Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433968-(R2033) nr. 4

33 968 (R2033) Goedkeuring van het op 2 april 2013 te New York tot stand gekomen Wapenhandelsverdrag (Trb. 2013, 143 en Trb. 2014, 45)

Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE VAN HET KONINKRIJK EN NADER RAPPORT 1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk d.d. 2 mei 2014 en het nader rapport d.d. 13 juni 2014, aangeboden aan de Koning door de minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 11 maart 2014, no.2014000475, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt de goedkeuring van het op 2 april 2013 te New York tot stand gekomen Wapenhandelsverdrag (Trb. 2013, 143 en Trb. 2014, 45), met memorie van toelichting.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 11 maart 2014, no. 2014000475, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van rijkswet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 2 mei 2014, nr. W02.14.0061/II/K, bied ik U hierbij aan.

Het Wapenhandelsverdrag, hierna: het verdrag, beoogt de internationale handel in conventionele wapens te reguleren en de illegale handel te voorkomen en uit te bannen. Daartoe verplicht het verdrag tot het opzetten van een nationaal wapenexportcontrolesysteem dat zal moeten leiden tot verantwoorde nationale beslissingen omtrent uitvoer van bepaalde conventionele wapens. Het verdrag levert hiermee een belangrijke bijdrage aan de internationale veiligheid en stabiliteit. De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het voorstel, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.

In de toelichting wordt opgemerkt dat, evenals het geval was bij andere verdragen gerelateerd aan nationale veiligheid zoals de CCW (Convention on certain Conventional Weapons) en het Clustermunitieverdrag, de goedkeuring van het onderhavige verdrag voor het gehele Koninkrijk wordt gevraagd. De gelding van het verdrag zal zich echter vooralsnog beperken tot Europees en Caribisch Nederland en kan nog niet worden uitgebreid tot Aruba, Curaçao en St. Maarten. De toelichting geeft daarvoor als reden dat de vereiste uitvoeringswetgeving aldaar nog niet tot stand is gebracht. Volgens de toelichting zal het verdrag ook kunnen worden aanvaard voor Aruba, Curaçao en St. Maarten zodra die uitvoeringswetgeving gereed is.

De Afdeling benadrukt het belang van tijdige totstandkoming van de uitvoeringswetgeving. De Afdeling adviseert daarom in de toelichting te vermelden wanneer de voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten benodigde uitvoeringswet naar verwachting gereed zal zijn. Indien dit niet mogelijk is, adviseert de Afdeling mede gelet op de aard en strekking van het verdrag in de toelichting uiteen te zetten wat de consequenties zijn van het uitblijven van deze uitvoeringswetgeving. De Afdeling adviseert daarbij ook het belang van het Koninkrijk en van de internationale rechtsorde bij tijdige goedkeuring en ratificatie van het onderhavige verdrag voor het gehele Koninkrijk te betrekken.2

Gevolg gevend aan het advies van de Raad is de memorie van toelichting op het onderdeel Koninkrijkspositie aangevuld.

Tevens is naar aanleiding van een ander advies van de Raad – het advies van 17 april 2014, nr. W02.14.0060/II, inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet strategische diensten in verband met de uitvoering van het op 2 april 2013 te New York tot stand gekomen Wapenhandelsverdrag – de memorie van toelichting bij artikel 12 aangevuld.

De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van Aruba, aan die van Curaçao en aan die van Sint Maarten, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk,

J.P.H. Donner

Ik moge U, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van rijkswet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten te zenden.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans


X Noot
1

De oorspronkelijke tekst van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Vgl. het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 6 augustus 2009 over de goedkeuringswet van het Verdrag inzake clustermunitie (Trb. 2009, 45), W02.09.0305/II/K.