33 972 Wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet in verband met aanpassing van het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen (Wet aanpassing financieel toetsingskader)

Nr. 23 AMENDEMENT VAN HET LID OMTZIGT

Ontvangen 13 oktober 2014

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel O, wordt het voorgestelde artikel 137, tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt de zinsnede «te realiseren is; en» vervangen door: te realiseren is;.

2. Onderdeel c komt te luiden:

  • c. incidentele toeslagverlening om in het verleden doorgevoerde vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten te compenseren kan worden verleend indien die toeslagverlening geen gevolgen heeft voor de toeslagverlening in de toekomst overeenkomstig onderdeel b en de beleidsdekkingsgraad het niveau van het vereist eigen vermogen, bedoeld in artikel 132, behoudt.

II

In artikel II, onderdeel M, wordt het voorgestelde artikel 132, tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt de zinsnede «te realiseren is; en» vervangen door: te realiseren is;.

2. Onderdeel c komt te luiden:

  • c. incidentele toeslagverlening om in het verleden doorgevoerde vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten te compenseren kan worden verleend indien die toeslagverlening geen gevolgen heeft voor de toeslagverlening in de toekomst overeenkomstig onderdeel b en de beleidsdekkingsgraad het niveau van het vereist eigen vermogen, bedoeld in artikel 127, behoudt.

Toelichting

Dit amendement wijzigt de in de Wet aanpassing financieel toetsingskader voorgestelde nieuwe spelregels ten aanzien van het compenseren van gemiste indexatie en het ongedaan maken van kortingen.

De nieuwe spelregel dat slechts 1/10e deel van het vermogensoverschot voor het repareren van kortingen op pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen kan worden ingezet, komt te vervallen. Op deze manier wordt voorkomen dat bij hoge dekkingsgraden onnodig lang uitstel van reparatie van kortingen plaatsvindt.

Ter bescherming van de nominale zekerheid geldt daarbij als randvoorwaarde dat het niveau van het vereist eigen vermogen behouden moet blijven. Bovendien gaat reguliere toeslagverlening voor op incidentele reparatie van kortingen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

In artikel I wordt een wijziging voorgesteld van artikel I, onderdeel O. In dit onderdeel worden nieuwe indexatieregels geïntroduceerd in artikel 137, tweede lid, van de Pensioenwet.

Het nieuw voorgestelde tweede lid, onderdeel c, waarborgt dat de reparatie van kortingen niet ten koste gaat van de nominale zekerheid doordat het niveau van het vereist eigen vermogen behouden moet blijven. De in het oorspronkelijke wetsvoorstel opgenomen aanvullende voorwaarde, dat slechts 1/10e deel van het vermogensoverschot mag worden gebruikt voor het ongedaan maken van kortingen, komt te vervallen.

Artikel II

In artikel II wordt een wijziging voorgesteld van artikel II, onderdeel M. Het nieuwe indexatiebeleid in artikel 132, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt gewijzigd overeenkomstig de toegelichte wijzigingen in artikel I.

Omtzigt

Naar boven