34 000 III Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA), van het Kabinet van de Koning (IIIB) en de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) voor het jaar 2015

Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 april 2015

Met deze brief informeer ik u over de uitspraak van het College van beroep van de Reclame Code Commissie (RCC) van 1 april jongstleden. Tevens informeer ik u over de uitspraak van de RCC over de klacht rondom de uitingen op radio en televisie over het bezoek aan de spoedeisende hulp en de huisarts of de huisartsenpost. Hiermee voldoe ik aan de toezegging uit mijn brief van 3 maart 2015 met Kamerstuk 34 000 III, nr. 10.

Instellen Beroep bij College van Beroep

Zoals ik u in mijn brief van 3 maart liet weten heb ik beroep ingesteld bij het College van Beroep van de RCC. Aanleiding was de uitspraak van de RCC op 29 januari over de klacht van de FNV over de uitingen op radio en televisie als onderdeel van de campagne «Nederland verandert, de zorg verandert mee». Specifiek gaat het om de uitingen met meneer Berg, mevrouw Pietermaaij en Jasper en Sara en de algemene uiting.

Met de genoemde publiekscampagne is het publiek in algemene zin geattendeerd op de wijzigingen in de langdurige zorg per 2015. De start van de campagne was op 16 oktober 2014 en is samen met de cliënt- en patiëntorganisaties ANBO, Iederin en de NPCF gelanceerd. Na 16 oktober zijn de nieuw verantwoordelijke partijen (gemeenten, verzekeraars en zorgkantoren) gestart met het meer concreet informeren van cliënten over veranderingen in de persoonlijke situatie in 2015. De campagne liep volgens planning door tot begin februari 2015.

Uitspraak College van Beroep

Op 1 april 2015 deed het College van beroep van de RCC uitspraak in de beroepszaak die op 24 maart jl. plaatsvond1. Met de RCC is het College van oordeel dat de uitingen op radio en televisie wel zijn aan te merken als reclame. Zij acht de uitingen een aanprijzing van een denkbeeld.

Het College bevestigt in haar uitspraak van 1 april de mening van VWS dat de uitingen een juiste weergave zijn van de wettelijke aanspraken vanaf 2015.

Het College acht de uitingen in haar uitspraak van 1 april in strijd met artikel 5 van de Reclame Code. Artikel 5 van de Nederlandse Reclame Code stelt dat reclame naar vorm en inhoud zodanig dient te zijn dat het vertrouwen in reclame niet wordt geschaad. Het College acht de uitingen op radio en televisie onvoldoende informatief doordat niet (tevens) op mogelijke nadelige consequenties wordt gewezen en uitsluitend situaties worden belicht waarin onder de nieuwe regeling aanspraak op zorg zal (blijven) bestaan. Het College oordeelt dat uit de spotjes onvoldoende blijkt dat het van belang kan zijn dat de burger nadere informatie inwint over de mogelijke individuele consequenties van de gewijzigde regeling. Hiermee laat het College de uitspraak van de RCC in stand waarin zij VWS op 10 februari vrijblijvend adviseert om niet meer op dergelijke wijze reclame te maken.

De FNV heeft geen beroep ingesteld tegen de eerdere uitspraak van de RCC dat de uitingen niet in strijd zijn met artikel 3. De RCC oordeelde op 10 februari dat de uitingen niet in strijd zijn met de openbare orde en/of het algemeen belang (artikel 3) en dat daarom niet meer hoeft te worden ingegaan op de vraag of de uitingen misleidend of oneerlijk zijn. Deze uitspraak blijft dus gehandhaafd en is daarom niet meer bij het College in de beroepszaak behandeld.

Er kan het beeld zijn ontstaan dat het College toch geoordeeld heeft dat de uitingen misleidend zijn geweest. Dat heeft de RCC en ook het College van Beroep niet geconcludeerd.

Daarnaast had de FNV het College verzocht om haar uitspraak door middel van een alert te verspreiden. Dit omdat de spotjes van VWS weliswaar niet meer op de TV en de radio worden uitgezonden, maar wel nog raadpleegbaar zijn op de website. Het College heeft dit verzoek van de FNV afgewezen met de redenering dat er al veel publiciteit geweest is rondom de beslissing van de RCC, zodat burgers bekend kunnen worden verondersteld met het oordeel van de RCC. Bovendien concludeert het College dat als de uitingen via de website worden bekeken er ook vanuit dient te worden gegaan dat kennis wordt genomen van de verdere inhoud van de site, inclusief de informatie over de gevolgen van de wijzigingen op het gebied van zorg en verwijzingen naar meer informatie.

In mijn brief aan uw Kamer van 3 maart heb ik aangekondigd u ook nader te informeren over de uitspraak van de RCC over de klacht rondom de uitingen over het bezoek aan de spoedeisende hulp, huisarts of huisartsenpost. De klager was van mening dat deze uiting misleidend is. Hiermee doelt klager op het feit dat in de uiting geen mededelingen worden gedaan over de kosten van mogelijk aanvullende diagnostiek.

De klacht dat de uiting onvolledig en om die reden misleidend is, is op 11 maart afgewezen door de Reclame Code Commissie2. De betreffende uiting heeft volgens de Commissie duidelijk betrekking op het verschil in de kosten van een bezoek aan de huisarts of huisartsenpost en de kosten van een bezoek aan de spoedeisende hulp van een ziekenhuis.

Uitingen van de campagnesite gehaald

Ik neem de opmerkingen van de RCC ter harte en zal die betrekken bij toekomstige campagnes.

Daarnaast heb ik besloten om de uitingen die eerder op radio en televisie zijn uitgezonden van de campagne «Nederland verandert, de zorg verandert mee» van de eerder genoemde website te halen. Dit om verdere discussie over de uitingen te voorkomen. Deze discussie overschaduwt mijns inziens het doel van de campagne, namelijk burgers informeren over de veranderingen in de zorg en hen aan te sporen om meer informatie via de genoemde website te vergaren.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven