Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202034104 nr. 280

34 104 Langdurige zorg

Nr. 280 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 mei 2020

Met deze brief wil ik u informeren over het nieuwe meerjarige

Wlz-zorginkoopkader 2021–2023 van Zorgverzekeraars Nederland (ZN). De hoofdpunten uit de brief zijn:

  • Het is belangrijk dat zorgaanbieders zich zo goed mogelijk kunnen richten op het verlenen van veilige- en verantwoorde zorg tijdens de coronacrisis en hun capaciteit in stand houden voor de toekomstige zorgvraag. Daarom zijn continuïteitsafspraken gemaakt waarbij de verwachte omzet wordt doorbetaald en meerkosten vanwege het coronavirus worden vergoed. Eerder heeft het kabinet besloten om met ingang van 2020 € 480 miljoen structureel vrij te maken voor de Wlz.

  • ZN heeft een nieuw meerjarig inkoopkader vastgesteld voor de langdurige zorg voor de jaren 2021–2023. Zorgkantoren zetten in op vier kernelementen: passende zorg, innovatie, bedrijfsvoering en duurzaamheid. In gesprekken met aanbieders geven ze hieraan invulling. Hierbij hanteren ze in 2021 een uniform basistarief met een standaard opslag. Ik vind dat passen bij (de doorontwikkeling van) hun rol dat zorgkantoren meer inzetten op prijsdifferentiatie.

  • In het nieuwe Wlz-zorginkoopkader is rekening gehouden met de onzekere omstandigheden waarin zorgaanbieders momenteel verkeren, door het jaar 2021 als overgangsjaar vorm te gegeven. Het kabinet heeft ook besloten de invoering van de integrale vergelijking uit te stellen omdat een goed voorbereidingsproces op weg naar een NZa-advies niet mogelijk bleek.

Kernelementen van het nieuwe Wlz-zorginkoopkader

De Wlz-uitvoerders hebben een meerjarig Wlz-zorginkoopkader dat loopt van 2018 tot en met 2020. Aan het einde van dit jaar loopt het Wlz-zorginkoopkader dan ook af. Het nieuwe Wlz-zorginkoopkader voor 2021 tot en met 2023 is op 29 mei 2020 door ZN gepubliceerd. Het Wlz-zorginkoopkader en de brief aan zorgaanbieders over het Wlz-zorginkoopkader zijn als bijlagen meegestuurd1.

Een meerjarig inkoopkader biedt duidelijkheid en continuïteit voor meerdere jaren, bijvoorbeeld op onderwerpen als hoe zorgkantoren omgaan met nieuwe zorgaanbieders en hoe afspraken gemonitord worden.

Met het nieuwe Wlz-inkoopkader willen zorgkantoren een bijdrage leveren aan de uitdagingen in de langdurige zorg. Ze zetten hierbij in op toegankelijkheid, passende zorg en meer samenwerking binnen de regio. Zorgaanbieders die zich inspannen om tot oplossingen te komen voor de vraagstukken die spelen worden financieel beloond. Dit is vormgegeven door een basistarief, waarbij opslagen gehanteerd worden voor vier kernelementen: passende zorg, innovatie, bedrijfsvoering en duurzaamheid.

Zorgkantoren hebben een belangrijke rol binnen de Wlz. Het is hun verantwoordelijkheid om voldoende en kwalitatief goede zorg in te kopen op een doelmatige wijze. Ik heb daarom ingezet op verdere professionalisering van de zorgkantoren. Hierover bent u geïnformeerd in mijn brief van 6 februari 20192.

Het nieuwe Wlz-zorginkoopkader, inclusief het uniforme basistarief en een opslag, vind ik passen bij deze (door)ontwikkeling en de rol die het zorgkantoor binnen het stelsel heeft. Prijsdifferentiatie maakt het mogelijk dat zorgaanbieders worden beloond als zij zich bijvoorbeeld inspannen om de toegankelijkheid van zorg te bevorderen. Wanneer er ingezet wordt op arbeidsbesparende manieren van zorgverlening kan de kwaliteit van zorg en de toegankelijkheid in de regio worden verbeterd.

De basis voor de afspraken blijft de dialoog, zoals die de afgelopen jaren met zorgaanbieder en de cliënten(raad) is opgebouwd. Dit ondersteun ik omdat kwaliteitsverbeteringen in afstemming tussen de cliënt, zorgaanbieder en zorginkoper moet plaatsvinden. Uit de evaluaties met betrekking tot de zorginkoop 2020 van ActiZ3en VGN4komt naar voren dat de dialooggesprekken als positief worden ervaren. Er vinden goede gesprekken over kwaliteit plaats en de zorgaanbieders waarderen de locatie- en werkbezoeken van de zorgkantoren.

Financiële zekerheid in onzekere tijden

De coronacrisis brengt voor ons allemaal veel onzekerheid met zich mee en trekt een zware economische wissel op veel sectoren. Naast de coronacrisis staat de verpleeghuiszorg c.q. ouderenzorg voor de opgave om de sterk groeiende zorgvraag op te vangen, terwijl de arbeidsmarkt krap is. In het nieuwe Wlz-zorginkoopkader is rekening gehouden met de onzekere omstandigheden waarin zorgaanbieders momenteel verkeren. Ook heeft het kabinet een aantal maatregelen en besluiten genomen om ervoor te zorgen dat zorgaanbieders zich kunnen richten op het verlenen van veilige en verantwoorde zorg tijdens de coronacrisis en hun capaciteit in stand kunnen houden.

Wlz- zorginkoopkader

Ik constateer dat de zorgkantoren bij de introductie van het nieuwe inkoopkader, rekening houden met de onzekere omstandigheden waarin zorgaanbieders verkeren. Zorgkantoren hebben aangegeven 2021 als een overgangsjaar te zien, waardoor het minimale van zorgaanbieders wordt gevraagd. In de brief aan de aanbieders over het Wlz-inkoopbeleid is dit toegelicht. Hierin is onder andere opgenomen dat zorgkantoren voor 2021 een basistarief hanteren van 94% van het maximum NZa-tarief5 voor alle zorgprestaties met een standaard opslag (met uitzondering van Menzis en DSW6). Met deze opslag komen zorgaanbieders in aanmerking voor een tarief van 96% van het maximum NZa-tarief, tenzij zij in 2020 een tarief ontvingen dat lager was dan 96%.

Een beknopt plan is voldoende om in aanmerking te komen voor de opslag, zodat hier wel de dialoog over gestart kan worden. Alleen zorgaanbieders die helemaal geen inspanning laten zien, zullen niet in aanmerking komen voor een opslag. De plannen worden opgevraagd op het moment dat de situatie enigszins is genormaliseerd, waarna aanbieders twee maanden de tijd hebben hierover in gesprek te gaan en de plannen aan te leveren.

Daarnaast blijft voor 2021 de NHC stabiel en wordt hier niet over onderhandeld. De afgesproken prijs wordt, voor het deel dat betrekking heeft op de kapitaallasten, daarmee vastgesteld op 100% en is niet afhankelijk van de vier kernelementen.

Maatregelen van het kabinet

Om zorgaanbieders in deze onzekere tijden meer financiële duidelijkheid te geven, is dit jaar een aantal maatregelen en besluiten genomen die hieraan bijdragen. Hierdoor kunnen zorgaanbieders zich maximaal richten op het leveren van de noodzakelijke zorg en de toekomstige zorgvraag. Dit wordt onder meer geborgd door:

  • De verhoging van het budgettaire kader;

  • De compensatiemaatregelen als gevolg van corona;

  • Het uitstellen van de invoering van de integrale vergelijking.

Verhoging van het budgettair kader

  • In de Maartbrief 2020 liet de NZa weten een tekort van circa € 550 miljoen te verwachten. Hiervan kan € 70 miljoen worden opgelost door de inzet van de herverdelingsmiddelen die reeds waren gereserveerd bij de definitieve kaderbrief 2020. Het kabinet heeft besloten om het benodigde bedrag van € 480 miljoen structureel vrij te maken voor het Wlz-kader, zodat het verwachte tekort volledig kan worden opgelost7.

  • – Vanaf 2019 worden de middelen voor het kwaliteitskader via een kwaliteitsbudget toegekend aan de instellingen. In 2020 bedraagt dit kwaliteitsbudget € 1.100 miljoen. Voor de verpleeghuiszorg komt in 2021 de laatste tranche van € 350 miljoen extra kwaliteitsbudget beschikbaar (in totaal daarmee een kwaliteitsbudget van € 1.450 miljoen), zodat zij kunnen gaan voldoen aan het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Het kwaliteitsbudget 2021 biedt daarbij extra financiële zekerheid omdat afgesproken is dat de gerealiseerde afspraken over het kwaliteitsbudget 2020 (inclusief mogelijke extra inzet van personeel wegens corona) doorwerken in de afspraken voor 2021: «hebben = houden». Dit ondersteunt verpleeghuizen bij de implementatie van de personeelsnorm van het kwaliteitskader in 2021.

De compensatiemaatregelen als gevolg van corona

Voor 2020 zijn er afspraken gemaakt over de compensatie van meerkosten en omzetderving in verband met corona (omzetgarantie). De termijn voor de vergoeding van de omzetderving is onlangs verlengd van 1 juni 2020 naar 1 juli 2020. Daarnaast kunnen zorgaanbieders in aanmerking komen voor de vergoeding van de meerkosten, die gerelateerd zijn aan corona. De uitwerking van deze maatregelen is opgenomen in een beleidsregel van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)8.

Het uitstellen van de invoering van de integrale vergelijking

Op 10 februari jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat de NZa het advies en de uitkomsten van de integrale vergelijking met een bijbehorende impact-analyse op 15 juni 2020 op zal leveren9. De NZa heeft mij op 1 mei jl. laten weten dat dit tijdspad door de coronacrisis niet meer mogelijk is. Deze brief is opgenomen in de bijlagen10. De resultaten van de nulmeting, de duiding van deze uitkomsten en de beleidsoverwegingen zijn de basis voor het advies. Door de coronacrisis is het op dit moment niet mogelijk om de uitkomsten met zorgaanbieders te duiden en kan het advies bestuurlijk niet worden geconsulteerd. De eerste prioriteit van bestuurders is het managen van de crisis en het bieden van goede en veilige zorg. Zodra de situatie het toelaat zal de NZa de resultaten van de nulmeting met de betreffende zorgaanbieders bespreken. Op basis hiervan zal het advies verder worden vormgeven.

De NZa heeft aangegeven dat dit betekent dat het opnemen van de resultaten van de integrale vergelijking in de gereguleerde tarieven van 2022 niet langer tot de mogelijkheden behoort en naar verwachting een jaar opschuift. In 2023 wordt dan een eerste stap gezet met het baseren van de gereguleerde tarieven op de integrale vergelijking. Over de consequenties van het uitstel ga ik in gesprek met de NZa.

Uniformering en indexering tarieven 2021

Voor zorgaanbieders is voorts nog relevant dat op grond van het nieuwe Wlz-inkoopkader in 2021 een uniformering plaatsvindt van de basistarieven die zorgkantoren afspreken in de Wlz. Hierdoor groeien de gemiddelde afgesproken prijzen van de zorgkantoren meer naar elkaar toe.

Naast de uniformering van de basistarieven worden de Wlz-tarieven 2021 over de gehele lijn met gemiddeld 3,57% geïndexeerd. In deze indexatie is ook een correctie voor het jaar 2020 meegenomen omdat de voorlopige indexatie voor dat jaar te laag was. Dat wordt in 2021 (structureel) rechtgetrokken.

Tot slot

Bovenstaande neemt niet weg dat we binnen de langdurige zorg voor grote uitdagingen staan. In uw Kamer is meerdere malen het debat gevoerd over het spelen van verschillende wedstrijden met betrekking tot de kwaliteit en de toegankelijkheid van zorg. Voor de verpleeghuiszorg c.q. ouderenzorg start ik na de zomer met de stakeholders een gezamenlijk proces op, om een meerjarig perspectief neer te zetten. Het kwaliteitskader, vraagstukken rondom capaciteit en wachtlijsten en een passende bekostiging zijn hierbij aan de orde.

Voor het einde van het jaar wordt u middels de vijfde voortgangsrapportage «Thuis in het verpleeghuis» geïnformeerd over dit verdere proces.

Voor de GGZ en de Gehandicaptenzorg heeft ZN aangegeven om met de verschillende stakeholders per branche de gezamenlijke opgave te verkennen, aanhakend bij wat in de verschillende sectoren al gebeurt (bijv. kwaliteitsuitgangspunten GGZ). Het meerjarige Wlz-inkoopkader biedt ruimte om het jaar 2022 en 2023 met inachtneming van de uitkomsten van deze gesprekken verder in te vullen, als dit past binnen de doelstellingen van zorgkantoren.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Raadpleeg via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 34 104, nr. 244.

X Noot
3

Rapportage ActiZ Leden enquête Wlz-zorgcontractering 2020. Actiz. 11 maart 2020.

X Noot
4

Analyse zorginkoop voor 2020 – in opdracht van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland.

AEF. 20 mei 2020

X Noot
5

Hierbij is gecorrigeerd voor het niet onderhandelbare deel met betrekking tot de NHC en NIC.

X Noot
6

Het huidige meerjarige inkoopkader loopt voor Menzis en DSW nog door.

X Noot
7

Kamerstuk 34 104, nr. 278

X Noot
9

Kamerstuk 31 104, nr. 273

X Noot
10

Raadpleeg viawww.tweedekamer.nl