34 003 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en enige andere wetten in verband met de modernisering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen (Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen)

Nr. 12 AMENDEMENT VAN HET LID DIJKGRAAF

Ontvangen 17 december 2014

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I wordt na onderdeel B een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ba

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

Publiekrechtelijke rechtspersonen en privaatrechtelijke overheidslichamen zijn, waar nodig in afwijking van de artikelen 2 en 3, niet aan de belasting onderworpen voor het verrichten van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten in verband met de uitoefening van een overheidstaak of van een publiekrechtelijke bevoegdheid van die rechtspersoon of dat lichaam, waarmee niet in concurrentie wordt getreden met ondernemingen gedreven door natuurlijke personen dan wel door lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b, c, d en e.

Toelichting

Dit amendement regelt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur activiteiten worden aangewezen waarvoor geen belastingplicht voor de vennootschapsbelasting zal gelden. Deze activiteiten dienen verricht te worden door publiekrechtelijke rechtspersonen (als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, onderdeel g, en tweede lid, en 3, derde lid) dan wel privaatrechtelijke overheidslichamen en dienen verband te houden met de uitoefening van een overheidstaak of van een publiekrechtelijke bevoegdheid waarmee niet in concurrentie wordt getreden met ondernemingen gedreven door natuurlijke personen dan wel door lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b, c, d en e.

Er zijn activiteiten waarvan duidelijk is dat deze tot de exclusieve bevoegdheid van de overheid behoren. Als voor de uitoefening van die typische overheidstaken of publiekrechtelijke bevoegdheden een prijs wordt gevraagd, kan het voorkomen dat sprake is van een onderneming voor de vennootschapsbelasting. Omdat het echter een exclusief aan de overheid toekomende taak betreft, zal geen sprake zijn van concurrentie, waardoor de vrijstelling voor de uitoefening van overheidstaken of publiekrechtelijke bevoegdheden (vastgelegd in de artikelen 8e, eerste lid, onderdeel b, en 8f, eerste lid, onderdeel b) van toepassing zal zijn. Doordat eerst bepaald wordt of er sprake is van ondernemerschap (het «drijven van een onderneming»), ontstaan er dan wel fiscale administratieve verplichtingen, die door de vaststelling van een lijst met activiteiten die niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting zijn, niet langer gelden.

Het amendement voorziet erin dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een lijst wordt opgesteld met activiteiten die de uitoefening van overheidstaken of publiekrechtelijke bevoegdheden betreffen, en bij het lichaam dat die taak of bevoegdheid heeft in ieder geval niet leiden tot een belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Daarmee worden onnodige administratieve lasten en uitvoeringskosten voorkomen, zoals het eerst toetsen van ondernemerschap. Door de mogelijkheid open te laten om in de algemene maatregel van bestuur te bepalen dat de lijst bij ministeriële regeling kan worden ingevuld of aangevuld, ontstaat een dynamische lijst met activiteiten die de uitoefening van overheidstaken of publiekrechtelijke bevoegdheden betreffen, waarbij eenvoudig kan worden ingespeeld op maatschappelijke ontwikkelingen.

Dijkgraaf

Naar boven