Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533972 nr. 11

33 972 Wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet in verband met aanpassing van het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen (Wet aanpassing financieel toetsingskader)

Nr. 11 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 24 september 2014

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

Na artikel I, onderdeel I, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ia

In artikel 125, tweede lid, wordt «artikel 140, derde lid, onderdeel b, artikel 141, tweede lid» vervangen door: artikel 138, vierde lid, artikel 140, tweede lid.

2

In artikel I, onderdeel P, vervalt in artikel 138, achtste lid «en op nadere voorwaarden die kunnen worden gesteld voor het herstelplan en de maatregelen die daarin kunnen worden opgenomen».

3

In artikel I, onderdeel R, wordt artikel 140 als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «feitelijke dekkingsgraad» telkens vervangen door «dekkingsgraad» en wordt «bedoeld in het eerste lid» vervangen door «bedoeld in de eerste zin».

2. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:

3. Indien een pensioenfonds in de situatie, bedoeld in het eerste lid, maatregelen heeft genomen waardoor de dekkingsgraad direct voldoet aan artikel 131, begint voor de volgende toepassing van het eerste lid een nieuwe termijn. Indien een pensioenfonds in de situatie, bedoeld in het eerste lid, geen maatregelen heeft genomen omdat bij de laatste vaststelling van de beleidsdekkingsgraad de dekkingsgraad niet onder het minimaal vereist eigen vermogen lag, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing bij iedere volgende vaststelling van de beleidsdekkingsgraad op grond van artikel 138, zevende lid, totdat de beleidsdekkingsgraad ligt op of boven het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen of de beleidsdekkingsgraad en de dekkingsgraad liggen onder dat niveau.

4

Artikel I, onderdeel X, komt te luiden:

X

Artikel 147, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel f komt te luiden:

f. informatie inzake de dekkingsgraad en de beleidsdekkingsgraad;.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel m door een puntkomma worden vier onderdelen toegevoegd, luidende:

n. informatie over het herstelplan;

o. informatie over de haalbaarheidstoets;

p. informatie over toeslagverlening; en

q. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten.

5

In artikel II, onderdeel A, komt de aanhef te luiden:

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:.

6

Na artikel II, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Aa

In artikel 25, tweede lid, wordt «artikel 135, derde lid, onderdeel b, artikel 136, tweede lid» vervangen door: artikel 133, vierde lid, artikel 135, tweede lid.

7

In artikel II, onderdeel N, vervalt in artikel 133, achtste lid «en op nadere voorwaarden die kunnen worden gesteld voor het herstelplan en de maatregelen die daarin kunnen worden opgenomen».

8

In artikel II, onderdeel P, wordt artikel 135 als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «feitelijke dekkingsgraad» telkens vervangen door «dekkingsgraad» en wordt «bedoeld in het eerste lid» vervangen door «bedoeld in de eerste zin».

2. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:

3. Indien een beroepspensioenfonds in de situatie, bedoeld in het eerste lid, maatregelen heeft genomen waardoor de dekkingsgraad direct voldoet aan artikel 126, begint voor de volgende toepassing van het eerste lid een nieuwe termijn. Indien een beroepspensioenfonds in de situatie, bedoeld in het eerste lid, geen maatregelen heeft genomen omdat bij de laatste vaststelling van de beleidsdekkingsgraad de dekkingsgraad niet onder het minimaal vereist eigen vermogen lag, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing bij iedere volgende vaststelling van de beleidsdekkingsgraad op grond van artikel 133, zevende lid, totdat de beleidsdekkingsgraad ligt op of boven het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen of de beleidsdekkingsgraad en de dekkingsgraad liggen onder dat niveau.

9

In artikel II, onderdeel U, wordt in artikel 140, tweede lid, onderdeel a, «een beleidsplan» vervangen door: een financieel crisisplan.

10

Artikel II, onderdeel V, komt te luiden:

V

Artikel 142, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel f komt te luiden:

f. informatie inzake de dekkingsgraad en de beleidsdekkingsgraad;.

2. Onder vervanging van de punt in onderdeel m door een puntkomma worden vier onderdelen toegevoegd, luidende:

n. informatie over het herstelplan;

o. informatie over de haalbaarheidstoets;

p. informatie over toeslagverlening; en

q. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten.

Toelichting

Onderdelen 1 en 6

In artikel 125 van de Pensioenwet en artikel 25 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt een aantal verwijzingen aangepast.

Onderdelen 2 en 7

In de grondslag voor de algemene maatregel van bestuur in artikel 138, achtste lid, van de Pensioenwet en artikel 133, achtste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling vervalt een zinsnede. Deze zinsnede was opgenomen om strengere maatregelen te kunnen vragen in het herstelplan van fondsen met een (zeer) lage dekkingsgraad. Zoals in de nota naar aanleiding van het verslag wordt weergegeven bestaat bij nader inzien geen behoefte aan deze mogelijkheid. Dit deel van de grondslag wordt dan ook geschrapt.

Onderdelen 3 en 8

In het voorgestelde artikel 140 van de Pensioenwet en artikel 135 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is geregeld dat een fonds dat bij de jaarlijkse toetsing van de beleidsdekkingsgraad vijf maal opeenvolgend een beleidsdekkingsgraad heeft onder het minimaal vereist eigen vermogen direct maatregelen neemt om de dekkingsgraad op het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen te brengen, tenzij het fonds bij de laatste vaststelling van de beleidsdekkingsgraad een dekkingsgraad heeft die niet onder het minimaal vereist eigen vermogen ligt. In een nieuw derde lid wordt zowel voor een fonds dat maatregelen heeft genomen als voor een fonds dat dit niet heeft gedaan geregeld wat bij een volgende te lage beleidsdekkingsgraad geldt.

Een fonds dat op grond van de genoemde artikelen maatregelen heeft genomen kreeg daardoor een dekkingsgraad die voldoet aan de vereisten van het minimaal vereist eigen vermogen. Het is echter mogelijk dat bij de volgende vaststelling de beleidsdekkingsgraad wel weer onder de vereisten van het minimaal vereist eigen vermogen ligt. In het nieuwe derde lid wordt geregeld dat voor de toepassing van artikel 140 in dat geval een nieuwe termijn start. Voor de vraag of het fonds vijf maal opeenvolgend een te lage beleidsdekkingsgraad heeft wordt dus opnieuw geteld.

Voor een fonds dat geen maatregelen heeft hoeven te nemen omdat weliswaar de beleidsdekkingsgraad voor de vijfde maal te laag was maar de dekkingsgraad wel boven het minimaal vereist eigen vermogen lag wordt geregeld dat dit fonds alsnog maatregelen moet nemen indien het bij de volgende jaarlijkse vaststelling wederom een te lage beleidsdekkingsgraad heeft en ook een lage dekkingsgraad. Een nieuwe periode van vijf opeenvolgende jaren begint voor dit fonds pas te lopen als ofwel de beleidsdekkingsgraad bij de toetsing boven het minimaal vereist eigen vermogen blijkt te liggen ofwel het fonds maatregelen heeft genomen omdat zowel de beleidsdekkingsgraad als de dekkingsgraad onder het minimaal vereist eigen vermogen blijken te liggen.

Onderdelen 4 en 10

In artikel 147, derde lid, van de Pensioenwet en artikel 142, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is opgenomen welke informatie de staten omvatten. Daaraan wordt toegevoegd: de beleidsdekkingsgraad, het herstelplan, de haalbaarheidstoets, toeslagverlening en vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten.

Onderdeel 5

Aan de aanhef van dit onderdeel wordt het lid toegevoegd.

Onderdeel 9

In dit onderdeel wordt de naam beleidsplan vervangen door financieel crisisplan.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma