33 966 Wijziging van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting

Nr. 20 AMENDEMENT VAN HET LID MONASCH

Ontvangen 9 december 2014

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel AT, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1 komt de aan artikel 55, eerste lid, toe te voegen volzin te luiden: Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de kosten van de bedrijfsvoering, waarbij in ieder geval wordt vastgesteld welke kosten tot die kosten worden gerekend alsmede wat de gemiddelde maximale hoogte van die kosten bij de toegelaten instelling per verhuureenheid bedraagt.

2. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken.

II

In artikel I, onderdeel AY, onderdeel 1, wordt in het eerste lid, onderdeel b, na «financiële situatie» ingevoegd: en de hoogte van de kosten van de bedrijfsvoering.

III

Artikel I, onderdeel BT, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 5 wordt in de aanhef «twee leden» vervangen door: drie leden.

2. Aan onderdeel 5 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 11a. De toegelaten instelling waarvan de kosten van de bedrijfsvoering per verhuureenheid op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet meer bedragen dan het op grond van artikel 55, eerste lid, van de Woningwet vastgestelde bedrag, brengt die kosten binnen ten hoogste drie jaar na dat tijdstip terug tot ten hoogste dat bedrag, waartoe de toegelaten instelling binnen 18 maanden na dat tijdstip Onze Minister een plan doet toekomen waarin zij aangeeft op welke wijze zij het terugbrengen van die kosten beoogt te realiseren.

3. In onderdeel 6 wordt «tiende en elfde lid» vervangen door: tiende, elfde en 11a-de lid.

Toelichting

Dit amendement beoogt de bedrijfslasten van corporaties te beteugelen. Uit de eigen benchmark van de sector blijkt dat de duurst opererende toegelaten instelling geeft jaarlijks ruim € 1.900 per woning uit aan bedrijfslasten ex. onderhoud. De goedkoopst opererende reguliere corporatie geeft € 524,– per woning uit. Gemiddeld liggen de bedrijfslasten ex. onderhoud in de gehele sector op € 1.035,– per woning. De indiener wil bereiken dat alle corporaties net zo zuinig en doelmatig gaan werken als de meest doelmatige corporaties. De sector heeft zelf meermaals aangegeven 800 miljoen te kunnen besparen. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat er 1 miljard euro bespaard kan worden als alle corporaties ent zo doelmatig werken als de meest doelmatige corporaties in Nederland. De indiener heeft mede daarom de ambitie om jaarlijks 900 miljoen te besparen.

Monasch

Naar boven