Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734086 nr. 36

34 086 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met een herziening van de wettelijke regeling van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen (Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen)

Nr. 36 MOTIE VAN DE LEDEN VAN OOSTEN EN VAN TOORENBURG

Voorgesteld 27 september 2016

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

vaststellende dat de meeste personen die zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf deze niet direct na het uitspreken van de straf ondergaan;

vaststellende dat deze personen op een later moment worden opgeroepen om zich te melden bij een penitentiaire inrichting om hun straf uit te zitten;

vaststellende dat een groot aantal van deze zogenoemde «zelfmelders» zich niet zelf meldt en dat hoge kosten worden gemaakt om te proberen deze personen alsnog achter de tralies te krijgen;

overwegende dat dit volstrekt onwenselijk is en deze personen door dit gedrag geen inzicht tonen in de door hen gepleegde misdrijven;

overwegende dat het gewenst is dat het feit dat een persoon zich niet zelf meldt bij een penitentiaire inrichting niet zonder gevolgen blijft voor de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

roept de regering op, onderzoek te doen naar de mogelijkheid van het onthouden van voorwaardelijke invrijheidstelling indien personen die in de mogelijkheid zijn gesteld zichzelf te melden na oplegging van een gevangenisstraf, zich niet zelf melden bij een penitentiaire inrichting,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Oosten

Van Toorenburg