Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634086 nr. 14

34 086 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met een herziening van de wettelijke regeling van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen (Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen)

Nr. 14 AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN DER STAAIJ EN BISSCHOP

Ontvangen 8 december 2015

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel QQ, wordt aan artikel 6:3:1 een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Onze Minister kan ambtshalve of op verzoek van degene die de taakstraf moet verrichten deze termijn eenmaal met zes respectievelijk drie maanden verlengen. Hij zendt hiervan zo spoedig mogelijk een kennisgeving aan de degene die de taakstraf moet verrichten.

Toelichting

Het uitgangspunt dient te zijn dat taakstraffen worden uitgevoerd. Op grond van artikel 6:1:2 dient dit zo spoedig mogelijk te gebeuren. Het is ongewenst dat deze straffen na verloop van tijd kunnen vervallen. De indieners stellen voor om de totale termijn waarbinnen de taakstraf volbracht dient te worden, zijnde twee jaar na het onherroepelijk worden van een vonnis dan wel één jaar na het onherroepelijk worden van een strafbeschikking, gelijk te laten zijn aan de bestaande regeling (artikel 22c, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht). Dit om de uitvoering van de taakstraffen zoveel mogelijk te garanderen. Een eenmalige verlenging van de periode waarin de taakstraf moet worden voltooid, blijft door het voorgestelde amendement mogelijk.

Van der Staaij Bisschop