De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In de beweegreden wordt na «te wijzigen» toegevoegd: , alsmede dat het wenselijk is
om Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek te wijzigen ten behoeve van een omkering van
de bewijslast bij schade binnen het effectgebied van een mijnbouwwerk.
II
Na artikel I wordt een nieuw artikel toegevoegd, luidende:
Artikel IA
In Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek worden aan artikel 177 vier leden toegevoegd,
luidende:
-
6. Indien binnen het effectgebied van een mijnbouwwerk als gevolg van een beweging van
de bodem schade ontstaat, die naar zijn aard mijnbouwschade zou kunnen zijn, wordt
vermoed dat die schade door de aanleg of de exploitatie van het mijnbouwwerk veroorzaakt
is. Indien binnen het effectgebied van een mijnbouwwerk als gevolg van de uitstroming
van delfstoffen schade ontstaat, die naar zijn aard mijnbouwschade zou kunnen zijn,
wordt vermoed dat de schade het gevolg is van het niet beheersen van de ondergrondse
natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het werk zijn ontketend.
-
7. Indien mijnbouwschade aan gebouwen en werken is ontstaan, kan de aanwezigheid van
direct waarneembare bouwkundige gebreken van invloed zijn op de omvang van de schadevergoeding
voor zover dat redelijk is. Aan een gebrek waarvan het aannemelijk is dat het geen
schade veroorzaakt zou hebben indien de beweging van de bodem of de uitstroming van
delfstoffen zich niet zou hebben voorgedaan, wordt geen gewicht toegekend.
-
8. De eigenaar van een gebouw of werk die een beroep doet op het vermoeden, bedoeld
in het zesde lid, geeft de tot schadevergoeding aangesproken exploitant op diens verzoek
de betreffende vergunning of vergunningen voor het gebouw of werk ter inzage indien
hij daarover beschikt.
-
9. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welke wijze het effectgebied
van een mijnbouwwerk wordt vastgesteld. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de
algemene maatregel van bestuur wordt het gebied waarvoor een vergunning als bedoeld
in artikel 6 of 25 van de Mijnbouwwet is afgegeven, geacht zich te bevinden binnen
het effectgebied.
Toelichting
In de ons omringende landen is wettelijk geregeld dat de bewijslast voor de schade
als gevolg van mijnbouwactiviteiten bij de exploitant ligt. In Nederland is dit niet
het geval. Hierdoor is de bewijslast bij schade die veroorzaakt is door onder andere
gaswinning in Groningen neergelegd bij de slachtoffers.
De Partij voor de Dieren vindt het onacceptabel dat mensen die toch al niet gevraagd
hadden om schade aan hun huis ook nog eens worden opgezadeld met de last om aan te
tonen dat deze schade veroorzaakt is door de winningsactiviteiten van bedrijven. Het
gevolg van de huidige situatie is immers dat burgers extra worden belast én dat er
minder schade wordt vergoed. Deze problemen zijn meer dan genoeg duidelijk geworden
bij de gaswinning in Groningen, maar de problematiek is breder en is ook bij schade
als gevolg van bijvoorbeeld zoutwinning aan de hand.
Indiener stelt daarom voor de bewijslast om te draaien. In eerdere debatten met de
Minister van Economische Zaken erkende de Minister de problemen wel die de huidige
situatie oplevert voor de slachtoffers, maar wees het voorstel om de bewijslast om
te keren af. In reactie op de motie-Ouwehand (KS 33 529-78) heeft de Minister gesteld (TK, vergaderjaar 2013–2014, handelingen 12-8-1) dat hij de bewijslast eigenlijk al bij de exploitant heeft gelegd door de Technische
Commissie Bodem Bescherming een oordeel te laten vellen over de vraag of de schade
is veroorzaakt door de aardbevingen en daarmee door de aardgaswinning, of dat er iets
anders aan de schade ten grondslag ligt. In de praktijk blijkt dat deze route niets
heeft opgelost voor de slachtoffers. Dat kan ook niet, zolang het aan de gedupeerden
zelf is om te bewijzen dat zij recht hebben op een schadevergoeding.
Dit amendement regelt dat de bewijslast bij schade door mijnbouwactiviteiten weer
wettelijk wordt neergelegd bij de mijnbouwmaatschappij.
Indien dit amendement wordt aangenomen, wordt het opschrift van het wetsvoorstel vervangen
door: Wijziging van de Mijnbouwwet, de Wet milieubeheer en de Wet op de economische
delicten in verband met implementatie van richtlijn nr. 2013/30/EU van het Europees
parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de veiligheid van offshore olie-
en gasactiviteiten en tot wijziging van richtlijn 2004/35/EG (PbEU 2013, L 178), en
wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de omkering van de
bewijslast bij schade binnen het effectgebied van een mijnbouwwerk.
Ouwehand