording over deze middelen. Het regiobudget wordt op grond daarvan door zorgkantoren voor de volgende doelen ingezet:

  • 1. Ondersteuning bij de concretisering van de monitor «capaciteitsplannen verpleegzorg» naar passende realisatie per subregio.

  • 2. Ondersteuning van pilots met betrekking tot (concepten rond) community care (zoals VPT in de wijk) en samenwerking Wlz-zorg in de wijk en met wijkverpleging.

  • 3. Ondersteuning en versterking sociale infrastructuur (integrale oplossingen in de wijk).

  • 4. Versterking digitale infrastructuur met het oog op de bereikbaarheid en beschikbaarheid van 24-uurs zorg, wanneer zorg in toenemende mate zonder verblijf wordt georganiseerd.

Onderdelen 1 en 2 zorgen ervoor dat een geclusterde setting of VPT in de wijk sneller wordt gerealiseerd zodat daar ook Wlz-zorg zonder verblijf kan worden geleverd. Ook dragen deze bij aan het voorkomen dat er in 2023 méér zorg met verblijf wordt geleverd dan in 2022. Onderdelen 3 en 4 dragen eraan bij dat ook op een verantwoorde wijze zorg zonder verblijf kan worden geleverd. Het is aan zorgkantoren om hier nader invulling aan te geven en via hun inkoopbeleid zorgaanbieders te informeren over de voorwaarden zolang de samenhang met scheiden van wonen en zorg is geborgd.

Jaarlijks, uiterlijk op 1 juni, informeert ZN mij over de inzet van de bovengenoemde middelen in het voorafgaande jaar.

4. Wlz-kader 2022, stand voorlopige kaderbrief Wlz 2023

Tabel 1 laat zien dat het beschikbare Wlz-kader 2022 op grond van de hiervoor genoemde bijstellingen is verhoogd tot € 29.926 miljoen. Daarnaast is zoals ik heb aangegeven in mijn reactie op uw februaribrief nog een bedrag van € 125 miljoen gereserveerd als herverdelingsmiddelen. In lijn met de review2 en de methode in de februaribrief verzoek ik u om ook in de julibrief verschillende scenario’s te schetsen en mij te informeren over de toereikendheid van het Wlz-kader. Op grond daarvan zal ik een besluit nemen over de herverdelingsmiddelen. Daarmee kan ik uw inzichten en advies meenemen in de voorbereiding op de definitieve kaderbrief Wlz 2023.

Tabel 1: ontwikkeling Wlz-kader 2022 sinds reactie op februaribrief 2022 (bedragen in miljoenen euro)

CR

pgb

Totaal

1

Wlz-kader 2022, stand reactie op februaribrief

26.578

3.278

29.856

2

Stimuleringsbudget Wlz

30

0

30

3

Regiobudget Scheiden Wonen en Zorg

40

0

40

4

Wlz-kader 2022, stand voorlopige kaderbrief 2023

26.648

3.278

29.926

II Voorlopig budgettair kader Wlz 2023

Bij de opstelling van het voorlopige kader voor 2023 vormt het budgettair kader Wlz in 2022 het uitgangspunt. Tabel 2 laat zien hoe het Wlz-kader 2023 ten opzichte van het geactualiseerde kader voor 2022 is opgebouwd.

Tabel 2: Opbouw Wlz-kader 2023 (bedragen in miljoenen euro)

Totaal

1

Wlz kader 2022, stand voorlopige kaderbrief Wlz 2023

29.926

2

Groeiruimte 2023

772

3

Maatregel valpreventie

–20

4

Maatregel Scheiden Wonen en Zorg

–43

5

Loon- en prijsbijstelling 2023

PM

6

Wlz kader 2023 (som 1 t/m 5)

30.635

Ik licht in het vervolg van mijn brief de posten 1 tot en met 6 uit tabel 2 toe.

1. Wlz-kader 2022

De basis voor het Wlz-kader 2023 vormt het bedrag dat voor 2022 beschikbaar is. Dit bedrag heb ik via deze brief bijgesteld tot € 29.926 miljoen (zie tabel 1).

2. Groeiruimte 2023

Voor het jaar 2023 zijn € 772 miljoen aan groeimiddelen beschikbaar. Ten opzichte van het Wlz-kader 2022 van 29.926 miljoen is dit een groei van 2,6%. Hiervan heeft 1,7% betrekking op de verwachte demografische ontwikkelingen (circa € 509 miljoen) en betreft 0,9% groeiruimte «boven demografie», omdat het verwachte zorggebruik jaarlijks sneller toeneemt dan de demografische ontwikkelingen (circa € 263 miljoen).

Van de groeiruimte boven demografie is € 4 miljoen bestemd voor investeringen in duurzaam vastgoed. Ik verzoek u dit bedrag te verwerken in de tarieven voor de normatieve huisvestingscomponent. Doel is om aan te sluiten bij de geleidelijke aanpassing van de gebouwenvoorraad aan recente regelgeving in het bouwbesluit voor isolatie en de vervolgstappen die in het verschiet liggen. Vanaf 2023 zullen zorgkantoren toezien op de benodigde verduurzaming van vastgoed. Dit staat omschreven in het Inkoopkader langdurige zorg 2021–2023 van Zorgverzekeraars Nederland3 en wordt nader uitgewerkt in het regionale beleid.

Zoals aangegeven in de definitieve kaderbrief 2022, is de bekostiging van expertisezorg in expertisecentra in de Wlz van start gegaan. In 2022 was dit beperkt tot de doelgroep Korsakov. Hiervoor is via het Wlz-kader 2022 inmiddels € 14,1 miljoen structureel beschikbaar. Vanaf 2023 zal de expertisezorg in expertisecentra voor drie andere doelgroepen worden bekostigd, te weten: NAH-plus, de ziekte van Huntington en langdurige bewustzijnsstoornis. Voor deze doelgroepen geldt dat deze een laag volume hebben en hoog complex zijn qua zorg. Voor deze drie groepen is samen € 14,1 miljoen nodig. De verwachting is echter dat zij niet op 1 januari, maar op 1 juli van 2023 van start gaan. Om deze reden is in het jaar 2023 voor deze drie groepen € 7,1 miljoen gereserveerd binnen de groeiruimte boven demografie. Inclusief de Korsakov-groep is daarmee binnen het Wlz-kader 2023 een bedrag van € 21,2 miljoen beschikbaar voor de bekostiging van expertisezorg in expertisecentra.

Met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Actiz, Aedes, Taskforce Wonen en Zorg, Zorgverzekeraars Nederland en het Ministerie van BZK zijn bestuurlijke afspraken gemaakt waarin de ambitie is gesteld om de komende vijf jaar 25.000 extra verpleegzorgplekken te realiseren.4 Een van de gestelde randvoorwaarden voor de uitbreiding van de verpleegzorgcapaciteit is dat er via de groeiruimte voldoende middelen beschikbaar zijn om de demografische ontwikkelingen op te vangen. Door het beschikbaar stellen van de groeimiddelen worden de betrokken partijen in staat gesteld om de gemaakte afspraken na te leven.

Onder invloed van het scheiden van wonen en zorg is de inzet om de voorziene groei in het aantal verpleegzorgplaatsen te realiseren via vpt (mpt of pgb) en het aantal plekken met verblijf te bevriezen. Uit het onderzoek van HHM5 is naar voren gekomen dat van de gewenste 25.000 uitbreidingsplaatsen, minimaal 4.800 plaatsen in de komende vijf jaar nog in de vorm van verpleeghuizen worden gerealiseerd. De komende periode zal ik bezien op welke wijze ik de totstandkoming van deze extra verpleeghuisplekken kan accommoderen. Dit leidt wel tot een opgave om bij vervangingsbouw verpleegzorgplekken met verblijf om te vormen tot verpleegzorgplekken zonder verblijf (vpt, mpt of pgb). Daarnaast kan er sprake zijn van het herzien van bestaande capaciteitsplannen. In de definitieve kaderbrief zal ik nader op dit onderwerp ingaan.

3. Maatregel Valpreventie

Het kabinet investeert in valpreventie bij 65-plussers. Dit leidt tot minder incidenten en daarmee een lagere instroom in de Wlz. Dit bespaart in 2023 € 20 miljoen.

4. Maatregel Scheiden Wonen Zorg

Met het oog op een toekomstbestendige ouderenzorg worden wonen en zorg stapsgewijs gescheiden zodat langer thuis wonen gestimuleerd wordt. Hierbij is expliciete aandacht voor innovatieve woonvormen en voor de mogelijkheid voor iedereen, ongeacht inkomen, om betaalbaar langer thuis te blijven wonen met zorg. Zorgkantoren gaan bij de inkoop sturen op extramurale leveringsvormen (vpt, mpt of pgb) zodat ouderen langer thuis kunnen wonen en in hun eigen omgeving oud kunnen worden. Omdat extramurale zorg goedkoper is dan verblijfszorg leidt dit tot een besparing op de Wlz-uitgaven. Uitgaande van een gelijkblijvend aantal verpleegzorgplekken met verblijf in 2023 gaat het om een besparing van € 43 miljoen, zoals ook vermeld in de Startnota van kabinet Rutte-IV6.

5. Loon- en prijsbijstelling 2023

Bij het versturen van de definitieve kaderbrief Wlz 2023 zal ik het beschikbare bedrag voor het Wlz-kader in prijspeil 2023 vermelden op basis van de ontwerpbegroting VWS 2023.

6. Wlz kader 2023

De optelling van de posten 1 tot en met 5 leidt tot een voorlopig Wlz-kader voor 2023 van € 30.635 miljoen. Tabel 3 laat zien hoe dit bedrag verdeeld is over de deelkaders.

Tabel 3: verdeling Wlz-kader 2023 over deelkaders (bedragen in miljoenen euro)

Totaal

 

Wlz-kader 2023

30.635

A

Contracteerruimte 2023

26.766

B

Pgb-kader 2023

3.569

C

Herverdelingsmiddelen 2023

300

De contracteerruimte bedraagt bij aanvang van 2023 € 26.766 miljoen. Het pgb-kader bedraagt bij aanvang van 2023 € 3.569 miljoen. Een bedrag van € 300 miljoen is gereserveerd voor herverdelingsmiddelen. Deze middelen worden gereserveerd vanwege de onzekerheid over de benodigde groeiruimte per zorgkantoorregio.

III Overige zaken

Beleidsregel innovatie voor kleinschalige experimenten

In de februaribrief heeft u verzocht het budget voor de beleidsregel «innovatie voor kleinschalige experimenten» in 2022 met € 7,5 miljoen en vanaf 2023 met € 10 miljoen te verhogen. U heeft aangegeven dat het oorspronkelijke budget niet toereikend was en u niet alle aanvragen kon honoreren. Dit was een beperking voor zorgaanbieders om te kunnen experimenteren en innovaties die de prijs en/of kwaliteit van zorg verbeteren breder te kunnen toepassen. Het kabinet heeft ruimte gevonden voor de verhoging van het budget. Daarmee is er in 2022 een budget beschikbaar van € 17,5 miljoen en vanaf 2023 een budget van € 20 miljoen.

IV Slot

Zoals aangegeven in de reactie op de februaribrief, verzoek ik u om mij in juli te adviseren over de ontwikkelingen in het licht van de toereikendheid van het Wlz-kader. In lijn met de review7 en de methode in de februaribrief verzoek ik u om ook in de julibrief verschillende scenario’s te schetsen en mij te informeren over de toereikendheid van het Wlz-kader Ook verzoek ik u om hierbij specifiek aandacht te schenken aan de budgettaire impact van de instroom van ggz-w cliënten, het (financiële) effect van corona op het Wlz-kader en de in 2021 gerealiseerde en de voor 2022 verwachte omvang van het beroep dat wordt gedaan op regelingen die zijn opgesteld om de extra kosten van de COVID-19-pandemie te kunnen ondervangen.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, C. Helder


X Noot
1

Kamerstukken II, 2021/22, 34 104, nr. 352.

X Noot
2

Rapport Erasmus School of Health Policy & Management: Review NZa-prognosemodel Wlz-kader.

X Noot
3

Inkoopkader langdurige zorg 2021–2023 ZN – Publicaties (zn.nl).

X Noot
4

Kamerstukken II, 2020/21, 31 765, nr. 568.

X Noot
5

HHM, 18 mei 2022, «Scheiden wonen en zorg van intramurale bouwplannen verpleegzorg 2020–2025».

X Noot
6

Kamerstukken II, 2021/22, 35 925, nr 143.

X Noot
7

Rapport Erasmus School of Health Policy & Management: Review NZa-prognosemodel Wlz-kader.

Naar boven