33 988 Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Verzamelwet SZW 2015)

Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 september 2014

Dinsdag 23 september jl. hebben de leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid gevraagd om een nadere toelichting op de inhoud van de (eerste) nota van wijziging op het wetsvoorstel tot Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Verzamelwet SZW 2015) (Kamerstuk 33 988, nr. 6).

In het genoemde wetsvoorstel zijn technische en kleine beleidsmatige wijzigingen opgenomen. De wijzigingen dienen ter verduidelijking en nadere invulling van eerder gemaakte beleidskeuzes en/of het herstellen van onvolkomenheden. Een verzamelwet is een geschikt instrument voor kleine beleidsmatige onderwerpen die op korte termijn moeten worden geregeld en niet passen of kunnen worden opgenomen in andere wetsvoorstellen. Daarmee is een bepaalde mate van dynamiek inherent aan verzamelwetgeving, enerzijds vanwege steeds voortschrijdend inzicht ten aanzien van noodzakelijke reparaties en verbeteringen, anderzijds ook om aangenomen moties en toezeggingen aan Uw Kamer of de Eerste Kamer snel om te kunnen zetten in wetgeving.

Deze dynamiek is duidelijk zichtbaar bij de huidige verzamelwet. Evenals in voorgaande jaren is daarom deze verzamelwet aangevuld met nota’s van wijziging. Ik ben mij er terdege van bewust dat de omvang dit jaar aanzienlijk is. Mede in het licht hiervan heb ik Uw Kamer op 18 juli jl. door middel van een brief geïnformeerd dat een nota van wijziging in voorbereiding was (Kamerstuk 33 988, nr. 4). Aangezien dit proces ook na indiening van deze eerste nota van wijziging is doorgegaan, is tevens een tweede, minder omvangrijke, nota van wijziging opgesteld. Het is overigens denkbaar dat er nog onderwerpen opkomen die tot een volgende nota van wijziging leiden. Ik zal dit in ieder geval beperken tot de hoogstnoodzakelijke wijzigingen.

Na zorgvuldige afweging heb ik besloten de nota’s van wijziging niet voor te leggen aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Ik heb daarbij rekening gehouden met de relevante Aanwijzingen voor de regelgeving, waaronder Aanwijzing 277 betreffende het horen van de Afdeling advisering van de Raad van State en in overweging genomen dat het overgrote deel van de opgenomen wijzigingen (hoofdzakelijk) technisch van aard is. De onderwerpen die te kwalificeren zijn als «klein beleid» vloeien grotendeels voort uit ingediende amendementen en toezeggingen die gedaan zijn tijdens de recente parlementaire behandeling van verschillende wetsvoorstellen of zijn op een ander moment tevoren aangekondigd aan Uw Kamer. Doorslaggevend bij mijn afweging is geweest dat de voorgestelde wijzigingen, alhoewel omvangrijk, niet van zodanig ingrijpende aard zijn dan dit een aanvullende adviesaanvraag aan de Afdeling advisering van de Raad van State zou rechtvaardigen.

Als gezegd betreft het onder meer herstel van omissies, nadere invullingen, verduidelijkingen van de wettekst al dan niet in het verlengde van bepaalde amendementen, aangenomen moties en toezeggingen die zijn gedaan tijdens de parlementaire behandeling van recent aangenomen wetgeving zoals de Wet werk en zekerheid (Wwz), de Invoeringswet Participatiewet en de Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten. Het halen van de beoogde inwerkingtreding op 1 januari 2015 van onderhavig wetsvoorstel is dan ook dringend gewenst om de goede werking en zorgvuldige uitvoering van verschillende wetten, waaronder de Invoeringswet Participatiewet, te verzekeren.

Voor zover relevant zijn de wijzigingen afgestemd met de betrokken bewindspersonen. Zo is de eerste nota van wijziging ingediend in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het beleid is, kortom, om in voorkomende gevallen alle voornoemde, ook in Aanwijzing 277 opgevoerde factoren, mee te wegen waarbij de mate van ingrijpendheid van de voorgestelde wijzigingen veruit het meeste gewicht in de schaal legt.

Als bijlage 1 voeg ik een overzicht toe van de meer inhoudelijke voorstellen uit de beide nota’s van wijziging. Daarmee hebt u net als in de memorie van toelichting een overzicht van de kleine beleidsmatige onderwerpen in de nota’s van wijziging. In bijlage 2 is tot slot een schema opgenomen met de overige voorgestelde wijzigingen die (hoofdzakelijk) technisch of redactioneel van aard zijn.

Ik vertrouw erop dat ik de leden van de vaste commissie, met deze brief, voldoende informatie heb verstrekt over de aanleiding, inhoud en aard van de voorgestelde wijzigingen. Ik hoop dat Uw Kamer, mede met het oog op het belang van het halen van de beoogde datum van inwerkingtreding, de Verzamelwet SZW 2015 snel in behandeling wil nemen.

Een afschrift van deze brief heb ik heden aan de voorzitter van de Eerste Kamer van de Staten-Generaal gezonden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Bijlage 1 Overzicht kleine beleidsmatige voorstellen in de twee nota’s van wijziging

Eerste nota van wijziging

Bekendmaken bedragen Anw en AOW

In dit onderdeel wordt voorgesteld ook de uitkeringsbedragen van de Algemene nabestaandenwet (Anw) en Algemene Ouderdomswet (AOW) door of namens de Minister bekend te maken in de Staatscourant. In de bedragen zelf wordt inhoudelijk niets gewijzigd. Zie de onderdelen 4 en 9.

Herleving recht op partnertoeslag bij incidentele inkomsten/herleiding inkomensgrens bij gebroken maanden

Gezien de intrekking op 30 juni 2014 van het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene Ouderdomswet teneinde het recht op partnertoeslag van de gehuwde pensioengerechtigde van wie de echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd afhankelijk te maken van het gezamenlijk inkomen van die pensioengerechtigde en diens echtgenoot (Kamerstuk 33 687, nr. C), waarin dit onderwerp was opgenomen, is dit onderdeel toegevoegd aan onderhavig wetsvoorstel. Daarnaast wordt voorgesteld om de wet verder te verduidelijken met betrekking tot het niet kunnen herleven noch ontstaan van het recht op partnertoeslag. Zie onderdeel 8.

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

Het in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten opnemen van subsidiebepalingen voor assistentie bij dagelijkse levensverrichtingen en extramurale behandeling is nodig voor het geval dat de Wet langdurige zorg niet op 1 januari 2015 in werking treedt. Dat deze subsidiemogelijkheden voor die situatie geregeld zouden worden, is aangekondigd in de brief van de Staatssecretaris van Volkgezondheid, Welzijn en Sport van 27 juni 2014 (Kamerstuk 33 891, nr. 13, blz. 4, alsmede in bij die brief verzonden bijlage I). Zie de onderdelen 11 en 67.

Wet werk en zekerheid – verruiming mogelijkheid afwijken bij cao

Met deze wijziging kunnen cao-partijen besluiten de ketenbepaling geheel of gedeeltelijk niet van toepassing te laten zijn voor daarin aangewezen arbeidsovereenkomsten die uitsluitend of overwegend zijn aangegaan voor educatie. De wijziging is aangekondigd op bladzijde 19 van de memorie van antwoord bij de Wwz (Kamerstuk 33 818, C). Zie onderdeel 14, onderdeel Cb.

Wet werk en zekerheid – profvoetballers

Dit onderdeel vormt de uitwerking van een toezegging aan de Eerste Kamer bij de parlementaire behandeling van de Wwz. Door deze wijziging wordt een onbedoeld effect van de Wwz, te weten beperking van de hoogte van de vergoeding die verschuldigd kan zijn bij de overgang van spelers naar een andere club, ongedaan gemaakt. Zie de onderdelen 20 en 25.

Toevoeging artikel 9 Participatiewet naar aanleiding van het amendement Schouten-Kerstens (vier weken zoektijd).

Dit onderdeel betreft een aanpassing van artikel 9 van de Participatiewet om de bedoeling van het amendement Schouten-Kerstens (Kamerstuk 33 801, nr. 27) te verduidelijken in de wettekst. Zie onderdeel 35.

Indexeren via bekendmaking

Dit betreft een vereenvoudigingvoorstel. Er zijn ministeriële regelingen waarin wordt geregeld dat één of twee keer per jaar een bedrag wordt geïndexeerd of een percentage wordt aangepast. Een aantal van deze aanpassingen is zo concreet geformuleerd in de grondslag of de daarop berustende bepalingen dat er geen beslissingsruimte meer is en derhalve kan worden volstaan met een bekendmaking. Zie de onderdelen 3, 4, 9, 40, 41, 42, 46, 48, 61, 64, 71, 72, 75, 76, 83, 84, 86 en 87.

Aanpassing studietoeslag in het kader van de Invoeringswet Participatiewet

Naar aanleiding van een toezegging van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij de plenaire behandeling van de Invoeringswet Participatiewet in de Eerste Kamer wordt in dit onderdeel de redactie van het artikel in overeenstemming gebracht met de bedoeling van het amendement Van Weyenberg/Schouten (Kamerstuk 33 161, nr. 125). Ook mensen met alleen een urenbeperking komen in aanmerking voor een studietoeslag. Zie onderdeel 40.

Vrijwilligerswerk in WW

Onder andere in het Algemeen Overleg arbeidsmarktbeleid van 12 maart 2014 (Kamerstuk 29 544, nr. 521) is verzocht om de mogelijkheden te bezien tot verruiming van de mogelijkheid om met behoud van de WW-uitkering vrijwilligerswerk te verrichten. Naar aanleiding hiervan wordt in de Werkloosheidswet (WW) een grondslag opgenomen. Deze wijziging is reeds aangekondigd in de brief van 10 juli jl. aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 29 544, nr. 551). Concrete invulling vindt plaats via een ministeriële regeling. Zie onderdeel 50.

Tweede nota van wijziging

Inkomstenverrekening Wajong, WAZ en WAO

Dit onderdeel betreft een administratieve lastenverlichting en is geen materiële wijziging. Bij brief van 9 september 2014 (Kamerstuk 26 448, nr. 525) is Uw Kamer over deze wijziging geïnformeerd. Voorgesteld wordt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en hoofdstuk 3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (oWajong) aan te passen, zodat het voor het UWV mogelijk wordt om de polisadministratie te gebruiken bij het verrekenen van inkomsten uit arbeid met de uitkering. Zie de onderdelen 7, 8 en 12.

Kinderopvangtoeslag bij werkloosheid

Deze maatregel is opgenomen in de Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2015 (Kamerstuk 34 000, XV, blz. 15). Op dit moment behoudt een ouder of zijn partner drie maanden het recht op kinderopvangtoeslag nadat hij/zij werkloos is geworden. De termijn wordt tijdelijk verlengd naar zes maanden voor 2015 en 2016. Een periode van zes maanden sluit beter aan bij de gemiddelde zoekduur naar een nieuwe baan. Zie onderdeel 10.

Subsidiebepaling interne jobcoach in de Wet WIA

In dit onderdeel wordt (verdere) uitvoering gegeven aan de motie Ortega-Martijn (Kamerstuk 31 780, nr. 33). Artikel 36 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt aangepast om de werkgever van een persoon met structurele functionele beperkingen een tegemoetkoming in de kosten te geven voor de inzet van noodzakelijke persoonlijke ondersteuning (jobcoaching) bij het verrichten van de aan de persoon opgedragen taken. Zie onderdeel 87.

Bijlage 2 Overzicht technische wijzigingen

Eerste nota van wijziging (exclusief de onderwerpen die in de toelichting bij deze nota van wijziging reeds zijn gekwalificeerd als technisch-redactioneel)

Onderdeel

Kwalificatie/zeer beknopte inhoud

3, onderdeel A, onder 1

Verbetering formulering en consistentie (woonlandbeginsel ook van toepassing op dubbele kinderbijslag)

3, onderdeel A, onder 2

Herstel fout (co-ouders niet altijd het zelfde type huishouden)

3, onderdeel B

Consistentie (woonlandbeginsel ook van toepassing op extra bedrag kinderbijslag)

3, onderdeel E

Verduidelijking (onder 1) en technische verbetering (onder 2)

4 en 9

Grondslagen i.v.m. uniformering bekendmaking verplichte indexeringen

5, 38, 44, 47, 74, 79, onderdeel A en 92

Technische aanpassingen als gevolg van amendement (kostendelersnorm en jonger dan 21 jaar)

39

Technische aanpassing op basis van het toegezegde in paragraaf 1.4 van de memorie van toelichting Wet maatregelen WWB en enkele andere wetten

7

Verbeteren fout (reeds afgeschafte «halfwezenuitkering» in Anw abusievelijk opgevoerd in een artikel)

10, onderdeel Aa

Uitvoeringstechnische aanpassing (inkomensgrens AOW naar rato vaststellen bij gebroken maand)

10, onderdeel Ab

Noodzakelijke aanpassing (i.v.m. voornemen om voorschotregeling AOW later te beëindigen)

12

Verduidelijking van de wettekst

13

Technische aanpassing i.v.m. ontbrekende verwijzing

14, onderdeel Ca, 22 (artikel VI, onderdeel K, onder 1 en 2), 23 en 27

Verduidelijking van begrip «loon» in wettekst

15, 26, 41, 56, 57, 58, 60, 62, 63, 70, 74 en 80

Technisch-redactioneel

16 en 17

Herstel omissie i.h.k.v. herroepingsmogelijkheid (onvoorziene situatie)

18

Delegatiemogelijkheid gecreëerd i.v.m. evaluatie (toegezegd in parlementaire behandeling) en eventuele uitkomsten daarvan

19 en 21

Verduidelijking wettekst

22

Aanpassing formulering i.v.m. beoogde doel (voorkomen betalen dubbele transitievergoeding)

24

Herstel van te ruime formulering

28

Vereenvoudiging van de wettekst

29

Technische reparatie (verwijzingen in BES regelgeving aanpassen aan Wwz)

32 en 36

Technische verbetering (i.v.m. samenloop)

37

Technische verbetering

43 en 45

Herstel omissie (maatregel in WWB ook van toepassing op AIO)

49 en 85

Artikelen vervallen (i.v.m. reeds ingetrokken Calamiteitenregeling)

52

Herstel omissie (noodzakelijke wijziging om voor politieke ambtsdragers materieel hetzelfde te regelen na inwerkingtreding Wwz)

53

Herstel technische omissie (afrondingsregels t.a.v. opbouw arbeidsverleden in WW en Wet WIA)

54

Herstel omissie (berekening hoogte WW leidde in bepaalde gevallen tot onrechtvaardige en onbedoelde uitkomst)

55

Technische aanpassing (verval artikel bij KB i.p.v. datum in wettekst)

65, 66, 67 en 69

Aanpassing (afschaffen verplichting aanhouden liquiditeitsreserves i.v.m. eerder ingevoerd geïntegreerd middelenbeheer)

71 en 75

Uniformeren (bepaling Participatiewet m.b.t. studerenden en kostendelersnorm ook opnemen in IOAW/IOAZ).

73 en 77

Technisch (herstel foutieve samenloop) en herstel omissie (plicht zich te onthouden van ernstige misdragingen ook in IOAZ en IOAW opgenomen)

78

Herstel omissie (samengestelde gezinnen gelijk behandelen t.a.v. recht op KOT bij werkloosheid)

79, onderdelen B, C en D

Herstel samenloop en wetstechniek

90

Herstel omissie (overgangsrecht voor ontheffing verbod werktijdverkorting ontbrak)

91

Reparatie i.v.m. gefaseerde inwerkingtreding Wwz

93

Techniek (eenmalige flexibilisering i.v.m. indexering)

Tweede nota van wijziging

1

Uitbreiding delegatiebepaling (noodzakelijk voor aangekondigde bescherming payrollwerknemer)

2, 4, 5, 9

Technisch-redactioneel

3, 11, 12, 13, 14, 16, 17 en 18

Wetstechnische aanpassingen i.v.m. herstel omissie (onderdelen 16 en 18; wijze vaststellen dagloon bij recht op ZW na einde WW-recht op grond van «nawerking», was nog niet geregeld)

6

Reparatie als gevolg eerder aangenomen wet

15

Aanpassing van formulering i.v.m. kunnen realiseren beoogde doel (voorkomen samenloop transitievergoeding en andere vergoedingen of voorzieningen uit hoofde van bijvoorbeeld een sociaal plan)

Naar boven