33 966 Wijziging van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting

Nr. 54 AMENDEMENT VAN HET LID SCHOUTEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 291

Ontvangen 9 december 2014

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel Z, wordt in artikel 41b na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2a. Onze Minister kan besluiten om geen gevolg te geven aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid, indien:

    • a. een van de gemeenten die dat verzoek indienen voordien een zodanig verzoek heeft ingediend, en Onze Minister aan dat verzoek gevolg heeft gegeven, of

    • b. in die gemeenten gezamenlijk minder dan 200 000 huishoudens woonachtig zijn.

Toelichting

Dit amendement regelt dat voor goedkeuring van de Minister van een verzoek van twee of meer aan elkaar grenzende gemeenten in Nederland om de in een of meer van die gemeenten feitelijk werkzame toegelaten instellingen en samenwerkingsvennootschappen in al die gemeenten feitelijk werkzaam te laten zijn, de Minister kan eisen dat de desbetreffende gemeenten gezamenlijk ten minste 200.000 huishoudens omvatten. Hierbij is aangesloten bij de formulering zoals opgenomen in artikel 3.1a, tweede lid, van het concept Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Kamerstukken II 2013/14, 33 966, nr. 6, bijlage, blz. 14). In dit concept besluit is echter gekozen voor de mogelijkheid van een door de Minister te stellen ondergrens van 100.000 huishoudens. Daarnaast regelt dit amendement dat de Minister voor goedkeuring van een dergelijk verzoek kan eisen dat niet eerder door een van de betrokken gemeenten een zodanig verzoek is ingediend en door de Minister is goedgekeurd.

Het huidige voorstel inzake de regio-indeling van corporaties zal er niet alleen voor zorgen dat een aantal grote corporaties niet meer in een aantal steden actief mogen zijn, maar zal vooral ook in een aantal landelijke gebieden grote effecten kunnen hebben voor corporaties die in meerdere (dorps)kernen actief zijn. Veelal kiezen deze corporaties bewust voor risicospreiding ook om zo bijvoorbeeld in krimpgebieden actief te kunnen zijn. Tegelijkertijd zijn deze corporaties veelal niet zozeer heel groot en hebben zij vaak een sterke lokale verankering en goede band met de relevante gemeentebesturen. Om te voorkomen dat er te kleine regio’s ontstaan binnen bijvoorbeeld Groningen, Friesland en Limburg met alle negatieve effecten van dien wordt voorgesteld om de grens die de Minister kan stellen als ondergrens op te trekken naar 200.000 huishoudens.

Schouten


X Noot
1

Vervangen i.v.m. wijziging in de toelichting.

Naar boven