Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 2014, 45Verdrag

26 (2013) Nr. 2

A. TITEL

Wapenhandelsverdrag;

New York, 2 april 2013

B. TEKST

De Engelse en de Franse tekst van het Verdrag zijn geplaatst in Trb. 2013, 143.

In dat Tractatenblad dienen in de Franse tekst van het Verdrag de volgende correcties te worden aangebracht.

Op blz. 17, in de preambule, derde alinea, tweede en derde regel, dienen de woorden «, aux termes duquel il faut» te worden vervangen door « qui vise à».

Op blz. 17, in de preambule, vierde alinea, tweede regel, dient het woord «commerce» te worden vervangen door «marché».

Op blz. 18, in de preambule, komt de twaalfde alinea als volgt te luiden: «Reconnaissant aussi les difficultés que rencontrent les victimes de conflit armé et le besoin de prise en charge adéquate, de réadaptation et de réinsertion sociale et économique de ses victimes,».

Op blz. 18, in de preambule, zestiende alinea, vierde regel, dienen de woorden «leur réalisation» te worden vervangen door «sa mise en oeuvre».

Op blz. 21, in artikel 5, vijfde lid, eerste regel, dient het woord «toutes» te worden geschrapt en in de vijfde en zesde regel, dienen de woorden «ou de tout autre bien visé» te worden vervangen door «et des biens visés».

Op blz. 21 en 22, in artikel 6, eerste, tweede en derde lid, eerste regel, dienen de woorden «Aucun» en «le» te worden vervangen door respectievelijk «Un» en «aucun».

Op blz. 21en 22, in artikel 6, eerste, tweede en derde lid, tweede regel, dienen de woorden «de tout autre bien visé» te worden vervangen door «des biens visés».

Op blz. 21, in artikel 6, tweede lid, vijfde regel, dient het woord «international» te worden geschrapt.

Op blz. 22, in artikel 6, derde lid, derde regel, dienen de woorden «au moment où» te worden vervangen door «lors de» en dienen de woorden «est demandée» te worden geschrapt.

Op blz. 22, in artikel 7, eerste lid, derde regel, dienen de woorden «de tout autre bien visé» te worden vervangen door «des biens visés» en in de derde en vierde regel dienen de woorden «selon ce qui relève de sa jurisdiction» te worden vervangen door «relevant de sa compétence».

Op blz. 23, in artikel 7, zesde lid, tweede en derde regel, dienen de woorden «aux États Parties importateurs» te worden vervangen door «à l’État Partie importateur».

Op blz. 24, in artikel 10, eerste en tweede regel, dienen de woorden «les mesures nécessaires» te worden vervangen door «des mesures».

Op blz. 28, in artikel 17, derde lid, eerste en tweede regel, dienen de woorden «budgétaires pour son fonctionnement» te worden vervangen door «financières pour son propre fonctionnement» en in de tweede regel dienen de woorden «les règles régissant» te worden vervangen door «ainsi que pour régir».

Op blz. 29, in artikel 18, derde lid, onderdeel d, derde regel, dienen de woorden «prévues par le» te worden vervangen door «organisées en vertu de».

In de gehele tekst van het Verdrag dient het woord «Secrétariat» te worden vervangen door «secrétariat».

C. VERTALING


Het Wapenhandelsverdrag

Preambule

De staten die partij zijn bij dit Verdrag,

Geleid door de doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties,

Herinnerend aan artikel 26 van het Handvest van de Verenigde Naties waarmee beoogd wordt de totstandkoming en de handhaving van de internationale vrede en veiligheid te bevorderen op een wijze waarbij een zo gering mogelijk deel van wat de wereld aan mensen en middelen te bieden heeft wordt uitgetrokken voor bewapening,

De noodzaak onderstrepend de illegale handel in conventionele wapens te voorkomen en uit te bannen en de omleiding ervan naar de illegale markt of voor onbevoegd eindgebruik en onbevoegde eindgebruikers te beletten, mede met het oog op het plegen van terroristische daden,

De legitieme veiligheidsbelangen van staten erkennend, alsmede belangen van politieke, economische en commerciële aard ten aanzien van de internationale handel in conventionele wapens,

Opnieuw het soevereine recht van elke Staat bevestigend uitsluitend op zijn grondgebied conventionele wapens te reguleren en hierop toezicht te houden ingevolge zijn eigen rechtsstelsel of constitutionele systeem,

Erkennend dat vrede en veiligheid, ontwikkeling en mensenrechten de pijlers vormen van het systeem van de Verenigde Naties en de basis voor de collectieve veiligheid en erkennend dat ontwikkeling, vrede, veiligheid en mensenrechten met elkaar verbonden zijn en elkaar wederzijds versterken,

In herinnering roepend de Richtlijnen van de Ontwapeningscommissie van de Verenigde Naties voor internationale wapenoverdrachten in het kader van resolutie 46/36H van de Algemene Vergadering van 6 december 1991.

Gelet op de bijdrage via het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten, alsmede het Protocol tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende misdaad, alsmede het Internationale Instrument waarmee staten tijdig en op betrouwbare wijze illegale handvuurwapens en lichte wapens kunnen identificeren en traceren,

De gevolgen voor de veiligheid erkennend alsmede de sociale, economische en humanitaire consequenties van de illegale en ongereguleerde handel in conventionele wapens,

Indachtig dat burgers, en vrouwen en kinderen in het bijzonder, het overgrote deel uitmaken van degenen die getroffen worden door gewapende conflicten en gewapend geweld,

Voorts de moeilijkheden onderkennend waarmee slachtoffers van gewapende conflicten geconfronteerd worden en hun behoefte aan toereikende zorg, rehabilitatie en sociale en economische herintegratie,

Benadrukkend dat niets in dit Verdrag staten belet doeltreffende aanvullende maatregelen in stand te houden en aan te nemen die bijdragen aan voorwerp en doel van dit Verdrag,

Gelet op de legitieme handel, de rechtmatige eigendom en gebruik van bepaalde conventionele wapens voor recreatieve, culturele, historische en sportieve activiteiten, voor zover deze handel, de eigendom en het gebruik wettelijk zijn toegestaan of bij wet worden beschermd,

Voorts gelet op de rol die regionale organisaties op verzoek kunnen spelen door staten die partij zijn bij te staan bij de tenuitvoerlegging van dit Verdrag,

De actieve en eigen rol erkennend die het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van non-gouvernementele organisaties, en de industriële sector kunnen spelen bij het bevorderen van voorwerp en doel van dit Verdrag en bij het ondersteunen van de tenuitvoerlegging ervan,

Erkennend dat regulering van de internationale handel in conventionele wapens en het voorkomen van de omleiding ervan niet ten koste mogen gaan van de internationale samenwerking en legitieme handel in materieel, uitrusting en technologie voor vreedzame doeleinden,

De wenselijkheid benadrukkend universele aansluiting bij dit Verdrag te verwezenlijken,

Vastberaden volgens de volgende beginselen te werk te gaan:

Beginselen

  • Het inherente recht van alle staten tot individuele of collectieve zelfverdediging zoals erkend in artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties;

  • Het langs vreedzame weg tot een oplossing brengen van internationale geschillen, op zodanige wijze dat de internationale vrede en veiligheid en de gerechtigheid niet in gevaar worden gebracht, overeenkomstig artikel 2, derde lid, van het Handvest van de Verenigde Naties;

  • Het zich onthouden in hun internationale betrekkingen van bedreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een staat, en van elke andere handelswijze die onverenigbaar is met de doelstellingen van de Verenigde Naties, overeenkomstig artikel 2, vierde lid, van het Handvest van de Verenigde Naties;

  • Niet-inmenging in aangelegenheden die wezenlijk onder de nationale rechtsmacht van een staat vallen, overeenkomstig artikel 2, zevende lid, van het Handvest van de Verenigde Naties;

  • Het humanitair oorlogsrecht te eerbiedigen en te doen eerbiedigen in overeenstemming met, onder andere, de Verdragen van Genève van 1949 en de rechten van de mens, te eerbiedigen en te doen eerbiedigen in overeenstemming met, onder andere, het Handvest van de Verenigde Naties en de Universele Verklaring van de rechten van de mens;

  • De verantwoordelijkheid van alle staten om in overeenstemming met hun onderscheiden internationale verplichtingen de internationale handel in conventionele wapens doeltreffend te reguleren en de omleiding ervan te voorkomen, alsmede de primaire verantwoordelijkheid van alle staten tot het instellen en ten uitvoer leggen van hun onderscheiden nationale controlesystemen;

  • Eerbiediging van de legitieme belangen van staten om conventionele wapens te verwerven voor de uitoefening van hun recht op zelfverdediging en voor vredesoperaties en om conventionele wapens te produceren, uit te voeren, in te voeren en over te dragen;

  • Dit Verdrag op consistente, onpartijdige en niet-discriminerende wijze ten uitvoer te leggen.

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1 Voorwerp en doel

Voorwerp van dit Verdrag is:

  • De hoogstmogelijke gemeenschappelijke internationale standaard vast te stellen voor de regulering of verbetering van de regulering van de internationale handel in conventionele wapens;

  • De illegale handel in conventionele wapens te voorkomen en uit te bannen en de omleiding ervan te voorkomen;

met het doel:

  • bij te dragen aan de internationale en regionale vrede, veiligheid en stabiliteit;

  • menselijk lijden te verminderen;

  • samenwerking, transparantie en verantwoord optreden van de staten die partij zijn ten aanzien van de internationale handel in conventionele wapens te bevorderen, en daardoor bij te dragen aan het vertrouwen tussen de staten die partij zijn.

Artikel 2 Reikwijdte

  • 1. Dit Verdrag is van toepassing op alle conventionele wapens binnen de volgende categorieën:

    • a. gevechtstanks;

    • b. pantsergevechtsvoertuigen;

    • c. groot kaliber artilleriesystemen;

    • d. gevechtstoestellen/vliegtuigen;

    • e. gevechtshelikopters;

    • f. oorlogsschepen;

    • g. raketten en raketwerpers; en

    • h. handvuurwapens en lichte wapens.

  • 2. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder de activiteiten van de internationale handel verstaan uitvoer, invoer, doorvoer, overslag en tussenhandel, hierna te noemen „overdracht”.

  • 3. Dit Verdrag is niet van toepassing op de internationale verplaatsing voor eigen gebruik van conventionele wapens door of namens een staat die partij is, mits de conventionele wapens eigendom blijven van die staat die partij is.

Artikel 3 Munitie

Elke staat die partij is stelt een nationaal controlesysteem in en houdt dat in stand ter regulering van de uitvoer van munitie die wordt afgevuurd, gelanceerd of anderszins gelost met de conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is en past de bepalingen van artikel 6 en artikel 7 toe alvorens de uitvoer van dergelijke munitie toe te staan.

Artikel 4 Onderdelen en componenten

Elke staat die partij is stelt een nationaal controlesysteem in en houdt dat in stand ter regulering van de uitvoer van onderdelen en componenten indien de uitvoer geschiedt op een wijze die het mogelijk maakt de conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is samen te stellen en past de bepalingen van artikel 6 en artikel 7 toe alvorens de uitvoer van dergelijke onderdelen en componenten toe te staan.

Artikel 5 Algemene tenuitvoerlegging

  • 1. Elke staat die partij is legt dit Verdrag op consistente, onpartijdige en niet-discriminerende wijze ten uitvoer, indachtig de in dit Verdrag genoemde beginselen.

  • 2. Elke staat die partij is stelt een nationaal controlesysteem, met inbegrip van een nationale controlelijst, in en houdt dat in stand ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van dit Verdrag.

  • 3. Elke staat die partij is wordt aangemoedigd de bepalingen van dit Verdrag toe te passen op een zo breed mogelijk spectrum van conventionele wapens. Nationale definities van de categorieën waarop artikel 2, eerste lid, letters a tot en met g, van toepassing is mogen niet beperkter zijn dan de omschrijvingen in het register van de Verenigde Naties van conventionele wapens op het tijdstip van inwerkingtreding van dit Verdrag. Voor de categorie waarop artikel 2, eerste lid, letter h, van toepassing is mogen de nationale definities niet beperkter zijn dan de omschrijvingen gebruikt in relevante instrumenten van de Verenigde Naties op het tijdstip van inwerkingtreding van dit Verdrag.

  • 4. Elke staat die partij is doet overeenkomstig zijn nationale recht zijn nationale controlelijst toekomen aan het secretariaat dat deze ter beschikking stelt van de overige staten die partij zijn. De staten die partij zijn worden aangemoedigd hun controlelijsten openbaar te maken.

  • 5. Elke staat die partij is neemt de maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen van dit Verdrag en wijst bevoegde nationale autoriteiten aan ten behoeve van een doeltreffend en transparant nationaal controlesysteem ter regulering van de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is en van goederen waarop de artikelen 3 en 4 van toepassing zijn.

  • 6. Elke staat die partij is wijst een of meer nationale contactpunten aan voor de uitwisseling van informatie over aangelegenheden betreffende de tenuitvoerlegging van dit Verdrag. Elke staat die partij is, stelt het ingevolge artikel 18 ingestelde secretariaat in kennis van zijn nationale contactpunt en houdt deze gegevens actueel.

Artikel 6 Verboden

  • 1. Een staat die partij is staat de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is of van goederen waarop artikel 3 of 4 van toepassing is niet toe, indien de overdracht in strijd zou zijn met zijn verplichtingen uit hoofde van maatregelen aangenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties die optreedt uit hoofde van hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties, wapenembargo’s in het bijzonder.

  • 2. Een staat die partij is staat de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is of van goederen waarop artikel 3 of 4 van toepassing is, niet toe indien overdracht in strijd zou zijn met zijn relevante internationale verplichtingen uit hoofde van internationale verdragen waarbij hij partij is, in het bijzonder verplichtingen met betrekking tot de overdracht van of illegale handel in conventionele wapens.

  • 3. De staat die partij is staat de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is of van goederen waarop artikel 3 of 4 van toepassing is, niet toe, indien hij op het tijdstip van het verlenen van toestemming wetenschap heeft dat de wapens of producten zouden worden gebruikt voor het plegen van genocide, misdaden tegen de menselijkheid, ernstige inbreuken op de Verdragen van Genève van 1949, aanvallen gericht tegen burgerobjecten of als zodanig beschermde burgers of andere oorlogsmisdaden vastgelegd in de internationale verdragen waarbij hij partij is.

Artikel 7 Uitvoer en toetsing van uitvoer

  • 1. Indien uitvoer niet verboden is uit hoofde van artikel 6, toetst elke uitvoerende staat die partij is, alvorens de uitvoer toe te staan van conventionele wapens onder zijn rechtsmacht en nationale controlesysteem waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is of van goederen waarop artikel 3 of 4 van toepassing is, op onpartijdige en niet-discriminerende wijze, rekening houdend met relevante factoren waaronder informatie verschaft door de invoerende staat in overeenstemming met artikel 8, eerste lid, in hoeverre de conventionele wapens of goederen:

    • a. zouden bijdragen of afbreuk doen aan de vrede en veiligheid;

    • b. gebruikt zouden kunnen worden voor:

      • i. het plegen of bevorderen van een ernstige schending van het internationaal humanitair recht;

      • ii. het plegen of bevorderen van een ernstige schending van het internationaal recht van de rechten van de mens;

      • iii. het plegen of bevorderen van een handeling die strafbaar is gesteld ingevolge internationale verdragen of protocollen inzake terrorisme waarbij de uitvoerende staat partij is; of

      • iv. het plegen of bevorderen van een handeling die strafbaar is gesteld ingevolge internationale verdragen of protocollen inzake grensoverschrijdende georganiseerde misdaad waarbij de uitvoerende staat partij is.

  • 2. De uitvoerende staat die partij is overweegt voorts of er maatregelen zouden kunnen worden genomen ter beperking van de risico’s omschreven in het eerste lid, onder a of b, zoals vertrouwenscheppende maatregelen of door de uitvoerende en invoerende staten gezamenlijk uitgewerkte en overeengekomen programma’s.

  • 3. Indien de uitvoerende staat die partij is na het verrichten van deze toetsing en het overwegen van beschikbare beperkende maatregelen vaststelt dat er een doorslaggevend risico op een van de negatieve gevolgen genoemd in het eerste lid bestaat, staat de uitvoerende staat die partij is de uitvoer niet toe.

  • 4. De uitvoerende staat die partij is neemt bij deze toetsing het risico in aanmerking dat de conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is of de goederen waarop artikel 3 of 4 van toepassing is worden gebruikt voor het plegen of bevorderen van ernstige daden van genderspecifiek geweld of ernstige geweldsdaden tegen vrouwen en kinderen.

  • 5. Elke uitvoerende staat die partij is neemt maatregelen om te verzekeren dat alle machtigingen voor de uitvoer van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is of van goederen waarop artikel 3 of 4 van toepassing is nauwkeurig worden vastgelegd en voorafgaand aan de uitvoer worden afgegeven.

  • 6. Elke uitvoerende staat die partij is stelt op verzoek en met inachtneming van zijn nationale recht, gebruiken of beleid relevante informatie over de desbetreffende machtiging ter beschikking aan de invoerende staat die partij is en aan de staten van doorvoer of overslag die partij zijn.

  • 7. Indien een uitvoerende staat die partij is nadat een machtiging is afgegeven op de hoogte raakt van nieuwe relevante informatie, wordt hij aangemoedigd, indien van toepassing na overleg met de invoerende staat, de vergunning opnieuw te toetsen.

Artikel 8 Invoer

  • 1. Elke invoerende staat die partij is neemt maatregelen om te verzekeren dat uit hoofde van zijn nationale recht passende en relevante informatie wordt verschaft aan de uitvoerende staat die partij is op diens verzoek, teneinde de uitvoerende staat die partij is bij te staan bij de uitvoering van zijn nationale toetsing van de uitvoer ingevolge artikel 7. Dergelijke maatregelen kunnen documentatie voor eindgebruik of eindgebruikers omvatten.

  • 2. Elke invoerende staat die partij is neemt maatregelen die hem waar nodig in staat stellen de invoer onder zijn rechtsmacht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is te reguleren. Deze maatregelen kunnen invoersystemen omvatten.

  • 3. Elke invoerende staat die partij is kan de uitvoerende staat die partij is om informatie verzoeken betreffende aanhangige of afgegeven machtigingen indien de invoerende staat die partij is de eindbestemming is.

Artikel 9 Doorvoer of overslag

Elke staat die partij is neemt passende maatregelen om waar nodig en uitvoerbaar de doorvoer of overslag onder zijn rechtsmacht en via zijn grondgebied van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is te reguleren in overeenstemming met het van toepassing zijnde internationaal recht.

Artikel 10 Tussenhandel

Elke staat die partij is neemt maatregelen, in overeenstemming met zijn nationale recht, om de onder zijn rechtsmacht plaatsvindende tussenhandel in conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is te reguleren. Dergelijke maatregelen kunnen de verplichting omvatten voor tussenhandelaren om zich te registreren of schriftelijke machtiging te verkrijgen voor aanvang van hun werkzaamheden.

Artikel 11 Omleiding

  • 1. Elke staat die partij is betrokken bij de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is neemt maatregelen om omleiding ervan te voorkomen.

  • 2. De uitvoerende staat die partij is tracht de omleiding van de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is via zijn nationale controlesysteem, ingesteld in overeenstemming met artikel 5, tweede lid, te voorkomen door het risico op omleiding bij de uitvoer te toetsen en het instellen van beperkende maatregelen, zoals vertrouwenscheppende maatregelen of tussen de uitvoerende en invoerende staten gezamenlijk uitgewerkte en overeengekomen programma’s, te overwegen. Andere preventieve maatregelen kunnen bestaan uit onderzoek verrichten naar partijen betrokken bij de uitvoer, het vereisen van aanvullende documentatie, certificaten, waarborgen, de export niet toestaan of andere passende maatregelen, al naar gelang wat van toepassing is.

  • 3. Staten die partij zijn betrokken bij de invoer, doorvoer, overslag en uitvoer werken samen en wisselen waar passend en uitvoerbaar overeenkomstig hun nationale recht informatie uit teneinde het risico op omleiding bij de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is te beperken.

  • 4. Indien een staat die partij is ontdekt dat er bij de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is sprake is van omleiding, neemt de staat die partij is in overeenstemming met zijn nationale recht en het internationaal recht passende maatregelen om die aan te pakken. Dergelijke maatregelen kunnen bestaan uit het waarschuwen van mogelijk getroffen staten die partij zijn, het onderzoeken van omgeleide zendingen van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is en het nemen van vervolgmaatregelen door middel van onderzoek en rechtshandhaving.

  • 5. Teneinde beter inzicht te krijgen in omleiding bij de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is en deze te voorkomen worden de staten die partij zijn aangemoedigd relevante informatie over doeltreffende maatregelen voor de aanpak van omleiding met elkaar te delen. Dergelijke informatie kan informatie omvatten over illegale activiteiten, met inbegrip van corruptie, internationale smokkelroutes, illegale tussenhandelaren, bronnen van illegale aanvoer, verbergingsmethoden, gebruikelijke plaatsen van verzending of bestemmingen gebruikt door bij omleiding betrokken georganiseerde groepen.

  • 6. De staten die partij zijn worden aangemoedigd via het secretariaat aan de andere staten die partij zijn verslag uit te brengen over maatregelen die zij hebben getroffen om omleiding bij de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is aan te pakken.

Artikel 12 Registratie

  • 1. Elke staat die partij is houdt in overeenstemming met zijn nationale wet- en regelgeving nationale registers bij van afgegeven machtigingen van uitvoeren van de daadwerkelijke uitvoer van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is.

  • 2. Elke staat die partij is wordt aangemoedigd registers bij te houden van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is die worden overgedragen naar zijn grondgebied als eindbestemming of waarvoor machtiging is verleend voor doorvoer of overslag op grondgebied onder zijn rechtsmacht.

  • 3. Elke staat die partij is wordt aangemoedigd de hoeveelheid, de waarde, het model/type, ingewilligde internationale overdrachten van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is, daadwerkelijk overgedragen conventionele wapens en gegevens van de uitvoerende staat (staten), de invoerende staat (staten), de staat (staten) van doorvoer en overslag en de eindgebruikers, al naar gelang van toepassing is op te nemen in deze registers.

  • 4. De registers worden gedurende ten minste tien jaar bewaard.

Artikel 13 Verslaglegging

  • 1. Elke staat die partij is brengt binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag voor die staat die partij is in overeenstemming met artikel 22 een eerste rapport uit aan het secretariaat van de maatregelen die zijn getroffen voor de tenuitvoerlegging van dit Verdrag, met inbegrip van nationale wetgeving, nationale controlelijsten en andere voorschriften en bestuurlijke maatregelen. Elke staat die partij is brengt indien van toepassing verslag uit aan het secretariaat van alle nieuwe maatregelen die zijn getroffen voor de tenuitvoerlegging van dit Verdrag. Het secretariaat stelt de rapporten beschikbaar en verspreidt deze onder de staten die partij zijn.

  • 2. De staten die partij zijn worden aangemoedigd via het secretariaat verslag uit te brengen aan de andere staten die partij zijn van maatregelen die doeltreffend gebleken zijn bij de aanpak van de omleiding bij de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is.

  • 3. Elke staat die partij is dient ieder jaar vóór 31 mei bij het secretariaat een rapport in over het voorafgaande kalenderjaar betreffende ingewilligde en daadwerkelijke uitvoer en invoer van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is. Het secretariaat stelt de rapporten beschikbaar en verspreidt deze onder de staten die partij zijn. Het rapport dat bij het secretariaat is ingediend mag dezelfde informatie bevatten die een staat die partij is bij andere relevante kaders van de Verenigde Naties heeft ingediend, met inbegrip van het register van de Verenigde Naties van conventionele wapens. Gevoelige handelsinformatie of informatie over de nationale veiligheid mogen worden uitgesloten in de rapporten.

Artikel 14 Handhaving

Elke staat die partij is neemt passende maatregelen tot handhaving van de nationale wet- en regelgeving voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 15 Internationale samenwerking

  • 1. De staten die partij zijn werken overeenkomstig hun onderscheiden veiligheidsbelangen en nationale wetgeving met elkaar samen voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van dit Verdrag.

  • 2. De staten die partij zijn worden aangemoedigd internationale samenwerking te vergemakkelijken, met inbegrip van het uitwisselen van informatie over aangelegenheden van wederzijds belang ter zake van de tenuitvoerlegging en de toepassing van dit Verdrag overeenkomstig hun onderscheiden veiligheidsbelangen en nationale wetgeving.

  • 3. De staten die partij zijn worden aangemoedigd te overleggen over aangelegenheden van wederzijds belang en indien van toepassing informatie te delen ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van dit Verdrag.

  • 4. De staten die partij zijn worden aangemoedigd overeenkomstig hun nationale wetgeving samen te werken ter ondersteuning van de nationale tenuitvoerlegging van de bepalingen van dit Verdrag, onder meer door informatie te delen over illegale activiteiten en actoren en teneinde de omleiding van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is te voorkomen en uit te bannen.

  • 5. Indien gezamenlijk overeengekomen en in overeenstemming met hun nationale wetgeving, verlenen de staten die partij zijn elkaar de ruimst mogelijke mate van bijstand bij onderzoek, vervolging en gerechtelijke procedures ter zake van overtreding van nationale maatregelen die zijn vastgesteld uit hoofde van dit Verdrag.

  • 6. De staten die partij zijn worden aangemoedigd nationale maatregelen te nemen en met elkaar samen te werken om te voorkomen dat de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is voorwerp wordt van corrupte praktijken.

  • 7. De staten die partij zijn worden aangemoedigd ervaringen en informatie uit te wisselen over hetgeen geleerd is met betrekking tot enig aspect van dit Verdrag.

Artikel 16 Internationale bijstand

  • 1. Bij de tenuitvoerlegging van dit Verdrag kan elke staat die partij is bijstand inroepen, met inbegrip van juridische bijstand en bijstand bij wetgeving, institutionele capaciteitsopbouw en technische, materiële of financiële bijstand. Deze bijstand kan voorraadbeheer, ontwapening, demobilisatie en reïntegratieprogramma’s, modelwetgeving en doeltreffende uitvoeringspraktijken omvatten. Elke staat die partij is die daartoe in staat is verleent dergelijke bijstand op verzoek.

  • 2. Elke staat die partij is kan bijstand aanvragen, aanbieden of ontvangen via onder meer de Verenigde Naties, internationale, regionale, subregionale of nationale organisaties, non-gouvernementele organisaties of op bilaterale basis.

  • 3. De staten die partij zijn richten een vrijwillig trustfonds op ter ondersteuning van staten die partij zijn die verzoeken om internationale bijstand bij de tenuitvoerlegging van dit Verdrag. Elke staat die partij is wordt aangemoedigd middelen bij te dragen aan het fonds.

Artikel 17 Conferentie van de staten die partij zijn

  • 1. Het voorlopige secretariaat, ingesteld ingevolge artikel 18, roept uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag een conferentie van de staten die partij zijn bijeen en vervolgens op door de conferentie van de staten die partij zijn te bepalen andere tijdstippen.

  • 2. De conferentie van de staten die partij zijn neemt tijdens haar eerste zitting bij consensus haar procedureregels aan.

  • 3. De conferentie van de staten die partij zijn neemt financiële regels voor haarzelf aan alsmede voor de financiering van hulporganen die zij kan instellen, alsook financiële bepalingen voor het functioneren van het secretariaat. Tijdens elke reguliere zitting neemt de conferentie van de staten die partij zijn een begroting aan voor het financiële tijdvak tot de volgende reguliere zitting.

  • 4. De conferentie van de staten die partij zijn:

    • a. toetst de tenuitvoerlegging van dit Verdrag, alsmede ontwikkelingen op het gebied van conventionele wapens;

    • b. behandelt aanbevelingen betreffende de tenuitvoerlegging en de werking van dit Verdrag, in het bijzonder wat betreft het bevorderen van het universele karakter ervan, en neemt aanbevelingen aan;

    • c. behandelt wijzigingen van dit Verdrag in overeenstemming met artikel 20;

    • d. behandelt kwesties die voortvloeien uit de uitlegging van dit Verdrag;

    • e. behandelt de taken en de begroting van het secretariaat en besluit daarover;

    • f. behandelt de instelling van hulporganen die nodig kunnen zijn om de werking van dit Verdrag te verbeteren; en

    • g. vervult alle overige taken die verenigbaar zijn met dit Verdrag.

  • 5. Buitengewone vergaderingen van de conferentie van de staten die partij zijn kunnen op ieder ander tijdstip worden gehouden indien de conferentie zulks nodig acht of op schriftelijk verzoek van een staat die partij is, op voorwaarde dat dit verzoek door ten minste twee derden van de staten die partij zijn wordt gesteund.

Artikel 18 Secretariaat

  • 1. Bij dit Verdrag wordt een secretariaat ingesteld dat de staten die partij zijn bijstaat bij de doeltreffende tenuitvoerlegging van dit Verdrag. In afwachting van de eerste vergadering van de conferentie van de staten die partij zijn is een voorlopig secretariaat verantwoordelijk voor de administratieve taken die vallen onder dit Verdrag.

  • 2. Het secretariaat wordt voorzien van voldoende personeel. Het personeel beschikt over de nodige deskundigheid om te waarborgen dat het secretariaat de in het derde lid omschreven taken op doeltreffende wijze kan vervullen.

  • 3. Het secretariaat is verantwoording verschuldigd aan de staten die partij zijn. Binnen een geminimaliseerd kader neemt het secretariaat de volgende verantwoordelijkheden op zich:

    • a. ontvangen, beschikbaar stellen en verspreiden van de rapporten zoals bepaald in dit Verdrag;

    • b. bijhouden en aan de staten die partij zijn beschikbaar stellen van de lijst met nationale contactpunten;

    • c. vergemakkelijken van het afstemmen van aanbiedingen en verzoeken om bijstand bij de tenuitvoerlegging van dit Verdrag en desgevraagd bevorderen van internationale samenwerking;

    • d. vergemakkelijken van de werkzaamheden van de conferentie van de staten die partij zijn, met inbegrip van het treffen van regelingen en het verlenen van de nodige diensten ten behoeve van vergaderingen uit hoofde van dit Verdrag; en

    • e. uitvoeren van andere taken zoals besloten door de conferentie van de staten die partij zijn.

Artikel 19 Geschillenbeslechting

  • 1. De staten die partij zijn plegen overleg en werken met wederzijdse instemming samen teneinde te streven naar het beslechten van elk geschil dat tussen hen kan ontstaan over de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, onder meer door middel van onderhandelingen, bemiddeling, conciliatie, rechterlijke beslissing of andere vreedzame middelen.

  • 2. De staten die partij zijn kunnen met wederzijdse instemming streven naar arbitrage voor het beslechten van geschillen tussen hen over kwesties omtrent de uitlegging of toepassing van dit Verdrag.

Artikel 20 Wijzigingen

  • 1. Zes jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan elke staat die partij is wijzigingen van dit Verdrag voorstellen. Daarna kunnen voorgestelde wijzigingen slechts om de drie jaar worden behandeld door de conferentie van de staten die partij zijn.

  • 2. Voorstellen tot wijziging van dit Verdrag worden uiterlijk 180 dagen voor de volgende vergadering van de conferentie van de staten die partij zijn tijdens welke overeenkomstig het eerste lid wijzigingen kunnen worden behandeld schriftelijk ingediend bij het secretariaat dat de voorstellen doet toekomen aan alle staten die partij zijn. Wijzigingen worden behandeld tijdens de volgende conferentie van de staten die partij zijn tijdens welke overeenkomstig het eerste lid wijzigingen kunnen worden behandeld, indien uiterlijk 120 dagen na de toezending door het secretariaat een meerderheid van de staten die partij zijn het secretariaat ervan in kennis heeft gesteld behandeling van de voorstellen te ondersteunen.

  • 3. De staten die partij zijn stellen alles in het werk om consensus te bereiken over iedere wijziging. Indien alle pogingen om consensus te bereiken zijn uitgeput en er geen overeenstemming wordt bereikt, wordt de wijziging in laatste instantie aangenomen met een drievierdemeerderheid van de staten die partij zijn die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen tijdens de vergadering van de conferentie van de staten die partij zijn. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder aanwezige staten die partij zijn die hun stem uitbrengen verstaan staten die partij zijn die aanwezig zijn en een voor- of tegenstem uitbrengen. De depositaris doet aangenomen wijzigingen toekomen aan alle staten die partij zijn.

  • 4. Wijzigingen die in overeenstemming met het derde lid zijn aangenomen treden voor elke staat die partij is die zijn akte van aanvaarding voor die wijziging heeft nedergelegd in werking negentig dagen na de datum van nederlegging bij de depositaris van de akten van aanvaarding door een meerderheid van het aantal staten die partij zijn op het tijdstip van de aanneming van de wijziging. Vervolgens treedt zij ten aanzien van elke andere staat die partij is in werking negentig dagen na de datum van nederlegging van zijn akte van aanvaarding van die wijziging.

Artikel 21 Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding

  • 1. Dit Verdrag staat open voor ondertekening door alle staten op het Hoofdkwartier van de Verenigde Naties te New York vanaf 3 juni 2013 tot de inwerkingtreding ervan.

  • 2. Dit Verdrag dient door elke ondertekenende staat te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd.

  • 3. Na de inwerkingtreding staat dit Verdrag open voor toetreding door elke staat die het Verdrag niet heeft ondertekend.

  • 4. De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding dienen te worden nedergelegd bij de depositaris.

Artikel 22 Inwerkingtreding

  • 1. Dit Verdrag treedt in werking negentig dagen na de datum van nederlegging bij de depositaris van de vijftigste akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

  • 2. Voor elke staat die zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nederlegt na de inwerkingtreding van dit Verdrag, treedt dit Verdrag voor die staat in werking negentig dagen na de datum van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

Artikel 23 Voorlopige toepassing

Elke staat kan ten tijde van de ondertekening of de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat hij, hangende de inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van die staat, de artikelen 6 en 7 van dit Verdrag voorlopig toepast.

Artikel 24 Duur en opzegging

  • 1. Dit Verdrag wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

  • 2. Elke staat die partij is heeft bij de uitoefening van zijn nationale soevereiniteit het recht dit Verdrag op te zeggen. Hij stelt de depositaris in kennis van de opzegging, die alle andere staten die partij zijn in kennis stelt. De kennisgeving van opzegging kan een verklaring van de redenen voor de opzegging omvatten. De kennisgeving van opzegging wordt van kracht negentig dagen na de ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de depositaris, tenzij de kennisgeving van opzegging in een latere datum voorziet.

  • 3. Opzegging ontslaat staten niet van hun verplichtingen voortvloeiend uit dit Verdrag toen zij partij waren bij dit Verdrag, met inbegrip van financiële verplichtingen die kunnen zijn ontstaan.

Artikel 25 Voorbehouden

  • 1. Op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding kan elke staat voorbehouden formuleren, tenzij de voorbehouden niet verenigbaar zijn met voorwerp en doel van dit Verdrag.

  • 2. Een staat die partij is kan zijn voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een daartoe strekkende kennisgeving gericht aan de depositaris.

Artikel 26 Relatie met andere internationale overeenkomsten

  • 1. De tenuitvoerlegging van dit Verdrag laat onverlet de verplichtingen die staten die partij zijn zijn aangegaan ter zake van bestaande of toekomstige verdragen waarbij zij partij zijn indien die verplichtingen verenigbaar zijn met dit Verdrag.

  • 2. Dit Verdrag wordt niet aangehaald als grond voor nietigverklaring van verdragen inzake defensiesamenwerking gesloten tussen staten die partij zijn bij dit Verdrag.

Artikel 27 Depositaris

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is depositaris van dit Verdrag.

Artikel 28 Authentieke teksten

Het oorspronkelijke exemplaar van dit Verdrag, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

GEDAAN te New York op 2 april 2013.


D. PARLEMENT

Zie Trb. 2013, 143.

E. PARTIJGEGEVENS

Zie Trb. 2013, 143.

Partij

Ondertekening

Ratificatie

Type*

In werking

Opzegging

Buiten werking

Albanië

03-06-13

         

Angola

24-09-13

         

Antigua en Barbuda

03-06-13

12-08-13

R

     

Argentinië

03-06-13

         

Australië

03-06-13

         

Bahama’s

03-06-13

         

Bahrein

21-11-13

         

Bangladesh

26-09-13

         

Barbados

25-09-13

         

België

03-06-13

         

Belize

03-06-13

         

Benin

03-06-13

         

Bosnië en Herzegovina

25-09-13

         

Brazilië

03-06-13

         

Bulgarije

02-07-13

         

Burkina Faso

03-06-13

         

Burundi

03-06-13

         

Cambodja

18-10-13

         

Chili

03-06-13

         

Colombia

24-09-13

         

Comoren

26-09-13

         

Congo, Republiek

25-09-13

         

Costa Rica

03-06-13

25-09-13

R

     

Cyprus

03-06-13

         

Denemarken

03-06-13

         

Djibouti

03-06-13

         

Dominica

01-10-13

         

Dominicaanse Republiek

03-06-13

         

Duitsland

03-06-13

         

El Salvador

05-06-13

         

Estland

03-06-13

         

Filipijnen

25-09-13

         

Finland

03-06-13

         

Frankrijk

03-06-13

         

Gabon

25-09-13

         

Ghana

24-09-13

         

Grenada

03-06-13

21-10-13

R

     

Griekenland

03-06-13

         

Guatemala

24-06-13

         

Guinee

29-07-13

         

Guinee-Bissau

26-09-13

         

Guyana

03-06-13

04-07-13

R

     

Honduras

25-09-13

         

Hongarije

03-06-13

         

Ierland

03-06-13

         

IJsland

03-06-13

02-07-13

R

     

Italië

03-06-13

         

Ivoorkust

03-06-13

         

Jamaica

03-06-13

         

Japan

03-06-13

         

Kaapverdië

25-09-13

         

Kiribati

25-09-13

         

Kroatië

03-06-13

         

Lesotho

25-09-13

         

Letland

03-06-13

         

Liberia

04-06-13

         

Libië

09-07-13

         

Liechtenstein

03-06-13

         

Litouwen

03-06-13

         

Luxemburg

03-06-13

         

Macedonië, de voormalige Joegoslavische Republiek

25-09-13

         

Madagaskar

25-09-13

         

Maleisië

26-09-13

         

Malawi

09-01-14

         

Mali

03-06-13

03-12-13

R

     

Malta

03-06-13

         

Mauritanië

03-06-13

         

Mexico

03-06-13

25-09-13

R

     

Moldavië

10-09-13

         

Mongolië

24-09-13

         

Montenegro

03-06-13

         

Mozambique

03-06-13

         

Nauru

25-09-13

         

Nederlanden, het Koninkrijk der

03-06-13

         

– Nederland:

           

 – in Europa

           

 – Bonaire

           

 – Sint Eustatius

           

 – Saba

           

– Aruba

           

– Curaçao

           

– Sint Maarten

           

Nieuw-Zeeland

03-06-13

         

Nigeria

12-08-13

12-08-13

R

     

Noorwegen

03-06-13

         

Oostenrijk

03-06-13

         

Palau

03-06-13

         

Panama

03-06-13

         

Paraguay

19-06-13

         

Peru

24-09-13

         

Polen

01-07-13

         

Portugal

03-06-13

         

Roemenië

03-06-13

         

Rwanda

05-06-13

         

Saint Kitts en Nevis

05-06-13

         

Saint Lucia

03-06-13

         

Saint Vincent en de Grenadines

03-06-13

         

Samoa

25-09-13

         

Senegal

03-06-13

         

Servië

12-08-13

         

Seychellen

03-06-13

         

Sierra Leone

25-09-13

         

Slovenië

03-06-13

         

Slowakije

10-06-13

         

Spanje

03-06-13

         

Suriname

03-06-13

         

Swaziland

04-09-13

         

Tanzania

03-06-13

         

Togo

03-06-13

         

Trinidad en Tobago

03-06-13

25-09-13

R

     

Tsjaad

25-09-13

         

Tsjechië

03-06-13

         

Turkije

02-07-13

         

Tuvalu

03-06-13

         

Uruguay

03-06-13

         

Vanuatu

26-07-13

         

Verenigd Koninkrijk

03-06-13

         

Verenigde Arabische Emiraten

09-07-13

         

Verenigde Staten van Amerika

25-09-13

         

Zambia

25-09-13

         

Zuid-Afrika

25-09-13

         

Zuid-Korea

03-06-13

         

Zweden

03-06-13

         

Zwitserland

03-06-13

         

* O=Ondertekening zonder voorbehoud of vereiste van ratificatie, R=Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring f kennisgeving, T=Toetreding, VG=Voortgezette gebondenheid, NB=Niet bekend

Verklaringen, voorbehouden en bezwaren

Antigua en Barbuda, 12 augustus 2013

Provisional application under Article 23.

België, 7 juni 2013

This signature engages also the Walloon Region, the Flemish Region and the Brussels-Capital Region.

Costa Rica, 25 september 2013

Provisional application as of 25 September 2013.

IJsland, 2 juli 2013

Provisional application under Article 23.

Mexico, 25 september 2013

Provisional application as of 25 September 2013.

Servië, 12 augustus 2013

Provisional application under Article 23.

Trinidad en Tobago, 25 september 2013

Provisional application as of 25 September 2013.

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 2013, 143.

J. VERWIJZINGEN

Zie Trb. 2013, 143.

Uitgegeven de vijfentwintigste februari 2014.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. TIMMERMANS