Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202034104 nr. 296

34 104 Langdurige zorg

25 295 Infectieziektenbestrijding

Nr. 296 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juni 2020

In de Wlz zijn medio maart al afspraken gemaakt om de financiële onzekerheid als gevolg van corona te beperken. Deze hebben als doel de continuïteit van zorg op de korte termijn te garanderen en de continuïteit van (het) zorg(landschap) op langere termijn te borgen.1 De Nederlandse Zorgautoriteit heeft inmiddels een beleidsregel voor zin natura opgesteld op basis waarvan extra kosten als gevolg van corona kunnen worden vergoed.2 Ook voorziet deze beleidsregel in compensatie van gederfde omzet.

De compensatie voor de omzetderving betreft een vergoeding voor de doorlopende kosten van zorgaanbieders die ze moeten maken voor overeengekomen productie die zij ondanks het coronavirus wel realiseren. De compensatie bedraagt in beginsel het verschil tussen de verwachte omzet in een situatie zonder corona en de gerealiseerde productie. In de beleidsregel heeft de NZa een rekenregel opgenomen om de hoogte ervan te bepalen. Deze maatregel zou aanvankelijk voor de periode 1 maart tot 1 juni 2020 gelden, maar is inmiddels verlengd tot 1 juli 2020.

Graag geef ik zorgaanbieders meer duidelijkheid voor de situatie na 1 juli voor wat betreft de compensatie omzetderving in de Wlz. Om te komen tot een perspectief voor de financiële maatregelen sluit ik aan bij het perspectief voor de herstart van de zorgverlening zelf, die is uitgewerkt in de «Routekaart voor mensen met een kwetsbare gezondheid inzake COVID-19».3 In aanvulling op deze routekaarten heeft het veld diverse handreikingen opgesteld die concrete handvatten bieden voor zorgverleners om de herstart mogelijk te maken.4 De routekaart maakt duidelijk dat de extramurale zorg per 1 juni is opgestart. Ook krijgt per 1 juni 2020 iedere cliënt in de gehandicaptenzorg – zowel cliënten die thuis wonen, als in een woonvorm van een zorgaanbieder – een vorm van dagbesteding. Vanaf 15 juni geven alle locaties een invulling aan de mogelijkheid van bezoek en is ook logeren buiten de instelling weer mogelijk. Verpleeghuizen zijn eveneens vanaf 15 juni weer open voor één of meer bezoekers, tenzij er nog sprake is van besmettingen. In het verlengde hiervan kunnen mensen die nu op de wachtlijst staan, ook de stap naar het verpleeghuis maken. Ook is daar de dagbesteding weer opgestart.

Tegelijkertijd realiseer ik mij dat aanbieders tijd nodig hebben om weer volop in bedrijf te komen en voor de opname van nieuwe cliënten. Aanbieders zullen bij het hervatten van alle zorg en ondersteuning de omschakeling moeten maken naar het «nieuwe normaal».

Ik vraag daarom NZa de maatregel in de Wlz te verlengen tot 1 augustus voor de gehandicaptenzorg (zowel de intramurale zorg als de extramurale dagbesteding) en intramurale ggz (binnen de Wlz) en tot 1 september 2020 voor de intramurale ouderenzorg. Na deze data komen aanbieders in beginsel niet meer in aanmerking voor de vergoeding van de doorlopende kosten. Voor uitzonderlijke situaties ga ik de NZa vragen om de beleidsregel aan te passen, zodat zorgkantoren de mogelijkheid krijgen om tot uiterlijk 31 december 2020 maatwerkafspraken te maken. De uitwerking van deze uitzonderingsregeling vergt nog nadere afstemming met de NZa en Zorgverzekeraars Nederland. Ik kom hier op korte termijn op terug.

Daarnaast bestaat reeds op basis van de huidige beleidsregel van de NZa de mogelijkheid om extra kosten als gevolg van corona te vergoeden. Deze mogelijkheid loopt door tot 31 december 2020 voor alle aanbieders in de langdurige zorg.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Brief van ZN «Financiële helderheid zorgaanbieders langdurige zorg», d.d. 23 maart 2020 met kenmerk B-20–5241.

X Noot
3

Kamerstuk 25 295, nr. 351

X Noot
4

Kamerstuk 25 295, nr. 386