33 966 Wijziging van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting

Nr. 57 AMENDEMENT VAN HET LID BISSCHOP C.S.

Ontvangen 9 december 2014

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel AK, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel b wordt «en» vervangen door een puntkomma.

b. In onderdeel c wordt «vervangen door: welke aan hen en aan de samenwerkingsvennootschappen zijn opgedragen.» vervangen door: vervangen door «welke aan hen en aan de samenwerkingsvennootschappen zijn opgedragen» en.

c. Toegevoegd een onderdeel, luidende:

  • d. worden twee volzinnen toegevoegd, luidende: De eerste volzin is niet van toepassing, indiende totale nettojaaromzet van een toegelaten instelling minder dan € 30 miljoen heeft bedragen gedurende twee boekjaren, en het aandeel in die omzet van haar werkzaamheden die niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang in die jaren minder was dan 5%. Het bedrag, genoemd in de tweede volzin, wordt jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd met het percentage dat de som is van het basishuurverhogings-percentage, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en het inflatiepercentage, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van die wet.

2. In onderdeel 3 wordt in zesde lid na «omtrent» ingevoegd: de toepassing van het eerste lid,.

II

In artikel I, onderdeel BT, wordt onderdeel 2 als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid, aanhef, en vierde lid, tweede volzin, wordt na «49, eerste lid,» ingevoegd «eerste volzin,» en wordt «artikel 49, eerste en tweede lid» vervangen door: artikel 49, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid.

2. Aan het vijfde lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Het derde en vierde lid zijn voorts, voor zover die leden betrekking hebben op het voldoen aan artikel 49, eerste lid, eerste volzin, van de Woningwet, niet van toepassing op toegelaten instellingen die binnen het in het tweede lid bedoelde tijdvak ten overstaan van Onze Minister aannemelijk maken dat in de eerste twee volle kalenderjaren na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van deze wet hun totale nettojaaromzet minder dan € 30 miljoen heeft bedragen of zal bedragen, en het aandeel in die omzet van hun werkzaamheden die niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Woningwet minder was of zal zijn dan 5%, welk tijdvak Onze Minister op verzoek van een toegelaten instelling voor het verstrijken daarvan met ten hoogste een jaar kan verlengen.

Toelichting

Met dit amendement wordt geregeld dat relatief kleine toegelaten instellingen (minder dan € 30 miljoen jaaromzet) met een bescheiden aandeel niet-Daeb activiteiten (maximaal 5% van de jaaromzet) kunnen volstaan met een scheiding van baten en lasten. Voor deze toegelaten instellingen is dus geen vermogensscheiding verplicht.

Op basis van de Transparantierichtlijn en de Mededingingswet kunnen ondernemingen worden vrijgesteld van de verplichting om een administratieve scheiding aan te brengen. De indiener is van mening dat het niet wenselijk noch noodzakelijk is om deze scheiding ook bij kleine corporaties te verplichten. Dit amendement hanteert daarom een vrijstelling van de administratieve scheiding voor corporaties die gedurende twee boekjaren een totale nettojaaromzet hebben van minder dan 30 miljoen euro, waarbij minimaal 95% van die omzet DEAB-activiteiten dient te betreffen.

Bisschop Monasch Knops Schouten

Naar boven