33 997 Vliegramp MH17

Nr. 84 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE EN VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 juni 2016

Hierbij voldoen wij aan het verzoek gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 2 juni 2016, inzake een stand van zaken brief met betrekking tot het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 (Handelingen II 2015/16, nr. 91, Regeling van werkzaamheden). Middels deze brief informeren wij u over de samenwerking van het Joint Investigation Team (JIT), het strafrechtelijk onderzoek en de vervolging en berechting.

Samenwerking binnen het Joint Investigation Team

Zoals uw Kamer gemeld in de brief van 12 oktober 2015 (Kamerstuk 33 997, nr.52) is mede ten behoeve van de afstemming tussen verschillende betrokken landen (Nederland, Australië, België, Maleisië en Oekraïne) een Joint Investigation Team (JIT) opgericht. Onder leiding van het Nederlands openbaar ministerie (OM) verricht het JIT strafrechtelijk onderzoek naar de exacte toedracht van het neerhalen van vlucht MH17. Het OM laat weten dat de samenwerking in het onderzoek met alle deelnemende landen nog steeds naar tevredenheid verloopt.

Eind mei werd een bericht verspreid op een Australische nieuwssite, waarin gesuggereerd werd dat Maleisië met Rusland een eigen «joint investigation» zou starten, los van het JIT. Het bericht is onjuist. Het betrof een verdraaiing van een uitspraak van de Maleisische premier Najib Razak tijdens een ontmoeting met president Poetin en marge van de Rusland-ASEAN Top in Sochi. Daarbij heeft de Maleisische premier aangegeven dat later dit jaar de resultaten van het onafhankelijk internationaal strafrechtelijk onderzoek zouden worden gepresenteerd. Premier Razak doelde hiermee op het onderzoek van het JIT, waarin het Nederlandse OM een leidende rol vervult.

Maleisië heeft verzekerd dat het, net als de rest van de JIT-landen, volledig is gecommitteerd aan het JIT. Maleisië heeft nadrukkelijk verzocht geen geloof te hechten aan berichten in de media die duiden op het tegendeel. De JIT-landen staan ook in nauw contact met elkaar om dergelijke desinformatie tijdig te signaleren en te ontkrachten.

Het verspreiden van desinformatie over MH17 is geen nieuw fenomeen. Al in januari 2015 werd in conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van de Europese Unie zorg uitgesproken over pogingen om het OVV-onderzoek in diskrediet te brengen. Ook ten tijde van de stemming in de VN Veiligheidsraad over het oprichten van een internationaal tribunaal en rondom de publicatie van het OVV-rapport werden verscheidene malen ongefundeerde berichten verspreid met als kennelijk doel de onderzoeken van de OVV en het JIT in diskrediet te brengen. De onafhankelijkheid en kwaliteit van deze onderzoeken staan internationaal evenwel buiten kijf.

Voortgang strafrechtelijk onderzoek

Ondanks de noodzakelijke terughoudendheid met het delen van informatie probeert het OM waar mogelijk inzicht te geven in het werk van het JIT. Het JIT heeft daarom op 6 juni een digitaal magazine gepubliceerd. Het zogenaamde e-zine bevat informatie over de manier waarop het JIT-onderzoek wordt uitgevoerd.

Het strafrechtelijk onderzoek is nog in volle gang. Het is niet met zekerheid te zeggen hoe lang het strafrechtelijk onderzoek nog zal duren. Eerder dit jaar kondigde het JIT aan te verwachten voor de tweede helft van dit jaar het onderzoek te kunnen afronden naar het wapen waarmee vlucht MH17 is neergeschoten en de exacte locatie waarvandaan dit wapen is afgevuurd. Dit deel van het onderzoek is in een zeer ver gevorderd stadium, maar het JIT heeft laten weten dat er enkele zaken zijn die meer tijd vergen dan eerder werd aangenomen.

Het gaat hierbij om enkele punten in de analyse van het forensisch onderzoek en om informatie waar in een aantal rechtshulpverzoeken om is verzocht. Zo wacht het JIT nog op informatie van de Russische Federatie over BUK-installaties.

Het JIT verwacht na de zomer de eerste concrete resultaten van het strafrechtelijk onderzoek naar het neerhalen van vlucht MH17 naar buiten te kunnen brengen. Eerst aan de nabestaanden, daarna aan het algemene publiek. Het zal dan gaan om het wapen waarmee het vliegtuig is neergeschoten en de exacte afvuurlocatie van het wapen. Indien uw Kamer dat tegen die tijd wenselijk acht, kan uiteraard een briefing worden georganiseerd.

Facilitering strafrechtelijk onderzoek

Het kabinet acht het nog altijd van het grootste belang dat de in het JIT samenwerkende opsporings- en vervolgingsautoriteiten het strafrechtelijk onderzoek onafhankelijk en ongehinderd kunnen blijven verrichten (zie ook de Kamerbrief van 12 oktober 2015, Kamerstuk 33 997, nr. 52). De kwaliteit en de integriteit van het strafrechtelijk onderzoek staan voorop. Zorgvuldigheid en bedachtzaamheid zijn van cruciaal belang bij de waarheidsvinding.

Het kabinet faciliteert het strafrechtelijk onderzoek waar mogelijk en nodig. Dit gebeurt onder meer door het doorgeleiden van rechtshulpverzoeken aan diverse landen op verzoek van het OM. Daarnaast zet het kabinet zich op politiek niveau in voor volledige medewerking aan het strafrechtelijk onderzoek door alle betrokken landen. Zoals uw Kamer eerder is meegedeeld, zijn het neerhalen van MH17 en de daaraan gerelateerde rechtshulpverzoeken vast onderwerp van gesprek met alle voor het onderzoek relevante landen. In februari van dit jaar is in een gesprek met de Russische Minister van Buitenlandse Zaken Lavrov nogmaals gewezen op VN-resolutie 2166 en aangedrongen op volledige medewerking aan het strafrechtelijk onderzoek. Diezelfde boodschap wordt consequent aan Rusland en andere landen overgebracht in gesprekken op hoog ambtelijk niveau en in diplomatieke contacten.

Vervolging en berechting

Uw Kamer is bij eerdergenoemde brief geïnformeerd over de inspanningen van de Nederlandse regering voor oprichting van een internationaal tribunaal door de VN-Veiligheidsraad en over het feit dat, na het veto van Rusland in de VN-Veiligheidsraad, de Nederlandse inspanningen om te komen tot vormgeving van vervolging en berechting van (potentiële) verdachten geenszins tot stilstand zijn gekomen.

In dezelfde brief is uw Kamer gemeld dat de Nederlandse regering direct na de stemming in de VN-Veiligheidsraad in nader overleg is getreden met de JIT-landen over vervolgstappen. Door de regeringsleiders van die landen is besloten te komen tot een nadere juridische uitwerking van alternatieve vervolgings- en berechtingsmechanismen, waaronder nationale vervolging en berechting in de bij het strafrechtelijk opsporingsonderzoek betrokken landen en internationale vervolging en berechting door een bij multilateraal verdrag op te richten tribunaal.

Sinds 12 oktober 2015 hebben meerdere overleggen plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van de JIT-landen, zowel multilateraal als bilateraal, en zijn belangrijke vorderingen gemaakt met de uitwerking van de vormgeving van vervolging en berechting. Daarbij zijn verschillende aspecten van een vervolgings- en berechtingsmechanisme van belang, zoals vraagstukken van rechtsmacht, samenwerking met derde staten en internationale organisaties, de rol van nabestaanden in het strafproces en de tenuitvoerlegging van opgelegde straffen. Het streven van de JIT-landen is om de uitwerking van deze opties zo veel mogelijk gereed te hebben voordat het strafrechtelijk onderzoek door het JIT is afgerond. Zodra het opportuun is zal uw Kamer hier nader over worden geïnformeerd.

Het kabinet heeft uw Kamer reeds eerder toegelicht dat het strafrechtelijk onderzoek en de daarop te baseren mogelijke strategieën voor vervolging en berechting kunnen worden geschaad indien informatie voortijdig in de openbaarheid wordt gebracht. Daarnaast is toegezegd uw Kamer te informeren over de vervolgingsmogelijkheden wanneer het strafrechtelijk onderzoek van het JIT dat toe zal laten.

Tot slot

Binnenkort is het twee jaar geleden dat de aanslag op MH17 plaatsvond. Het is zwaar, in het bijzonder voor de nabestaanden, te moeten accepteren dat degenen die hiervoor verantwoordelijk zijn nog niet voor het gerecht zijn gebracht.

Het voor de rechter brengen van de daders heeft nog steeds de hoogste prioriteit van het kabinet. Zorgvuldigheid gaat voor snelheid. Het is daarmee van groot belang dat het JIT voldoende tijd krijgt het onderzoek uit te voeren. Het onlangs gepubliceerde e-zine geeft inzicht in de complexiteit en omvang van de taak van het JIT. Het kabinet blijft om begrip vragen voor de tijd die het duurt om het onderzoek in zijn geheel op zorgvuldige wijze af te ronden.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

Naar boven