33 964 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht houdende regels met betrekking tot het beloningsbeleid van financiële ondernemingen (Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen)

Nr. 47 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 oktober 2018

De vaste commissie voor Financiën heeft mij bij brief van 13 september 2018 verzocht te concretiseren op welk moment ik uw Kamer zal informeren over de uitkomsten van de maatschappelijke consultatie over de drie wettelijke beloningsmaatregelen in de financiële sector die ik overweeg en over het overleg met de financiële sector over het bonusplafond. Hierbij informeer ik uw Kamer nader.

Op 17 juli 2018 is door middel van een openbare internetconsultatie1 een maatschappelijke consultatie gestart over drie aanvullende maatregelen met betrekking tot vaste beloningen in de financiële sector. Het betreft (i) een terugvorderingsplicht van (een deel van) de vaste beloning van bestuurders van systeemrelevante banken (en verzekeraars) bij staatssteun, (ii) een verplichte aanhoudperiode van aandelen en vergelijkbare instrumenten in vaste beloningen en (iii) een verplichte verankering in het beloningsbeleid van de wijze waarop de beloningen zich verhouden tot de maatschappelijke functie van de onderneming en de plicht hierover verantwoording af te leggen. Reacties op de consultatie konden worden ingestuurd tot en met 31 augustus 2018. In aanvulling hierop is op 20 september 2018 een rondetafelbijeenkomst georganiseerd met diverse (vertegenwoordigers van) stakeholders, waaronder vakbonden, aandeelhouders, commissarissen, een consumentenorganisatie en marktpartijen.

Veel stakeholders hebben aangegeven dat de eerste maatregel die ik overweeg, een verplichting tot terugvordering van een deel van de vaste beloning van bestuurders van systeemrelevante banken (of verzekeraars) in geval van staatssteun, naar hun oordeel stuit op Europeesrechtelijke bezwaren. Gelet hierop zie ik aanleiding om de Raad van State om voorlichting te vragen over de Europeesrechtelijke houdbaarheid van een dergelijke claw back maatregel. De voorlichting van de Raad van State zal worden meegenomen in mijn besluitvorming. Over de andere twee maatregelen die ik overweeg, een aanhoudplicht voor aandelen die bestanddeel zijn van een vaste beloning en het afleggen van rekenschap over de verhouding van beloningen ten opzichte van de maatschappelijke functie, zijn door de stakeholders geen Europeesrechtelijke bezwaren geuit.

Op basis van de reacties in de consultatiefase wordt momenteel afgewogen wat de voor- en nadelen van de mogelijke maatregelen zijn en in hoeverre deze wenselijk zijn en zo ja, welke reikwijdte van eventuele maatregelen passend is.

Daarnaast heb ik uw Kamer in mijn brief van 17 juli 2018 (Kamerstuk 33 964, nr. 46) over de evaluatie van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen bericht dat ik in mijn bredere overleg met de sector het gesprek wil aangaan over het gebruik van de mogelijkheid om af te wijken van het bonusplafond voor personeel dat buiten de CAO valt2. Dit overleg met de sector is gaande.

Ik streef ernaar uw Kamer in december 2018 te berichten over mijn besluitvorming over de drie beloningsmaatregelen naar aanleiding van de maatschappelijke consultatie en over het bredere overleg met de sector.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra


X Noot
1

Kamerstukken 32 013 en 30 111, nr. 197.

X Noot
2

Kamerstukken 32 013 en 30 111, nr. 170.

Naar boven