Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 februari 2026
Uw vaste Kamercommissie VWS heeft mij op 4 december 2025 verzocht te reageren op het
schrijven van mevrouw J. Hierbij informeer ik u hoe ik opvolging heb gegeven aan dit
verzoek.
De briefschrijver vraagt aandacht voor:
-
• De complexe en langdurige zoektocht naar passende hulp voor een langdurig ziek kind
en een passende onderwijsplek/-voorziening voor een kind na langdurig schooluitval;
-
• Beperkte verlofregelingen voor mantelzorgers van een langdurig ziek kind, waardoor
extra uitdagingen op financieel, sociaal en maatschappelijk gebied ontstaan.
De briefschrijver heeft reeds in 2024 aandacht gevraagd voor haar situatie in een
eerder gestuurde brief aan de Koning. De toenmalige Staatssecretaris van Langdurige
en Maatschappelijke Zorg heeft mevrouw naar aanleiding hiervan uitgenodigd voor een
gesprek. In verband met de val van het kabinet heeft dit gesprek niet plaatsgevonden.
In de brief die mevrouw oktober 2025 aan u stuurt, uit ze het verzoek om alsnog dit
gesprek te voeren. Aan dit verzoek is gehoor gegeven en het gesprek heeft op 27 januari jl.
plaatsgevonden met mevrouw J. en de verantwoordelijk dossiershouders mantelzorg en
jeugd(zorg)/onderwijs binnen de directie Maatschappelijke ondersteuning en de directie
Jeugd van het Ministerie van VWS.
In het gesprek is waardering uitsproken voor de kracht, betrokkenheid en het doorzettingsvermogen
van mevrouw in een zeer moeilijke situatie.
Door het delen van haar verhaal met beleidsmakers bij het Ministerie van VWS, wil
mevrouw verbeteringen realiseren in het beleid. Het was een indrukwekkend en waardevol
gesprek. Afgesproken is dat mevrouw contact kan opnemen als ze tegen nieuwe zaken
aanloopt. Mevrouw heeft ook aangegeven dat de medewerkers van VWS contact mogen opnemen
bij verdere vragen of inzet van haar ervaringsdeskundigheid.
Ik vertrouw erop u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
N.J.F. Pouw-Verweij