Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2014-201533976 nr. A

33 976 Herstel van wetstechnische gebreken alsmede andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetten op of in verband met het terrein van infrastructuur en milieu (Reparatiewet infrastructuur en milieu 2014)

A GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

20 november 2014

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is in een aantal wetten op het terrein van infrastructuur en milieu technische verbeteringen en andere wijzigingen van ondergeschikte aard aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In de artikelen 7 en 11 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht wordt in de alfabetische rangschikking ingevoegd:

Drinkwaterwet:

artikel 50, derde lid, in samenhang met artikel 70a van de Mededingingswet

ARTIKEL II

De Binnenvaartwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, wordt in de begripsbepaling van «bemanningslid» na «lichtmatroos» ingevoegd:, lid van het veiligheidspersoneel.

B

In artikel 12 wordt «binnenschip» vervangen door «schip» en wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door: het vereiste geldige certificaat.

C

In de artikelen 23, eerste lid, en 25, vijfde lid, wordt «binnenschip» vervangen door: schip.

D

In de artikelen 39c, 39d en 39f wordt «schip» vervangen door: binnenschip.

ARTIKEL III

In artikel 529j van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek wordt «Bij algemene maatregel van bestuur» vervangen door: Bij ministeriële regeling.

ARTIKEL IV

De Drinkwaterwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, komt de omschrijving van het begrip «Onze Minister» te luiden: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;.

B

Aan artikel 50 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. In afwijking van het eerste lid is, ingeval van overtreding van artikel 7, vierde lid, eerste of tweede volzin, artikel 70a van de Mededingingswet van overeenkomstige toepassing en is artikel 82 van die wet van toepassing.

ARTIKEL V

Artikel 225, vijfde lid, van de Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven» vervangen door: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven.

2. Onderdeel a komt te luiden:

  • a. blijkt dat het motorrijtuig ten tijde van het parkeren op de naam van een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, in welk geval die ander wordt aangemerkt als degene die het motorrijtuig heeft geparkeerd;.

3. In onderdeel b wordt «voertuig» telkens vervangen door: motorrijtuig.

ARTIKEL VI

Artikel 6a, zesde lid, eerste volzin, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt komt te luiden:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de systematiek volgens welke de kosten worden bepaald en ten laste gebracht van marktorganisaties en regels over de in dat kader door marktorganisaties aan de Autoriteit Consument en Markt te verstrekken gegevens.

ARTIKEL VII

De Kadasterwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 108 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «bij regeling van Onze Minister te stellen regels» vervangen door: door de Dienst vastgestelde regels.

2. Toegevoegd wordt een vierde lid, luidende:

  • 4. Bij het aanbieden ter goedkeuring, bedoeld in artikel 17 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, vermeldt het bestuur van de Dienst over de voorgestelde vergoedingen de zienswijze van de raad van toezicht, bedoeld in artikel 3 van de Organisatiewet Kadaster, en de reactie van de gebruikersraad, bedoeld in artikel 16 van die wet.

B

Artikel 109 komt te luiden:

Artikel 109

In de regeling, bedoeld in artikel 108, eerste lid, kan de Dienst regels stellen met betrekking tot de gevallen waarin en de verrichtingen ten aanzien waarvan in die gevallen geen kadastraal recht is verschuldigd.

ARTIKEL VIII

In artikel 27g, derde lid, onderdeel a, van de Loodsenwet wordt «6:18» vervangen door: 6:19.

ARTIKEL IX

In artikel 72c van de onteigeningswet wordt «streekplan» vervangen door: inpassingsplan.

ARTIKEL X

De Organisatiewet Kadaster wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan de tekst van artikel 7 wordt een zin toegevoegd, luidende:

De voorzitter en overige leden van het bestuur worden benoemd voor een tijdvak van ten hoogste vijf jaren en zijn terstond herbenoembaar.

B

In artikel 13, tweede lid, onderdeel a, wordt «de artikelen 16 en 17» vervangen door: de artikelen 9, 16 en 17.

ARTIKEL XI

In artikel 1, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel u door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

v. de Autoriteit Consument en Markt:

de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt.

ARTIKEL XII

De Spoedwet wegverbreding wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 5, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. de beslissing tot het vaststellen of het wijzigen van een geluidproductieplafond voor zover dat wegaanpassingsproject zou leiden tot overschrijding van het geldende geluidproductieplafond, en.

B

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het zesde lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. de beslissing tot het vaststellen of het wijzigen van een geluidproductieplafond voor zover aanleg of wijziging zou leiden tot overschrijding van het geldende geluidproductieplafond, en.

2. In het negende lid wordt de zinsnede «mede het tracébesluit begrepen» vervangen door: mede het plan begrepen.

C

In artikel 15, tweede lid, onder b, wordt «de artikelen 2, vijfde lid, en 3, tweede lid,» vervangen door: de artikelen 2, zevende lid, en 3, derde lid, juncto 2, zevende lid,.

ARTIKEL XIIa

In artikel 69, eerste lid, van de Spoorwegwet, vervalt: aanhef en onder a,.

ARTIKEL XIII

De Tracéwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 9, tweede lid, wordt «krachtens artikel 13, zesde lid,» vervangen door «krachtens artikel 13, zevende lid,» en «aan artikel 13, zevende lid,» vervangen door: aan artikel 13, achtste lid,.

B

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. de beslissing tot het vaststellen of het wijzigen van een geluidproductieplafond indien aanleg of wijziging zou leiden tot overschrijding van het geldende geluidproductieplafond, alsmede de referentiepunten ingeval van aanleg of ingeval van verplaatsing van referentiepunten;.

2. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel b komt te luiden:

  • b. de beslissing tot het vaststellen of het wijzigen van een geluidproductieplafond indien aanleg of wijziging zou leiden tot overschrijding van het geldende geluidproductieplafond, alsmede de referentiepunten ingeval van aanleg of ingeval van verplaatsing van referentiepunten; en.

b. In onderdeel c wordt «; en.» vervangen door een punt.

C

In artikel 13, vierde lid, wordt «die toepassing» vervangen door: de toepassing.

D

In artikel 21, tweede lid, onder b, wordt «de artikelen 2, vijfde lid, en 3, tweede lid,» vervangen door: de artikelen 2, zevende lid, en 3, derde lid, juncto 2, zevende lid,.

ARTIKEL XIV

Artikel 128a van de Waterschapswet komt te luiden:

Artikel 128a

Een ambtenaar als bedoeld in artikel 123, derde lid, onderdeel d, is voor zover dit voor de heffing van de in artikel 122d, eerste lid, van deze wet of artikel 7.2, tweede lid, van de Waterwet bedoelde waterschapsbelasting redelijkerwijs nodig is, bevoegd:

  • a. elke plaats met medeneming van de benodigde apparatuur, zo nodig met behulp van de sterke arm, zonder toestemming van de bewoner te betreden met uitzondering van een woning;

  • b. monsters te nemen van het afvalwater dat wordt afgevoerd in de zin van artikel 122c, onderdeel c, van deze wet of wordt geloosd in de zin van artikel 7.1 van de Waterwet.

ARTIKEL XV

De Waterwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1, eerste lid, in de omschrijving van het begrip «Onze Ministers» wordt «Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie» vervangen door: Onze Minister van Economische Zaken.

Aa

In artikel 3.2, eerste lid, wordt na «aangewezen» ingevoegd: die.

Ab

In artikel 5.5 wordt in de eerste zinsnede «aanleg of wijziging van primaire waterkeringen» vervangen door: aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen.

Ac

In de artikelen 5.6, derde lid, en 5.7, derde lid, wordt «aanleg of wijziging» telkens vervangen door: aanleg, verlegging of versterking.

B

In artikel 5.13 wordt aan het begin van de tekst de aanduiding «2» vervangen door: 1.

C

In artikel 5.20 wordt, onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Onze Minister of het bestuur van een waterschap is bevoegd tot het geven van een machtiging als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden, tot het zonder toestemming van de bewoner binnentreden in een woning door een of meer daartoe bij besluit van Onze Minister of dat bestuur aangewezen personen, voor zover die woning deel uitmaakt van een waterstaatswerk of daarmee rechtstreeks in verbinding staat.

D

Artikel 6.27 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een aanvraag tot verlening of wijziging van een watervergunning, met uitzondering van een krachtens artikel 6.5, aanhef en onder c, of op grond van een verordening als bedoeld in artikel 6.13 vereiste vergunning voor het gebruik van een waterstaatswerk of een bijbehorende beschermingszone, die betrekking heeft op:

    • a. een inrichting waartoe een IPPC-installatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht behoort, of

    • b. een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, wordt gelijktijdig ingediend met een aanvraag tot verlening of wijziging van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een vergunning krachtens de Kernenergiewet.

2. In het negende lid wordt «de vergunning voor het lozen van stoffen» vervangen door: de in het eerste lid bedoelde watervergunning.

ARTIKEL XVI

De Wegenverkeerswet 1994 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel e vervalt.

2. In onderdeel j wordt «62» vervangen door: 61a, 62, 66a.

3. In onderdeel j1 vervalt «de bevoegdheid tot» en wordt na «individuele goedkeuringen» ingevoegd:, dan wel voor het uitvoeren van een periodieke herkwalificatie.

4. Onderdeel n komt te luiden:

  • n. het met inachtneming van het bepaalde in artikel 4q vaststellen en heffen van de tarieven, alsmede het vaststellen van de wijze van betaling van deze tarieven, voor het verrichten van taken waarvoor de Dienst Wegverkeer bij of krachtens deze wet bevoegd is, alsmede voor de bij of krachtens andere wetten opgedragen taken;.

5. Onderdeel o komt te luiden:

  • o. het zorg dragen voor de productie van rijbewijzen, het transport en de aflevering ervan en het beheer van de daartoe benodigde voorzieningen;.

6. In onderdeel q wordt «het heffen en vaststellen» vervangen door: het vaststellen en heffen.

B

In artikel 4q, tweede lid, aanhef, wordt «een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag» vervangen door: een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld bedrag.

C

Aan artikel 4aa, eerste lid, worden onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel q door een puntkomma twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • r. het in stand houden en beheren van een systeem waarin rijscholen kunnen worden ingeschreven, franchiserelaties tussen rijscholen en overdrachten van rijscholen kunnen worden geregistreerd en waarmee rijscholen examens bij het CBR kunnen reserveren;

  • s. het informeren van rijscholen over relevante ontwikkelingen voor hun taakuitvoering.

D

Artikel 14 komt te luiden:

Artikel 14

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld omtrent:

    • a. het toepassen van verkeerstekens en onderborden;

    • b. het treffen van maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg;

    • c. het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, en

    • d. het ten behoeve van de doelen, genoemd in artikel, 2, eerste lid, onderdelen a en c, verwerken van kentekengegevens van voertuigen op of aan de weg met behulp van een technisch hulpmiddel.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld betreffende het toepassen van verkeerstekens en onderborden.

  • 3. Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld betreffende de inrichting, de plaatsing, de kleur, de afmeting en het materiaal van verkeerstekens en onderborden, en de inzet van een technisch hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.

E

In artikel 22 wordt, onder vernummering van het tweede tot en met het vijfde lid tot derde tot en met zesde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. De Dienst Wegverkeer kan de typegoedkeuring weigeren als hij van oordeel is dat het voertuig, het systeem, het onderdeel, de technische eenheid, het uitrustingstuk of de voorziening ter bescherming van weggebruikers en passagiers een ernstig gevaar vormt voor de verkeersveiligheid, de volksgezondheid of het milieu.

F

In artikel 22a, tweede lid, wordt «derde lid» vervangen door: vierde lid.

G

Artikel 26, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Artikel 22, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

H

In artikel 37, vijfde lid, onder b, vervalt de tekst na «onderdeel b, c, d of f» onder plaatsing van een punt aan het slot.

I

In artikel 42, derde lid, wordt «tenaamstelling van die kentekens» vervangen door: tenaamstelling van die motorrijtuigen en aanhangwagens.

J

In artikel 47 wordt «Motorrijtuigen en aanhangwagens waarvoor een kenteken zijn opgegeven» vervangen door: Motorrijtuigen en aanhangwagens op de weg waarvoor een kenteken is opgegeven.

K

In artikel 48, derde lid, wordt «niet is voldaan aan het eerste lid» vervangen door: niet is voldaan aan het eerste en tweede lid.

L

Artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:

Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De aanvrager van een tenaamstelling verschijnt persoonlijk bij een erkende instantie als bedoeld in de artikelen 61a, eerste lid, of 62, eerste lid, of een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen vestiging van deze dienst, tenzij:

    • a. de aanvraag namens hem wordt ingediend door degene aan wie door de Dienst Wegverkeer een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend dan wel, indien dit een rechtspersoon is, door diens gemachtigde, en deze voldoende zekerheid heeft verkregen over de identiteit van de aanvrager. Daartoe legt de aanvrager een document als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Paspoortwet, een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 dan wel een rijbewijs als bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel h, over. Degene die namens de aanvrager de aanvraag indient, legt bij de erkende instantie, bedoeld in artikel 61a, eerste lid, het document, bedoeld in de tweede volzin, over, alsmede de volmacht en het bewijs dat aan hem een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend, of

    • b. volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels op andere wijze voldoende zekerheid kan worden verkregen over de identiteit van de aanvrager.

M

In artikel 60, eerste lid, wordt «indien naar oordeel van die personen» vervangen door: indien naar het oordeel van die personen.

N

In artikel 61a, derde lid, vervalt de tweede volzin.

O

In artikel 61d, vijfde lid, wordt «bedoeld in het derde lid» vervangen door: bedoeld in het eerste en derde lid.

P

In artikel 62, vijfde lid, wordt «een bij ministeriële regeling aangewezen instantie,» vervangen door: een erkende instantie als bedoeld in artikel 61a, eerste lid, of in het eerste lid,.

Q

In artikel 65, vierde lid, wordt «bedoeld in het tweede lid» vervangen door: bedoeld in het eerste en tweede lid.

R

Artikel 67, zesde lid, vervalt.

S

Artikel 70i, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De eigenaar of houder van een motorrijtuig of aanhangwagen is verplicht in geval van:

    • a. overdracht van dat motorrijtuig of die aanhangwagen aan een erkend bedrijf als bedoeld in artikel 62 ten behoeve van uitvoer naar het buitenland of voorgoed buitengebruikstelling, tot inlevering van de betrokken kentekenplaten bij dat bedrijf tegelijk met de overdracht;

    • b. beëindiging van de tenaamstelling van dat motorrijtuig of die aanhangwagen door een erkend bedrijf als bedoeld in artikel 66a ten behoeve van uitvoer naar het buitenland, tot inlevering van de betrokken kentekenplaten bij dat bedrijf tegelijk met de beëindiging van de tenaamstelling.

T

In de artikelen 70i, tweede lid, en 70j, eerste lid, aanhef, wordt na «als bedoeld in artikel 62» ingevoegd: of artikel 66a.

U

In artikel 80, eerste en tweede lid, wordt na «De Dienst Wegverkeer» ingevoegd: of de erkenninghouder.

V

Artikel 85a, zesde lid, komt te luiden:

  • 6. Artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van overeenkomstige toepassing op het vaststellen van het tarief voor het examen dat de natuurlijke persoon dient af te leggen om het in het derde lid bedoelde certificaat te verkrijgen.

W

In artikel 87, vierde lid, wordt «bedoeld in het tweede lid» vervangen door: bedoeld in het eerste en tweede lid.

X

Aan artikel 87a wordt een derde lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en c, de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen schorsen voor een door deze dienst daarbij vast te stellen termijn die ten hoogste twaalf weken bedraagt.

Y

In artikel 115, eerste lid, wordt «artikelen 120, derde lid,» vervangen door: artikelen 119, vierde lid, 120, derde lid,.

Z

In artikel 117, vierde lid, aanhef, wordt «de leeftijd van achttien jaren» vervangen door: de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde leeftijd ten tijde van afgifte.

AA

In artikel 121, eerste lid, wordt «een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding» vervangen door: een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde vergoeding.

BB

Artikel 132a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid komt de tweede volzin te luiden: De hoogte van deze kosten wordt door het CBR vastgesteld.

2. In het derde lid komt de tweede volzin te luiden: De hoogte van deze kosten wordt door het CBR vastgesteld.

CC

Artikel 132c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het zesde lid komt de tweede volzin te luiden: De hoogte van deze kosten wordt door het CBR vastgesteld.

2. In het zevende lid komt de tweede volzin te luiden: De hoogte van de in onderdeel a genoemde kosten die door het CBR worden geïnd, wordt door het CBR vastgesteld.

DD

In artikel 132e, eerste lid, derde volzin, wordt «derde en vierde lid» vervangen door: vierde en vijfde lid.

EE

In artikel 132i, achtste lid, wordt «bedoeld in het tweede lid» vervangen door: bedoeld in het eerste en tweede lid.

FF

In artikel 132n, zevende lid, wordt «bedoeld in het tweede lid» vervangen door: bedoeld in het eerste en tweede lid.

GG

Artikel 133 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid komt de tweede volzin te luiden: De hoogte van deze kosten wordt door het CBR vastgesteld.

2. In het vijfde lid wordt «, waarvan de hoogte bij ministeriële regeling wordt vastgesteld,» vervangen door:, waarvan de hoogte door het CBR wordt vastgesteld,.

HH

Artikel 134 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «, waarvan de hoogte bij ministeriële regeling wordt vastgesteld,» vervangen door:, waarvan de hoogte door het CBR wordt vastgesteld,.

2. In het zevende lid wordt «legt het aan betrokkene in bij ministeriële regeling vastgestelde gevallen overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels de verplichting op deel te nemen aan een educatieve maatregel gedrag en verkeer dan wel aan het alcoholslotprogramma» vervangen door: legt het aan betrokkene overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een bij ministeriële regeling vast te stellen maatregel op.

II

In artikel 158, tweede lid, wordt «Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie» vervangen door: Onze Minister van Economische Zaken.

JJ

In artikel 177, eerste lid, onderdeel a, wordt na «40, eerste lid,» ingevoegd «47,» en wordt na «132, vijfde lid,» ingevoegd: 132b, tweede lid, en 134, vierde lid,.

ARTIKEL XVII

De Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 vervalt de begripsomschrijving van «kentekenbewijs».

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De bezitter van een motorrijtuig en degene op wiens naam dit in het kentekenregister is ingeschreven, zijn verplicht voor het motorrijtuig een verzekering te sluiten en in stand te houden welke aan de bij en krachtens deze wet gestelde bepalingen voldoet, indien dat motorrijtuig op een weg wordt geplaatst of daarmee op een weg wordt gereden, indien buiten een weg met dat motorrijtuig op een terrein aan het verkeer wordt deelgenomen of indien dat motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld.

2. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de eerste volzin wordt «waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven» vervangen door: dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld.

b. In de vierde volzin wordt «de geldigheid van het voor het desbetreffende motorrijtuig afgegeven kentekenbewijs» vervangen door: de tenaamstelling van het desbetreffende motorrijtuig in het kentekenregister.

C

In artikel 19, eerste lid, tweede volzin, wordt «degene, aan wie het kenteken voor het motorrijtuig is opgegeven» vervangen door: degene, op wiens naam deze in het kentekenregister zijn ingeschreven.

D

In artikel 27h, eerste lid, aanhef, wordt «degene aan wie het kenteken voor het motorrijtuig is opgegeven» vervangen door: degene, op wiens naam het motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven.

E

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «degene aan wie het kenteken is opgegeven» vervangen door: degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven.

2. In het tweede lid wordt «waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven» vervangen door: dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld.

F

In artikel 34, eerste lid, wordt «degene, aan wie het kenteken voor dat motorrijtuig is opgegeven» vervangen door: degene, op wiens naam dat motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven.

ARTIKEL XVIII

De Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel h, komt te luiden:

h. Trans-Europees wegennet:

bij ministeriële regeling aan te wijzen wegennet als bedoeld in richtlijn nr. 2004/54/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet (PbEU L 167, gerectificeerd bij PbEU L 201).

B

In artikel 7, eerste lid, wordt de zinsnede «De in de eerste volzin bedoelde analyse» vervangen door: De in de derde volzin bedoelde analyse.

C

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt de zinsnede «die voor de inwerkingtreding van deze wet voor het openbare verkeer opengesteld zijn of opengesteld geweest zijn» vervangen door: die voor 1 juli 2013 voor het openbare verkeer opengesteld zijn of opengesteld geweest zijn.

2. In het derde lid, onderdelen a en b, wordt de zinsnede «op het moment van inwerkingtreding van deze wet» vervangen door: op 1 juli 2013.

ARTIKEL XVIIIa

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

In het opschrift van paragraaf 3.5 wordt «beschikkingen krachtens artikel 6.2 van de Waterwet» vervangen door: watervergunningen.

B

Artikel 3.16 komt te luiden:

Artikel 3.16

In gevallen waarin een omgevingsvergunning of een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning wordt aangevraagd op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is en die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, met betrekking tot een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort, waarbij sprake is van een handeling waarvoor een watervergunning als bedoeld in artikel 6.27, eerste lid, van de Waterwet vereist is, worden, indien op de voorbereiding van die watervergunning afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, bij de toepassing van deze wet de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen.

C

In artikel 3.17 wordt «de vergunning krachtens de Waterwet» vervangen door: de watervergunning.

D

In de artikelen 3.18, 3.19 en 3.20, eerste lid, wordt «de vergunning krachtens artikel 6.2 van de Waterwet» telkens vervangen door: de watervergunning.

E

In artikel 3.23 wordt «de krachtens artikel 6.2 van de Waterwet verleende vergunning» vervangen door: de watervergunning.

F

In artikel 6.4 wordt «een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet» vervangen door: een watervergunning.

ARTIKEL XIX

De Wet beheer rijkswaterstaatswerken wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 11a wordt de volgende begripsbepaling toegevoegd: wegbeheerder: beheerder van een weg als bedoeld in artikel 11b, eerste lid.

B

Artikel 11b wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op wegen die deel uitmaken van het bij ministeriële regeling aan te wijzen wegennet als bedoeld in richtlijn nr. 2008/96/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 betreffende het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur (PbEU L 319) en die in beheer zijn bij het Rijk of die, in afwijking van artikel 1, in beheer zijn bij een ander dan het Rijk.

2. In het tweede lid, onderdeel c, wordt de zinsnede «op 19 december 2010» vervangen door: uiterlijk op 19 december 2010.

C

In de artikelen 11c, eerste lid, 11d, eerste lid, en 11e, eerste lid, wordt de zinsnede «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» telkens vervangen door: De wegbeheerder.

ARTIKEL XX

De Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

2. In onderdeel d wordt «begroting van Verkeer en Waterstaat» vervangen door: begroting van Infrastructuur en Milieu.

B

In artikel 3 wordt «het Overlegorgaan verkeer en waterstaat, bedoeld in artikel 4 van de Wet advies en overleg verkeer en waterstaat» vervangen door: het Overlegorgaan infrastructuur en milieu, bedoeld in artikel 4 van de Wet overleg infrastructuur en milieu.

C

In artikel 7 wordt «het Ministerie van Verkeer en Waterstaat» vervangen door: het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

ARTIKEL XXI

De Wet geluidhinder wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 98, eerste lid, vervalt: of is gedaan.

B

Artikel 126 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde tot en met zesde lid tot tweede tot en met vijfde lid.

2. In het derde lid (nieuw) wordt «het eerste en het derde lid» vervangen door: het eerste en het tweede lid.

C

Artikel 128, tweede lid, alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid vervallen.

ARTIKEL XXII

De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 44, 46, eerste lid, en 74, eerste lid, wordt «artikel 42» vervangen door: artikel 43.

B

In artikel 130a, vierde lid, wordt «artikel 89, tweede lid,» vervangen door: artikelen 89, tweede lid, en 93.

ARTIKEL XXIII

De Wet lokaal spoor wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, in de omschrijving van het begrip «lokaal spoorwegverkeerssysteem», wordt «van de krachtens artikel 2, tweede lid,» vervangen door: van de krachtens artikel 2, eerste lid,.

B

In artikel 15, eerste lid, onderdeel b, wordt «te verwijderen, beschadigen of te wijzigen» vervangen door: te verwijderen, te beschadigen of te wijzigen.

C

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen een ander machtigen tot het verrichten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.

2. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Ten behoeve van het onderzoek hebben gedeputeerde staten, het dagelijks bestuur of de gemachtigde jegens vervoerders en beheerders de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:15 tot en met 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht. De artikelen 5:12, 5:13 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

D

In artikel 19 wordt telkens «veiligheidszorgsysteem» vervangen door: veiligheidsbeheersysteem.

E

In de artikelen 20, derde lid, onderdeel b, en 22, eerste lid, onderdeel c, wordt «in artikel 2, tweede of derde lid, van de Spoorwegwet» vervangen door: in artikel 2, eerste lid, van de Spoorwegwet.

F

In de artikelen 53, 54, 55 en 56 wordt «van de krachtens artikel 2, tweede lid» vervangen door: van de krachtens artikel 2, eerste lid.

G

In artikel 65 wordt na «van aanmerkelijke invloed» ingevoegd: is.

ARTIKEL XXIV

De Wet luchtvaart wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 8.1b, eerste lid, wordt «Inspectie Verkeer en Waterstaat» vervangen door: Inspectie Leefomgeving en Transport.

B

Artikel 8.44 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «artikel 2 van de Politiewet 1993» vervangen door: artikel 3 van de Politiewet 2012.

2. In het zesde lid wordt «het derde lid» vervangen door: het vierde lid.

C

In artikel 11.24 wordt «artikel 8.25h» vervangen door: 8.25h.

ARTIKEL XXIVa

De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 9.7.4.4, tweede lid, wordt «voorwaarden, bedoeld in dat lid» vervangen door: eisen, bedoeld in het eerste lid.

B

In artikel 11A.2 wordt, onder vernummering van het zesde lid tot zevende lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 6. Indien op grond van het vijfde lid, onderdeel b, bij de maatregel is bepaald dat Onze Minister, in overeenstemming met Onze betrokken Minister of een bij de maatregel aangewezen instantie, een erkenning kan weigeren dan wel intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, kan bij die maatregel worden bepaald dat voorafgaand aan de weigering of intrekking het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van die wet om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet kan worden gevraagd.

ARTIKEL XXV

De Wet overleg verkeer en waterstaat wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt «Overlegorgaan verkeer en waterstaat» vervangen door: Overlegorgaan infrastructuur en milieu.

B

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

Er is een Overlegorgaan infrastructuur en milieu voor het voeren van overleg over het beleid inzake infrastructuur en milieu.

C

In artikel 5 wordt «het beleid inzake verkeer en waterstaat» vervangen door: het beleid inzake infrastructuur en milieu.

D

In artikel 19 wordt «Wet overleg verkeer en waterstaat» vervangen door: Wet overleg infrastructuur en milieu.

ARTIKEL XXVa

De Wet personenvervoer 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 63c, elfde lid, onderdeel b, wordt «vervoerder» vervangen door «vervoer» en wordt «de onderdelen a of b» vervangen door: onderdeel a.

B

In artikel 66, tweede lid, onderdeel d, wordt «artikel 69b, tweede lid,» vervangen door: artikel 65, derde lid,.

C

In artikel 67, tweede en derde lid, wordt «artikel 69c» vervangen door: artikel 66.

D

Artikel 87 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt «artikel 87, vierde lid,» vervangen door: artikel 87, vijfde lid,.

2. In het zevende lid, wordt «eerste, vierde, vijfde of zesde lid» vervangen door: eerste, vierde of zesde lid.

E

Artikel 93, derde lid, vervalt.

F

In artikel 93a wordt «artikel 94, eerste lid,» vervangen door: artikel 94.

ARTIKEL XXVI

In artikel 7, eerste en vierde lid, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt «bedrijfsmatig rijonderricht» telkens vervangen door: rijonderricht.

ARTIKEL XXVII

In artikel 3.36a, tweede lid, onder b, van de Wet ruimtelijke ordening wordt de zinsnede «de artikelen 2, vijfde lid, en 3, tweede lid,» vervangen door: de artikelen 2, zevende lid, en 3, derde lid, juncto 2, zevende lid,.

ARTIKEL XXVIII

In artikel 5.1, tweede lid, van de Wet wegvervoer goederen wordt «als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c,» vervangen door: als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

ARTIKEL XXVIIIa

De wet van 12 mei 2005 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en enkele andere wetten in verband met de invoering van een kentekenregistratiesysteem voor bromfietsen alsmede vaststelling van overgangsbepalingen in verband daarmee (Stb. 2005, 281) wordt ingetrokken.

ARTIKEL XXIX

Artikel III, onderdeel C, van de wet van 2 november 2006 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en enkele verwante wetten op een aantal punten van uiteenlopende aard (Stb. 2006, 616) vervalt.

ARTIKEL XXX

1. Indien artikel XVI, onderdeel JJ, van deze wet eerder in werking treedt dan artikel I, onderdeel J, (nieuw) van het bij koninklijke boodschap van 11 augustus 2012 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de uitbreiding van de reikwijdte van de recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten (33 346), komt artikel I, onderdeel J, van dat wetsvoorstel dan wel die wet indien het wetsvoorstel tot wet is verheven maar nog niet in werking is getreden te luiden:

J

In artikel 177, eerste lid, onderdeel b, wordt «artikel 131, derde lid, onderdeel b,» vervangen door: artikel 131, tweede lid, onderdeel b,.

ARTIKEL XXXI

Indien het bij koninklijke boodschap van 28 oktober 2013 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 in verband met de invoering van de rijbewijsplicht voor landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid (T-rijbewijs) tot wet is of wordt verheven en artikel V van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan, onderscheidenlijk op of na dezelfde datum in werking treedt als dit artikel, wordt artikel V van dat wetsvoorstel dan wel die wet indien het wetsvoorstel tot wet is verheven maar nog niet in werking is getreden als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt na «genoemde periode van tien jaar» toegevoegd:, tenzij het in dit lid bedoelde rijbewijs B is voorzien van de voor deelname aan het alcoholslotprogramma vastgestelde codering.

2. Het tweede lid komt als volgt te luiden:

  • 2. Aan personen aan wie voor het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel I van deze wet een rijbewijs is afgegeven voor de categorie B dat op dat tijdstip nog geldig is of waarvan de geldigheid voor dat tijdstip is verlopen door het verstrijken van de geldigheidsduur, dan wel ten aanzien van wie voor genoemd tijdstip het besluit tot afgifte van een rijbewijs voor de categorie B is genomen, wordt tot uiterlijk tien jaar na dat tijdstip van inwerkingtreding op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen een rijbewijs afgegeven dat mede geldig is voor het besturen van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid, tenzij het af te geven rijbewijs voor de categorie B een rijbewijs is met de voor deelname aan het alcoholslotprogramma vastgestelde codering.

ARTIKEL XXXII

Indien het bij koninklijke boodschap van 28 oktober 2013 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 in verband met de invoering van de rijbewijsplicht voor landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid (T-rijbewijs) tot wet is of wordt verheven en artikel V van die wet tegelijk met of later in werking is getreden of treedt dan, onderscheidenlijk op of na dezelfde datum in werking treedt als dit artikel, wordt artikel V van dat wetsvoorstel dan wel die wet indien het wetsvoorstel tot wet is verheven maar nog niet in werking is getreden als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt na «genoemde periode van tien jaar» toegevoegd:, tenzij het in dit lid bedoelde rijbewijs B is voorzien van de voor deelname aan het alcoholslotprogramma vastgestelde codering.

2. Het tweede lid komt als volgt te luiden:

  • 2. Aan personen aan wie voor het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel I van deze wet een rijbewijs is afgegeven voor de categorie B dat op dat tijdstip nog geldig is of waarvan de geldigheid voor dat tijdstip is verlopen door het verstrijken van de geldigheidsduur, dan wel ten aanzien van wie voor genoemd tijdstip het besluit tot afgifte van een rijbewijs voor de categorie B is genomen, wordt tot uiterlijk tien jaar na dat tijdstip van inwerkingtreding op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen een rijbewijs afgegeven dat mede geldig is voor het besturen van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid, tenzij het af te geven rijbewijs voor de categorie B een rijbewijs is met de voor deelname aan het alcoholslotprogramma vastgestelde codering.

ARTIKEL XXXIII

Krachtens de wet gegeven bepalingen die verwijzen naar de Wet overleg verkeer en waterstaat, gelden als verwijzingen naar de Wet overleg infrastructuur en milieu.

ARTIKEL XXXIV

  • 1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van:

    • a. de artikelen I, IV, onderdeel B, VII, VIII, X, XI, XV, onderdelen B en C, XVI, onderdelen A onder 4, B tot en met D, Z tot en met CC, GG en HH, XVII, XXIV, onderdelen A en C, en XXIX, die in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld;

    • b. artikel VI, dat in werking treedt op het tijdstip waarop het in artikel I, onderdeel E, van het bij koninklijke boodschap van 26 april 2013 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht voorgestelde artikel 6a in werking treedt. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst wordt uitgegeven na 31 december 2014, treedt artikel VI van deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, en

    • c. Artikel XXIII, onderdelen B tot en met G, die in werking treden op het tijdstip waarop de hoofdstukken 2 tot en met 10 van de Wet lokaal spoor in werking treden.

  • 2. Artikel XXXI werkt terug tot en met het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 28 oktober 2013 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 in verband met de invoering van de rijbewijsplicht voor landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid (T-rijbewijs), nadat het tot wet is verheven, in werking is getreden.

ARTIKEL XXXV

Deze wet wordt aangehaald als: Reparatiewet infrastructuur en milieu 2014.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Infrastructuur en Milieu,