In artikel I wordt voor onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:
0A
Na artikel 2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 2a
-
1. Degene tot wie het verbod van onderscheid zich richt, draagt daarnaast zorg voor
de algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte,
tenzij dat voor hem een onevenredige belasting vormt.
-
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter
uitvoering van het eerste lid.
-
3. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
Met dit amendement beoogt de indiener er voor te zorgen dat er een verandering gaat
optreden in het denken over toegankelijkheid voor mensen met een handicap. Toegankelijkheid
moet normaal worden, ontoegankelijkheid wordt de uitzondering. Aanpassingen om toegankelijkheid
aan iedereen te bieden zijn geen extra service maar een vanzelfsprekend gegeven in
een inclusieve samenleving. Het College voor de Rechten van de Mens stelt immers ook:
«Het verdrag vraagt van de staat inspanningen op alle terreinen van het maatschappelijk
leven. Die inspanningen liggen niet alleen op het gebied van individuele aanpassingen,
maar juist ook op het gebied van algemene voorzieningen.» Het amendement ligt in het
verlengde hiervan. Met de zinsnede «naar gelang de behoefte» in artikel 2 van de Wgbh/cz
wordt de verplichting geregeld om aanpassingen te verrichten wanneer daar in individuele
concrete gevallen om gevraagd wordt. Met dit amendement wordt een nieuw artikel 2a
toegevoegd aan de Wgbh/cz. Hiermee wordt een norm in de wet verankerd die tot doel
heeft algemene toegankelijkheid te bewerkstelligen. De Wgbh/cz richt zich derhalve
ook op algemene maatregelen die zijn gericht op toegankelijkheid voor een brede groep.
Hiermee wordt gedoeld op het aanpassen van materiële en immateriële condities, waaronder
ook informatie en communicatie, op zo’n manier dat de toegankelijkheid voor een zo
divers mogelijke doelgroep gegarandeerd wordt. Het treffen van voorzieningen in een
individueel geval wordt gezien als aanvulling op algemene voorzieningen wanneer die
algemene maatregelen niet voldoende zijn. Voor aanbieders op de terreinen van goederen
en diensten, arbeid, onderwijs en wonen is het vaak zelfs effectiever om hun ondernemingen
of organisaties geleidelijk toegankelijk te maken voor een zo divers mogelijke doelgroep,
in plaats van bij herhaling aanpassingen te treffen voor de specifieke behoefte van
een individueel persoon. De voorzieningen ten behoeve van algemene toegankelijkheid
zijn eenvoudig van aard.
Afwijking van de norm tot het zorg dragen voor algemene toegankelijkheid is mogelijk
als dat een onevenredige belasting vormt. Het is immers redelijk en billijk om rekening
te houden met bijvoorbeeld een onderscheid tussen bestaande (historische) gebouwen
en nieuwbouw, bouwkundige aspecten en de financiële draagkracht van de exploitant.
Daarom is de zinsnede «tenzij deze voor hem een onevenredige belasting vormen» toegevoegd
Naast het feit dat de aanpassing redelijk en billijk moet zijn beoogt het amendement
ook een geleidelijke omslag naar algemene toegankelijkheid. Het is niet zo dat iedere
ondernemer van de ene dag op de andere volledig toegankelijk dient te zijn.
Het tweede lid biedt de mogelijkheid om dit proces te verduidelijken, focus aan te
brengen of in juiste banen te leiden door bij of krachtens AMvB nadere regels te stellen.
Via deze twee bepalingen wordt de redelijkheid en geleidelijkheid van de omslag naar
algemene toegankelijkheid geborgd.
Opvattingen over toegankelijkheid zullen in de loop van de tijd veranderen. Wat nu
nog als onredelijk wordt gezien kan over een aantal jaren wel als redelijk worden
beschouwd. Terwijl in sommige gevallen aanpassingen onredelijk blijven, bijvoorbeeld
wanneer het gaat om monumentale gebouwen.
Met het amendement wordt een norm in de wet opgenomen die een progressieve verwezenlijking
van toegankelijkheid en het denken over een inclusieve samenleving beoogt. Zodat over
een aantal jaren toegankelijkheid voor iedereen geen service of uitzondering meer
is maar een vanzelfsprekendheid.
Indieners achten het van belang dat de Kamer betrokken blijft indien nadere regels
gesteld worden en de mogelijkheid heeft zich uit te spreken over de door de regering
gekozen invulling van deze regels, daarom is in het derde lid een lichte voorhangbepaling
opgenomen.