Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534059 nr. 12

34 059 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht

Nr. 12 MOTIE VAN HET LID OSKAM

Voorgesteld 19 mei 2015

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor de geplande inwerkingtreding van het KEI-project per 1 januari 2016 vier wetsvoorstellen door beide Kamers moeten worden aangenomen;

overwegende dat dit voor 1 juli 2015 moet gebeuren in verband met een door de Minister toegezegde voorbereidingstijd van een halfjaar tot 1 januari 2016 voor alle ketenpartners;

overwegende dat iedere maand dat het KEI-project vertraging oploopt 1,2 miljoen euro kost en het dus van belang is deze vertraging te voorkomen en zo veel mogelijk te beperken;

overwegende dat zich vermoedelijk vertraging gaat voordoen, gelet op de voortgang van het wetgevingsproces van de vier voorstellen;

overwegende dat het zwaartepunt van de digitaliseringsimplementatie ligt bij wetsvoorstel nr. 34059 en de twee navolgende wetsvoorstellen en dat wanneer deze zijn aangenomen de voorbereiding op de digitalisering zorgvuldig kan plaatsvinden;

verzoekt de regering de Rechtspraak, bij aanname in beide Kamers van de eerste drie wetsvoorstellen, toestemming te geven om alle nodige voorbereidingen te treffen om het KEI-project zes maanden later te implementeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Oskam