Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534065 nr. 3

34 065 Initiatiefnota van het lid Tanamal over buurtrechten

Nr. 3 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 17 maart 2015

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de initiatiefnemer over de Initiatiefnota van het lid Tanamal over buurtrechten (Kamerstuk 34 065, nr. 2).

De vragen en opmerkingen zijn op 23 januari 2015 aan de initiatiefnemer voorgelegd. Bij brief van 17 maart 2015 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Berndsen-Jansen

De adjunct-griffier van de commissie, Hendrickx

I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

1.

Algemeen

2

2.

Inleiding

3

3.

Buurtrechten

5

4.

Financiële gevolgen

7

5.

Beslispunten

7

1. Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Initiatiefnota over buurtrechten van het lid Tanamal. Graag willen zij diverse opmerkingen maken en de indienster een aantal vragen voorleggen.

Allereerst merken de leden van de VVD-fractie op, dat zij er een groot voorstander van zijn dat mensen hun eigen leven vorm geven. Daarbij horen zelfstandige, onafhankelijke en mondige mensen. Ook burgerparticipatie en vrijwilligerswerk juichen zij toe. Dat neemt evenwel niet weg dat deze leden nog niet goed voor ogen hebben wat de indienster nu precies voorstelt. Daarom hebben deze leden een aantal vragen.

De indienster wil dat buurtbewoners, zo deze bewoners dat wensen, via eigen initiatieven taken op zich nemen. Maar, zo stelt de indienster, buurtbewoners komen lang niet overal goed in positie. De overheid zou dan ook moeten zorgen dat initiatieven mogelijk zijn. Buurtbewoners zouden nu vaak belemmeringen ervaren. De indienster wil de mogelijkheden voor buurtbewoners om als collectief buurtproblemen op te lossen, verbeteren. Dat kan met hulp van buurtrechten, een verzameling van participatierechten voor buurtbewoners, stelt de indienster.

Met die buurtrechten krijgen bewoners, als collectief, het recht om mee te dingen naar «publieke diensten». Voorts kan er worden geboden op maatschappelijk vastgoed. Om wat voor publieke diensten gaat het, zo vragen de leden van de VVD-fractie. Overigens is het de leden van de VVD-fractie opgevallen dat in paragraaf 2 van de nota het begrip «openbare diensten» wordt gebruikt. Wordt hetzelfde bedoeld?

De leden van de VVD-fractie vragen de indienster of er voorbeelden van het idee van buurtrechten in het buitenland beschikbaar zijn? Zo ja, welke? Hoe succesvol zijn die?

De leden van de VVD-fractie vragen de indienster aan te geven om wat voor soort rechten het gaat bij «buurtrechten». Hebben deze rechten een wettelijke grondslag? In hoeverre zijn deze rechten afdwingbaar? In hoeverre is landelijke wet- en regelgeving nodig, een en ander met de beoogde landelijke borging van deze rechten? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indienster.

De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de indienster een start wil maken met «buurtrecht-experimenten». Nu het in eerste instantie gaat om «experimenten», is de vraag waarom dat woord niet terugkomt in de titel van de initiatiefnota. Nu er nog niets zeker is, had dat, naar de mening van de leden van de VVD-fractie voor de hand gelegen. Gaarne krijgen zij een reactie van de indienster. Hoe lang zal, zo is de verwachting, de periode van experimenteren duren.

Er wordt in de nota gesteld dat buurtrechten burgers de mogelijkheid bieden om initiatieven, zoals «buurtbedrijven» en «zorgcoöperaties» tot grote bloei te brengen. Wat zijn dat voor soort instellingen? Zijn dat reeds bestaande instellingen of moeten die door de bewoners worden opgericht? Hoe verhouden die instellingen zich tot de gekozen volksvertegenwoordigingen, te weten de gemeenteraden? Hoe verhouden deze zich tot de later in de nota genoemde rechtspersoon die moet worden opgericht (zie paragraaf 2)? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indienster.

De PvdA-fractie heeft met belangstelling kennisgenomen van het initiatiefvoorstel van het lid Tanamal over buurtrechten. Toch hebben de leden van de PvdA-fractie enkele vragen ter verduidelijking van de initiatiefnota. Initiatieven van burgers zijn belangrijk in een tijd waar actief burgerschap, betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid steeds belangrijker zijn voor de buurt. Burgers geven in toenemende mate aan zelf meer invloed te willen uitoefenen in het publieke domein door zelf het initiatief te nemen. De PvdA-fractie deelt daarom ook de opvatting van de initiatiefneemster dat om daadwerkelijk ruimte te geven aan initiatieven er ook echt ruimte moet worden gecreëerd. Door burgers die mee willen doen meer in staat te stellen zichzelf te organiseren in buurtcollectieven.

De leden van de SP-fractie hebben de initiatiefnota van het lid Tanamal over buurtrechten met belangstelling gelezen. Zij hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.

Genoemde leden pleiten al lange tijd voor het kleinschalig organiseren van voorzieningen op buurtniveau. In 2008 brachten deze leden hierover een nota uit met de titel «De buurt de schaal van de toekomst» waarin zij betogen dat publieke voorzieningen dichtbij mensen georganiseerd moeten worden. Daardoor wordt de afstand tot voorzieningen kleiner en de betrokkenheid van mensen groter. Genoemde leden zijn het dan ook eens met de analyse van de indienster dat betrokkenheid van buurtbewoners bijdraagt aan buurtontwikkeling. Wel missen zij een visie op de schaalvergroting die heeft plaatsgevonden waardoor mensen juist steeds minder greep hebben op hun omgeving omdat organisaties anoniemer en afstandelijker zijn geworden. Genoemde leden vragen de indienster hierop in te gaan. Voorts vragen zij of de indienster hier ook een verband ziet met het oprukken van marktwerking die de schaalvergroting in de hand heeft gewerkt en de zeggenschap van mensen sterkt heeft verminderd. Zij vragen of de indienster het met de leden van de SP-fractie eens is dat, willen we de zeggenschap van mensen werkelijk vergroten, ook hier een halt aan moet worden geroepen en publieke voorzieningen weer publiek georganiseerd moeten worden.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennis-genomen van de initiatiefnota van het lid Tanamal over buurtrechten. Met de initiatiefneemster constateren deze leden, dat er in het land veel burgerinitiatieven op buurtniveau worden ontwikkeld – vaak met steun van de gemeente en maatschappelijke organisaties, maar nog te vaak tegen de verdrukking in.

De leden van de D66-fractie spreken hun waardering uit voor de initiatiefnota van het lid Tanamal. Evenwel hebben zij nog enige vragen over de wijze waarop deze nota tot uitvoering gebracht kan worden. Zij staan positief tegenover participatie van actieve bewoners en zijn het ten principale eens met de stelling dat overheden een positieve grondhouding ten aanzien van dergelijke projecten moeten hebben. Zowel gemeente als buurt kunnen daar voordeel aan ontlenen. Beiden moeten dan wel op elkaar kunnen vertrouwen en durven loslaten. Daarvoor moet wel aan enkele randvoorwaarden voldaan worden. Daarover stellen zij in paragraaf 2 nadere vragen.

2. Inleiding

De leden van de VVD-fractie vragen de indienster de aanleiding voor de initiatiefnota nader te motiveren. De indienster stelt onder andere dat de overheid «tegengestelde belangen» moet overbruggen. Wat wordt daar in het kader van deze nota mee bedoeld, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

De leden van de PvdA-fractie lezen dat de initiatiefneemster in haar initiatiefnota pleit voor een start met experimenten met buurtrechten voor de domeinen zorg, welzijn en leefbaarheid om te onderzoeken welke veranderingen er nodig zijn om buurtinitiatieven op deze manier te ondersteunen. Welke praktijkvoorbeelden kan de initiatiefneemster geven waaruit blijkt dat buurtbewoners deze buurtrechten hadden willen en kunnen gebruiken voor hun buurtinitiatief? En kan de initiatiefneemster toelichten waarom er gekozen is voor de domeinen zorg, welzijn en leefbaarheid?

De initiatiefneemster stelt daarnaast dat buurtbewoners niet hoeven op te boksen tegen allerlei belemmeringen en noemt een aantal door de buurtbewoners ervaren belemmeringen. In hoeverre kan de initiatiefneemster aangeven op welke manier het verankeren van buurtrechten deze belemmeringen kan tegengaan?

De leden van de SP-fractie staan positief tegenover het experimenteren met buurtrechten om zo initiatieven die vanuit de bevolking komen beter mogelijk te maken. Bureaucratisch structuren die in de weg staan van het slagen van initiatieven van onderop moeten worden geslecht.

Wel maken genoemde leden zich zorgen over de context waarin deze experimenten tot stand moeten komen. Door de toenemende vercommercialisering van bijvoorbeeld de zorg moeten de voorgestelde collectieven van buurbewoners met andere zorgorganisaties concurreren. Genoemde leden vragen of en hoe deze collectieven in staat zullen zijn de strijd aan te gaan met deze commerciële organisaties. Denkt de indienster dat deze collectieven van buurtbewoners in staat zullen zijn om een aanbesteding even goed voor te bereiden als bedrijven daartoe in staat zijn? Zij vragen of de voorstellen niet veel beter tot zijn recht zouden komen wanneer we deze voorzieningen weer publiek zouden organiseren. Voorts vragen zij of de indienster de mogelijkheid verkent heeft om af te zien van een aanbesteding wanneer een collectief van buurtbewoners een dienst zelf wil organiseren. Daarnaast vragen genoemde leden welke ondersteuning buurtbewoners kunnen krijgen bij het opstellen van een plan zodat deze enkel om inhoudelijke redenen afgewezen zal kunnen worden en niet om formele of juridische redenen.

Zorgelijk vinden de leden van de SP-fractie de passages waarin de indienster spreekt over buurtbewoners die niet meer willen betalen voor het groenonderhoud omdat het niet voldoet aan de wensen van bewoners. De indienster stelt voor hier werkloze buurtbewoners voor in te zetten op kosten van de buurt. Genoemde leden vragen hoe de indienster dit precies voor zich ziet. Hebben de leden van de SP-fractie het goed begrepen dat de indienster het groenonderhoud dat als publieke voorziening verzorgd wordt door mensen met een betaalde baan in die gevallen wil privatiseren en tegen een geringe vergoeding wil laten verzorgen door werklozen? Dat is wat betreft genoemde leden een onzalig plan. Iets anders is het wanneer buurtbewoners de mogelijkheid krijgen gezamenlijk zelf een stuk groen te onderhouden, bijvoorbeeld omdat zij gezamenlijk groenten willen kweken of zelf een bloementuin aan willen leggen. Dergelijke initiatieven juichen de leden van de SP-fractie toe.

De leden van de CDA-fractie zijn er voorstander van om een wettelijk recht op initiatief te scheppen. Burgers moeten de gemeente kunnen dwingen om bepaalde activiteiten opnieuw aan te besteden of aan hen over te laten. Burgers moeten door de overheid toegelaten of erkende maatschappelijke organisaties kunnen dwingen om taken aan hen over te dragen of initiatieven te ondersteunen.

De leden van de CDA-fractie vragen zich wel af, of zij onder «buurt-rechten» hetzelfde verstaan als waar de initiatiefneemster over spreekt. De initiatiefneemster spreekt over buurtbewoners die «taken op zich nemen». Ziet de initiatiefneemster burgers als uitvoeringsorganisatie van de overheid, zo vragen deze leden. Zij wil dat buurtbewoners zich weer «in oplossingen herkennen». Van wie zijn die oplossingen volgens de initiatiefneemster, zo vragen deze leden. «De verzorgingsstaat moet weer van onze burgers worden.». Komen buurtrechten naar de opvatting van initiatiefneemster in de plaats van de verzorgingsstaat, zo vragen deze leden.

3. Buurtrechten

Een van de buurtrechten is «het recht om gemeenten uit te dagen», zo lezen de leden van de VVD-fractie. In dat kader vragen zij indienster aan te geven wat moet worden verstaan onder «het door bewoners zelf uitvoeren van openbare diensten». Wat is in dezen een «openbare dienst»? Hoe komen bewoners aan de financiële middelen?

Een ander recht is «het recht op gebruik van maatschappelijk vastgoed». Hoe definieert de indienster «maatschappelijk vastgoed»? Moet dit wettelijk worden vastgelegd? In hoeverre zijn de bewoners in staat om een en ander zelf te financieren?

De indienster stelt dat buurtrechten geen verplichting zijn. De leden van de VVD-fractie onderschrijven dat, maar in hoeverre bestaat het risico dat er in bepaalde situaties niets gebeurt, omdat de gemeente ervan uitgaat dat buurtbewoners bepaalde zaken oppakken, terwijl dat niet het geval is. Dreigt niet het gevaar dat iedereen op iedereen gaat zitten wachten.

Wat als buurtbewoners vol goede moed ergens aan beginnen, maar het niet voor elkaar krijgen of als er verschil van inzicht tussen bewoners ontstaat? Wat als bewoners er samen niet uitkomen? Wat dan? Wat betekent dat voor de geplande projecten? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indienster.

Hoe moeten de bewoners zich eigenlijk organiseren? Is het de bedoeling dat er een soort bewonersraad ontstaat? Hoe leggen bewoners verantwoording af en aan wie? Hoe is de relatie met de gemeenteraad dan wel eventuele gekozen wijkraden? Wat als niet alle bewoners mee willen doen? Wat zijn de rechten van die bewoners? In hoeverre worden de bewoners door de gemeente ondersteund? Worden de bewoners ook financieel ondersteund? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indienster.

Er wordt gesteld dat bewoners samen met een rechtspersoon een collectief vormen, die de grenzen van de buurt vastleggen. Die grenzen moeten door «alle» buurtbewoners worden erkend. Wat gebeurt er als niet «alle» bewoners met die grenzen instemmen? Ontstaat er dan geen collectief? Wie richt overigens deze rechtspersoon op? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indienster.

De PvdA-fractie steunt het voorstel van het buurtrecht-experiment zodat burgers meer invloed kunnen uitoefenen in het publieke domein door zelf meer verantwoordelijkheden te nemen. De initiatiefneemster stelt dat de lokale overheid eindverantwoordelijk blijft voor zaken met een wettelijke verplichting. Kan de initiatiefneemster aangeven op welke manier deze verantwoordelijkheden met de buurt kunnen worden gedeeld? En hoe denkt de initiatiefneemster over het waarborgen van de verantwoordelijkheid voor de continuïteit van een buurtinitiatief?

Voor de PvdA-fractie is het belangrijk dat iedereen die wil meedoen ook kan meedoen met het experiment. De initiatiefneemster wil het buurtrecht-experiment niet verplichten voor de buurtbewoners. Welke praktijkvoorbeelden kan de initiatiefneemster geven waaruit blijkt op welke manieren buurtbewoners kunnen worden betrokken bij het buurtrecht-experiment?

De indienster stelt voor, lezen de leden van de SP-fractie, om buurtbewoners het recht te geven (mede) gebruik te maken van maatschappelijk vastgoed. Genoemde leden vinden het een goed idee om het buurtbewoners mogelijk te maken van gebouwen in de buurt voor lokale initiatieven. Zij hebben echter twijfels bij het voorstel zoals de indienster dat doet. Voorgesteld wordt dat een collectief van buurtbewoners het «eerste recht heeft een bod te doen uit eigen middelen voordat het vast- of landgoed in de vrije verkoop of huur terecht komt», de aankoop moeten zij vervolgens «uit eigen middelen financieren.» Dat zou tot gevolg kunnen hebben dat alleen in buurten waar kapitaalkrachtige bewoners woonachtig zijn de mogelijkheid hebben gebruik te maken van vastgoed om buurtinitiatieven te ontplooien. De leden van de SP-fractie vragen hoe de indienster dit risico wil ondervangen.

De leden van de D66-fractie vragen zich af de vorm waarin participatie in de initiatiefnota gegoten wordt, een buurtrecht, niet ook een risico inhoudt. Wanneer buurtrechten zich breed zouden verspreiden en overal geformaliseerde collectieven via rechtspersonen ontstaan, levert dan niet feitelijk gezien een vierde bestuurslaag op? Een bestuurslaag bovendien die wel voor de buurt beslist, maar die naar privaat recht is vormgegeven en waarvoor dus publieke waarborgen ontbreken. Hoe ziet de indienster deze risico’s en hoe zouden die haars inziens vermeden kunnen worden?

Voorts zal niet elke buurtbewoner willen of kunnen participeren. In de nota stelt de indienster dat het buurtrecht voorziet in representatie van alle buurtbewoners. Daarvoor haalt zij de rechtspersoon aan die als collectief gevormd wordt en het buurtreferendum. Ten aanzien van de rechtspersoon vragen de aan het woord zijnde leden zich af welke voor- en nadelen de verschillende civiele rechtspersoonlijkheden de indienster ziet op het gebied van representatie. Ook zijn zij benieuwd over wat voor soort vragen het buurtreferendum kan gaan en hoe die besluitvorming zich verhoudt tot bijvoorbeeld de ledenvergadering indien de buurt zich als vereniging verenigt, of de aandeelhoudersvergadering indien het bijvoorbeeld een BV betreft.

Kan de indienster de rol van de sociale wijkteams toelichten. Zij presenteert deze teams als een middel om kwetsbare groepen te stimuleren deel te nemen in de buurt en hun buurtrechten uit te oefenen. In hoeverre weten dergelijke teams momenteel kwetsbare groepen al actief betrokken te krijgen bij gemeentelijke inspraak over bijvoorbeeld de inrichting van de zorg of het kernenbeleid?

Veel van de gemeenten die de afgelopen jaren gefuseerd zijn, zij na hun herindeling een actief dorps- of kernenbeleid gestart. In de grote steden kende men de deelraden, tegenwoordig de bestuurscommissies. En na de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 was er een toename van gemeenten waarvan het nieuwe college zich actief openstelde voor initiatieven vanuit de buurt of waar buurtrechten al ingevoerd zijn. Kan de indienster een overzicht geven van dergelijke al lopende projecten, de mate waarin de gestelde doelen bereikt worden en haar appreciatie daarvan? Waarin verschillen de buurtrechten zoals zij die voor zich ziet, en waar de wet mogelijk voor gewijzigd moet worden, van de al in verscheidene gemeenten ingevoerde buurt-rechten? Is het, zo vragen de aan het woord zijnde leden zich af, eigenlijk niet heel logisch dat wanneer een groep bewoners stelt een door de gemeente geboden voorziening in eigen beheer goedkoper en beter te kunnen leveren de gemeente daar serieus op ingaat? Is daar wel een «recht» voor nodig?

Tot slot vragen de aan het woord zijnde leden zich af wanneer de indienster het experiment met buurtrechten geslaagd is? Op welke maatstaven wil zij verbetering zien? Wordt procesgericht gemeten of uitkomstgericht?

4. Financiële gevolgen

In de nota lezen de leden van de VVD-fractie dat buurtbewoners, via een offerte, kunnen meedingen naar de aanbesteding van een publieke dienst. De kosten van een offerte komen in beginsel voor rekening van het buurtcollectief. Krijgen de bewoners daarvoor subsidie van de gemeente of betalen de bewoners dat daadwerkelijk zelf? Hoe wordt geborgd dat bewoners met zijn allen betalen? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indienster. Als het gaat om de ontwikkelingskosten hebben deze leden dezelfde vragen.

5. Beslispunten

De leden van de VVD-fractie vragen zich af of de indienster over het idee van buurtrechten contact met de VNG heeft gehad. Zo ja, hoe kijkt de VNG daar tegen aan?

Uit de geformuleerde beslispunten blijkt dat er nog heel wat moet gebeuren voordat eventuele buurtrechten daadwerkelijk kunnen worden uitgeoefend. Zo moeten de regering en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) eerst inventariseren welke gemeenten mee willen doen en wat gemeenten nodig hebben en of buurtrechten binnen bestaande wettelijke kaders kunnen worden uitgevoerd. Waarom heeft de indienster niet zelf, eventueel met behulp van de VNG en andere instanties, geïnventariseerd wat nodig is om buurtrechten mogelijk te maken en de Kamer vervolgens concrete voorstellen voorgelegd. Wat stelt de indienster nu in feite voor? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van de indienster.

De leden van de CDA-fractie hebben vragen over de wijze waarop de initiatiefneemster buurtrechten wil vormgeven. Is de indruk van deze leden juist, dat het hier gaat om een door de overheid bedacht, geïnitieerd en gecontroleerd experiment?

De leden van de CDA-fractie zijn ervan overtuigd, dat de samenleving verder is dan de initiatiefneemster zich realiseert. Deze leden zouden een voorstel steunen dat in korte tijd de gerealiseerde initiatieven inventariseert en evalueert. Er is veel kennis aanwezig bij de kenniscentra, beroepsorganisaties, het Landelijk Samenwerkings-verband Actieve bewoners (LSA), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en anderen. Naar de overtuiging van deze leden kan die – veelal door de overheid gefinancierde – kennis snel beschikbaar komen. De bronnen die de initiatiefneemster aan het slot van de nota noemt, bieden al een handvat. Op basis van die kennis kan het «right to challenge», dat de Kamer bij amendement heeft opgenomen in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, breder worden gemaakt en van een landelijk kader worden voorzien. Deelt de initiatiefneemster de mening van de leden van de CDA-fractie, dat daarvoor geen experimenten meer nodig zijn omdat deze er al lang zijn?

De leden van de CDA-fractie zijn er voorstander van om burgers een recht in handen te geven, daar waar hun initiatief op institutionele onwil stuit. Deze leden zijn van mening, dat centraal geleide experimenten niet nodig zijn. De uitwerking in hoofdstuk 2 is goed te gebruiken bij het inrichten van het «right to challenge». Zij bevat goede bouwstenen voor een algemene regeling, die aansluit op de huidige praktijk.

II. Reactie van de initiatiefnemer

1.

Algemeen

8

2.

Inleiding

10

3.

Buurtrechten

13

4.

Financiële gevolgen

18

5.

Beslispunten

19

1. Algemeen

De initiatiefnemer dankt de leden van de fracties van de VVD, PvdA, SP, CDA en D66 voor hun belangstelling en vragen. De initiatiefnemer heeft zich er met veel plezier toe gezet om deze vragen naar een zo groot mogelijke tevredenheid te beantwoorden en merkt op dat de leden van de betreffende fracties positief aankijken tegen de strekking van de nota. Wel geven de leden van de betreffende fracties aan nog enkele vragen te hebben. Bij de beantwoording van de vragen heeft de initiatiefnemer de volgorde van het schriftelijk verslag aangehouden.

De leden van de VVD-fractie geven aan te willen weten om wat voor publieke diensten het gaat bij buurtrechten en wat verstaan wordt onder «openbare dienst».

De initiatiefnemer wil een start maken met gemeentelijke buurtrecht-experimenten binnen de publieke domeinen zorg, welzijn en leefbaarheid om te bezien welke belemmeringen buurtcollectieven ervaren en wat er vervolgens nodig is om buurtrechten beter te borgen. Met openbare dienst wordt hetzelfde bedoeld als een publieke dienst. Het was niet de bedoeling van de initiatiefnemer om hier onduidelijkheid over te laten bestaan.

De leden van de VVD-fractie vragen welke voorbeelden van buurtrechten uit het buitenland beschikbaar zijn en hoe succesvol deze zijn.

De initiatiefnemer wijst in dit kader graag op de situatie in Engeland, waar de Localism Act en de Social Value Act sinds 2013 van kracht zijn. Doel is om maatschappelijke ondernemingen, (lokale) overheden en publieke dienstverleners te stimuleren een bijdrage te leveren aan het milieu, de sociale betrokkenheid en de lokale economische situatie. Er wordt in Engeland gewerkt vanuit drie uitgangspunten: 1. Versterking van eigen kracht in lokale gemeenschappen: wijken en buurten moeten weer zeggenschap krijgen over de vormgeving van hun eigen lokale gemeenschap, 2. Hervorming van de publieke dienstverlening: vrijwilligersorganisaties, verenigingen, coöperaties en maatschappelijke ondernemers moeten kunnen meedingen naar de uitvoering van publieke diensten en 3. Stimulering van de maatschappelijke participatie: burgers moeten in staat gesteld worden om een actievere rol in de samenleving te spelen. Deze uitgangspunten sluiten goed aan bij de strekking van de initiatiefnota. In Engeland bestaan inmiddels 500 zogenaamde Trusts, geleid door buurtbewoners. De Trusts zijn ingebed in de lokale gemeenschap en goed te vergelijken met de door de initiatiefnemer beoogde buurtcollectieven. De groepen burgers hebben het recht om de gemeente uit te dagen als zij denken een publieke dienst zelf beter te kunnen uitvoeren. Als de gemeente uitgedaagd wordt, moet zij de publieke dienst opnieuw aanbesteden zodat de groep burgers zelf een offerte kan uitbrengen. In Engeland zijn er inmiddels honderden mooie burgerinitiatieven ontstaan op een groot scala aan publieke domeinen. In Engeland ziet de initiatiefnemer vooral veel initiatieven ontstaan op het gebied van zorg, welzijn en leefbaarheid.

De leden van de VVD-fractie geven aan te willen weten over welke rechten het gaat bij buurtrechten.

Het gaat de initiatiefnemer bij de beoogde gemeentelijke buurtrecht experimenten om drie verschillende buurtrechten. 1. Het recht om de gemeente uit te dagen bij de aanbesteding van publieke diensten, 2. Het recht om te bieden op maatschappelijk vastgoed en 3. Het recht om een buurt-ontwikkelingsplan op te stellen.

De VVD-fractie wil weten of er sprake is van een wettelijke grondslag en in hoeverre wet- en regelgeving nodig is voor de landelijke borging van buurtrechten.

Bij buurtrechten gaat het er om dat buurtbewoners de gelegenheid hebben om zich in te zetten voor hun buurt of om zelf initiatieven te ontplooien. Het gaat niet om een verplichting, maar om het creëren van mogelijkheden voor burgers die iets willen betekenen voor hun buurt. Het blijkt uit de ervaring van initiatiefnemer dat er al mooie initiatieven zijn ontstaan, maar dat buurtbewoners deze ruimte nog te vaak niet hebben of krijgen. Met de initiatiefnota wordt beoogd te onderzoeken wat mogelijke belemmeringen voor buurtbewoners zijn. De initiatiefnemer wil uitdrukkelijk benadrukken dat in deze initiatiefnota dus niet wordt beoogd om buurtrechten bij voorbaat wettelijk vast te leggen. In eerste instantie gaat het om gemeentelijke experimenten met buurtrechten. Als onderdeel van de initiatiefnota zijn er beslispunten geformuleerd, waaronder een onderzoek of de buurtrecht-experimenten binnen de huidige wettelijke kaders kunnen worden uitgevoerd en belemmeringen kunnen worden opgelost, of dat bijvoorbeeld een nieuw wettelijk kader noodzakelijk is. Ook pleit de initiatiefnemer voor een proces-en uitkomstmonitor waaruit na afloop kan worden geconcludeerd wat er nodig is om voldoende ruimte te creëren voor buurtinitiatieven, zodat welwillende buurtcollectieven niet worden belemmerd als zij initiatief willen nemen in eigen buurt.

De leden van de VVD-fractie vragen waarom het woord «experimenten» niet voorkomt in de titel van de initiatiefnota.

De initiatiefnota gaat over buurtrechten en (het ontbreken van) ruimte voor burgers om initiatieven in eigen buurt te ontplooien. Met gemeentelijke buurtrecht-experimenten wil de initiatiefnemer bekijken wat er nodig is om burgers de gelegenheid te geven om buurtrechten te benutten. Uiteindelijk gaat het de initiatiefnemer niet om de experimenten, maar of burgers die dat willen initiatieven in eigen buurt kunnen ontplooien en wat nog nodig is om de ruimte voor buurtinitiatieven beter te borgen.

De leden van de VVD-fractie vragen hoe lang de experimenten gaan duren.

Het is niet de bedoeling van de initiatiefnemer om de vrijheden van de experimenten verder af te bakenen dan beschreven in de initiatiefnota. Het gaat hier uitdrukkelijk niet om centraal opgelegde experimenten. Het is aan de participerende gemeenten om de experimenten invulling te geven en aan buurtcollectieven om te bezien hoe zij invulling willen geven aan hun buurtrechten. De initiatiefnemer kan zich voorstellen dat dergelijke experimenten circa één á twee jaar lopen, maar kan bij voorbaat niet uitsluiten dat langer nodig is om goed zicht te krijgen op belemmeringen voor burgers en mogelijke oplossingen.

De leden van de VVD-fractie willen graag weten wat de initiatiefnemer verstaat onder buurtbedrijven/collectieven en hoe deze instellingen zich verhouden tot de volksvertegenwoordiging.

Buurtcollectieven zijn organisaties waarin buurtbewoners zich verenigen om zeggenschap te krijgen over zaken die voor hen van belang zijn. Als burgers aanspraak willen maken op de buurtrechten moeten ze zich via een rechtspersoon hebben georganiseerd in een buurtcollectief. Als zulke collectieven al bestaan hoeft er niets te worden opgericht. De volksvertegenwoordiging moet wensen, behoeften en belangen representeren van de burgers uit een gemeente. De buurtinitiatieven kunnen invulling geven aan wensen en behoeften die direct uit de desbetreffende buurt komen. Deze buurtinitiatieven vormen hiermee een aanvulling en verdieping door zich meer op het buurtniveau te focussen. De volksvertegenwoordiging is uiteindelijk verantwoordelijk voor alles wat er op buurtniveau plaatsvindt en blijft de belangrijkste kaderstellende en controlerende rol behouden. Wel dient zij voldoende ruimte te scheppen voor buurtinitiatieven.

De leden van de SP-fractie geven aan een visie te missen op schaalvergroting die heeft plaatsgevonden, waardoor mensen minder grip zouden hebben op hun omgeving omdat instanties anoniemer en afstandelijker zijn geworden en vragen hierop te reflecteren. Ook vragen de leden van de SP-fractie naar het verband tussen marktwerking en verminderde zeggenschap van burgers.

De initiatiefnemer wil met voorliggende initiatiefnota vooral dat de verzorgingsstaat weer van burgers wordt. Juist op het lokaal- en buurtniveau moeten mensen meer te zeggen krijgen over publieke zaken die direct raken aan hun leefomgeving. Zeker als buurtbewoners betrokken en zelfredzaam willen zijn moeten zij voldoende ruimte krijgen om invulling te geven aan deze zeggenschap en moeten zij zelf buurtinitiatieven kunnen ontplooien, waardoor zij (deels) publieke voorzieningen meer naar eigen wens kunnen invullen.

2. Inleiding

De leden van de VVD-fractie vragen de initiatiefnemer om de aanleiding voor de initiatiefnota nader te motiveren.

De initiatiefnemer wil dat de nadruk meer komt te liggen op het actief burgerschap en de betrokkenheid van burgers. Buurtbewoners willen steeds meer zelf doen. De initiatiefnemer heeft tijdens werkbezoeken gezien waartoe buurtbewoners in staat zijn, maar ook dat zij nog te vaak belemmeringen ondervinden om buurtinitiatieven te ontplooien. Steeds vaker willen zij uit eigen initiatief invulling aan hun eigen leefomgeving geven. De initiatiefnemer wil juist in de buurten waar bewoners actief willen zijn buurtbewoners in gelegenheid stellen om betrokken te zijn en om zeggenschap te hebben over de eigen buurt. De buurtbewoners hebben nog te vaak last van belemmeringen, zoals bureaucratie en procedurele regels, trage besluitvorming, onwelwillende ambtenaren en onvoldoende mogelijkheden om als buurtcollectief iets voor elkaar te krijgen. De initiatiefnemer wil met de buurtrechten bereiken dat buurten van een buurtrecht gebruik kunnen maken als zij willen meedingen, willen meedenken of zelf iets zelf willen doen. Via de beoogde gemeentelijke buurtexperimenten wordt in kaart gebracht wat er nodig is om belemmeringen weg te nemen, zodat ieder welwillend buurtcollectief aan de slag kan met buurtrechten.

De leden van de VVD-fractie vragen wat wordt bedoeld met «tegengestelde belangen» die de overheid moet overbruggen.

De initiatiefnemer bedoelt dat actoren soms tegengestelde belangen hebben en dat de overheid het collectieve belang voorop stelt, waardoor belangen soms botsen. Bijvoorbeeld tussen wat een gemeente wil, en wat de buurt wil. Idealiter staan mensen op eigen benen en nemen zij verantwoordelijkheid voor eigen omgeving. Steeds meer buurtbewoners willen ook op eigen benen staan. De overheid dient deze wens wat de initiatiefnemer betreft te ondersteunen. Zij moet bereid zijn om zeggenschap te geven aan welwillende buurtbewoners en bereid zijn sommige beslissingen aan hen over te laten. Dit kan wat de initiatiefnemer betreft nog veel beter. Met deze nota wordt met gemeentelijke buurtrecht experimenten bekeken wat er nodig is om belemmeringen voor welwillende buurtbewoners weg te nemen.

De leden van de PvdA-fractie vragen naar praktijkvoorbeelden waaruit blijkt dat buurtbewoners buurtrechten willen om een burgerinitiatief te ontplooien.

De initiatiefnemer wijst in dit kader graag op een drietal mooie voorbeelden van burgerinitiatieven en eventuele belemmeringen die deze initiatieven ondervinden. Daarbij merkt de initiatiefnemer uitdrukkelijk op dat de voorbeelden willekeurig zijn; er zijn nog vele andere voorbeelden te noemen.

  • 1. Bijna het hele dorp Austerlitz is lid van de zorgcoöperatie Austerlitz Zorgt. Iedere volwassen inwoner kan lid worden. Het is mooi om te zien dat veel leden tevens vrijwilliger zijn. De diensten van de zorgcoöperatie zijn divers en liggen binnen het zorg- en welzijn domein. Te denken valt aan vervoer van deur-tot-deur met een busje en vrijwillige inzet bij welzijnsactiviteiten. De leden bepalen zelf het aanbod. Met behulp van een ondersteuner, die in dienst is van de zorg coöperatie, worden zo veel mogelijk bewoners bereikt. Zo worden ook veel bewoners bereikt die bijvoorbeeld eenzaam zijn. De initiatiefnemer constateert helaas dat zorgcoöperatie Austerlitz belemmeringen ondervindt. Zo kon zij tot voor kort niet meedoen met aanbestedingen en was zij genoodzaakt om een ander bedrijf in te schakelen om zorg te leveren.

  • 2. Het bewonersbedrijf Op eigen houtje uit Emmen is ontstaan door inzet van buurtbewoners. Voor het symbolische bedrag van één euro hebben zij een oude school van de gemeente kunnen kopen, waarbij de gemeente het eerste recht op terugkoop houdt. Met behulp van veel vrijwilligers is de school opgeknapt. De buurt is eigenaar van de onderneming Op eigen houtje door middel van een stichting. Op eigen houtje verhuurt ruimtes in de school en biedt diverse diensten aan in de buurt. Zo huurt een nabij gelegen verzorgingshuis een zaaltje als ontmoetingsruimte en bereiden mensen met een handicap hun eigen maaltijd in de keuken in het teken van dagbesteding. Al het geld dat Op eigen houtje verdient vloeit terug naar wijkactiviteiten. De activiteiten zorgen ervoor dat buurtbewoners een betaalde baan krijgen aangeboden indien activiteiten goed lopen, aanvullend zijn op het buurtaanbod en rendabel blijken.

  • 3. In de dorpskernen van Hollands Kroon zorgen vrijwilligers voor maaltijdbezorging voor ouderen en zieken met een eigen busje. De vrijwilligers komen uit verschillende dorpen en wonen ver uit elkaar. Om tijd te sparen nemen zij aan het einde van dienst de bus mee naar huis. De Belastingdienst eist een eigen kilometerregistratie en een centraal startpunt vanaf waar de kilometerteller begint te lopen. Daarnaast moet een rittenlijst worden bijgehouden. Een door de vrijwilligers aangeschaft telapparaat om de ritten en kilometers automatisch bij te houden is afgekeurd. Vrijwilligers hebben de initiatiefnemer laten weten minder plezier in de service te hebben en dat bureaucratie ten koste gaat van het bezorgen van maaltijden aan bewoners die dat nodig hebben.

De leden van PvdA-fractie vragen waarom er gekozen is voor de domeinen zorg, welzijn en leefbaarheid?

Dit zijn de domeinen die populair zijn onder buurtbewoners om initiatieven te ontplooien. Het zijn dan ook de domeinen die buurtbewoners van groot belang achten voor hun kwaliteit van leven. Ook in Engeland ziet de initiatiefnemer dat deze domeinen veel in beweging kunnen brengen. De gemeentelijke experimenten beperken zich nu tot deze domeinen, maar nadat in de experimenten ervaring is opgedaan met buurtrechten kan de werking uiteraard verbreed worden naar andere domeinen.

Daarnaast vragen de leden van de PvdA-fractie op welke manier het verankeren van buurtrechten de genoemde belemmeringen uit paragraaf 1.2 van de initiatiefnota kan tegengaan.

De belemmeringen en benodigde veranderingen hebben het meeste te maken met de manier waarop het lokaal bestuur communiceert met haar burgers of handelt vanuit een bepaalde houding, proces of organisatiecultuur. Buurtbewoners krijgen nog te vaak te weinig mogelijkheden om mee te mogen doen of te denken, of worden met bepaalde regels tegenwerkt in hun goede bedoelingen. Buurtrechten geven buurtbewoners juist het recht om mee te mogen bieden, mee te mogen doen en mee te mogen denken, waardoor de gemeenten wel rekening met de buurtbewoners moeten houden en moet nadenken hoe zij deze buurtbewoners een plek geven in het lokale beleid.

De leden van de SP-fractie vragen de initiatiefnemer of de buurtbewoners in staat zullen zijn om een aanbesteding even goed voor te bereiden als commerciële bedrijven dat doen en of zij daar eventueel ondersteuning bij kunnen krijgen. Daarnaast vragen de leden van de SP-fractie welke ondersteuning buurtbewoners kunnen krijgen bij het opstellen van een plan zodat deze enkel om inhoudelijke redenen afgewezen zal kunnen worden en niet om formele of juridische redenen.

Buurtrechten moeten er voor zorgen dat burgers op eigen kracht en eigen initiatief een bijdrage kunnen leveren aan hun buurt. De initiatiefnemer kan zich voorstellen dat buurtcollectieven moeite kunnen hebben met procedures. De overheid zou burgers hierbij moeten ondersteunen. Ook kunnen sociale wijkteams initiatieven aanwakkeren en ondersteunen. Het buurtrecht-experiment is juist bedoeld om inzicht te geven in knel- en verbeterpunten en oplossingen daarvoor, ook wat betreft ondersteuning in bijvoorbeeld een aanbestedingsprocedure.

De leden van de SP-fractie vragen de initiatiefnemer of buurtrechten niet veel beter tot hun recht komen als voorzieningen alleen worden toegekend aan publieke instanties.

Het gaat de initiatiefnemer in deze nota er niet om welke instanties/bedrijven met buurtinitiatieven concurreren, maar om de vraag in hoeverre buurtinitiatieven voldoende ruimte krijgen om van de grond te komen. De gemeentelijke experimenten moeten knel- en verbeterpunten uitwijzen. De proces- en uitkomstmonitor moet zorgen voor een evaluatie met nieuwe beslispunten of benodigde verbeteringen.

Voorts vragen de leden van de SP-fractie of de initiatiefnemer de mogelijkheid verkend heeft om af te zien van een aanbesteding wanneer een collectief van buurtbewoners een dienst zelf wil organiseren.

Deze mogelijkheid heeft de initiatiefnemer verkend, maar het is geen reële juridische optie. De wet- en regelgeving geeft duidelijke kaders voor een eerlijke aanbesteding. Het is juridisch niet haalbaar om buurtinitiatieven een sterkere positie te geven in de aanbesteding dan andere organisaties/bedrijven die willen meedingen naar de publieke dienst.

De leden van de SP-fractie vragen of de initiatiefnemer beoogt om voorzieningen te privatiseren en tegen een geringe vergoeding wil laten uitvoeren door werklozen.

Dat is nadrukkelijk niet de opzet van deze initiatiefnota. Het gaat erom dat een collectief van buurtbewoners bijvoorbeeld kan meedingen naar het uitvoeren van groenonderhoud in eigen buurt. Indien het buurtcollectief de aanbestedingsprocedure wint, krijgt zij het aangevraagde budget om de uitvoering te verzorgen. Er zijn de initiatiefnemer initiatieven bekend waarin een groot deel van de uitvoerende buurtbewoners nog geen betaald werk heeft, waardoor de buurt dus haar eigen werkgelegenheid creëert. Bovendien gaat het buurtcollectief zelf over de offerte die in de aanbesteding wordt ingediend. Als buurtbewoners gezamenlijk een stuk groen willen onderhouden om bijvoorbeeld een bloementuin aan te leggen of om gezamenlijk groente te kweken dan moet dat wat de initiatiefnemer betreft kunnen. Juist daar zijn de buurtrechten voor bedoeld.

De leden van de CDA-fractie willen weten of de rechten die zij beschrijven overeenkomen met de buurtrechten uit de initiatiefnota.

De leden van de CDA-fractie spreken over het wettelijk recht op initiatief, waarop burgers zich kunnen beroepen om te zorgen dat de gemeenten ook ideeën, plannen en initiatieven van burgers meenemen en waarbij de gemeenten een ondersteunende rol hebben. In die zin kan worden geconcludeerd dat het hier om dezelfde buurtrechten gaat, omdat de buurtrechten zoals beschreven in de nota buurtbewoners het recht geven om de gemeente uit te dagen in een aanbesteding naar publieke diensten, het recht geven om op maatschappelijk vastgoed te bieden en het recht geven aan buurtbewoners om zelf plannen te maken. De initiatiefnemer is verheugd dat de leden van de CDA-fractie het idee van buurtrechten ondersteunen.

De leden van de CDA-fractie vragen de initiatiefnemer of zij de burgers als uitvoeringsorganisatie ziet. Ook vragen zij wie de eigenaar van oplossingen in de buurt is.

Buurtcollectieven die willen meedingen naar publieke diensten, maatschappelijk vastgoed of een buurtontwikkelingsplan willen maken zijn geen uitvoeringsorganisatie van overheidsbeleid. Buurtbewoners kennen hun buurt beter dan gemeentewerkers. Zij weten veel beter wat de wensen en behoeften zijn binnen de buurt en welke problemen er spelen. Door buurtbewoners ruimte te geven om zich te organiseren in buurtcollectieven en invulling te geven aan buurtrechten worden het de buurtbewoners zelf die bepalen op welke thema’s initiatieven worden ontplooid. De buurtcollectieven zijn geen vervanging van de verzorgingsstaat en gemeentelijke verantwoordelijkheden, maar vormen hier een aanvulling op. Indien er zich geen buurtcollectieven aandienen die gebruik willen maken van hun buurtrechten, is en blijft de overheid verantwoordelijk voor het publieke domein. Indien een buurtcollectief een dienst overneemt, wordt het buurtcollectief verantwoordelijk voor zowel de successen als eventuele problemen. Uiteraard blijft de gemeente wel systeemverantwoordelijk voor de te leveren maatschappelijke ondersteuning.

3. Buurtrechten

De leden van de VVD-fractie vragen zich af wat verstaan moet worden onder «het door bewoners zelf uitvoeren van openbare diensten». Zij vragen wat een «openbare dienst» inhoudt en hoe bewoners aan financiële middelen komen.

Onder openbare dienst moeten diensten worden verstaan die behoren tot het publieke domein en waar de primaire verantwoordelijkheid ligt bij de overheid. Indien buurtbewoners zich organiseren in een buurtcollectief en dat wensen, kunnen zij meedoen met de aanbesteding naar een publieke dienst. Onderdeel van de aanbesteding is een offerte waarin buurtbewoners een vergoeding vragen mochten zij de publieke dienst gaan uitvoeren. Indien het buurtcollectief de aanbesteding wint volgen de financiële middelen die zijn aangevraagd in de offerte, net als in iedere reguliere aanbestedingsprocedure.

De leden van de VVD-fractie vragen hoe «maatschappelijk vastgoed» moet worden gedefinieerd. Ook vragen zij of deze definitie wettelijk verankerd moet worden en in hoeverre bewoners in staat zijn om te bieden op vrijkomend maatschappelijk vastgoed.

Onder maatschappelijk vastgoed verstaat de indiener vastgoed dat een belangrijke waarde heeft voor de buurt of een belangrijke rol kan vervullen in het buurtleven. Denk bijvoorbeeld aan een pand dat te koop komt en zich goed leent voor het optuigen van een buurthuis, of een stuk land dat zich goed leent voor het aanleggen van een bloementuin om de buurt een stuk groener te maken. In eerste instantie is het niet de bedoeling van de initiatiefnemer om de definitie van maatschappelijk vastgoed wettelijk vast te leggen, maar als uit de beoogde gemeentelijke buurtrecht-experimenten blijkt dat dit tot onduidelijkheid leidt, kan hier invulling aan gegeven worden. Buurtcollectieven dienen een eventuele koop van vastgoed zelf te financieren. Dat zal niet in ieder geval haalbaar zijn, dat beseft de initiatiefnemer zich. Het gaat er vooral om dat buurtcollectieven niet al bij voorbaat gepasseerd worden bij een eventuele koop, maar het eerste recht krijgen om een bod te doen indien het buurtcollectief dat wenst.

De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre het risico bestaat dat buurtcollectieven en gemeenten op elkaar gaan zitten wachten, met als gevolg dat zaken niet worden opgepakt.

Als buurtbewoners zich hebben georganiseerd in een collectief en gebruik willen maken van buurtrechten, dan moet de gemeente hier de ruimte voor bieden. Indien buurtcollectieven geen willen gebruik maken van buurtrechten, blijft de gemeente altijd verantwoordelijk voor de tijdige uitvoering van publieke taken. Als een gemeente tevergeefs wacht op actie van een buurtcollectief, verzaakt de gemeente dus in haar publieke taken. Dat zou niet mogen voorkomen. Het is aan de gemeenteraad om het college hier op te controleren.

De leden van de VVD-fractie vragen wat er moet gebeuren als bewoners ergens vol goede moed aan beginnen, maar er door een verschil van inzicht niet samen uitkomen.

De initiatiefnemer vindt het van groot belang dat de hele buurt zich herkent in de ontplooide initiatieven. Vandaar dat bewoners zich moeten verenigingen in een collectief, zodat een klein groepje buurtbewoners het niet alleen voor het zeggen kan krijgen, bijvoorbeeld ten koste van buurtbewoners die wat minder mondig zijn. Als buurtcollectieven iets niet voor elkaar krijgen moet in overleg met de gemeente worden besloten hoe verder. Indien de buurt er niet uitkomt, blijft de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de publieke taken. Wat de initiatiefnemer betreft worden beslissingen binnen het buurtcollectief genomen via een buurtreferendum, waarin iedere buurtbewoner zijn of haar stem kan uitbrengen.

De leden van de VVD-fractie vragen hoe bewoners zich moeten organiseren.

De bewoners moeten zichzelf in een collectief organiseren, waarmee zij een rechtspersoon oprichten. Binnen het collectief spreken zij af hoe de onderlinge verantwoordelijkheden en taken worden verdeeld en spreken zij af hoe zij gezamenlijk tot een besluit komen. Wat de initiatiefnemer betreft worden beslissingen binnen het buurtcollectief genomen via een buurtreferendum, waarin iedere buurtbewoner zijn of haar stem kan uitbrengen.

De leden van de VVD-fractie vragen hoe de relatie van het bewonerscollectief ten opzichte van de gemeenteraad is.

Het bewonerscollectief opereert onafhankelijk van de gemeenteraad. De bedoeling van buurtrechten is dat de gemeenteraad de buurtcollectieven ruimte geeft om mee te dingen naar publieke diensten, te bieden op maatschappelijk vastgoed en om een buurtplan op te stellen. Indien buurtcollectieven geen willen gebruik maken van buurtrechten, blijft de gemeenten altijd verantwoordelijk voor de tijdige uitvoering van publieke taken. Als een gemeente tevergeefs wacht op actie van een buurtcollectief, verzaakt de gemeente dus in haar publieke taken. Dat zou nooit mogen voorkomen. Het is aan de gemeenteraad om het college hier op te controleren.

De leden van de VVD-fractie vragen wat er gebeurt als een groep buurtbewoners niet mee wil doen aan het buurtcollectief.

Het is daarom ook belangrijk dat een buurtcollectief goed vastlegt hoe de onderlinge verantwoordelijkheden en taken worden verdeeld en hoe gezamenlijk tot een besluit wordt gekomen. Als het aan de initiatiefnemer ligt worden besluiten genomen via een buurtreferendum zodat alle buurtbewoners die dat willen hun stem kunnen uitbrengen. Buurtbewoners die niet mee willen doen, hoeven niet mee te doen. Maar als zij een buurtinitiatief niet zien zitten kunnen zij hierover hun stem uitbrengen.

De leden van de VVD-fractie vragen zich af wat er gebeurt als niet «alle» buurtbewoners de buurtgrenzen erkennen en of een buurtcollectief dan nog wel mogelijk is. Ook vragen zij wie het buurtcollectief uiteindelijk opricht.

Het startpunt voor buurtrechten is de vorming van een collectief, waarmee een rechtspersoon gevormd wordt. De grenzen van de buurt moeten worden vastgelegd. Deze grenzen moeten door de buurtbewoners erkend worden en de gemeente dient de grenzen als buurtgemeenschap te erkennen. De buurtgrenzen bepalen de groep bewoners die als collectief gebruik kan maken van buurtrechten. Een buurtreferendum kan uitkomst bieden om de grenzen van de buurt vast te leggen. Iedereen krijgt dus ruimte voor inspraak, het gaat immers om een collectief belang. De grenzen kunnen ook betrekking hebben op een buurt waarvan de grenzen al vastliggen. De initiatiefnemer ziet een ondersteunende rol voor gemeenten om te komen tot eenduidige buurtgrenzen.

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe met de buurt wordt gedeeld welke wettelijk verplichte publieke diensten de overheid zelf moet blijven uitvoeren.

De initiatiefnemer beoogt met deze nota uitdrukkelijk niet om wettelijk verplichte publieke diensten, zoals bijvoorbeeld onderwijs, uit te laten voeren door burgercollectieven. Het is aan gemeenten om burgercollectieven adequaat te ondersteunen in de mogelijkheden en onmogelijkheden.

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe de initiatiefnemer denkt over het waarborgen van de verantwoordelijkheid voor de continuïteit van een buurtinitiatief.

De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van een buurtinitiatief ligt bij het buurtcollectief zelf. Indien zij besluiten mee te dingen naar de uitvoering van een publieke dienst, te bieden op maatschappelijk vast- en landgoed of om een buurtontwikkelingsplan op te stellen, worden zij verantwoordelijk voor de uitvoering, de successen en de eventuele knelpunten. Uiteraard dient de gemeenten te ondersteunen en te faciliteren waar mogelijk. Als buurtcollectieven geen gebruik wensen te maken van buurtrechten, blijft de gemeente verantwoordelijk. Als buurtcollectieven iets niet voor elkaar krijgen moet in overleg met de gemeente worden besloten hoe verder. Indien de buurt er niet uitkomt, blijft de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de publieke taken.

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe er voor wordt gezorgd dat iedere buurtbewoner die mee wil doen, ook mee kan doen met buurtrechten. Ook vragen zij naar praktijkvoorbeelden waaruit blijkt op welke manieren buurtbewoners betrokken kunnen worden.

Buurtrechten mogen er nooit toe leiden dat alleen de «happy few», de buurtbewoners met de benodigde middelen, tijd en competenties, het heft in de buurt in handen nemen. Het buurtrecht moet voorzien in representatie van alle buurtbewoners, ook de meest kwetsbaren. Dat krijgt vorm op de volgende manieren:

  • 1. Er wordt samen met een collectief een rechtspersoon gevormd die de grenzen van de buurt vastlegt. Deze grenzen moeten door alle buurtbewoners erkend worden. De buurtgrenzen bepalen de groep bewoners die als collectief gebruik kan maken van buurtrechten. De gemeente kan hier in ondersteunen.

  • 2. Er komt bij voorkeur een buurtreferendum indien de buurt iets wil. Iedereen krijgt dus ruimte voor inspraak, het gaat immers om een collectief belang. Ook de buurtbewoners die niet actief willen of kunnen participeren kunnen hun stem uitbrengen.

  • 3. Het sociale wijkteam kan een belangrijke rol spelen in het stimuleren van buurtparticipatie van kwetsbare groepen. Zij kunnen buurtbewoners wijzen op de mogelijkheid om via buurtrechten de regie voor een betere buurt te nemen en hen daarbij ondersteunen. Door participatie van alle bewoners te stimuleren kunnen buurtrechten daarom ook een rol spelen in het tegengaan van eenzaamheid.

Mooie Nederlandse voorbeelden wijzen juist voor de meest kwetsbare buurtbewoners op de meerwaarde van buurtinitiatieven. In Marsum (Friesland) hebben buurtbewoners bijvoorbeeld de groenvoorziening van hun buurt zelf opgepakt. Hiermee heeft de buurt nieuwe banen gecreëerd, juist voor de kwetsbare groepen.

De leden van de SP-fractie vragen in hoeverre alleen buurtbewoners uit kapitaalkrachtige wijken de mogelijkheid hebben om te bieden op vrijkomend maatschappelijk vastgoed.

Buurtcollectieven dienen een eventuele koop of huur van vastgoed zelf te financieren. Dat zal niet in ieder geval haalbaar zijn, dat beseft de initiatiefnemer zich. Het gaat er vooral om dat buurtcollectieven niet al bij voorbaat gepasseerd worden bij een eventuele koop of huur, maar het eerste recht krijgen om een bod te doen indien het buurtcollectief dat wenst. Overigens wil de initiatiefnemer uitdrukkelijk opmerken dat niet alle koop of huur is voorbehouden voor kapitaalkrachtigen, en dat gemeenten op creatieve wijze kunnen ondersteunen. Zo heeft het bewonersbedrijf Op eigen houtje uit Emmen voor het symbolische bedrag van één euro oude school van de gemeente mogen kopen, waarbij de gemeente het eerste recht op terugkoop houdt. Met behulp van veel vrijwilligers is de school opgeknapt.

De leden van de D66-fractie vragen zich af in hoeverre de voorgestelde uitwerking van buurtrechten risico’s geeft en in hoeverre er de kans bestaat dat breed geïmplementeerde buurtrechten leiden tot een nieuwe vierde bestuurslaag van geformaliseerde collectieven.

De initiatiefnemer is van mening dat de voorgestelde uitwerking juist leidt tot kansen voor buurtbewoners om mee te denken en mee te doen in eigen buurt. De beoogde gemeentelijke buurtrecht-experimenten moeten eventuele risico’s in kaart brengen en hier oplossingen voor aandragen. De initiatiefnemer is van mening dat er door een brede implementatie van buurtrechten geen nieuwe bestuurslaag ontstaat omdat gemeenten verantwoordelijk blijven voor het wettelijk verplichte deel van het publieke domein. Initiatieven van buurtbewoners op het gebied van zorg, welzijn en leefbaarheid bestaat nu ook al talrijk, maar nog te vaak worden deze initiatieven belemmerd. Dat is het uitgangspunt van deze nota. Bovendien is er nu al de mogelijkheid voor een buurt om zich te verenigingen in een buurtcollectief, daarin brengt deze initiatiefnota geen verandering.

D66. Een bestuurslaag bovendien die wel voor de buurt beslist, maar die naar privaat recht is vormgegeven en waarvoor dus publieke waarborgen ontbreken. Hoe ziet de indienster deze risico’s en hoe zouden die haars inziens vermeden kunnen worden?

Veel publieke taken worden door private partijen uitgevoerd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de vuilnisophaaldienst.

De gemeenteraad blijft toezicht houden op de wijze waarop er met buurtrechten wordt omgegaan. Naar hun aard zijn dit soort initiatieven zo georganiseerd dat ze zich goud verhouden tot partijen in de samenleving.

Interne checks en Balance moeten worden gedaan.

D66. Ten aanzien van de rechtspersoon vragen de aan het woord zijnde leden zich af welke voor- en nadelen de verschillende civiele rechtspersoonlijkheden de indienster ziet op het gebied van representatie. Ook zijn zij benieuwd over wat voor soort vragen het buurtreferendum kan gaan en hoe die besluitvorming zich verhoudt tot bijvoorbeeld de ledenvergadering indien de buurt zich als vereniging verenigt, of de aandeelhoudersvergadering indien het bijvoorbeeld een BV betreft.

Het is inderdaad van belang voortdurend oog te blijven houden voor draagvlak en representatie m.b.t. de initiatieven die bewoners in hun wijk nemen. De meeste gebruikte rechtspersonen zijn coöperaties en verenigingen met een gekozen bestuur met dezelfde rechten voor alle leden. Ook mensen die geen lid willen zijn worden bij de huidige initiatieven wel gevraagd hun mening te geven.

Het soort vragen waar het buurtreferendum over kan gaan is aan de buurt zelf. De uitslag van een referendum is een advies. De finale besluitvorming vindt plaats binnen de verenigingsstructuur.

De leden van de D66-fractie vragen om de rol van sociale wijkteams toe te lichten met betrekking tot het stimuleren van kwetsbare groepen om actief te worden in eigen buurt en gebruik te maken van buurtrechten en of sociale wijkteams er momenteel al in slagen om kwetsbare groepen te bereiken.

Het sociale wijkteam kan een belangrijke rol spelen in het stimuleren van buurtparticipatie van kwetsbare groepen. Zij kunnen buurtbewoners wijzen op de mogelijkheid om via buurtrechten de regie voor een betere buurt te nemen en hen daarbij ondersteunen. Door participatie van alle bewoners te stimuleren kunnen buurtrechten daarom ook een rol spelen in het tegengaan van eenzaamheid. De wijkteams zijn sinds 2015 actief in huidige vorm. Het algemene beeld van de initiatiefnemer is dat sociale wijkteams, juist door hun diversiteit en kennis van de buurt, kwetsbare bewoners kunnen bereiken en kunnen vaststellen waar bewoners behoefte aan hebben.

D66. Kan de indienster een overzicht geven van dergelijke al lopende projecten, de mate waarin de gestelde doelen bereikt worden en haar appreciatie daarvan?

In de initiatiefnota zijn een aantal voorbeelden opgenomen. Vaak zijn de initiatieven nog volop in ontwikkeling. Om een goed en volledig beeld te krijgen verwijs ik u naar de site van de landelijk samenwerkende actieve bewoners.

http://www.lsabewoners.nl/

De leden van de D66-fractie vragen waarin de buurtrechten zoals voorgesteld in de nota, verschillen van de buurtrechten die in sommige gemeenten zijn ingevoerd en in hoeverre de initiatiefnemer het logisch vindt dat gemeenten serieus ingaan op een aanbod van buurtbewoners om bepaalde diensten beter en goedkoper uit te voeren.

De buurtrechten zoals beoogd door de initiatiefnemer zijn vaak niet anders dan de buurtrechten die sommige gemeenten nu al goed uitvoeren. Bij buurtrechten gaat het er om dat buurtbewoners de gelegenheid hebben om zich in te zetten voor hun buurt of om zelf initiatieven te ontplooien. Het gaat niet om een verplichting, maar om het creëren van mogelijkheden voor burgers die iets willen betekenen voor hun buurt. Het blijkt uit de ervaring van initiatiefnemer dat er al mooie initiatieven zijn ontstaan in sommige gemeenten, maar dat buurtbewoners deze ruimte nog te vaak niet hebben of krijgen. Het blijkt dat buurtbewoners nog te vaak onvoldoende worden gefaciliteerd door gemeenten om gebruik te maken van hun buurtrechten. Met de initiatiefnota wordt beoogd te onderzoeken wat mogelijke belemmeringen voor buurtbewoners zijn en hoe deze kunnen worden opgelost.

De leden van de D66-fractie vragen wanneer de initiatiefnemer vindt dat het experiment geslaagd is en hoe ervaringen uit de beoogde gemeentelijke buurtrecht experimenten zullen worden gemeen.

Bij buurtrechten gaat het er om dat buurtbewoners de gelegenheid hebben om zich in te zetten voor hun buurt of om zelf initiatieven te ontplooien. Met de initiatiefnota wordt beoogd te onderzoeken wat mogelijke belemmeringen voor buurtbewoners zijn. Als onderdeel van de initiatiefnota zijn er beslispunten geformuleerd, waaronder een onderzoek of de buurtrecht-experimenten binnen de huidige wettelijke kaders kunnen worden uitgevoerd en belemmeringen kunnen worden opgelost, of dat bijvoorbeeld een nieuw wettelijk kader noodzakelijk is. Ook pleit de initiatiefnemer voor een proces-en uitkomstmonitor waaruit na afloop kan worden geconcludeerd wat er nodig is om voldoende ruimte te creëren voor buurtinitiatieven, zodat geen welwillende buurtcollectieven worden belemmerd als zij initiatief willen nemen in eigen buurt. Indien de experimenten tot deze uitkomsten leidt, is het experiment wat de initiatiefnemer betreft geslaagd.

4. Financiële gevolgen

De leden van de VVD-fractie vragen of buurtbewoners een gemeentelijke subsidie krijgen voor de kosten die gemaakt worden voor het opstellen van een offerte en de ontwikkelingskosten van initiatieven.

Indien buurtbewoners zich organiseren in een buurtcollectief en dat wensen, kunnen zij meedoen met de aanbesteding naar een publieke dienst. Onderdeel van de aanbesteding is een offerte waarin buurtbewoners een vergoeding vragen mochten zij de publieke dienst gaan uitvoeren. Indien het buurtcollectief de aanbesteding wint volgen de financiële middelen die zijn aangevraagd in de offerte, net als in iedere reguliere aanbestedingsprocedure. De gemeente heeft wat de initiatiefnemer betreft de verantwoordelijkheid om het buurtcollectief hierin te ondersteunen. Ook kunnen sociale wijkteams initiatieven aanwakkeren en ondersteunen. Het buurtrecht-experiment is juist bedoelt om inzicht te geven in knel- en verbeterpunten en oplossingen daarvoor, ook wat betreft ondersteuning in bijvoorbeeld een aanbestedingsprocedure. De initiatiefnemer pleit niet direct voor het optuigen van een gemeentelijke subsidie.

5. Beslispunten

De leden van de VVD-fractie vragen zich af of de indienster over het idee van buurtrechten contact met de VNG heeft gehad en hoe de VNG aankijkt tegen voorliggende initiatiefnota.

Aanleiding voor voorliggende initiatiefnota zijn vele werkbezoeken en gesprekken met veldpartijen. Zo is er contact geweest met onder andere kenniscentra, beroepsorganisaties, het Landelijk Samenwerkings-verband Actieve bewoners (LSA) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De VNG is van mening dat belangrijke veranderingen voortkomen uit een samenspel van burgers, bedrijven, professionals en overheden. Daarmee ondersteunt de VNG indirect buurtrechten, die hier invulling aan geven.

VVD. Zo moeten de regering en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) eerst inventariseren welke gemeenten mee willen doen en wat gemeenten nodig hebben en of buurtrechten binnen bestaande wettelijke kaders kunnen worden uitgevoerd. Waarom heeft de indienster niet zelf, eventueel met behulp van de VNG en andere instanties, geïnventariseerd wat nodig is om buurtrechten mogelijk te maken en de Kamer vervolgens concrete voorstellen voorgelegd. Wat stelt de indienster nu in feite voor?

Het gaat om een traject van co-creatie.

Het is niet de bedoeling om dit vanaf een centraal punt te ontwikkelen, maar dit samen te doen met betrokkenen.

Op deze wijze wil indienster ruimte geven aan de inbreng van de Kamer

gemeente en bewoners. Dit moet georganiseerd worden. Dat is de kracht van dit voorstel

Diverse gemeenten hebben zich inmiddels gemeld met het verzoek om mee te doen.

De leden van de CDA-fractie hebben vragen over de wijze waarop de initiatiefneemster buurtrechten wil vormgeven en hebben de indruk dat het hier gaat om een door de overheid bedacht, geïnitieerd en gecontroleerd experiment.

Deze indruk is niet juist. De bedoeling van de beoogde gemeentelijke buurtrecht experimenten is juist dat gemeenten buurtrechten faciliteren en dat buurtcollectieven de ruimte krijgen om initiatieven te nemen die bijdragen aan een betere buurt en leefomgeving. Het staat buurtcollectieven binnen participerende gemeenten vrij om te bepalen of en hoe invulling wordt gegeven aan buurtrechten. Wel klopt het dat met een proces- en uitkomstmonitor op centraal niveau te onderzoeken wat mogelijke belemmeringen voor buurtbewoners zijn. Als onderdeel van de initiatiefnota zijn er beslispunten geformuleerd, waaronder een onderzoek of de buurtrecht-experimenten binnen de huidige wettelijke kaders kunnen worden uitgevoerd en belemmeringen kunnen worden opgelost, of dat bijvoorbeeld een nieuw wettelijk kader noodzakelijk is. Na afloop moet geconcludeerd kunnen worden wat er nodig is om voldoende ruimte te creëren voor buurtinitiatieven, zodat geen welwillende buurtcollectieven worden belemmerd als zij initiatief willen nemen in eigen buurt.

CDA. Deze leden zouden een voorstel steunen dat in korte tijd de gerealiseerde initiatieven inventariseert en evalueert. Er is veel kennis aanwezig bij de kenniscentra, beroepsorganisaties, het Landelijk Samenwerkings-verband Actieve bewoners (LSA), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en anderen. Naar de overtuiging van deze leden kan die – veelal door de overheid gefinancierde – kennis snel beschikbaar komen. Op basis van die kennis kan het «right to challenge», dat de Kamer bij amendement heeft opgenomen in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, breder worden gemaakt en van een landelijk kader worden voorzien. Deelt de initiatiefneemster de mening van de leden van de CDA-fractie, dat daarvoor geen experimenten meer nodig zijn omdat deze er al lang zijn?

De indienster is het voor een groot deel eens met het CDA.

De experimenten met buurtrechten dienen om helder te krijgen tegen welke belemmerende wet- en regelgeving wijkbewoners met hun buurtinitiatieven aanlopen. Welke stappen er gezet kunnen worden om hen daarbij beter te faciliteren

Ook geeft het de mogelijkheid om te experimenteren met bijvoorbeeld de burgerbegroting 0f buurtbegroting of in kaart te brengen welke vorm van ondersteuning bewoners nodig hebben.

Wanneer verschillende gemeenten experimenteren met buurtrechten dan kan er van elkaar geleerd worden. Daarna kan de vertaalslag worden gemaakt naar er nodig is en hoe dat kan worden georganiseerd in de lokale- en of landelijke regelgeving.